Gratis brononderzoek

Sociaal Strafwetboek

Sociaalrechtelijke inbreuken, toezicht en sancties.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-06-01

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

393 bronvarianten

  1. Art. 203/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 7. - De inbreuken betreffende de collectieve arbeidsbetrekkingen / Afdeling 6. - Arbeidsreglement

    Lees de volledige brontekst
    Art. 203/1. [1 De wijzigingen van het arbeidsreglement    Wordt bestraft met een sanctie van niveau 2, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, in geval van wijziging van het arbeidsreglement de door de wet voorziene procedure voor het opstellen of het wijzigen van het reglement niet nageleefd heeft of geen afschrift van dit gewijzigde reglement aan de werknemer gegeven heeft.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2022-10-07/09, art. 46, 056; Inwerkingtreding : 10-11-2022>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 204 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 7. - De inbreuken betreffende de collectieve arbeidsbetrekkingen / Afdeling 7. - Sociale balans

    Lees de volledige brontekst
    Art. 204. Opmaak en inhoud van de sociale balans   § 1. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die, in overtreding met de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid en met de uitvoeringsbesluiten ervan geen jaarlijkse sociale balans heeft opgemaakt.   Wanneer de inbreuk [2 opzettelijk]2 werd begaan, geldt een sanctie van [1 niveau 4]1.   § 2. Met een sanctie van [1 niveau 1]1 wordt bestraft, de werkgever [1 ...]1 die, in overtreding met de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid en met de uitvoeringsbesluiten ervan, heeft nagelaten in het volledige en het verkorte schema van de sociale balans de volgende elementen op te nemen :   1° enerzijds, een overzicht van de tewerkgestelde personen, waarbij men in het volledige schema van de sociale balans de in het personeelsregister ingeschreven werknemers of de werknemers voor wie de werkgever een onmiddellijke aangifte van indiensttreding heeft ingediend, onderscheidt van het uitzendpersoneel en van de ter beschikking van de onderneming gestelde personen en, anderzijds, in het verkorte schema van de sociale balans een overzicht van de in het personeelsregister ingeschreven personen of de werknemers voor wie de werkgever een onmiddellijke aangifte van indiensttreding heeft ingediend;   2° een tabel van het personeelsverloop in de loop van het betrokken boekjaar;   3° een overzicht waarin de maatregelen ten gunste van de werkgelegenheid worden vermeld, met onderscheid tussen maatregelen die een financieel voordeel opleveren en de andere maatregelen;   4° een overzicht dat inlichtingen verschaft over de opleidingen voor de werknemers;   5° een overzicht dat inlichtingen verschaft over de activiteiten van vorming, begeleiding of mentorschap die worden verleend krachtens de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 108, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 50, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 205 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 7. - De inbreuken betreffende de collectieve arbeidsbetrekkingen / Afdeling 7. - Sociale balans

    Lees de volledige brontekst
    Art. 205.Mededeling en bekendmaking van de sociale balans   [1 § 1. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die in overtreding met de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid en de uitvoeringsbesluiten ervan:    1° de sociale balans niet heeft bezorgd aan de ondernemingsraad, of bij ontstentenis van een ondernemingsraad, aan de vakbondsafvaardiging;    2° bij ontstentenis van een ondernemingsraad en van een vakbondsafvaardiging, de sociale balans niet op een makkelijk toegankelijke plaats heeft bewaard zodat iedere werknemer op elk ogenblik en zonder tussenpersoon, er inzage van kan hebben.    § 2. Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft, de werkgever die, in overtreding met de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid en de uitvoeringsbesluiten ervan, de sociale balans niet aan de Nationale Bank van België heeft overgezonden, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 109, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 206 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 7. - De inbreuken betreffende de collectieve arbeidsbetrekkingen / Afdeling 7. - Sociale balans

    Lees de volledige brontekst
    Art. 206.Attest en goedkeuring door de revisoren, onafhankelijke accountants en commissarissen   Met een sanctie [1 van niveau 3]1 worden bestraft, zij die als revisor, zelfstandig accountant of commissaris de jaarlijkse sociale balans hebben geattesteerd of goedgekeurd, terwijl niet is voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid en de uitvoeringsbesluiten ervan, en zij daarvan kennis hadden of niet hebben gedaan wat zij hadden moeten doen om zich ervan te vergewissen of aan die bepalingen was voldaan.   Wanneer de inbreuk met bedrieglijk opzet is gepleegd, geldt een sanctie [1 van niveau 4]1. De rechter kan daarenboven de straffen bepaald in het artikel 107 uitspreken.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 110, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 207 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 7. - De inbreuken betreffende de collectieve arbeidsbetrekkingen / Afdeling 8. - Prestaties van algemeen belang

    Lees de volledige brontekst
    Art. 207.Weigering tot uitvoeren of laten uitvoeren van de maatregelen, prestaties of diensten   Met een sanctie [1 van niveau 3]1 worden bestraft, zij die, in strijd met de wet van 19 augustus 1948 betreffende de prestaties van algemeen belang in vredestijd, weigeren de maatregelen, prestaties of diensten uit te voeren of te laten uitvoeren die moeten worden verzekerd in geval van staking of in geval van lock-out, teneinde het hoofd te bieden aan bepaalde vitale behoeften, alsook zij die weigeren sommige dringende werken aan de machines of aan het materiaal uit te voeren, dan wel sommige taken te volbrengen die geboden zijn door een geval van overmacht of een onvoorziene noodzaak.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 111, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 208 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 7. - De inbreuken betreffende de collectieve arbeidsbetrekkingen / Afdeling 8. - Prestaties van algemeen belang

    Lees de volledige brontekst
    Art. 208. Weigering tot verstrekking van inlichtingen, verstrekking van onjuiste inlichtingen, onjuiste verklaring   Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 19 augustus 1948 betreffende de prestaties van algemeen belang in vredestijd, [1 opzettelijk]1 weigert de paritaire comités en hun afgevaardigden alle nodige inlichtingen te verstrekken voor het voorbereiden en het uitvoeren van en de controle op de maatregelen bedoeld in artikel 207 van dit Wetboek of hen [1 opzettelijk]1 onjuiste inlichtingen verschaft, of hen onjuiste verklaringen aflegt.   ----------   (1)<W 2026-03-16/16, art. 51, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 209 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 8. - Inbreuken met betrekking tot het toezicht

    Lees de volledige brontekst
    Art. 209.Belemmering van het toezicht   Met een sanctie van niveau 4 worden bestraft, zij die het toezicht belemmeren dat krachtens dit Wetboek en de uitvoeringsbesluiten ervan is ingesteld.   De sanctie bedoeld in eerste lid is niet van toepassing op de inbreuken op artikel 29 van dit Wetboek.   De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.   De geldboete [1 kan vermenigvuldigd worden]1 met het aantal betrokken werknemers.   [1 Fysiek of psychologisch geweld of bedreiging van een sociaal inspecteur is een verzwarende factor die in overweging moet genomen worden door de rechter bij de keuze van de sanctie in de sanctie van niveau 4 bij de keuze van de bijzondere strafsancties of door de bevoegde administratie bij de keuze van het bedrag van de administratieve geldboete in de sanctie van niveau 4.]1 [2 Als een strafrechtelijke of een administratieve geldboete opgelegd wordt, mag het bedrag ervan niet lager zijn dan de helft van het maximumbedrag van de strafrechtelijke of administratieve geldboete voorzien in de sanctie van niveau 4 in artikel 101 van dit Wetboek.]2   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 112, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2025-12-19/18, art. 5, 071; Inwerkingtreding : 01-02-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 210 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 8. - Inbreuken met betrekking tot het toezicht

    Lees de volledige brontekst
    Art. 210.Niet-naleving van de dwangmaatregelen die getroffen zijn door de sociaal inspecteurs   § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber [1 , of de zelfstandige]1 die de met toepassing van de artikelen 43 tot 49 voorgeschreven maatregelen niet naleeft.   § 2. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die de met toepassing van [2 de artikelen 38 en 40, 1°]2 voorgeschreven maatregelen niet naleeft.   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   ----------   (1)<W 2016-02-29/09, art. 5, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2016-02-29/09, art. 67, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 211 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 8. - Inbreuken met betrekking tot het toezicht

    Lees de volledige brontekst
    Art. 211. Niet-naleving van de gerechtelijke beslissing bedoeld in artikel 2 van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht   Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft, zij die zich niet houden aan de beslissing van de voorzitter van de arbeidsrechtbank met toepassing van artikel 2 van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht.   Wanneer de beslissing betrekking heeft op de maatregelen voorgeschreven met toepassing van de artikelen 43 tot 49, is de sanctie van niveau 4.   Wat de in het eerste lid bedoelde inbreuken betreft, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 212 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 1. - Aantasting van de vertrouwelijkheid van de gegevens

    Lees de volledige brontekst
    Art. 212.Aantasting van de vertrouwelijkheid van de gegevens in geval van arbeidsongeval   Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft, [1 de leden van het beheerscomité voor de arbeidsongevallen, van de technische comités voor de arbeidsongevallen, en van het technisch comité voor de preventie bij Fedris]1, de personen die krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling gemachtigd zijn deel te nemen aan [1 de vergaderingen van het beheerscomité voor de arbeidsongevallen, van de technische comités voor de arbeidsongevallen, en van het technisch comité voor de preventie bij Fedris]1, de bevoegde sociaal inspecteurs, de personen die voorheen de bedoelde functies hebben uitgeoefend die vertrouwelijke informatie aangaande de verzekeringsondernemingen waarvan zij kennis hebben gekregen op grond van hun opdracht hebben verspreid, met uitzondering van de afwijkingen waarin voorzien is bij de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.   ----------   (1)<KB 2018-09-06/13, art. 3, 031; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 213 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 1. - Aantasting van de vertrouwelijkheid van de gegevens

    Lees de volledige brontekst
    Art. 213.Aantasting van de vertrouwelijkheid van de gegevens van persoonlijke aard en maatregelen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van die gegevens   Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft :   1° de Kruispuntbank en de instellingen van sociale zekerheid, hun aangestelden of lasthebbers die :   a) in strijd met de bepalingen van artikel 15 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, sociale gegevens van persoonlijke aard meedelen zonder daartoe te zijn gemachtigd of zonder al dan niet voorafgaandelijk [1 de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité]1 daarvan op de hoogte te hebben gebracht;   b) in strijd met [2 de voorwaarden opgelegd door artikel 5 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de Richtlijn 95/46/EG]2, niet de vereiste maatregelen hebben genomen om de perfecte bewaring van de sociale gegevens van persoonlijke aard te garanderen;   c) in strijd met de bepalingen van artikel 26, § 2, van de voormelde wet van 15 januari 1990, de voorgeschreven vermeldingen niet hebben aangebracht in het register dat moet worden bijgehouden;   2° de personen, hun aangestelden of hun lasthebbers die :   a) bij het verrichten van onderzoeken die nuttig kunnen zijn voor de kennis, de conceptie en het beheer van de sociale zekerheid sociale gegevens verwerken in strijd met de bepalingen van artikel 5 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid [1 ...]1;   b) in strijd met de bepalingen van [1 artikel 46, § 1, 6°, van de voormelde wet]1 van 15 januari 1990, persoonsgegevens die de gezondheid betreffen [1 ...]1, meedelen zonder daartoe gemachtigd te zijn door [1 de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité]1;   c) in strijd met [2 de voorwaarden opgelegd door artikel 5 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de Richtlijn 95/46/EG]2, mededeling hebben gevraagd en bekomen van sociale gegevens van persoonlijke aard die ze niet nodig hadden voor de toepassing van de sociale zekerheid;    d) buiten de bij de voormelde wet van 15 januari 1990 of haar uitvoeringsmaatregelen bepaalde voorwaarden om, zich opzettelijk toegang verschaft hebben of zich opzettelijk gehandhaafd hebben in het geheel of in een deel van een geautomatiseerde verwerking van de sociale gegevens in het netwerk;   e) buiten de bij de voormelde wet van 15 januari 1990 of haar uitvoeringsmaatregelen bepaalde voorwaarden om, opzettelijk gegevens hebben ingevoerd in het netwerk of de erin opgeslagen gegevens hebben uitgewist of gewijzigd of de verwerkings- of overbrengingswijzen hebben veranderd.   ----------   (1)<W 2018-09-05/01, art. 68, 030; Inwerkingtreding : 10-09-2018>   (2)<W 2024-05-15/19, art. 114, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 214 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 1. - Aantasting van de vertrouwelijkheid van de gegevens

    Lees de volledige brontekst
    Art. 214. Ernstige aantasting van de vertrouwelijkheid van de gegevens van persoonlijke aard   Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft :   1° de Kruispuntbank en de instellingen van sociale zekerheid, hun aangestelden of hun lasthebbers die :   a) in strijd met de bepalingen van artikel 24 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, al dan niet onder hun personeel, geen veiligheidsconsulent hebben aangewezen;   b) in strijd met de bepalingen van artikel 26, § 1, eerste lid, van de voormelde wet van 15 januari 1990, de sociale gegevens van persoonlijke aard die de gezondheid betreffen, niet hebben laten bewaren door een geneesheer;   c) belast met de bewaring van de sociale gegevens van persoonlijke aard die de gezondheid betreffen, in strijd met de bepalingen van artikel 26, § 2, van de voormelde wet van 15 januari 1990, niet de voorziene nominatieve aanwijzingen hebben verricht of niet de inhoud en de draagwijdte hebben bepaald van de machtigingen tot toegang tot de sociale gegevens van persoonlijke aard die de gezondheid betreffen;   2° de instellingen van sociale zekerheid, hun aangestelden of hun lasthebbers die :   a) in strijd met de bepalingen van artikel 20, § 2, van de voormelde wet van 15 januari 1990, de verbeteringen en verwijderingen van de door hen verwerkte sociale gegevens van persoonlijke aard niet aan de Kruispuntbank hebben meegedeeld;   b) in strijd met de bepalingen van artikel 26, § 3, eerste lid, van de voormelde wet van 15 januari 1990, er niet op hebben toegezien dat de toegang tot de in de geautomatiseerde gegevensbanken opgeslagen sociale gegevens van persoonlijke aard die de gezondheid betreffen, uitsluitend geschiedt door middel van individuele toegangs- en bevoegdheidscodes;   c) in strijd met de bepalingen van artikel 26, § 3, tweede lid, van voornoemde wet van 15 januari 1990, er niet op hebben toegezien dat de bewaring in het geautomatiseerd archief van de sociale gegevens van persoonlijke aard die de gezondheid betreffen, gebeurt op niet- rechtstreeks toegankelijke informatiedragers;   3° de personen, hun aangestelden of lasthebbers die :   a) al dan niet op geregelde basis mededeling hebben verkregen van sociale gegevens van persoonlijke aard en ze [2 opzettelijk]2 hebben aangewend voor andere doeleinden dan die bepaald door of krachtens de voormelde wet van 15 januari 1990;   b) in strijd met [1 de voorwaarden opgelegd door artikel 5 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de Richtlijn 95/46/EG]1, niet de nodige maatregelen hebben getroffen om de vertrouwelijkheid van de sociale gegevens van persoonlijke aard te garanderen en ervoor te zorgen dat de betrokken gegevens uitsluitend worden aangewend voor doeleinden vastgelegd door of krachtens de voormelde wet van 15 januari 1990 of voor het vervullen van hun wettelijke verplichtingen [1 ...]1;   c) in strijd met de bepalingen van de voormelde wet van 15 januari 1990, de werking van een geautomatiseerde verwerking van sociale gegevens van het netwerk opzettelijk hebben belemmerd of aangetast, of het geheel of een deel van dergelijke verwerking, inzonderheid de daarin voorkomende gegevens of programma's, opzettelijk hebben beschadigd of vernietigd;   4° de titularissen van individuele toegangs- en bevoegdheidscodes die, in strijd met de bepalingen van artikel 26, § 3, eerste lid, van de voormelde wet van 15 januari 1990, die codes bekendmaken.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 115, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 52, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 215 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 1. - Aantasting van de vertrouwelijkheid van de gegevens

    Lees de volledige brontekst
    Art. 215.Vrijwillige aantasting van de vertrouwelijkheid van de gegevens   § 1. Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft, de personen, hun aangestelden of hun lasthebbers die :   1° door de Koning aangewezen op grond van artikel 29 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid om de gegevensbanken van de Kruispuntbank, de socialegegevensbanken of de sociale gegevens van persoonlijke aard die erin worden bewaard, te vernietigen of te doen vernietigen, met opzet hun opdracht hetzij niet hebben uitgevoerd, hetzij hebben uitgevoerd zonder de vastgestelde voorwaarden en nadere regels in acht te nemen;   2° zonder door de Koning te zijn aangewezen, met opzet de gegevensbanken van de Kruispuntbank, de sociale gegevensbanken of de sociale gegevens van persoonlijke aard die erin worden bewaard, hebben vernietigd of doen vernietigen, al dan niet met inachtneming van de krachtens artikel 29 van de voormelde wet van 15 januari 1990 vastgestelde voorwaarden en modaliteiten;   3° met een bedrieglijk opzet of teneinde nadeel te berokkenen, zich toegang hebben verschaft of zich hebben gehandhaafd in het geheel of in een deel van een geautomatiseerde verwerking van sociale gegevens van het netwerk, gegevens in het netwerk hebben ingevoerd of de daarin vervatte gegevens alsook de verwerkings- of overbrengingswijzen hebben uitgewist of gewijzigd, de werking van een geautomatiseerde verwerking van sociale gegevens van het netwerk hebben belemmerd of aangetast of het geheel of een deel van dergelijke verwerking, inzonderheid de daarin voorkomende gegevens of programma's, hebben beschadigd of vernietigd, in strijd met de bepalingen van de voormelde wet van 15 januari 1990.   De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.   § 2. Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft :   1° [1 ...]1   2° de natuurlijke personen die betrokken zijn bij de inzameling, de verwerking, de mededeling van sociale gegevens van persoonlijke aard of die kennis hebben van dergelijke gegevens en die, in strijd met de bepalingen van artikel 28 van de voormelde wet van 15 januari 1990, hun plicht om het vertrouwelijk karakter ervan te eerbiedigen, buiten de gevallen bepaald door de wet, opzettelijk niet zijn nagekomen.   § 3. Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft :   1° [1 ...]1   2° de instellingen van sociale zekerheid, hun aangestelden of lasthebbers die de opdrachten van de sociaal inspecteurs, gegeven met toepassing van artikel 40, 2°, van het Sociaal Strafwetboek, opzettelijk niet hebben uitgevoerd;   3° [2 ...]2   ----------   (1)<W 2018-09-05/01, art. 69, 030; Inwerkingtreding : 10-09-2018>   (2)<W 2024-05-15/19, art. 116, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 216 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 2. - Arbeidsongevallenverzekering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 216. Arbeidsongevallenverzekering   Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft, de verzekeringstussenpersonen, de verzekeringsondernemingen, commissarissen, lasthebbers of aangestelden ervan die meegewerkt hebben aan het sluiten of het uitvoeren van een contract dat strijdig is met de bepalingen van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en de uitvoeringsbesluiten ervan.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 217 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 3. - Benaming van het Fonds voor bestaanszekerheid en van het erkend sociaal secretariaat

    Lees de volledige brontekst
    Art. 217.Misbruik van de benamingen " Fonds voor bestaanszekerheid " en " Sociaal secretariaat "   Met een sanctie [1 van niveau 4]1 wordt bestraft, eenieder die :   1° openbaar gebruik heeft gemaakt van de benaming " Fonds voor bestaanszekerheid " voor een andere instelling dan die welke worden opgericht met toepassing van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor Bestaanszekerheid;   2° openbaar gebruik heeft gemaakt van de benaming " sociaal secretariaat " om een andere mandataris aan te duiden dan zij die, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde bepalingen, als sociaal secretariaat erkend zijn in toepassing van artikel 27, § 2, vierde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 117, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 218 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 4. - Financiering van de sociale zekerheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 218.Niet betaling van de diverse bijdragen aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid   Met een sanctie [1 van niveau 3]1 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die :   1° nagelaten heeft de voorschotten van sociale zekerheidsbijdragen en de sociale zekerheidsbijdragen te storten aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid binnen de door de Koning vastgestelde termijn, met toepassing van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;   2° de bijzondere werkgeversbijdrage op de aanvullende vergoeding in het kader van het conventioneel brugpensioen niet binnen de in 1° bedoelde termijnen heeft gestort aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid, met toepassing van de wet van 27 december 2006 (I) houdende diverse bepalingen;   3° de bijzondere werkgeversbijdrage op de aanvullende vergoeding bij sommige sociale zekerheidsuitkeringen niet binnen de in 1° bedoelde termijnen heeft gestort aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid, met toepassing van de wet van 27 december 2006 (I) houdende diverse bepalingen;   4° de bijzondere compenserende maandelijkse werkgeversbijdrage niet binnen de in 1° bedoelde termijnen heeft gestort aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid, met toepassing van de wet van 27 december 2006 (I) houdende diverse bepalingen;   5° in strijd met de wet van 27 december 2006 (I) houdende diverse bepalingen, de inhouding op de aanvullende vergoeding in het raam van een conventioneel brugpensioen of op de aanvullende vergoeding bij sommige sociale zekerheidsuitkeringen niet elk kwartaal heeft gestort aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid;   6° de verschillende bijdragen, gelijkgesteld met een sociale zekerheidsbijdrage verschuldigd krachtens de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers niet heeft gestort;   [1 7° in strijd met het koninklijk besluit van 23 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten die niet onderworpen zijn aan het stelsel van sociale zekerheid van de werknemers, met toepassing van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, de solidariteitsbijdrage op het loon van studenten, bedoeld in artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, niet heeft gestort binnen de door de Koning vastgestelde termijnen in uitvoering van de voormelde wet van 26 juli 1996;    8° de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid die verschuldigd is krachtens de artikelen 106 tot 112 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, niet gestort heeft;    9° heeft nagelaten de bijzondere bijdrage te betalen die verschuldigd is krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 november 1996 tot instelling van een bijzondere werkgeversbijdrage ter financiering van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid en de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen, in toepassing van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie;    10° heeft nagelaten de bijdragen bedoeld in artikel 38 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers te storten.]1   Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 118, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 219 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 4. - Financiering van de sociale zekerheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 219.Niet-betaling van de bijdragen aan andere organen die werkzaam zijn onder de verschillende socialezekerheidsregelingen of een bedrijfstak   Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft :   1° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die :   a) het bedrag van de aanvullende bijdrage niet heeft gestort binnen de maand volgend op het kwartaal waarin de bijdrage werd gevraagd door het kinderbijslagfonds waarbij hij is aangesloten, met toepassing van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd op 19 december 1939;   b) [4 ...]4   c) [4 ...]4   2° [4 ...]4   3° [4 ...]4   [4 Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft:    1° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die:    a) de bijdragen en premies verschuldigd met toepassing van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 niet heeft gestort aan Fedris binnen de door de Koning vastgestelde termijn;    b) de solidariteitsbijdrage niet heeft gestort aan Fedris, die hij verschuldigd is in toepassing van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970;    2° de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber die:    a) hetzij de volledige verplichte bijdrage niet heeft betaald hetzij niet binnen de termijnen heeft betaald aan het Fonds voor scheepsjongens, met toepassing van de wet van 23 september 1931 op de aanwerving van het personeel der zeevisserij;    b) de socialezekerheidsbijdragen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid niet heeft gestort binnen de door de Koning vastgestelde termijn, met toepassing van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en de uitvoeringsbesluiten ervan;    3° de natuurlijke of rechtspersonen die als hoofdzakelijke of bijkomstige bedrijvigheid de diamanthandel of de diamantnijverheid hebben en de personen die ruwe diamant invoeren, die respectievelijk de bijdrage en de compensatiebijdrage niet hebben betaald aan het Intern compensatiefonds voor de diamantsector volgens de nadere regels en de termijnen bepaald door de Koning, met toepassing van de wet van 12 april 1960 tot oprichting van een Intern compensatiefonds voor de diamantsector.]4   [4 Wat de in dit artikel bedoelde inbreuken betreft wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]4   ----------   (1)<KB 2018-05-15/05, art. 5, 029; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (2)<KB 2018-09-06/13, art. 4, 031; Inwerkingtreding : 01-01-2017>   (3)<KB 2018-09-06/13, art. 5, 031; Inwerkingtreding : 01-01-2017>   (4)<W 2024-05-15/19, art. 119, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 219 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 4. - Financiering van de sociale zekerheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 219_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.    Niet-betaling van de bijdragen aan andere organen die werkzaam zijn onder de verschillende socialezekerheidsregelingen of een bedrijfstak   Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft :   1° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die :   a) [4 ...]4   b)[5 ...]5   c) [5 ...]5   2° [5 ...]5   3° [5 ...]5   [5 Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft:    1° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die:    a) de bijdragen en premies verschuldigd met toepassing van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 niet heeft gestort aan Fedris binnen de door de Koning vastgestelde termijn;    b) de solidariteitsbijdrage niet heeft gestort aan Fedris, die hij verschuldigd is in toepassing van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970;    2° de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber die:    a) hetzij de volledige verplichte bijdrage niet heeft betaald hetzij niet binnen de termijnen heeft betaald aan het Fonds voor scheepsjongens, met toepassing van de wet van 23 september 1931 op de aanwerving van het personeel der zeevisserij;    b) de socialezekerheidsbijdragen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid niet heeft gestort binnen de door de Koning vastgestelde termijn, met toepassing van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en de uitvoeringsbesluiten ervan;    3° de natuurlijke of rechtspersonen die als hoofdzakelijke of bijkomstige bedrijvigheid de diamanthandel of de diamantnijverheid hebben en de personen die ruwe diamant invoeren, die respectievelijk de bijdrage en de compensatiebijdrage niet hebben betaald aan het Intern compensatiefonds voor de diamantsector volgens de nadere regels en de termijnen bepaald door de Koning, met toepassing van de wet van 12 april 1960 tot oprichting van een Intern compensatiefonds voor de diamantsector.]5   [5 Wat de in dit artikel bedoelde inbreuken betreft wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]5   ----------   (1)<KB 2018-05-15/05, art. 5, 029; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (2)<KB 2018-09-06/13, art. 4, 031; Inwerkingtreding : 01-01-2017>   (3)<KB 2018-09-06/13, art. 5, 031; Inwerkingtreding : 01-01-2017>   (4)<DDG 2018-04-23/18, art. 105, 037; Inwerkingtreding : 01-01-2019>   (5)<W 2024-05-15/19, art. 119, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 220 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 4. - Financiering van de sociale zekerheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 220.Niet-betaling van bijdragen aan het Fonds voor bestaanszekerheid   Met een sanctie [1 van niveau 3]1 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in overtreding met de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid en met de bepalingen van de bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, geen bijdrage heeft gestort aan het Fonds voor bestaanszekerheid binnen de termijnen en volgens de nadere regels die voorgeschreven zijn door zijn statuten.   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 120, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 220/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 9. - Inbreuken betreffende de sociale zekerheid / Afdeling 4. - Financiering van de sociale zekerheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 220/1. [1 Kosteloosheid van de voordelen toegekend door de Fondsen voor bestaanszekerheid    Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft, de Fondsen voor bestaanszekerheid, hun aangestelden of lasthebbers die, in strijd met het artikel 5bis van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid, niet de kosteloosheid waarborgen van de voordelen toegekend door de Fondsen voor bestaanszekerheid aan de rechthebbende door hen, op enigerwijze, kosten ten laste te leggen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-29/09, art. 41, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>
    Open officiële bron ↗