Gratis brononderzoek

Rijbewijs

Rijbewijscategorieën, voorwaarden en procedures.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-07-06

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

240 bronvarianten

  1. Art. 38/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38/1. [1 § 1. De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie C1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 9. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie C1 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 36, 3°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie C1.    De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie D1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 11. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie D1 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 36, 3°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie D1.    De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C+E mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie C1+E met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 10. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie C1+E nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 36, 3°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C+E waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie C1+E.    De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D+E mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie D1+E met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 12. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie D1+E nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 36, 3°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D+E waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie D1+E.    De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie B+E mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen met het oog op het behalen van code 96 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 3bis. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie B met vermelding van code 96 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 37, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie B+E waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie B met het oog op de plaatsing van code 96.    § 2. De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A of A2 mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie A1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 2. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie A1 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 35/1, tweede lid, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A of A2 waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie A1.    De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie A2 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 2, tweede lid. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie A2 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 35/1, tweede lid, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie A2.    § 3. Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie C geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie C1.    Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie D geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie D1.    Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie C+E geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie C1+E.    Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie D+E geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie D1+E.    Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A2 en van categorie A1.    Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A2 geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A1.    Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie B+E geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van B met plaatsing van code 96.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2013-11-15/04, art. 8, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 39 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39.§ 1. (Het praktisch examen bevat de volgende proeven :   1° categorie [1 AM]1 : een proef op een terrein buiten het verkeer;   2° categorie B : een proef op de openbare weg in het verkeer;   3° [2 categorie A1, A2, A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E of het plaatsen van de code 96 : een proef op een terrein buiten het verkeer en een proef op de openbare weg in het verkeer.]2.) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   (De duur van het praktische examen wordt als volgt bepaald :   1° [5 categorieën AM, A1, A2 en A : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is hoogstens drie minuten per manoeuvre en hoogstens vijftien minuten voor het geheel der manoeuvres. De duur van de proef op de openbare weg [7 mag niet korter dan dertig minuten zijn]7 ;]5   [4 1° /1 categorie B+E en het plaatsen van code 96 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is hoogstens drie minuten per manoeuvre en hoogstens vijftien minuten voor het geheel der manoeuvres. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfentwintig minuten zijn;]4   2° categorieën [2 C1, C, D1 en D]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens vijftien minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn;   3° categorie [2 C1+E en C+E]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens dertig minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn;   4° categorie [2 D1+E en D+E]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens vijfentwintig minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn.) <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   (5° categorie B : de duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten.) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 3°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   (§ 1bis. Het praktisch examen van de categorie G bestaat uit een proef op een terrein buiten het verkeer en uit een proef op de openbare weg.   De duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minimum vijftien minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten.) <KB 2006-09-01/33, art. 17, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   § 2. (De kandidaat moet, om tot de proef op de openbare weg toegelaten te worden, geslaagd zijn voor de proef op een terrein buiten het verkeer. Het slagen in deze proef blijft één jaar geldig, behalve als de kandidaat voor een rijbewijs voor de categorie C + E voor de proef op de openbare weg komt met een geleed voertuig, terwijl hij de proef op een terrein buiten het verkeer met een samenstel aflegde, en omgekeerd.) <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   [4 Dit slagen wordt vermeld op de aanvraag om een rijbewijs of op het voorlopig rijbewijs en, als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]4   Bij het slagen voor een van de twee proeven met een voertuig uitgerust met een automatische schakeling, wordt het volledige examen geacht afgelegd te zijn met dit type van voertuig. [4 Als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, wordt de code 78 vermeld op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]4   § 3. Tijdens de proef op de openbare weg met een voertuig dat niet tot de [2 categorieën A1, A2 en A]2 behoort, moet, naast de examinator, de instructeur [3 of stagiair]3 van de rijschool of de begeleider bij de scholing in het voertuig plaatsnemen. (De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, is naast de examinator, vergezeld [8 van een persoon die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B]8 .) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 4°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   (Indien het voertuig behorend tot de categorie [2 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]2 bestemd is voor het vervoer van ten hoogste twee personen, de bestuurder inbegrepen, of indien het voertuig behoort tot de categorie G, neemt alleen de examinator in het voertuig plaats.) <KB 2006-09-01/33, art. 17, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   Behalve de personen bedoeld in het eerste lid en de tolk bedoeld in § 8, mogen enkel de door de Minister of zijn gemachtigde aangeduide personen in het voertuig plaatsnemen.   § 4. Tijdens de proef op de openbare weg met een voertuig van de [2 categorie A1, A2 of A]2 neemt de examinator plaats in een voertuig dat tot de [4 categorie A2 of A of bij tijdelijke onbeschikbaarheid hiervan categorie B]4 behoort en dat de kandidaat volgt; hij deelt zijn onderrichtingen mee aan de kandidaat bij middel van een radio-inrichting.   Buiten de bestuurder van het voertuig, de tolk bedoeld in § 8 en de examinator mogen alleen personen aangeduid door de Minister of zijn gemachtigde plaatsnemen in het voertuig dat de kandidaat volgt.   § 5. De examinator weigert het examen af te nemen indien hij vaststelt dat de kandidaat bedoeld in [4 artikel 38, § 2, vierde lid]4 niet over de voorgeschrevene uitrusting beschikt of indien het voertuig geen voldoende veiligheid biedt of niet beantwoordt aan de voorschriften van dit besluit.   Hij beëindigt het examen wanneer de kandidaat onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt, in geval van tussenkomst van de instructeur of de begeleider of indien de bestuurder van het voertuig van de categorie B bedoeld in § 4 onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt of zijn onderrichtingen niet opvolgt.   § 6. De examinator vermeldt op de beoordelingsstaat, voor elk van de genoemde proeven, de door hem toegekende beoordeling alsook de daaruitvolgende beslissing dat de kandidaat geslaagd of uitgesteld is overeenkomstig de criteria vermeld in (bijlage 5). <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   § 7. De examinator bevestigt op de aanvraag om een rijbewijs, het slagen van de kandidaat voor het praktische examen met vermelding van de categorie van het voertuig waarmee hij het examen heeft afgelegd en van de datum ervan. In voorkomend geval vermeldt hij dat het examen werd afgelegd met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 13. In het geval bedoeld in artikel 48, § 2, wordt het slagen voor het praktische examen vermeld op de aanvraag om een rijbewijs door de overheid bedoeld in artikel 7.   [6 ...]6   § 8. De kandidaat, die, noch de Franse, noch de Nederlandse, noch de Duitse taal machtig is, kan zich op eigen kosten laten bijstaan door een tolk gekozen uit de beëdigde vertalers.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 32, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2012-09-20/57, art. 35, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (4)<KB 2013-01-08/01, art. 3, 038; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (5)<KB 2013-01-08/01, art. 25, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (6)<KB 2013-04-03/13, art. 5, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (7)<KB 2013-04-03/13, art. 20, 041; Inwerkingtreding : 30-04-2013>   (8)<KB 2013-12-04/05, art. 13, 044; Inwerkingtreding : 03-02-2014>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 39 · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [NOTA : artikel 39, § 3, § 5, § 6, § 7, opgeheven voor zover zij van toepassing zijn op motorvoertuigen van categorie B met uitzondering van de artikelen die betrekking hebben op het plaatsen van de code 96 bedoeld in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.] <BESL 2018-03-29/04, art. 8.7, 054; Inwerkingtreding : 01-11-2018>    § 1. (Het praktisch examen bevat de volgende proeven :   1° categorie [1 AM]1 : een proef op een terrein buiten het verkeer;   2° [11 ...]11   3° [2 categorie A1, A2, A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E of het plaatsen van de code 96 : een proef op een terrein buiten het verkeer en een proef op de openbare weg in het verkeer.]2.) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   (De duur van het praktische examen wordt als volgt bepaald :   1° [5 categorieën AM, A1, A2 en A : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is hoogstens drie minuten per manoeuvre en hoogstens vijftien minuten voor het geheel der manoeuvres. De duur van de proef op de openbare weg [7 mag niet korter dan dertig minuten zijn]7 ;]5   [4 1°/1 categorie B+E en het plaatsen van code 96 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is hoogstens drie minuten per manoeuvre en hoogstens vijftien minuten voor het geheel der manoeuvres. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfentwintig minuten zijn;]4   2° categorieën [2 C1, C, D1 en D]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens vijftien minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn;   3° categorie [2 C1+E en C+E]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens dertig minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn;   4° categorie [2 D1+E en D+E]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens vijfentwintig minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn.) <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   5° [11 ...]11   (§ 1bis. Het praktisch examen van de categorie G bestaat uit een proef op een terrein buiten het verkeer en uit een proef op de openbare weg.   De duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minimum vijftien minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten.) <KB 2006-09-01/33, art. 17, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   § 2. (De kandidaat moet, om tot de proef op de openbare weg toegelaten te worden, geslaagd zijn voor de proef op een terrein buiten het verkeer. Het slagen in deze proef blijft één jaar geldig, behalve als de kandidaat voor een rijbewijs voor de categorie C + E voor de proef op de openbare weg komt met een geleed voertuig, terwijl hij de proef op een terrein buiten het verkeer met een samenstel aflegde, en omgekeerd.) <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   [4 Dit slagen wordt vermeld op de aanvraag om een rijbewijs of op het voorlopig rijbewijs en, als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]4   Bij het slagen voor een van de twee proeven met een voertuig uitgerust met een automatische schakeling, wordt het volledige examen geacht afgelegd te zijn met dit type van voertuig. [4 Als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, wordt de code 78 vermeld op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]4   § 3. Tijdens de proef op de openbare weg met een voertuig dat niet tot de [2 categorieën A1, A2 en A]2 behoort, moet, naast de examinator, de instructeur [3 of stagiair]3 van de rijschool of de begeleider bij de scholing in het voertuig plaatsnemen. (De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, is naast de examinator, vergezeld [8 van een persoon die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B]8 .) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 4°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   (Indien het voertuig behorend tot de categorie [2 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]2 bestemd is voor het vervoer van ten hoogste twee personen, de bestuurder inbegrepen, of indien het voertuig behoort tot de categorie G, neemt alleen de examinator in het voertuig plaats.) <KB 2006-09-01/33, art. 17, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   Behalve de personen bedoeld in het eerste lid en de tolk bedoeld in § 8, mogen enkel de door de Minister of zijn gemachtigde aangeduide personen in het voertuig plaatsnemen.   § 4. Tijdens de proef op de openbare weg met een voertuig van de [2 categorie A1, A2 of A]2 neemt de examinator plaats in een voertuig dat tot de [4 categorie A2 of A of bij tijdelijke onbeschikbaarheid hiervan categorie B]4 behoort en dat de kandidaat volgt; hij deelt zijn onderrichtingen mee aan de kandidaat bij middel van een radio-inrichting.   Buiten de bestuurder van het voertuig, de tolk bedoeld in § 8 en de examinator mogen alleen personen aangeduid door de Minister of zijn gemachtigde plaatsnemen in het voertuig dat de kandidaat volgt.   § 5. De examinator weigert het examen af te nemen indien hij vaststelt dat de kandidaat bedoeld in [4 artikel 38, § 2, vierde lid]4 niet over de voorgeschrevene uitrusting beschikt of indien het voertuig geen voldoende veiligheid biedt of niet beantwoordt aan de voorschriften van dit besluit.   Hij beëindigt het examen wanneer de kandidaat onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt, in geval van tussenkomst van de instructeur of de begeleider of indien de bestuurder van het voertuig van de categorie B bedoeld in § 4 onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt of zijn onderrichtingen niet opvolgt.   [9 De kandidaat die door zijn gedrag het verloop van het examen verstoort is niet geslaagd. Deze kandidaat wordt gedurende een periode van zes maanden uitgesloten van elke deelname aan het examen.    De kandidaat die betrapt wordt op bedrog of op poging tot bedrog is niet geslaagd. De kandidaat en de personen die hebben meegewerkt aan het bedrog of de poging tot bedrog worden gedurende een periode van één jaar uitgesloten van elke deelname aan het examen.]9   § 6. De examinator vermeldt op de beoordelingsstaat, voor elk van de genoemde proeven, de door hem toegekende beoordeling alsook de daaruitvolgende beslissing dat de kandidaat geslaagd of uitgesteld is overeenkomstig de criteria vermeld in (bijlage 5). <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   § 7. De examinator bevestigt op de aanvraag om een rijbewijs, het slagen van de kandidaat voor het praktische examen met vermelding van de categorie van het voertuig waarmee hij het examen heeft afgelegd en van de datum ervan. In voorkomend geval vermeldt hij dat het examen werd afgelegd met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 13. In het geval bedoeld in artikel 48, § 2, wordt het slagen voor het praktische examen vermeld op de aanvraag om een rijbewijs door de overheid bedoeld in artikel 7.   [6 ...]6   § 8. [10 ...]10   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 32, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2012-09-20/57, art. 35, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (4)<KB 2013-01-08/01, art. 3, 038; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (5)<KB 2013-01-08/01, art. 25, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (6)<KB 2013-04-03/13, art. 5, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (7)<KB 2013-04-03/13, art. 20, 041; Inwerkingtreding : 30-04-2013>   (8)<KB 2013-12-04/05, art. 13, 044; Inwerkingtreding : 03-02-2014>   (9)<BESL 2018-03-29/04, art. 7.2, 054; Inwerkingtreding : 30-04-2018>   (10)<BESL 2018-03-29/04, art. 8.1, 054; Inwerkingtreding : 30-04-2018>   (11)<BESL 2018-03-29/04, art. 8.2, 054; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 39 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39_WAALS_GEWEST.    § 1. (Het praktisch examen bevat de volgende proeven :   1° categorie [1 AM]1 : een proef op een terrein buiten het verkeer;   2° categorie B : een proef op de openbare weg in het verkeer;   3° [2 categorie A1, A2, A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E of het plaatsen van de code 96 : een proef op een terrein buiten het verkeer en een proef op de openbare weg in het verkeer.]2.) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   (De duur van het praktische examen wordt als volgt bepaald :   1° [5 categorieën AM, A1, A2 en A : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is hoogstens drie minuten per manoeuvre en hoogstens vijftien minuten voor het geheel der manoeuvres. De duur van de proef op de openbare weg [7 mag niet korter dan dertig minuten zijn]7 ;]5   [4 1° /1 categorie B+E en het plaatsen van code 96 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is hoogstens drie minuten per manoeuvre en hoogstens vijftien minuten voor het geheel der manoeuvres. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfentwintig minuten zijn;]4   2° categorieën [2 C1, C, D1 en D]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens vijftien minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn;   3° categorie [2 C1+E en C+E]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens dertig minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn;   4° categorie [2 D1+E en D+E]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens vijfentwintig minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn.) <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   (5° categorie B : de duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten.) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 3°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   (§ 1bis. Het praktisch examen van de categorie G bestaat uit een proef op een terrein buiten het verkeer en uit een proef op de openbare weg.   De duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minimum vijftien minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten.) <KB 2006-09-01/33, art. 17, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   § 2. (De kandidaat moet, om tot de proef op de openbare weg toegelaten te worden, geslaagd zijn voor de proef op een terrein buiten het verkeer. Het slagen in deze proef blijft één jaar geldig, behalve als de kandidaat voor een rijbewijs voor de categorie C + E voor de proef op de openbare weg komt met een geleed voertuig, terwijl hij de proef op een terrein buiten het verkeer met een samenstel aflegde, en omgekeerd.) <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   [4 Dit slagen wordt vermeld op de aanvraag om een rijbewijs of op het voorlopig rijbewijs en, als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]4   Bij het slagen voor een van de twee proeven met een voertuig uitgerust met een automatische schakeling, wordt het volledige examen geacht afgelegd te zijn met dit type van voertuig. [4 Als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, wordt de code 78 vermeld op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]4   § 3. Tijdens de proef op de openbare weg met een voertuig dat niet tot de [2 categorieën A1, A2 en A]2 behoort, moet, naast de examinator, de instructeur [3 of stagiair]3 van de rijschool of de begeleider bij de scholing in het voertuig plaatsnemen. (De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, is naast de examinator, vergezeld [8 van een persoon die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B]8 .) [10 De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs met begeleider is naast de examinator, vergezeld van een begeleider die voldoet aan de voorwaarden van artikel 7/1 § 2 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B.]10 <KB 2006-07-10/30, art. 27, 4°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   (Indien het voertuig behorend tot de categorie [2 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]2 bestemd is voor het vervoer van ten hoogste twee personen, de bestuurder inbegrepen, of indien het voertuig behoort tot de categorie G, neemt alleen de examinator in het voertuig plaats.) <KB 2006-09-01/33, art. 17, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   Behalve de personen bedoeld in het eerste lid en de tolk bedoeld in § 8, mogen enkel de door de [9 Waalse Minister]9 of zijn gemachtigde aangeduide personen in het voertuig plaatsnemen.   § 4. Tijdens de proef op de openbare weg met een voertuig van de [2 categorie A1, A2 of A]2 neemt de examinator plaats in een voertuig dat tot de [4 categorie A2 of A of bij tijdelijke onbeschikbaarheid hiervan categorie B]4 behoort en dat de kandidaat volgt; hij deelt zijn onderrichtingen mee aan de kandidaat bij middel van een radio-inrichting.   Buiten de bestuurder van het voertuig, de tolk bedoeld in § 8 en de examinator mogen alleen personen aangeduid door de [9 Waalse Minister]9 of zijn gemachtigde plaatsnemen in het voertuig dat de kandidaat volgt.   § 5. De examinator weigert het examen af te nemen indien hij vaststelt dat de kandidaat bedoeld in [4 artikel 38, § 2, vierde lid]4 niet over de voorgeschrevene uitrusting beschikt of indien het voertuig geen voldoende veiligheid biedt of niet beantwoordt aan de voorschriften van dit besluit.   Hij beëindigt het examen wanneer de kandidaat onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt, in geval van tussenkomst van de instructeur of de begeleider [11 bestuurder]11 of indien de bestuurder van het voertuig van de categorie B bedoeld in § 4 onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt of zijn onderrichtingen niet opvolgt.   § 6. De examinator vermeldt op de beoordelingsstaat, voor elk van de genoemde proeven, de door hem toegekende beoordeling alsook de daaruitvolgende beslissing dat de kandidaat geslaagd of uitgesteld is overeenkomstig de criteria vermeld in (bijlage 5). <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   § 7. De examinator bevestigt op de aanvraag om een rijbewijs, het slagen van de kandidaat voor het praktische examen met vermelding van de categorie van het voertuig waarmee hij het examen heeft afgelegd en van de datum ervan. In voorkomend geval vermeldt hij dat het examen werd afgelegd met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 13. In het geval bedoeld in artikel 48, § 2, wordt het slagen voor het praktische examen vermeld op de aanvraag om een rijbewijs door de overheid bedoeld in artikel 7.   [6 ...]6   § 8. [10 De kandidaat, die noch de Franse, noch de Duitse taal machtig is, kan zich op eigen kosten laten bijstaan door een tolk in de Nederlandse taal of de Engelse taal gekozen uit de beëdigde vertalers door het examencentrum.]10   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 32, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2012-09-20/57, art. 35, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (4)<KB 2013-01-08/01, art. 3, 038; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (5)<KB 2013-01-08/01, art. 25, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (6)<KB 2013-04-03/13, art. 5, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (7)<KB 2013-04-03/13, art. 20, 041; Inwerkingtreding : 30-04-2013>   (8)<KB 2013-12-04/05, art. 13, 044; Inwerkingtreding : 03-02-2014>   (9)<BWG 2017-07-20/16, art. 11, 053; Inwerkingtreding : 01-10-2018>   (10)<BWG 2018-05-24/23, art. 13, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (11)<BWG 2024-11-28/15, art. 12, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 39 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39_VLAAMS_GEWEST.    § 1. (Het praktisch examen bevat de volgende proeven :   1° categorie [1 AM]1 : een proef op een terrein buiten het verkeer;   2° categorie B : een proef op de openbare weg in het verkeer;   3° [2 categorie A1, A2, A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E of het plaatsen van de code 96 : een proef op een terrein buiten het verkeer en een proef op de openbare weg in het verkeer.]2.) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   (De duur van het praktische examen wordt als volgt bepaald :   1° [5 categorieën AM, A1, A2 en A : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is hoogstens drie minuten per manoeuvre en hoogstens vijftien minuten voor het geheel der manoeuvres. De duur van de proef op de openbare weg [7 mag niet korter dan dertig minuten zijn]7 ;]5   [4 1° /1 categorie B+E en het plaatsen van code 96 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is hoogstens drie minuten per manoeuvre en hoogstens vijftien minuten voor het geheel der manoeuvres. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfentwintig minuten zijn;]4   2° categorieën [2 C1, C, D1 en D]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens vijftien minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn;   3° categorie [2 C1+E en C+E]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens dertig minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn;   4° categorie [2 D1+E en D+E]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens vijfentwintig minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn.) <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   (5° categorie B : de duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten.) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 3°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   (§ 1bis. Het praktisch examen van de categorie G bestaat uit een proef op een terrein buiten het verkeer en uit een proef op de openbare weg.   De duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minimum vijftien minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten.) <KB 2006-09-01/33, art. 17, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   § 2. (De kandidaat moet, om tot de proef op de openbare weg toegelaten te worden, geslaagd zijn voor de proef op een terrein buiten het verkeer. Het slagen in deze proef blijft één jaar geldig, behalve als de kandidaat voor een rijbewijs voor de categorie C + E voor de proef op de openbare weg komt met een geleed voertuig, terwijl hij de proef op een terrein buiten het verkeer met een samenstel aflegde, en omgekeerd.) <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   [4 Dit slagen wordt vermeld op de aanvraag om een rijbewijs of op het voorlopig rijbewijs en, als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]4   Bij het slagen voor een van de twee proeven met een voertuig uitgerust met een automatische schakeling, wordt het volledige examen geacht afgelegd te zijn met dit type van voertuig. [4 Als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, wordt de code 78 vermeld op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]4   § 3. Tijdens de proef op de openbare weg met een voertuig dat niet tot de [2 categorieën A1, A2 en A]2 behoort, moet, naast de examinator, de instructeur [3 of stagiair]3 van de rijschool of de begeleider bij de scholing in het voertuig plaatsnemen. (De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, is naast de examinator, vergezeld [8 van een persoon die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B]8 .) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 4°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   (Indien het voertuig behorend tot de categorie [2 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]2 bestemd is voor het vervoer van ten hoogste twee personen, de bestuurder inbegrepen, of indien het voertuig behoort tot de categorie G, neemt alleen de examinator in het voertuig plaats.) <KB 2006-09-01/33, art. 17, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   Behalve de personen bedoeld in het eerste lid en de tolk bedoeld in § 8, mogen enkel de door de [9 Vlaamse minister]9 of zijn gemachtigde aangeduide personen in het voertuig plaatsnemen.   § 4. Tijdens de proef op de openbare weg met een voertuig van de [2 categorie A1, A2 of A]2 neemt de examinator plaats in een voertuig dat tot de [4 categorie A2 of A of bij tijdelijke onbeschikbaarheid hiervan categorie B]4 behoort en dat de kandidaat volgt; hij deelt zijn onderrichtingen mee aan de kandidaat bij middel van een radio-inrichting.   Buiten de bestuurder van het voertuig, de tolk bedoeld in § 8 en de examinator mogen alleen personen aangeduid door de [9 Vlaamse minister]9 of zijn gemachtigde plaatsnemen in het voertuig dat de kandidaat volgt.   § 5. De examinator weigert het examen af te nemen indien hij vaststelt dat de kandidaat bedoeld in [4 artikel 38, § 2, vierde lid]4 niet over de voorgeschrevene uitrusting beschikt of indien het voertuig geen voldoende veiligheid biedt of niet beantwoordt aan de voorschriften van dit besluit.   Hij beëindigt het examen wanneer de kandidaat onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt, in geval van tussenkomst van de instructeur of de begeleider of indien de bestuurder van het voertuig van de categorie B bedoeld in § 4 onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt of zijn onderrichtingen niet opvolgt.   § 6. De examinator vermeldt op de beoordelingsstaat, voor elk van de genoemde proeven, de door hem toegekende beoordeling alsook de daaruitvolgende beslissing dat de kandidaat geslaagd of uitgesteld is overeenkomstig de criteria vermeld in (bijlage 5). <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   § 7. De examinator bevestigt op de aanvraag om een rijbewijs, het slagen van de kandidaat voor het praktische examen met vermelding van de categorie van het voertuig waarmee hij het examen heeft afgelegd en van de datum ervan. In voorkomend geval vermeldt hij dat het examen werd afgelegd met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 13. In het geval bedoeld in artikel 48, § 2, wordt het slagen voor het praktische examen vermeld op de aanvraag om een rijbewijs door de overheid bedoeld in artikel 7.   [6 ...]6   § 8. [10 Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, mag het praktische examen afleggen, bijgestaan door een tolk voor de talen Frans, Duits of Engels die door hem onder de beëdigde vertalers wordt gekozen. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed en mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.    Kandidaten met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich laten bijstaan door een door hem gekozen beëdigd doventolk. Onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wordt de tolk door de kandidaat vergoed. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.]10   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 32, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2012-09-20/57, art. 35, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (4)<KB 2013-01-08/01, art. 3, 038; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (5)<KB 2013-01-08/01, art. 25, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (6)<KB 2013-04-03/13, art. 5, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (7)<KB 2013-04-03/13, art. 20, 041; Inwerkingtreding : 30-04-2013>   (8)<KB 2013-12-04/05, art. 13, 044; Inwerkingtreding : 03-02-2014>   (9)<BVR 2015-07-10/11, art. 101, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>   (10)<BVR 2017-01-20/22, art. 3, 051; Inwerkingtreding : 01-03-2017>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 39 · Vlaanderen

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39_VLAAMS_GEWEST TOEKOMSTIG RECHT.    § 1. (Het praktisch examen bevat de volgende proeven :   1° categorie [1 AM]1 : een proef op een terrein buiten het verkeer;   2° categorie B : een proef op de openbare weg in het verkeer;   3° [2 categorie A1, A2, A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E of het plaatsen van de code 96 : een proef op een terrein buiten het verkeer en een proef op de openbare weg in het verkeer.]2.) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   (De duur van het praktische examen wordt als volgt bepaald :   1° [5 categorieën AM, A1, A2 en A : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is hoogstens drie minuten per manoeuvre en hoogstens vijftien minuten voor het geheel der manoeuvres. De duur van de proef op de openbare weg [7 mag niet korter dan dertig minuten zijn]7 ;]5   [4 1° /1 categorie B+E en het plaatsen van code 96 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is hoogstens drie minuten per manoeuvre en hoogstens vijftien minuten voor het geheel der manoeuvres. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfentwintig minuten zijn;]4   2° categorieën [2 C1, C, D1 en D]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens vijftien minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn;   3° categorie [2 C1+E en C+E]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens dertig minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn;   4° categorie [2 D1+E en D+E]2 : de duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minstens vijfentwintig minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet korter dan vijfenveertig minuten zijn.) <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   (5° categorie B : de duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten.) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 3°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   (§ 1bis. Het praktisch examen van de categorie G bestaat uit een proef op een terrein buiten het verkeer en uit een proef op de openbare weg.   De duur van de proef op het terrein buiten het verkeer is minimum vijftien minuten. De duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten.) <KB 2006-09-01/33, art. 17, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   § 2. (De kandidaat moet, om tot de proef op de openbare weg toegelaten te worden, geslaagd zijn voor de proef op een terrein buiten het verkeer. Het slagen in deze proef blijft één jaar geldig, behalve als de kandidaat voor een rijbewijs voor de categorie C + E voor de proef op de openbare weg komt met een geleed voertuig, terwijl hij de proef op een terrein buiten het verkeer met een samenstel aflegde, en omgekeerd.) <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   [4 Dit slagen wordt vermeld op de aanvraag om een rijbewijs of op het voorlopig rijbewijs en, als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]4   Bij het slagen voor een van de twee proeven met een voertuig uitgerust met een automatische schakeling, wordt het volledige examen geacht afgelegd te zijn met dit type van voertuig. [4 Als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, wordt de code 78 vermeld op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]4   § 3. Tijdens de proef op de openbare weg met een voertuig dat niet tot de [2 categorieën A1, A2 en A]2 behoort, moet, naast de examinator, de instructeur [3 of stagiair]3 van de rijschool of de begeleider bij de scholing in het voertuig plaatsnemen. (De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, is naast de examinator, vergezeld [8 van een persoon die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B]8 .) <KB 2006-07-10/30, art. 27, 4°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   (Indien het voertuig behorend tot de categorie [2 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]2 bestemd is voor het vervoer van ten hoogste twee personen, de bestuurder inbegrepen, of indien het voertuig behoort tot de categorie G, neemt alleen de examinator in het voertuig plaats.) <KB 2006-09-01/33, art. 17, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   Behalve de personen bedoeld in het eerste lid en de tolk bedoeld in § 8, mogen enkel de door de [9 Vlaamse minister]9 of zijn gemachtigde aangeduide personen in het voertuig plaatsnemen.   § 4. Tijdens de proef op de openbare weg met een voertuig van de [2 categorie A1, A2 of A]2 neemt de examinator plaats in een voertuig dat tot de [4 categorie A2 of A of bij tijdelijke onbeschikbaarheid hiervan categorie B]4 behoort en dat de kandidaat volgt; hij deelt zijn onderrichtingen mee aan de kandidaat bij middel van een radio-inrichting.   Buiten de bestuurder van het voertuig, de tolk bedoeld in § 8 en de examinator mogen alleen personen aangeduid door de [9 Vlaamse minister]9 of zijn gemachtigde plaatsnemen in het voertuig dat de kandidaat volgt.   § 5. De examinator weigert het examen af te nemen indien hij vaststelt dat de kandidaat bedoeld in [4 artikel 38, § 2, vierde lid]4 niet over de voorgeschrevene uitrusting beschikt of indien het voertuig geen voldoende veiligheid biedt of niet beantwoordt aan de voorschriften van dit besluit.   Hij beëindigt het examen wanneer de kandidaat onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt, in geval van tussenkomst van de instructeur of de begeleider [11 , in geval van een onregelmatigheid van de kandidaat, de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur]11 of indien de bestuurder van het voertuig van de categorie B bedoeld in § 4 onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt of zijn onderrichtingen niet opvolgt.   § 6. De examinator vermeldt op de beoordelingsstaat, voor elk van de genoemde proeven, de door hem toegekende beoordeling alsook de daaruitvolgende beslissing dat de kandidaat geslaagd of uitgesteld is overeenkomstig de criteria vermeld in (bijlage 5). <KB 2004-07-15/34, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   § 7. De examinator bevestigt op de aanvraag om een rijbewijs, het slagen van de kandidaat voor het praktische examen met vermelding van de categorie van het voertuig waarmee hij het examen heeft afgelegd en van de datum ervan. In voorkomend geval vermeldt hij dat het examen werd afgelegd met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 13. In het geval bedoeld in artikel 48, § 2, wordt het slagen voor het praktische examen vermeld op de aanvraag om een rijbewijs door de overheid bedoeld in artikel 7.   [6 ...]6   § 8. [10 Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, mag het praktische examen afleggen, bijgestaan door een tolk voor de talen Frans, Duits of Engels die door hem onder de beëdigde vertalers wordt gekozen. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed en mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.    [11 Kandidaten hebben recht op redelijke aanpassingen waarin het examencentrum voorziet. Kandidaten met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich laten bijstaan door een beëdigd doventolk die het examencentrum aanwijst, onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.]11]10   [11 In afwijking van het eerste lid kan een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, de proef gevaarherkenningstest tijdens het praktische examen voor categorie B met behulp van een audiovertaling afleggen.]11   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 32, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2012-09-20/57, art. 35, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (4)<KB 2013-01-08/01, art. 3, 038; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (5)<KB 2013-01-08/01, art. 25, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (6)<KB 2013-04-03/13, art. 5, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (7)<KB 2013-04-03/13, art. 20, 041; Inwerkingtreding : 30-04-2013>   (8)<KB 2013-12-04/05, art. 13, 044; Inwerkingtreding : 03-02-2014>   (9)<BVR 2015-07-10/11, art. 101, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>   (10)<BVR 2017-01-20/22, art. 3, 051; Inwerkingtreding : 01-03-2017>   (11)<BVR 2021-07-02/17, art. 12, 074; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 39/1 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V/1_WAALS_GEWEST. [1 Onregelmatigheden ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39/1_VLAAMS_GEWEST.   [1 Als de examinator of de medewerker van het examencentrum in het kader van het theoretische of het praktische examen meent dat er sprake is van een onregelmatigheid van de kandidaat of van de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur van de kandidaat, schort hij de evaluatie van de kandidaat op tot op het moment dat er een beslissing over de vastgestelde onregelmatigheid is genomen.    De examinator of de medewerker van het examencentrum brengt de betrokkene op de hoogte van de relevante feitelijke gegevens en van de eventuele stukken waaruit de vastgestelde onregelmatigheid blijkt.    De betrokkene wordt onmiddellijk in zijn verdediging gehoord over de onregelmatigheid die hem wordt verweten. Als de betrokkene een minderjarige kandidaat is, is een van zijn ouders of de persoon die met het ouderlijke gezag bekleed is, aanwezig tijdens de hoorzitting.    Nadat de betrokkene is gehoord of, als de betrokkene niet gehoord kon of wou worden, nadat de onmogelijkheid om de betrokkene te horen is vastgesteld, wordt onmiddellijk beslist of er zich al dan niet een onregelmatigheid heeft voorgedaan.    Naar aanleiding van de vastgestelde feiten wordt een proces-verbaal opgemaakt waarin al de volgende onderdelen zijn opgenomen:    1° de identificatie- en contactgegevens waaronder het rijksregisternummer van de betrokkene en bij een minderjarige kandidaat van de ouders of de voogden;    2° de identificatiegegevens van de medewerker van het examencentrum, vermeld in het eerste en tweede lid;    3° de identificatiegegevens van de medewerker van het examencentrum, vermeld in het zevende lid;    4° de gegevens van het theoretische of het praktische examen;    5° alle relevante feitelijke gegevens, eventueel aangevuld met alle dienstige stukken;    6° een verslag van het horen;    7° de gegevens of de stukken die de betrokkene meedeelt of bezorgt;    8° de beslissing, de opgelegde maatregelen en de motiveringen die tot de aanneming ervan hebben geleid.    Het proces-verbaal wordt in twee exemplaren opgesteld en wordt ondertekend. Een van beide exemplaren wordt met een beveiligde zending aan de betrokkene of, bij een minderjarige kandidaat, aan de ouders of de voogden van de kandidaat bezorgd. Het examencentrum bewaart het andere exemplaar en bezorgt een kopie daarvan binnen twee werkdagen aan het Departement op de wijze die het Departement bepaalt. Als de betrokkene een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur is, wordt er ook een kopie met een beveiligde zending aan de kandidaat bezorgd.    Het horen van de betrokkene, het nemen van de beslissing over de vastgestelde onregelmatigheid en de opmaak en de ondertekening van het proces-verbaal gebeurt, in alle onafhankelijkheid, door een andere medewerker van het examencentrum dan de medewerker, vermeld in het eerste en tweede lid.    Als wordt beslist dat er sprake is van een onregelmatigheid, worden al de volgende maatregelen opgelegd:    1° de kandidaat wordt uitgesteld voor het examen;    2° de betrokkene wordt uitgesloten van het afleggen van een examen of het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in de examencentra voor:    a) drie maanden in de volgende gevallen:    1) verstoring van de orde;    2) het niet-naleven van richtlijnen of instructies die examinatoren of medewerkers van het examencentrum hebben gegeven;    3) elke vorm van verbale agressie, met uitzondering van bedreigingen als vermeld in punt b);    b) zes maanden in geval van bedreigingen of in geval van fysieke agressie tegen zaken;    c) twaalf maanden in geval van een poging tot fraude of fraude of bij elke vorm van fysieke agressie tegen personen.    De betrokkene kan beroep indienen bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 47, conform de procedure, vermeld in artikel 48.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij BVR 2021-07-02/17, art. 13, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 39/1 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V/1_WAALS_GEWEST. [1 Onregelmatigheden ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39/1_WAALS_GEWEST. [1 § 1. Bij het theoretische examen, de risicoperceptietest, het technisch rijvaardigheidsexamen of het praktische examen schort de examinator of de medewerker van het examencentrum de evaluatie van een kandidaat op als hij/zij meent dat een onregelmatigheid is begaan, wordt begaan of dreigt te worden begaan, tot op het moment dat er een beslissing over de vastgestelde onregelmatigheid is genomen, overeenkomstig de in paragraaf 2 vastgestelde procedure.    § 2. De hoofdexaminator van het examencentrum of zijn gemachtigde brengt de betrokkene op de hoogte van de relevante feiten die werden vastgesteld en legt, indien nodig, elk stuk voor waaruit de vastgestelde onregelmatigheid blijkt.    Hij/Zij gaat onmiddellijk over tot het horen van de betrokkene wat betreft de onregelmatigheid die hem wordt verweten. Er wordt een verslag van het verhoor opgesteld en aan de betrokkene afgegeven.    Als de kandidaat minderjarig is, vindt het verhoor plaats in aanwezigheid van een van de ouders of de persoon die met het ouderlijke gezag bekleed is.    Als de betrokkene niet gehoord kon of wou worden, wordt de onmogelijkheid om hem te horen vastgesteld.    Na de betrokkene te hebben gehoord of na te hebben vastgesteld dat het onmogelijk is hem te horen, beslist de hoofdexaminator van het examencentrum of zijn gemachtigde of er zich al dan niet een onregelmatigheid heeft voorgedaan.    § 3. Als wordt vastgesteld dat er geen onregelmatigheid is begaan, maakt het examencentrum zo spoedig mogelijk een nieuwe afspraak met de kandidaat, zodat de kandidaat het examen of de test kan afleggen dat overeenkomstig paragraaf 1 is opgeschort.    De in artikel 63 bedoelde retributie is niet verschuldigd voor het afleggen van deze test of dit examen.    § 4. Als er een onregelmatigheid wordt vastgesteld, maakt de hoofdexaminator of zijn gemachtigde een proces-verbaal op waarin al de volgende onderdelen zijn opgenomen:    1° de identificatie- en contactgegevens waaronder het rijksregisternummer van de betrokkene en bij een minderjarige kandidaat van de ouders of de persoon die met het ouderlijke gezag bekleed is;    2° de identificatiegegevens van de examinator of de medewerker van het examencentrum, vermeld in paragraaf 1;    3° de identificatiegegevens van de hoofdexaminator of zijn gemachtigde, vermeld in paragraaf 2;    4° de gegevens van het theoretische examen, de risicoperceptietest, het technisch rijvaardigheidsexamen of het betreffende praktische examen;    5° alle relevante feiten, aangevuld, indien nodig, met alle dienstige stukken;    6° het verslag van het horen of, bij gebrek daaraan, de redenen waarom het horen niet mogelijk was;    7° de gegevens of de stukken die de betrokkene meedeelt of bezorgt;    8° de gemotiveerde beslissing waarin de begane onregelmatigheid en de overeenkomstig paragraaf 5 opgelegde maatregelen worden vermeld;    9° de middelen om in beroep te gaan ter beschikking van de betrokkene.    Het proces-verbaal wordt in twee exemplaren opgesteld en wordt ondertekend door de hoofdexaminator van het examencentrum of zijn gemachtigde. Een exemplaar wordt met een beveiligde zending aan de betrokkene of, bij een minderjarige kandidaat, aan de ouders van de kandidaat of de persoon die met het ouderlijke gezag bekleed is, bezorgd. Het examencentrum bewaart het andere exemplaar en bezorgt een kopie daarvan binnen twee werkdagen aan de Directie op de wijze die deze bepaalt. Als de betrokkene een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur is, wordt er ook een kopie met een beveiligde zending aan de kandidaat bezorgd.    § 5. In geval van onregelmatigheden worden de volgende maatregelen opgelegd:    1° de kandidaat wordt uitgesteld voor het betrokkene examen of de betrokkene test;    2° de betrokkene wordt uitgesloten van het afleggen van een examen of een test of het begeleiden van kandidaten tijdens een examen of een test in de examencentra gedurende een periode van:    a) drie maanden in geval van:    (1) verstoring van de orde;    (2) het niet-naleven van richtlijnen of instructies die examinatoren of medewerkers van het examencentrum hebben gegeven;    b) zes maanden in geval van:    (1) verbale agressie;    (2) schade aan roerende of onroerende goederen;    c) drie jaar:    (1) in geval van fraude of poging tot fraude;    (2) fysieke agressie tegen personen;    3° de in punt 2° bedoelde termijnen worden verdubbeld in geval van recidive.    Met betrekking tot 2°, c), geldt in geval van identiteitsfraude de schorsing zowel voor de kandidaat die zich inschreef voor het examen of de test als voor de persoon die het examen of de test aflegde onder de identiteit van die persoon.    Het in artikel 25 bedoelde examencentrum hangt het in het eerste lid beschreven systeem van sancties uit bij de ingang van zijn lokalen.    § 6. De kandidaat kan een beroep indienen bij de beroepscommissie bedoeld in artikel 47, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 48.    § 7. Het horen van de betrokkene, het nemen van de beslissing over de vastgestelde onregelmatigheid en de opmaak en de ondertekening van het proces-verbaal gebeurt, in alle onafhankelijkheid, door de hoofdexaminator of zijn gemachtigde. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij BWG 2024-11-28/15, art. 13, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 39/2 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V/1_WAALS_GEWEST. [1 Onregelmatigheden ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39/2_VLAAMS_GEWEST.   [1 Als het Departement nadat de kandidaat het theoretische of het praktische examen heeft afgelegd, kennis krijgt van fraude of van een poging tot fraude door de kandidaat of door de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur van de kandidaat in het kader van dat examen, deelt het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde dat mee aan de betrokkene. Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde brengt de betrokkene daarbij op de hoogte van de relevante feitelijke gegevens en van de eventuele stukken waaruit de vastgestelde onregelmatigheid blijkt.    Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde informeert de betrokkene in de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, over de mogelijkheid om met een aangetekende brief of op elektronische wijze een schriftelijk verweer te richten binnen dertig dagen na de datum van de kennisgeving, vermeld in het eerste lid.    Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde beslist of er zich al dan niet een onregelmatigheid heeft voorgedaan. Die beslissing wordt genomen binnen dertig dagen na de dag waarop het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde het schriftelijke verweer heeft ontvangen, of, als hij niet tijdig een schriftelijk verweer heeft ontvangen, binnen dertig dagen nadat de termijn, vermeld in het tweede lid, is verstreken, bij gebreke waaraan het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde wordt geacht af te zien van een maatregel.    Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde maakt naar aanleiding van de vastgestelde feiten een proces-verbaal op waarin al de volgende elementen worden vermeld:    1° de identificatie- en contactgegevens waaronder het rijksregisternummer van de betrokkene en bij een minderjarige kandidaat van de ouders of de voogden;    2° de identificatiegegevens van het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde;    3° de gegevens van het theoretische of het praktische examen;    4° alle relevante feitelijke gegevens, eventueel aangevuld met alle dienstige stukken;    5° een samenvatting van het schriftelijke verweer;    6° de gegevens of de stukken die de betrokkene meedeelt of bezorgt;    7° de beslissing, de opgelegde maatregelen en de motiveringen die tot de aanneming ervan hebben geleid.    Het proces-verbaal wordt in twee exemplaren opgesteld en wordt door het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde ondertekend. Een van beide exemplaren wordt met een beveiligde zending aan de betrokkene of, bij een minderjarige kandidaat, aan de ouders of de voogden van de kandidaat bezorgd. Het Departement bewaart het andere exemplaar en bezorgt een kopie daarvan binnen twee werkdagen aan het examencentrum waar het examen is afgelegd op de wijze die het Departement bepaalt. Als de betrokkene een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur is, wordt er ook een kopie met een beveiligde zending aan de kandidaat bezorgd.    De beslissing van het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde dat er sprake is van een onregelmatigheid, heeft al de volgende gevolgen:    1° het examen van de kandidaat wordt ongeldig verklaard;    2° het examenresultaat wordt gewijzigd in een uitstel voor het examen;    3° de betrokkene wordt voor twaalf maanden uitgesloten van het afleggen van een examen of van het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in de examencentra.    De betrokkene kan beroep indienen bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 47, conform de procedure, vermeld in artikel 48.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij BVR 2021-07-02/17, art. 13, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 39/2 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V/1_WAALS_GEWEST. [1 Onregelmatigheden ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39/2_WAALS_GEWEST. [1 . § 1. Als de Directie nadat de kandidaat het theoretische examen, de risicoperceptietest, het technisch rijvaardigheidsexamen of het praktische examen heeft afgelegd, kennis krijgt van fraude of van een poging tot fraude door de kandidaat of door de begeleider, de instructeur, de stagiair-instructeur of enig andere persoon in het kader van dat examen, brengt het hoofd van de Directie de betrokkene op de hoogte, met een beveiligde zending, van de relevante feiten waarvan hij/zij in kennis is gesteld en, in voorkomend geval, van elk stuk tot vastlegging van de onregelmatigheid die werd vastgesteld.    § 2. In de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving wordt vermeld dat de betrokkene binnen dertig dagen na de datum van de kennisgeving met een aangetekende brief of op elektronische wijze een schriftelijk verweer kan richten.    De directeur van de Directie kan, in voorkomend geval, de betrokkene oproepen voor een hoorzitting over de vastgestelde onregelmatigheid. De betrokkene kan in zijn schriftelijk verweer ook vragen om te worden gehoord.    De directeur van de Directie beslist of er al dan niet een onregelmatigheid is begaan, naargelang het geval, binnen dertig dagen na:    1° de ontvangst van het schriftelijk verweer;    2° de datum van de hoorzitting;    3° het verstrijken van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde termijn in geval van niet-ontvangst van de verweermiddelen binnen die termijn.    Indien binnen de in lid 1 bedoelde termijn geen besluit is genomen, wordt de directeur van de Directie geacht van alle maatregelen te hebben afgezien.    § 3. Indien de in paragraaf 1 bedoelde feiten zijn vastgesteld, maakt de directeur van de Directie een verslag op waarin al de volgende elementen worden vermeld:    1° de identificatie- en contactgegevens waaronder het rijksregisternummer van de betrokkene en bij een minderjarige kandidaat van de ouders of de persoon die met het ouderlijke gezag bekleed is;    2° de identificatiegegevens van de directeur van de Directie;    3° de gegevens van het theoretische examen, de risicoperceptietest, het technisch rijvaardigheidsexamen of het betreffende praktische examen;    4° alle relevante feiten, aangevuld, in voorkomend geval, met alle dienstige stukken;    5° een samenvatting van het schriftelijk verweer van de betrokkene of, bij gebreke daaraan, de vermelding dat geen schriftelijk verweer werd ontvangen binnen de termijn;    6° in voorkomend geval, het verslag van het verhoor van de betrokkene;    7° de gegevens of de stukken die de betrokkene meedeelt of bezorgt;    8° de gemotiveerde beslissing waarin de fraude of poging tot fraude en de overeenkomstig paragraaf 4 opgelegde maatregelen worden vermeld;    9° de middelen om in beroep te gaan ter beschikking van de betrokkene.    Het proces-verbaal wordt in twee exemplaren opgesteld en wordt ondertekend door de directeur van de Directie. Een exemplaar wordt met een beveiligde zending aan de betrokkene of, bij een minderjarige kandidaat, aan de ouders van de kandidaat of de persoon die met het ouderlijke gezag bekleed is, bezorgd. De Directie bewaart het andere exemplaar en bezorgt een kopie daarvan binnen twee werkdagen aan het examencentrum waar het examen is afgelegd op de wijze die de Directie bepaalt.    Als de betrokkene een begeleider, een instructeur, een stagiair-instructeur of enige andere persoon is, wordt er ook een kopie met een beveiligde zending aan de kandidaat bezorgd.    § 4. Indien de directeur van de Directie besluit dat tijdens het examen of de test een onregelmatigheid is begaan, zoals fraude of een poging tot fraude:    1° het betrokken examen of de betrokken test ongeldig wordt verklaard en het resultaat van de kandidaat een mislukking is;    2° de betrokkene wordt voor een periode van drie jaar uitgesloten van het presenteren van een examen of het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in examencentra.    Betreffende het punt 2° wordt de periode verdubbeld in geval van recidive.    In geval van identiteitsfraude geldt de schorsing zowel voor de kandidaat die zich voor het examen of de test heeft ingeschreven als voor de persoon die het examen of de test heeft afgelegd onder de identiteit van die persoon.    § 5. De kandidaat kan een beroep indienen bij de beroepscommissie bedoeld in artikel 47, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 48. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij BWG 2024-11-28/15, art. 14, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 39/3 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V/1_WAALS_GEWEST. [1 Onregelmatigheden ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39/3_VLAAMS_GEWEST.   [1 Het examen dat wordt afgelegd na het examen waar een onregelmatigheid is vastgesteld maar vóór de datum van de beslissing tot uitsluiting wegens een onregelmatigheid, en het examen dat wordt afgelegd gedurende de periode waarin de kandidaat uitgesloten is van het afleggen van een examen wegens een onregelmatigheid, zijn ongeldig en het examenresultaat wordt gewijzigd in een uitstel.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij BVR 2021-07-02/17, art. 13, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 39/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V/1_WAALS_GEWEST. [1 Onregelmatigheden ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39/3_. [1 Is ongeldig:    1° elke test of elk examen afgelegd na een test of examen waar een onregelmatigheid is vastgesteld maar vóór de datum van de beslissing tot uitsluiting wegens een onregelmatigheid;    2° elke test of elk examen afgelegd gedurende de periode waarin de kandidaat uitgesloten is van het afleggen van een examen wegens een onregelmatigheid.    Het resultaat van de ongeldig gemaakte test of examen wordt gewijzigd in een mislukken. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij BWG 2024-11-28/15, art. 13, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 40 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling VI. - Geneeskundig onderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 40. De lichaamsgebreken en aandoeningen bedoeld in artikel 23, § 1, 3° van de wet zijn bepaald in bijlage 6.
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 41 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling VI. - Geneeskundig onderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 41.§ 1. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de (categorie [1 AM]1 [2 , A1, A2, A]2, B, B+E of G) ondertekent (of op de aanvraag om een voorlopige rijbewijs), een verklaring waarin hij op zijn woord van eer bevestigt, bij zijn weten niet te lijden aan een van de in bijlage 6, voorgeschreven voor de groep 1, genoemde lichaamsgebreken of aandoeningen. Deze verklaring omvat een gedeelte betreffende de algemene lichamelijke en psychische geschiktheid en een gedeelte betreffende het gezichtsvermogen. <KB 2006-07-10/30, art. 28, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   Elke kandidaat die geen houder is van een Belgisch of Europees rijbewijs, moet bij het theoretische examen een leestest afleggen voor de examinator of de aangestelde bedoeld in artikel 25, § 1, volgens de nadere regels die gezamenlijk door de Minister en door zijn collega tot wiens bevoegdheid Volksgezondheid behoort, worden bepaald.   § 2. De kandidaat die oordeelt dat hij het gedeelte van de verklaring betreffende de algemene lichamelijke en psychische geschiktheid niet kan ondertekenen, ondergaat een onderzoek bij een vrij gekozen geneesheer. De geneesheer vraagt, in voorkomend geval, het verslag van een geneesheer specialist overeenkomstig de bepalingen van bijlage 6.   Behalve in het geval bedoeld in artikel 45, oordeelt de geneesheer of de kandidaat voldoet aan de criteria vastgesteld in bijlage 6, I, II, IV en V en stelt het attest op zoals bedoeld in bijlage 6, VII.   § 3. De kandidaat die oordeelt dat hij het gedeelte van de verklaring betreffende het gezichtsvermogen niet kan ondertekenen of die niet voldoet bij de leestest bedoeld in § 1, ondergaat een onderzoek bij een vrij gekozen oogarts.   De oogarts oordeelt of de kandidaat voldoet aan de criteria vastgesteld in bijlage 6, III en stelt het attest op zoals bedoeld in bijlage 6, VIII.   § 4. Indien de geneesheer bedoeld in §§ 2 en 3 oordeelt dat de toelating tot sturen moet afhankelijk gesteld worden van bepaalde voorwaarden of beperkingen bij het gebruik van het rijbewijs, maakt hij daarvan melding op het attest uitgereikt aan de kandidaat in de vorm van de codes, zoals voorgeschreven in bijlage 7.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 33, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 41 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling VI. - Geneeskundig onderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 41_WAALS_GEWEST.    § 1. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de (categorie [1 AM]1 [2 , A1, A2, A]2, B, B+E of G) ondertekent (of op de aanvraag om een voorlopige rijbewijs), een verklaring waarin hij op zijn woord van eer bevestigt, bij zijn weten niet te lijden aan een van de in bijlage 6, voorgeschreven voor de groep 1, genoemde lichaamsgebreken of aandoeningen. Deze verklaring omvat een gedeelte betreffende de algemene lichamelijke en psychische geschiktheid en een gedeelte betreffende het gezichtsvermogen. <KB 2006-07-10/30, art. 28, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   Elke kandidaat die geen houder is van een Belgisch of Europees rijbewijs, moet bij het theoretische examen een leestest afleggen voor de examinator of de aangestelde bedoeld in artikel 25, § 1, volgens de nadere regels die gezamenlijk door de [3 Waalse Minister]3 en door zijn collega tot wiens bevoegdheid Volksgezondheid behoort, worden bepaald.   § 2. De kandidaat die oordeelt dat hij het gedeelte van de verklaring betreffende de algemene lichamelijke en psychische geschiktheid niet kan ondertekenen, ondergaat een onderzoek bij een vrij gekozen geneesheer. De geneesheer vraagt, in voorkomend geval, het verslag van een geneesheer specialist overeenkomstig de bepalingen van bijlage 6.   Behalve in het geval bedoeld in artikel 45, oordeelt de geneesheer of de kandidaat voldoet aan de criteria vastgesteld in bijlage 6, I, II, IV en V en stelt het attest op zoals bedoeld in bijlage 6, VII.   § 3. De kandidaat die oordeelt dat hij het gedeelte van de verklaring betreffende het gezichtsvermogen niet kan ondertekenen of die niet voldoet bij de leestest bedoeld in § 1, ondergaat een onderzoek bij een vrij gekozen oogarts.   De oogarts oordeelt of de kandidaat voldoet aan de criteria vastgesteld in bijlage 6, III en stelt het attest op zoals bedoeld in bijlage 6, VIII.   § 4. Indien de geneesheer bedoeld in §§ 2 en 3 oordeelt dat de toelating tot sturen moet afhankelijk gesteld worden van bepaalde voorwaarden of beperkingen bij het gebruik van het rijbewijs, maakt hij daarvan melding op het attest uitgereikt aan de kandidaat in de vorm van de codes, zoals voorgeschreven in bijlage 7.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 33, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<BWG 2017-07-20/16, art. 12, 053; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 41 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling VI. - Geneeskundig onderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 41_VLAAMS_GEWEST.    § 1. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de (categorie [1 AM]1 [2 , A1, A2, A]2, B, B+E of G) ondertekent (of op de aanvraag om een voorlopige rijbewijs), een verklaring waarin hij op zijn woord van eer bevestigt, bij zijn weten niet te lijden aan een van de in bijlage 6, voorgeschreven voor de groep 1, genoemde lichaamsgebreken of aandoeningen. Deze verklaring omvat een gedeelte betreffende de algemene lichamelijke en psychische geschiktheid en een gedeelte betreffende het gezichtsvermogen. <KB 2006-07-10/30, art. 28, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   Elke kandidaat die geen houder is van een Belgisch of Europees rijbewijs, moet bij het theoretische examen een leestest afleggen voor de examinator of de aangestelde bedoeld in artikel 25, § 1, volgens de nadere regels die gezamenlijk door de [3 Vlaamse minister]3 en door zijn collega tot wiens bevoegdheid Volksgezondheid behoort, worden bepaald.   § 2. De kandidaat die oordeelt dat hij het gedeelte van de verklaring betreffende de algemene lichamelijke en psychische geschiktheid niet kan ondertekenen, ondergaat een onderzoek bij een vrij gekozen geneesheer. De geneesheer vraagt, in voorkomend geval, het verslag van een geneesheer specialist overeenkomstig de bepalingen van bijlage 6.   Behalve in het geval bedoeld in artikel 45, oordeelt de geneesheer of de kandidaat voldoet aan de criteria vastgesteld in bijlage 6, I, II, IV en V en stelt het attest op zoals bedoeld in bijlage 6, VII.   § 3. De kandidaat die oordeelt dat hij het gedeelte van de verklaring betreffende het gezichtsvermogen niet kan ondertekenen of die niet voldoet bij de leestest bedoeld in § 1, ondergaat een onderzoek bij een vrij gekozen oogarts.   De oogarts oordeelt of de kandidaat voldoet aan de criteria vastgesteld in bijlage 6, III en stelt het attest op zoals bedoeld in bijlage 6, VIII.   § 4. Indien de geneesheer bedoeld in §§ 2 en 3 oordeelt dat de toelating tot sturen moet afhankelijk gesteld worden van bepaalde voorwaarden of beperkingen bij het gebruik van het rijbewijs, maakt hij daarvan melding op het attest uitgereikt aan de kandidaat in de vorm van de codes, zoals voorgeschreven in bijlage 7.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 33, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<BVR 2015-07-10/11, art. 102, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 42 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling VI. - Geneeskundig onderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 42.De kandidaat voor een rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]1 moet een onderzoek ondergaan dat vaststelt of hij voldoet aan de normen voorgeschreven in bijlage 6 voor de groep 2.   Het onderzoek wordt ondergaan overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 44.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 34, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 43 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling VI. - Geneeskundig onderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 43.Worden eveneens gehouden om het onderzoek bedoeld in artikel 42 te ondergaan, de houders, van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig voor de [2 categorie A1, A2, A]2, B of B+E of voor een gelijkwaardige categorie, wanneer ze beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 3, § 1 en zij een voertuig bestemd voor een van de hierna genoemde vervoersdiensten besturen :   1° de diensten voor geregeld, bijzondere vormen van geregeld en ongeregeld vervoer, respectievelijk bedoeld in de artikelen 3, 11 en 14 van de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met autocar;   2° [1 de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur bedoeld in artikel 6, § 1, X, 8° van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980;]1   3° [1 ...]1   4° (...); <KB 2008-10-31/30, art. 1, a) 023; Inwerkingtreding : 15-11-2008>   5° (...); <KB 2008-10-31/30, art. 1, a) 023; Inwerkingtreding : 15-11-2008>   6° (het vervoer van personen met ambulance, zoals bedoeld in [1 artikel 1, § 2, 68]1 , van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.) <ARW 2007-05-16/38, art. 2, b), 003; Inwerkingtreding : 23-06-2007>   7° het bezoldigde leerlingenvervoer.   De instructeurs van de rijscholen die het praktische onderricht voorgeschreven in artikel 15 verstrekken, zijn eveneens gehouden om het onderzoek bedoeld in artikel 42 te ondergaan.   ----------   (1)<KB 2010-09-10/01, art. 4, 029; Inwerkingtreding : 15-09-2010>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 35, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 44 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling VI. - Geneeskundig onderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 44.§ 1. Het onderzoek bedoeld in artikel 42 wordt afgelegd voor een geneesheer van een medisch centrum van [2 het Bestuur van de medische expertise]2.   De aanvrager legt een verklaring voor waarin hij op zijn woord van eer bevestigt, bij zijn weten niet aangetast te zijn door een aandoening die het normaal besturen van een voertuig, zelfs tijdelijk, zou kunnen verhinderen of belemmeren en deelt het resultaat mee dat hij bekwam bij een eventueel vorig geneeskundig onderzoek. Het model van deze verklaring komt voor in bijlage 6, IX.   Hij legt bovendien het verslag voor van een oogarts waarvan het model bepaald is in bijlage 6, X.   § 2. Als de geneesheer van [2 het Bestuur van de medische expertise]2 besluit tot de ongeschiktheid van de kandidaat of de beslissing laat afhangen van voorwaarden of beperkingen, kan deze laatste een beroep instellen bij [2 dat Bestuur]2. Het beroep wordt ingeleid bij ter post aangetekende brief, binnen de tien werkdagen na de betekening van de beslissing. De verzoeker wijst in deze brief de geneesheer aan die hem tijdens de procedure zal bijstaan.   [2 Het Bestuur van de medische expertise]2 deelt zonder verwijl aan die geneesheer de medische gegevens mee die de beslissing hebben gemotiveerd.   Binnen de tien werkdagen, volgend op de mededeling van het dossier, kan de geneesheer aangewezen door de verzoeker :   1° hetzij zijn akkoord betuigen met de beslissing;   2° hetzij een tegensprekelijke raadpleging vragen met de geneesheer die de beslissing heeft genomen of, bij verhindering, met zijn plaatsvervanger;   3° hetzij een rapport neerleggen waarin de argumenten die de beslissing motiveerden, weerlegd worden.   In geval van akkoord tussen de onderzoekende geneesheer en deze die door de verzoeker werd gekozen, wordt de beslissing dienovereenkomstig gehandhaafd of gewijzigd.   Indien de twee geneesheren het onderling niet eens kunnen worden, wordt een arbitrageonderzoek gedaan door de hoofdgeneesheer van [2 het Bestuur van de medische expertise]2 of door zijn gemachtigde, die de verzoeker nog niet heeft onderzocht tijdens het geneeskundig onderzoek of de tegensprekelijke raadpleging. Bij het arbitrageonderzoek mag de verzoeker zich laten bijstaan door de door hem gekozen geneesheer.   Na afloop van het arbitrageonderzoek is de beslissing daaromtrent definitief.   § 3. De verzoeker betaalt voor elk onderzoek de retributie die vastgesteld wordt door de Minister tot wiens bevoegdheid [2 het Bestuur van de medische expertise]2 behoort alsook, in voorkomend geval, de honoraria en kosten van de geneesheer die hij gekozen heeft om hem bij te staan bij de beroepsprocedure.   § 4. In afwijking van de bepalingen van § 1, kan het onderzoek bedoeld in artikel 42 afgelegd worden voor :   1° een geneesheer van een erkende Arbeidsgeneeskundige Dienst. Wanneer de Arbeidsgeneesheer tot de ongeschiktheid van de kandidaat besluit of de beslissing laat afhangen van voorwaarden of beperkingen kan beroep ingesteld worden volgens de bepalingen betreffende de beslissingen van de Arbeidsgeneesheer voorgeschreven in het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming;   2° een geneesheer van het "Office communautaire et Régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi", van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (, Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft) of van het "Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle"; <KB 2004-03-22/35, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   3° een geneesheer van de medische dienst van het leger;   4° een geneesheer van een [1 centrum voor leerlingenbegeleiding]1 ;   5° een geneesheer van de (medische dienst van de federale politie). <KB 2002-09-05/35, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2002>   De aanvrager legt aan de onderzoekende geneesheer de verklaring voor, zoals voorgeschreven in § 1, tweede lid.   § 5. De in §§ 1 en 4 bedoelde geneesheer levert aan de aanvrager een attest af, overeenkomstig het in bijlage 6, XI voorgeschreven model.   Indien de geneesheer oordeelt dat de toelating tot sturen moet afhankelijk gesteld worden van de verplichting om bepaalde types van voertuigen of om een speciaal aangepast voertuig of om een voertuig uitgerust met een automatische schakeling te gebruiken of van bepaalde voorwaarden of beperkingen bij het gebruik van het rijbewijs, maakt hij daarvan melding op het attest uitgereikt aan de kandidaat, in de vorm van de codes, bepaald in bijlage 7.   (Het attest is vijf jaar geldig. Het kan evenwel afgegeven worden voor een kortere geldigheidsduur overeenkomstig de bepalingen van bijlage 6.) <KB 2007-05-04/35, art. 64, 019; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   ----------   (1)<KB 2010-09-10/01, art. 5, 029; Inwerkingtreding : 15-09-2010>   (2)<KB 2013-12-01/08, art. 54, 045; Inwerkingtreding : 23-12-2013>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 44 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling VI. - Geneeskundig onderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 44_WAALS_GEWEST.    § 1. Het onderzoek bedoeld in artikel 42 wordt afgelegd voor een geneesheer van een medisch centrum van [2 het Bestuur van de medische expertise]2.   De aanvrager legt een verklaring voor waarin hij op zijn woord van eer bevestigt, bij zijn weten niet aangetast te zijn door een aandoening die het normaal besturen van een voertuig, zelfs tijdelijk, zou kunnen verhinderen of belemmeren en deelt het resultaat mee dat hij bekwam bij een eventueel vorig geneeskundig onderzoek. Het model van deze verklaring komt voor in bijlage 6, IX.   Hij legt bovendien het verslag voor van een oogarts waarvan het model bepaald is in bijlage 6, X.   § 2. Als de geneesheer van [2 het Bestuur van de medische expertise]2 besluit tot de ongeschiktheid van de kandidaat of de beslissing laat afhangen van voorwaarden of beperkingen, kan deze laatste een beroep instellen bij [2 dat Bestuur]2. Het beroep wordt ingeleid bij ter post aangetekende brief, binnen de tien werkdagen na de betekening van de beslissing. De verzoeker wijst in deze brief de geneesheer aan die hem tijdens de procedure zal bijstaan.   [2 Het Bestuur van de medische expertise]2 deelt zonder verwijl aan die geneesheer de medische gegevens mee die de beslissing hebben gemotiveerd.   Binnen de tien werkdagen, volgend op de mededeling van het dossier, kan de geneesheer aangewezen door de verzoeker :   1° hetzij zijn akkoord betuigen met de beslissing;   2° hetzij een tegensprekelijke raadpleging vragen met de geneesheer die de beslissing heeft genomen of, bij verhindering, met zijn plaatsvervanger;   3° hetzij een rapport neerleggen waarin de argumenten die de beslissing motiveerden, weerlegd worden.   In geval van akkoord tussen de onderzoekende geneesheer en deze die door de verzoeker werd gekozen, wordt de beslissing dienovereenkomstig gehandhaafd of gewijzigd.   Indien de twee geneesheren het onderling niet eens kunnen worden, wordt een arbitrageonderzoek gedaan door de hoofdgeneesheer van [2 het Bestuur van de medische expertise]2 of door zijn gemachtigde, die de verzoeker nog niet heeft onderzocht tijdens het geneeskundig onderzoek of de tegensprekelijke raadpleging. Bij het arbitrageonderzoek mag de verzoeker zich laten bijstaan door de door hem gekozen geneesheer.   Na afloop van het arbitrageonderzoek is de beslissing daaromtrent definitief.   § 3. De verzoeker betaalt voor elk onderzoek de retributie die vastgesteld wordt door de Minister tot wiens bevoegdheid [2 het Bestuur van de medische expertise]2 behoort alsook, in voorkomend geval, de honoraria en kosten van de geneesheer die hij gekozen heeft om hem bij te staan bij de beroepsprocedure.   § 4. In afwijking van de bepalingen van § 1, kan het onderzoek bedoeld in artikel 42 afgelegd worden voor :   1° een geneesheer van een erkende Arbeidsgeneeskundige Dienst. Wanneer de Arbeidsgeneesheer tot de ongeschiktheid van de kandidaat besluit of de beslissing laat afhangen van voorwaarden of beperkingen kan beroep ingesteld worden volgens de bepalingen betreffende de beslissingen van de Arbeidsgeneesheer voorgeschreven in het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming;   2° een geneesheer van het "Office communautaire et Régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi", [4 en van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding]4 (, van Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft)[4 of van het Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle]4; <KB 2004-03-22/35, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   3° een geneesheer van de medische dienst van het leger;   4° een geneesheer van een [1 centrum voor leerlingenbegeleiding]1 ;   5° een geneesheer van de (medische dienst van de federale politie). <KB 2002-09-05/35, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2002>   De aanvrager legt aan de onderzoekende geneesheer de verklaring voor, zoals voorgeschreven in § 1, tweede lid.   § 5. De in §§ 1 en 4 bedoelde geneesheer levert aan de aanvrager een attest af, overeenkomstig het in bijlage 6, XI voorgeschreven model.   Indien de geneesheer oordeelt dat de toelating tot sturen moet afhankelijk gesteld worden van de verplichting om bepaalde types van voertuigen of om een speciaal aangepast voertuig of om een voertuig uitgerust met een automatische schakeling te gebruiken of van bepaalde voorwaarden of beperkingen bij het gebruik van het rijbewijs, maakt hij daarvan melding op het attest uitgereikt aan de kandidaat, in de vorm van de codes, bepaald in bijlage 7.   (Het attest is vijf jaar geldig. Het kan evenwel afgegeven worden voor een kortere geldigheidsduur overeenkomstig de bepalingen van bijlage 6.) <KB 2007-05-04/35, art. 64, 019; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   ----------   (1)<KB 2010-09-10/01, art. 5, 029; Inwerkingtreding : 15-09-2010>   (2)<KB 2013-12-01/08, art. 54, 045; Inwerkingtreding : 23-12-2013>   (3)<BWG 2017-07-20/16, art. 13, 053; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (4)<BWG 2018-05-24/23, art. 14, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
    Open officiële bron ↗