Gratis brononderzoek

Rijbewijs

Rijbewijscategorieën, voorwaarden en procedures.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-07-06

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

240 bronvarianten

  1. Art. 34 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 34_WAALS_GEWEST.   [1 Een kandidaat die voldoet aan de volgende voorwaarden, kan tot het praktische examen worden toegelaten:    1° hij/zij is sinds minder dan drie jaar geslaagd voor het theoretische examen van het Waalse Gewest of is daarvan vrijgesteld;    2° hij/zij heeft de minimumleeftijd voor het behalen van een rijbewijs, vermeld in artikel 18 en 19, bereikt;    3° hij/zij is niet wegens een onregelmatigheid uitgesloten van het afleggen van een examen;    4° hij/zij biedt zich aan met een begeleider, een instructeur, een stagiair-instructeur of enige andere persoon die niet wegens een onregelmatigheid uitgesloten is van het begeleiden van kandidaten tijdens een examen.]1   (Het praktisch examen kan op zijn vroegst één maand na de afgifte van het voorlopige rijbewijs model 3 plaatsvinden.) <KB 2006-07-10/30, art. 24, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>      ----------   (1)<BWG 2024-11-28/15, art. 7, 083; Inwerkingtreding : 01-01-2026>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 34 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 34_VLAAMS_GEWEST.    [1 Een kandidaat die voldoet aan al de volgende voorwaarden, kan tot het praktische examen worden toegelaten:    1° de kandidaat is sinds minder dan drie jaar geslaagd voor het theoretische examen of is daarvan vrijgesteld;    2° de kandidaat heeft de minimumleeftijd voor het behalen van een rijbewijs, vermeld in artikel 18 en 19, bereikt;    3° de kandidaat is niet wegens een onregelmatigheid uitgesloten van het afleggen van een examen;    4° de kandidaat biedt zich aan met een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur die niet wegens een onregelmatigheid uitgesloten is van het begeleiden van kandidaten tijdens een examen.]1   (Het praktisch examen kan op zijn vroegst één maand na de afgifte van het voorlopige rijbewijs model 3 plaatsvinden.) <KB 2006-07-10/30, art. 24, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>      ----------   (1)<BVR 2021-07-02/17, art. 7, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 34 · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 34_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [NOTA : artikel34, opgeheven voor zover zij van toepassing zijn op motorvoertuigen van categorie B met uitzondering van de artikelen die betrekking hebben op het plaatsen van de code 96 bedoeld in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.] <BESL 2018-03-29/04, art. 8.7, 054; Inwerkingtreding : 01-11-2018>    Om toegelaten te worden tot het praktische examen moet de kandidaat sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretische examen of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28.   (Het praktisch examen kan op zijn vroegst één maand na de afgifte van het voorlopige rijbewijs model 3 plaatsvinden.) <KB 2006-07-10/30, art. 24, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 35 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35.Om toegelaten te worden tot het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de (categorie [3 AM B+E of G]3, legt de kandidaat voor : <KB 2006-09-01/33, art. 15, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   1° één der documenten bedoeld in artikel 3, § 1;   2° een van de hierna opgesomde documenten :   a) (de aanvraag om een rijbewijs waarop het attest van slagen voor of vrijstelling van het theoretische examen is aangebracht indien het gaat over een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [3 AM B+E of G]3.   De kandidaat legt bovendien hetzij een getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool, hetzij het Europees rijbewijs of het buitenlands rijbewijs waarvan hij houder is, voor. Die bepaling is niet van toepassing op de kandidaat voor een rijbewijs geldig voor de categorie G.   De aanvraag omvat de verklaring voorgeschreven in artikel 41, § 1 of is vergezeld van, naargelang het geval, één of twee van de attesten voorgeschreven in artikel 41, § 2 en § 3 of in artikel 45, tweede lid.) <KB 2007-08-24/31, art. 6, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   b) (het nog geldige voorlopige rijbewijs. Het voorlopige rijbewijs is, in voorkomend geval, [4 vergezeld van een bewijs]4 dat de lesuren voorgeschreven na twee mislukkingen gevolgd zijn.) <KB 2006-07-10/30, art. 25, 2°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   c) [2 het rijbewijs geldig voor categorie A1 of A2 afgegeven sinds minstens twee jaar en een getuigschrift van onderricht afgegeven door een rijschool, indien het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor respectievelijk categorie A2 of A.]2   d) [5 ...]5   3° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;   4° behalve wanneer het gaat om een voertuig van de categorie [1 AM]1, het inschrijvingsbewijs van het voertuig en het groene keuringsbewijs van het voertuig als dat onderworpen is aan de technische controle en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;   5° in voorkomend geval, de documenten voorgeschreven in 3° en 4° voor het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4;   6° het gelijkvormigheidsattest voor het voertuig van de categorie [1 AM]1;   7° het Belgische of Europese rijbewijs, geldig voor de categorie B of voor een gelijkwaardige categorie, indien het een kandidaat betreft voor een rijbewijs geldig voor de categorie B+E;   8° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen plaats heeft of van de bestuurder van het voertuig van de categorie B, bedoeld in het artikel 39, § 4, alsook het document bedoeld in artikel 3, § 1 waarvan de begeleider of de bestuurder houder is.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 28, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-01-08/01, art. 23, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (4)<KB 2013-04-03/13, art. 2, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (5)<KB 2013-11-15/03, art. 3, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 35 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35_VLAAMS_GEWEST.    Om toegelaten te worden tot het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de (categorie [3 AM [7 B+E]7 of G]3, legt de kandidaat voor : <KB 2006-09-01/33, art. 15, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   1° [6 een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1;]6   2° een van de hierna opgesomde documenten :   a) [6 het bewijs dat de kandidaat geslaagd is voor het theoretische examen van de categorie waarvoor hij het praktische examen aflegt, of dat hij daarvan vrijgesteld is.    Met uitzondering van de kandidaat voor een rijbewijs voor categorie G legt de kandidaat hetzij een getuigschrift van praktisch onderricht voor dat afgegeven is door een rijschool, hetzij het bewijs dat hij is vrijgesteld van scholing.    De kandidaat legt bovendien de verklaring, vermeld in artikel 41, § 1, voor, in voorkomend geval samen met, naargelang het geval, een of twee van de attesten, vermeld in artikel 41, § 2 en § 3, of in artikel 45, tweede lid;]6   b) (het nog geldige voorlopige rijbewijs. Het voorlopige rijbewijs is, in voorkomend geval, [4 vergezeld van een bewijs]4 dat de lesuren voorgeschreven na twee mislukkingen gevolgd zijn.) <KB 2006-07-10/30, art. 25, 2°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   c) [2 het rijbewijs geldig voor categorie A1 of A2 afgegeven sinds minstens twee jaar en een getuigschrift van onderricht afgegeven door een rijschool, indien het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor respectievelijk categorie A2 of A.]2   d) [5 ...]5   3° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt [8 , behalve als het examenvoertuig een speedpedelec is]8;   4° [6 ...]6 het inschrijvingsbewijs van het voertuig en het groene keuringsbewijs van het voertuig als dat onderworpen is aan de technische controle en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;   5° in voorkomend geval, de documenten voorgeschreven in 3° en 4° voor het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4;   6° [6 ...]6   7° het Belgische of Europese rijbewijs, geldig voor de categorie B of voor een gelijkwaardige categorie, indien het een kandidaat betreft voor een rijbewijs geldig voor de categorie B+E;   8° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen plaats heeft of van de bestuurder van het voertuig van de categorie B, bedoeld in het artikel 39, § 4, alsook [6 een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1]6.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 28, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-01-08/01, art. 23, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (4)<KB 2013-04-03/13, art. 2, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (5)<KB 2013-11-15/03, art. 3, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>   (6)<BVR 2021-07-02/17, art. 8, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2021>   (7)<BVR 2023-07-14/33, art. 1, 081; Inwerkingtreding : 01-03-2024>   (8)<BVR 2023-06-16/18, art. 3, 079; Inwerkingtreding : 01-10-2023>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 35 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35_WAALS_GEWEST.    Om toegelaten te worden tot het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de (categorie [3 AM B+E of G]3, legt de kandidaat voor : <KB 2006-09-01/33, art. 15, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   1°[7 een bewijs dat hij/zij voldoet aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 1]7;   2° een van de hierna opgesomde documenten :   a) (de aanvraag om een rijbewijs waarop het attest van slagen voor of vrijstelling van het theoretische examen is aangebracht indien het gaat over een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [3 AM B+E of G]3.   De kandidaat legt bovendien hetzij een getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool, hetzij het Europees rijbewijs of het buitenlands rijbewijs waarvan hij houder is, voor. Die bepaling is niet van toepassing op de kandidaat voor een rijbewijs geldig voor de categorie G.   De aanvraag omvat de verklaring voorgeschreven in artikel 41, § 1 of is vergezeld van, naargelang het geval, één of twee van de attesten voorgeschreven in artikel 41, § 2 en § 3 of in artikel 45, tweede lid.) <KB 2007-08-24/31, art. 6, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   b) (het nog geldige voorlopige rijbewijs. [6 Als de kandidaat twee keer op een rij niet geslaagd is voor het praktisch examen, wordt het voorlopige rijbewijs vergezeld van een bewijs dat de lesuren voorgeschreven na elke tweede opeenvolgende mislukking gevolgd zijn.]6   c) [2 het rijbewijs geldig voor categorie A1 of A2 afgegeven sinds minstens twee jaar en een getuigschrift van onderricht afgegeven door een rijschool, indien het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor respectievelijk categorie A2 of A.]2   d) [5 ...]5   3° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;   4° behalve wanneer het gaat om een voertuig van de categorie [1 AM]1, het inschrijvingsbewijs van het voertuig en het groene keuringsbewijs van het voertuig als dat onderworpen is aan de technische controle en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;   5° in voorkomend geval, de documenten voorgeschreven in 3° en 4° voor het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4;   6° het gelijkvormigheidsattest voor het voertuig van de categorie [1 AM]1;   7° het Belgische of Europese rijbewijs, geldig voor de categorie B of voor een gelijkwaardige categorie, indien het een kandidaat betreft voor een rijbewijs geldig voor de categorie B+E;   8° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen plaats heeft of van de bestuurder van het voertuig van de categorie B, bedoeld in het artikel 39, § 4, alsook [7 een bewijs dat hij/zij voldoet aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 1;"]7.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 28, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-01-08/01, art. 23, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (4)<KB 2013-04-03/13, art. 2, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (5)<KB 2013-11-15/03, art. 3, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>   (6)<BWG 2018-05-24/23, art. 9, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (7)<BWG 2024-11-28/15, art. 8, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 35/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35/1.[1 Om toegelaten te worden tot de proef op een terrein buiten het verkeer van het praktisch examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, legt de kandidaat voor :    1° één der documenten bedoeld in artikel 3, § 1;    2° één van de hierna opgesomde documenten :    a) het getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 4° /1, gevolgd heeft;    b) het Europees rijbewijs of het buitenlands rijbewijs waarvan hij houder is;    c) [2 ...]2    d) als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A of A2 die houder is van een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A2 of A1, afgegeven sinds ten minste twee jaar :    - als deze kandidaat, houder van een rijbewijs voor de categorie A2 of A1 waarop de code 78 voorkomt, een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A of A2 zonder de vermelding van deze code wenst te bekomen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat hij de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a), gevolgd heeft;    - in de andere gevallen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 2°, c), gevolgd heeft;    3° het nog geldige attest van slagen voor of vrijstelling van het theoretisch examen; en de verklaring voorgeschreven in artikel 41, § 1 of, naargelang het geval, een of twee van de attesten voorgeschreven in de artikelen 41, § 2 en § 3 of in artikel 45, tweede lid;    4° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;    5° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en het groene keuringsbewijs van het voertuig als dat onderworpen is aan de technische controle;    6° als de kandidaat al minstens tweemaal niet geslaagd is voor de proef buiten het verkeer van het praktisch examen, het bewijs dat de kandidaat de opleiding, bedoeld in artikel 15, tweede lid, 1°, c), heeft gevolgd na de tweede mislukking.    Om te worden toegelaten tot de proef op de openbare weg voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, legt de kandidaat voor :    1° één der documenten bedoeld in artikel 3, § 1;    2° één van de hierna opgesomde documenten :    a) het getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 1° /2, gevolgd heeft;    b) het Europees rijbewijs of het buitenlands rijbewijs waarvan hij houder is;    c) het nog geldige voorlopig rijbewijs;    d) [2 ...]2    e) als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A of A2 die houder is van een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A2 of A1, afgegeven sinds ten minste twee jaar :    - als deze kandidaat, houder van een rijbewijs voor de categorie A2 of A1 waarop de code 78 voorkomt, een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A of A2 zonder de vermelding van deze code wenst te bekomen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat hij de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a), gevolgd heeft;    - in de andere gevallen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 2°, c), gevolgd heeft;    3° de aanvraag om een rijbewijs waarop het nog geldige attest van slagen voor of vrijstelling van het theoretisch examen is aangebracht en het nog geldige attest van slagen voor de proef buiten het verkeer bedoeld in het eerste lid. De aanvraag omvat de verklaring voorgeschreven in artikel 41, § 1 of is vergezeld van, naargelang het geval, een of twee van de attesten voorgeschreven in de artikelen 41, § 2 en § 3 of in artikel 45, tweede lid;    4° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;    5° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en het groene keuringsbewijs van het voertuig als dat onderworpen is aan de technische controle;    6° de documenten voorgeschreven in 4° en 5° voor het voertuig van de categorie B, A2 of A, bedoeld in artikel 39, § 4;    7° als de kandidaat al minstens tweemaal niet geslaagd is voor de proef op de openbare weg van het praktisch examen, het bewijs dat de kandidaat de opleiding, bedoeld in artikel 15, tweede lid, 1°, g), heeft gevolgd na de tweede mislukking.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2013-01-08/01, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/03, art. 4, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 35/1 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35/1_VLAAMS_GEWEST.    [1 Om toegelaten te worden tot de proef op een terrein buiten het verkeer van het praktisch examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, legt de kandidaat voor :    1° [3 een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1;]3    2° één van de hierna opgesomde documenten :    a) het getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 4° /1, gevolgd heeft [3 of het bewijs dat hij is vrijgesteld van scholing]3;    b) [3 ...]3    c) [2 ...]2    d) als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A of A2 die houder is van een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A2 of A1, afgegeven sinds ten minste twee jaar :    - als deze kandidaat, houder van een rijbewijs voor de categorie A2 of A1 waarop de code 78 voorkomt, een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A of A2 zonder de vermelding van deze code wenst te bekomen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat hij de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a), gevolgd heeft;    - in de andere gevallen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 2°, c), gevolgd heeft;    3° [3 het bewijs dat de kandidaat geslaagd is voor het theoretische examen van de categorie waarvoor hij het praktische examen aflegt, of dat hij daarvan vrijgesteld is.    De kandidaat legt bovendien de verklaring, vermeld in artikel 41, § 1, voor, in voorkomend geval samen met, naargelang het geval, een of twee van de attesten, vermeld in artikel 41, § 2 en § 3, of in artikel 45, tweede lid;]3    4° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;    5° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en het groene keuringsbewijs van het voertuig als dat onderworpen is aan de technische controle;    6° als de kandidaat al minstens tweemaal niet geslaagd is voor de proef buiten het verkeer van het praktisch examen, het bewijs dat de kandidaat de opleiding, bedoeld in artikel 15, tweede lid, 1°, c), heeft gevolgd na de tweede mislukking.    Om te worden toegelaten tot de proef op de openbare weg voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, legt de kandidaat voor :    1° [3 een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1;]3    2° één van de hierna opgesomde documenten :    a) het getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 1° /2, gevolgd heeft [3 of het bewijs dat hij is vrijgesteld van scholing]3;    b) [3 ...]3    c) het nog geldige voorlopig rijbewijs;    d) [2 ...]2    e) als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A of A2 die houder is van een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A2 of A1, afgegeven sinds ten minste twee jaar :    - als deze kandidaat, houder van een rijbewijs voor de categorie A2 of A1 waarop de code 78 voorkomt, een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A of A2 zonder de vermelding van deze code wenst te bekomen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat hij de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a), gevolgd heeft;    - in de andere gevallen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 2°, c), gevolgd heeft;    3° [3 het bewijs dat de kandidaat geslaagd is voor het theoretische examen van de categorie waarvoor hij het praktische examen aflegt, of dat hij daarvan vrijgesteld is.    De kandidaat legt bovendien de verklaring, vermeld in artikel 41, § 1, voor, in voorkomend geval samen met, naargelang het geval, een of twee van de attesten, vermeld in artikel 41, § 2 en § 3, of in artikel 45, tweede lid.]3    4° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;    5° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en het groene keuringsbewijs van het voertuig als dat onderworpen is aan de technische controle;    6° de documenten voorgeschreven in 4° en 5° voor het voertuig van de categorie B, A2 of A, bedoeld in artikel 39, § 4;    7° als de kandidaat al minstens tweemaal niet geslaagd is voor de proef op de openbare weg van het praktisch examen, het bewijs dat de kandidaat de opleiding, bedoeld in artikel 15, tweede lid, 1°, g), heeft gevolgd na de tweede mislukking.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2013-01-08/01, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/03, art. 4, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>   (3)<BVR 2021-07-02/17, art. 9, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 35/1 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35/1_WAALS_GEWEST.    [1 Om toegelaten te worden tot de proef op een terrein buiten het verkeer van het praktisch examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, legt de kandidaat voor :    1°[4 een bewijs dat hij/zij voldoet aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 1]4;    2° één van de hierna opgesomde documenten :    a) het getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 4° /1, gevolgd heeft;    b) het Europees rijbewijs of het buitenlands rijbewijs waarvan hij houder is;    c) [2 ...]2    d) als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A of A2 die houder is van een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A2 of A1, afgegeven sinds ten minste twee jaar :    - als deze kandidaat, houder van een rijbewijs voor de categorie A2 of A1 waarop de code 78 voorkomt, een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A of A2 zonder de vermelding van deze code wenst te bekomen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat hij de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a), gevolgd heeft;    - in de andere gevallen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 2°, c), gevolgd heeft;    3° het nog geldige attest van slagen voor of vrijstelling van het theoretisch examen; en de verklaring voorgeschreven in artikel 41, § 1 of, naargelang het geval, een of twee van de attesten voorgeschreven in de artikelen 41, § 2 en § 3 of in artikel 45, tweede lid;    4° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;    5° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en het groene keuringsbewijs van het voertuig als dat onderworpen is aan de technische controle;    6° [3 als de kandidaat twee keer op een rij niet geslaagd is voor de proef buiten het verkeer van het praktisch examen, het bewijs dat de kandidaat de opleiding, bedoeld in artikel 15, tweede lid, 1°, c), heeft gevolgd na elke tweede opeenvolgende mislukking.]3    Om te worden toegelaten tot de proef op de openbare weg voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A, legt de kandidaat voor :    1°[4 een bewijs dat hij/zij voldoet aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 1;"]4;    2° één van de hierna opgesomde documenten :    a) het getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 1° /2, gevolgd heeft;    b) het Europees rijbewijs of het buitenlands rijbewijs waarvan hij houder is;    c) het nog geldige voorlopig rijbewijs;    d) [2 ...]2    e) als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A of A2 die houder is van een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A2 of A1, afgegeven sinds ten minste twee jaar :    - als deze kandidaat, houder van een rijbewijs voor de categorie A2 of A1 waarop de code 78 voorkomt, een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A of A2 zonder de vermelding van deze code wenst te bekomen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat hij de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a), gevolgd heeft;    - in de andere gevallen, het getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, dat bewijst dat de kandidaat de opleiding bedoeld in artikel 15, tweede lid, 2°, c), gevolgd heeft;    3° de aanvraag om een rijbewijs waarop het nog geldige attest van slagen voor of vrijstelling van het theoretisch examen is aangebracht en het nog geldige attest van slagen voor de proef buiten het verkeer bedoeld in het eerste lid. De aanvraag omvat de verklaring voorgeschreven in artikel 41, § 1 of is vergezeld van, naargelang het geval, een of twee van de attesten voorgeschreven in de artikelen 41, § 2 en § 3 of in artikel 45, tweede lid;    4° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;    5° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en het groene keuringsbewijs van het voertuig als dat onderworpen is aan de technische controle;    6° de documenten voorgeschreven in 4° en 5° voor het voertuig van de categorie B, A2 of A, bedoeld in artikel 39, § 4;    7° [3 als de kandidaat twee keer op een rij niet geslaagd is voor de proef op de openbare weg van het praktisch examen, het bewijs dat de kandidaat de opleiding, bedoeld in artikel 15, tweede lid, 1°, g), heeft gevolgd na elke tweede opeenvolgende mislukking.]3]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2013-01-08/01, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/03, art. 4, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>   (3)<BWG 2018-05-24/23, art. 10, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (4)<BWG 2024-11-28/15, art. 9, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 36 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 36.Om toegelaten te worden tot het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]1, D1 of D1+E legt de kandidaat voor :   1° een der documenten bedoeld in artikel 3, § 1;   2° (het Belgische of Europese rijbewijs, geldig voor ten minste de categorie B of voor een gelijkwaardige categorie. De kandidaat voor het rijbewijs, geldig voor de categorie [1 C1+E, C+E, D1+E of D+E ]1 legt het Belgische of Europese rijbewijs voor, geldig voor het besturen van het trekkende voertuig, behalve als het gaat over een in artikel 4, 15° bedoelde kandidaat.) <KB 2004-03-22/35, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   Het rijbewijs mag evenwel vervangen worden door een attest afgegeven door de griffier van de rechtbank waar het rijbewijs bewaard wordt in toepassing van artikel 69;   3° een van de hierna opgesomde documenten :   a) de aanvraag om een rijbewijs waarop het attest van slagen voor of de vrijstelling van het theoretische examen is aangebracht.   In dit geval legt de kandidaat een getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool voor of het Europese rijbewijs of het buitenlandse rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, waarvan hij houder is.   De aanvraag is vergezeld van het attest voorgeschreven in artikel 44, § 5, behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs waarvoor voor het behalen ervan dit attest reeds voorgelegd werd;   b) het nog geldige voorlopige rijbewijs.   Het voorlopige rijbewijs is, in voorkomend geval, [2 vergezeld van een getuigschrift van onderricht dat bewijst]2 dat de lesuren, voorgeschreven in artikel 15, tweede lid, 2°, a), gevolgd zijn;   c) (een attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de in artikel [1 4, 4°, 5° [3 ...]3 , 7°, 8° [3 ...]3 of 15° ]1 bedoelde opleiding gevolgd heeft;) <KB 2004-03-22/35, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   4° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;   5° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;   6° het groene keuringsbewijs van het voertuig, als dit onderworpen is aan de technische controle en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;   7° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen wordt afgelegd alsook het document bedoeld in artikel 3, § 1 waarvan de begeleider houder is.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 29, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-04-03/13, art. 3, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (3)<KB 2013-11-15/03, art. 5, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 36 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 36_VLAAMS_GEWEST.    Om toegelaten te worden tot het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]1, D1 of D1+E legt de kandidaat voor :   1° [4 een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1;]4   2° (het Belgische of Europese rijbewijs, geldig voor ten minste de categorie B of voor een gelijkwaardige categorie. De kandidaat voor het rijbewijs, geldig voor de categorie [1 C1+E, C+E, D1+E of D+E ]1 legt het Belgische of Europese rijbewijs voor, geldig voor het besturen van het trekkende voertuig, behalve als het gaat over een in artikel 4, 15° bedoelde kandidaat.) <KB 2004-03-22/35, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   Het rijbewijs mag evenwel vervangen worden door een attest afgegeven door de griffier van de rechtbank waar het rijbewijs bewaard wordt in toepassing van artikel 69;   3° een van de hierna opgesomde documenten :   a) [4 het bewijs dat de kandidaat geslaagd is voor het theoretische examen van de categorie waarvoor hij het praktische examen aflegt, of dat hij daarvan vrijgesteld is.    De kandidaat legt bovendien het attest, vermeld in artikel 44, § 5, voor, behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs waarvoor al een attest is voorgelegd om dat rijbewijs te behalen;]4   b) het nog geldige voorlopige rijbewijs.   Het voorlopige rijbewijs is, in voorkomend geval, [2 vergezeld van een getuigschrift van onderricht dat bewijst]2 dat de lesuren, voorgeschreven in artikel 15, tweede lid, 2°, a), gevolgd zijn;   c) [4 een getuigschrift van praktisch onderricht dat afgegeven is door een rijschool, het bewijs dat hij is vrijgesteld van scholing, of het attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de opleiding, vermeld in artikel 4, 4°, 5°, 7°, 8° of 15°, heeft gevolgd;]4   4° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;   5° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;   6° het groene keuringsbewijs van het voertuig, als dit onderworpen is aan de technische controle en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;   7° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen wordt afgelegd alsook [4 een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1]4.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 29, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-04-03/13, art. 3, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (3)<KB 2013-11-15/03, art. 5, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>   (4)<BVR 2021-07-02/17, art. 10, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 36 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 36_WAALS_GEWEST.    Om toegelaten te worden tot het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]1, D1 of D1+E legt de kandidaat voor :   1° [5 een bewijs dat hij/zij voldoet aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 1]5;   2° (het Belgische of Europese rijbewijs, geldig voor ten minste de categorie B of voor een gelijkwaardige categorie. De kandidaat voor het rijbewijs, geldig voor de categorie [1 C1+E, C+E, D1+E of D+E ]1 legt het Belgische of Europese rijbewijs voor, geldig voor het besturen van het trekkende voertuig, behalve als het gaat over een in artikel 4, 15° bedoelde kandidaat.) <KB 2004-03-22/35, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   Het rijbewijs mag evenwel vervangen worden door een attest afgegeven door de griffier van de rechtbank waar het rijbewijs bewaard wordt in toepassing van artikel 69;   3° een van de hierna opgesomde documenten :   a) de aanvraag om een rijbewijs waarop het attest van slagen voor of de vrijstelling van het theoretische examen is aangebracht.   In dit geval legt de kandidaat een getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool voor of het Europese rijbewijs of het buitenlandse rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, waarvan hij houder is.   De aanvraag is vergezeld van het attest voorgeschreven in artikel 44, § 5, behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs waarvoor voor het behalen ervan dit attest reeds voorgelegd werd;   b) het nog geldige voorlopige rijbewijs.   [4 Als de kandidaat twee keer op een rij niet geslaagd is voor het praktisch examen, wordt het voorlopige rijbewijs vergezeld van een bewijs dat de lesuren bedoeld in artikel 15, tweede lid, 2°, a) na elke tweede opeenvolgende mislukking gevolgd zijn;]4   c) (een attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de in artikel [1 4, 4°, 5° [3 ...]3 , 7°, 8° [3 ...]3 of 15° ]1 bedoelde opleiding gevolgd heeft;) <KB 2004-03-22/35, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   4° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;   5° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;   6° het groene keuringsbewijs van het voertuig, als dit onderworpen is aan de technische controle en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;   7° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen wordt afgelegd alsook [5 een bewijs dat hij/zij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1]5.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 29, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-04-03/13, art. 3, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (3)<KB 2013-11-15/03, art. 5, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>   (4)<BWG 2018-05-24/23, art. 11, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (5)<BWG 2024-11-28/15, art. 10, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 37 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37.Om toegelaten te worden tot het praktische examen met het oog op de opheffing [1 van de code 78 of het plaatsen van de code 96]1 die voorkomt op zijn rijbewijs, legt de kandidaat voor :   1° een der documenten bedoeld in artikel 3, § 1;   2° een van de hierna opgesomde documenten :   a) de aanvraag om een rijbewijs waarop het attest van vrijstelling van het theoretische examen is aangebracht.   In dit geval legt de kandidaat een getuigschrift van praktisch onderricht voor, afgegeven door een rijschool.   De aanvraag voor het verkrijgen van een rijbewijs geldig voor de categorie [1 A1, A2, A,]1 B of B+E omvat de verklaring voorgeschreven in artikel 41, § 1 of moet, naargelang het geval, vergezeld zijn van een of de attesten voorgeschreven in de artikelen 41, §§ 2 en 3 en 45, tweede lid; bij de aanvraag voor het verkrijgen van een rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E ]1 wordt het attest, voorgeschreven in artikel 44, § 5, gevoegd, behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs, waarvoor, voor het verkrijgen ervan, dit attest reeds voorgelegd werd;   b) het nog geldige voorlopige rijbewijs.   Het voorlopige rijbewijs is, in voorkomend geval, [2 vergezeld van een getuigschrift van onderricht dat bewijst]2 dat de lesuren, voorgeschreven in artikel 15, tweede lid, 1°, e), gevolgd zijn;   [1 c) een attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9° of 15° bedoelde opleiding gevolgd heeft;]1   3° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;   4° het inschrijvingsbewijs van het voertuig;   5° het groene schouwingsbewijs van het voertuig indien dit is onderworpen aan de technische controle;   6° in voorkomend geval, de documenten voorgeschreven in 3°, 4° en 5° voor het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4;   7° [1 een van de volgende documenten :    - het Belgische of Europese rijbewijs waarvan hij houder is, met de code 78 waarvan hij de opheffing wil;    - het Belgische of Europese rijbewijs geldig voor de categorie B waarvan hij houder is, indien hij code 96 erbij wil;]1   8° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen plaats heeft of van de bestuurder van het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4, alsook het document bedoeld in artikel 3, § 1 van de begeleider of de bestuurder.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 30, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-04-03/13, art. 4, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 37 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37_VLAAMS_GEWEST.    Om toegelaten te worden tot het praktische examen met het oog op de opheffing [1 van de code 78 of het plaatsen van de code 96]1 die voorkomt op zijn rijbewijs, legt de kandidaat voor :   1° [3 een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1;]3   2° een van de hierna opgesomde documenten :   a) [3 het bewijs dat de kandidaat geslaagd is voor het theoretische examen van de categorie waarvoor hij het praktische examen aflegt, of dat hij daarvan vrijgesteld is.    De kandidaat voor het rijbewijs voor categorie A1, A2, A, B of B+E legt de verklaring, vermeld in artikel 41, § 1, voor, in voorkomend geval samen met, naargelang het geval, een of twee van de attesten, vermeld in artikel 41, § 2 en § 3, of in artikel 45, tweede lid.    De kandidaat voor het rijbewijs voor categorie C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E legt het attest, vermeld in artikel 44, § 5, voor, behalve als hij houder is van een geldig rijbewijs waarvoor hij al een attest heeft voorgelegd om dat rijbewijs te behalen;]3   b) het nog geldige voorlopige rijbewijs.   Het voorlopige rijbewijs is, in voorkomend geval, [2 vergezeld van een getuigschrift van onderricht dat bewijst]2 dat de lesuren, voorgeschreven in artikel 15, tweede lid, 1°, e), gevolgd zijn;   [1 c) [3 een getuigschrift van praktisch onderricht dat afgegeven is door een rijschool, het bewijs dat hij is vrijgesteld van scholing, of het attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de opleiding, vermeld in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9° of 15°, heeft gevolgd;]3]1   3° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;   4° het inschrijvingsbewijs van het voertuig;   5° het groene schouwingsbewijs van het voertuig indien dit is onderworpen aan de technische controle;   6° in voorkomend geval, de documenten voorgeschreven in 3°, 4° en 5° voor het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4;   7° [1 een van de volgende documenten :    - het Belgische of Europese rijbewijs waarvan hij houder is, met de code 78 waarvan hij de opheffing wil;    - het Belgische of Europese rijbewijs geldig voor de categorie B waarvan hij houder is, indien hij code 96 erbij wil;]1   8° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen plaats heeft of van de bestuurder van het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4, alsook [3 een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1]3.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 30, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-04-03/13, art. 4, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (3)<BVR 2021-07-02/17, art. 11, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 37 · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [NOTA : artikel 37, opgeheven voor zover zij van toepassing zijn op motorvoertuigen van categorie B met uitzondering van de artikelen die betrekking hebben op het plaatsen van de code 96 bedoeld in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.] <BESL 2018-03-29/04, art. 8.7, 054; Inwerkingtreding : 01-11-2018>    Om toegelaten te worden tot het praktische examen met het oog op de opheffing [1 van de code 78 of het plaatsen van de code 96]1 die voorkomt op zijn rijbewijs, legt de kandidaat voor :   1° een der documenten bedoeld in artikel 3, § 1;   2° een van de hierna opgesomde documenten :   a) de aanvraag om een rijbewijs waarop het attest van vrijstelling van het theoretische examen is aangebracht.   In dit geval legt de kandidaat een getuigschrift van praktisch onderricht voor, afgegeven door een rijschool.   De aanvraag voor het verkrijgen van een rijbewijs geldig voor de categorie [1 A1, A2, A,]1 B of B+E omvat de verklaring voorgeschreven in artikel 41, § 1 of moet, naargelang het geval, vergezeld zijn van een of de attesten voorgeschreven in de artikelen 41, §§ 2 en 3 en 45, tweede lid; bij de aanvraag voor het verkrijgen van een rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E ]1 wordt het attest, voorgeschreven in artikel 44, § 5, gevoegd, behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs, waarvoor, voor het verkrijgen ervan, dit attest reeds voorgelegd werd;   b) het nog geldige voorlopige rijbewijs.   Het voorlopige rijbewijs is, in voorkomend geval, [2 vergezeld van een getuigschrift van onderricht dat bewijst]2 dat de lesuren, voorgeschreven in artikel 15, tweede lid, 1°, e), gevolgd zijn;   [1 c) een attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9° of 15° bedoelde opleiding gevolgd heeft;]1   3° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;   4° het inschrijvingsbewijs van het voertuig;   5° het groene schouwingsbewijs van het voertuig indien dit is onderworpen aan de technische controle;   6° in voorkomend geval, de documenten voorgeschreven in 3°, 4° en 5° voor het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4;   7° [1 een van de volgende documenten :    - het Belgische of Europese rijbewijs waarvan hij houder is, met de code 78 waarvan hij de opheffing wil;    - het Belgische of Europese rijbewijs geldig voor de categorie B waarvan hij houder is, indien hij code 96 erbij wil;]1   8° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen plaats heeft of van de bestuurder van het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4, alsook het document bedoeld in artikel 3, § 1 van de begeleider of de bestuurder.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 30, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-04-03/13, art. 4, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 37 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37_WAALS_GEWEST.    Om toegelaten te worden tot het praktische examen met het oog op de opheffing [1 van de code 78 of het plaatsen van de code 96]1 die voorkomt op zijn rijbewijs, legt de kandidaat voor :   1° [4 een bewijs dat hij/zij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1]4;   2° een van de hierna opgesomde documenten :   a) de aanvraag om een rijbewijs waarop het attest van vrijstelling van het theoretische examen is aangebracht.   In dit geval legt de kandidaat een getuigschrift van praktisch onderricht voor, afgegeven door een rijschool.   De aanvraag voor het verkrijgen van een rijbewijs geldig voor de categorie [1 A1, A2, A,]1 B of B+E omvat de verklaring voorgeschreven in artikel 41, § 1 of moet, naargelang het geval, vergezeld zijn van een of de attesten voorgeschreven in de artikelen 41, §§ 2 en 3 en 45, tweede lid; bij de aanvraag voor het verkrijgen van een rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E ]1 wordt het attest, voorgeschreven in artikel 44, § 5, gevoegd, behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs, waarvoor, voor het verkrijgen ervan, dit attest reeds voorgelegd werd;   b) het nog geldige voorlopige rijbewijs.   [3 Als de kandidaat twee keer op een rij niet geslaagd is voor het praktisch examen, wordt het voorlopige rijbewijs vergezeld van een bewijs dat de lesuren bedoeld in artikel 15, tweede lid, 1°, e) na elke tweede opeenvolgende mislukking gevolgd zijn]3   [1 c) een attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9° of 15° bedoelde opleiding gevolgd heeft;]1   3° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;   4° het inschrijvingsbewijs van het voertuig;   5° het groene schouwingsbewijs van het voertuig indien dit is onderworpen aan de technische controle;   6° in voorkomend geval, de documenten voorgeschreven in 3°, 4° en 5° voor het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4;   7° [1 een van de volgende documenten :    - het Belgische of Europese rijbewijs waarvan hij houder is, met de code 78 waarvan hij de opheffing wil;    - het Belgische of Europese rijbewijs geldig voor de categorie B waarvan hij houder is, indien hij code 96 erbij wil;]1   8° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen plaats heeft of van de bestuurder van het voertuig van de categorie B, bedoeld in artikel 39, § 4, alsook [4 een bewijs dat hij/zij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1]4.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 30, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-04-03/13, art. 4, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (3)<BWG 2018-05-24/23, art. 12, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (4)<BWG 2024-11-28/15, art. 11, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 38 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38.<KB 2004-07-15/34, art. 8, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005> § 1. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [1 AM]1 legt het praktische examen af met een [2 voertuig van de categorie AM]2.   De voertuigen met meer dan twee wielen dienen uitgerust te zijn met een achteruitrijstand.   Het praktische examen mag niet afgenomen worden met een driewielige bromfiets met twee wielen die op dezelfde as zijn gemonteerd en waarvan de afstand tussen de middens van de contactvlakken van de wielen met de grond kleiner is dan 0,46 m.   § 2. [4 [5 De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1 legt het praktisch examen af met een motorfiets van de categorie A1 zonder zijspan, met een maximumvermogen van 11 kW, en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,1 kW per kg, die een snelheid van ten minste 90 km per uur kan bereiken. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 115 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,08 kW/kg.    De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A2 legt het praktisch examen af met een motorfiets zonder zijspan, met een vermogen van ten minsten 20 kW en ten hoogste 35 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van hoogstens 0,2 kW/kg. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 395 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,15 kW/kg.    De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A legt het praktische examen af met een motorfiets zonder zijspan, met een ledige massa van meer dan 175 kg en een vermogen van minstens 50 kW. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 595 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,25 kW/kg.]5    De kandidaat is uitgerust met een motorhelm, handschoenen, een vest met lange mouwen en een lange broek of een overall, alsook laarzen of bottines die de enkels beschermen.    De kandidaat die de opleiding, bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a) gevolgd heeft, legt het examen af met een voertuig dat uitgerust is met een handschakeling.]4   § 3. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B legt het praktische examen af met een vierwielig voertuig van deze categorie met ten minste (drie) plaatsen, voorzien van een cabine, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 100 km/u bereikt. <KB 2006-07-10/30, art. 26, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   Het voertuig moet (...) met veiligheidsgordels uitgerust zijn. <KB 2006-07-10/30, art. 26, 2°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   [2 § 3bis. De kandidaat die code 96 erbij wil behalen voor de categorie B, legt het praktische examen af met een samenstel met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en ten hoogste 4.250 kg, bestaande uit een voertuig van de categorie B dat voldoet aan de voorwaarden in § 3, en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg.]2   § 4. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B + E legt het praktische examen af met een samenstel bestaande uit een voertuig van de categorie B, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 3, en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten minste 1 000 kg en met een lengte van ten minste 9 m, en dat niet onder de categorie B valt en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 100 km/u bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn dan het trekkende voertuig, zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 5. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C legt het praktische examen af met een voertuig behorend tot de categorie C, waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 12 000 kg, [5 de lengte ten minste 8 m]5 en de breedte ten minste 2,40 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS, [5 met een versnellingsbak waarbij de versnelling manueel door de bestuurder kan worden gekozen]5 en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   De laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine en die de volledige laadvloer bedekt.   De feitelijke totale massa van het voertuig moet minimaal 10 000 kg bedragen.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig.   § 6. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C + E legt het praktische examen af met een geleed voertuig of een samenstel bestaande uit een voertuig van de categorie C, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 5, en een aanhangwagen van ten minste 7,5 m lang.   Het gelede voertuig of samenstel moet een maximaal toegelaten massa van ten minste 20 000 kg hebben, ten minste 14 m lang en ten minste 2,40 m breed zijn en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereiken.   Het gelede voertuig of samenstel moet uitgerust zijn met ABS, [5 een versnellingsbak waarbij de versnelling manueel door de bestuurder kan worden gekozen]5 en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn dan het trekkende voertuig, zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van het gelede voertuig of het samenstel moet minimaal 15 000 kg bedragen.   Het gelede voertuig of het samenstel moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het gelede voertuig of van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken.   De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en, in voorkomend geval, verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig of het samenstel.   § 7. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie D legt het praktische examen af met een voertuig behorend tot de categorie D, dat ten minste 10 m lang en ten minste 2,40 m breed is en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   § 8. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie D + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie D, dat beantwoordt aan de in § 7 voorgeschreven voorwaarden en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 1 500 kg. Het samenstel heeft een breedte van ten minste 2,40 m en een lengte van ten minste 14 m en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig of het samenstel.   § 9. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2[2   ]2categorie C1 legt het praktische examen af met een voertuig van de [2   ]2categorie C1 waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 5 500 kg en de lengte ten minste 5,5 m bedraagt, en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine en die de volledige laadvloer bedekt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 10. De kandidaat voor een rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie C1 + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de [2   ]2categorie C1, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 9, en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 2 500 kg.   Het samenstel moet een lengte hebben van ten minste 9 m en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereiken.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine van het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn als het trekkende voertuig zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 11. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie D1 legt het praktische examen af met een voertuig van de [2   ]2categorie D1, met een maximaal toegelaten massa van ten minste 4 000 kg en een lengte van ten minste 5 m, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   § 12. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie D1 + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de [2   ]2categorie D1, dat beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in § 11, en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 1 500 kg, en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   (§ 12bis. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie G legt het praktische examen af met een samenstel bestaande uit een land- of bosbouwtrekker met een maximale toegelaten massa van ten minste 6 000 kg en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten minste 18 000 kg.   Het samenstel heeft een lengte van ten minste 9 m en bereikt, op een horizontale weg, een snelheid van tenminste 30 km/u.   De cabine van het trekkend voertuig is gesloten en is uitgerust met een passagierszetel voor de examinator.   De opbouw van de aanhangwagen moet minstens zo zijn, dat de kandidaat verplicht is de buitenste achteruitkijkspiegels te gebruiken, om vanaf zijn zitplaats het verkeer achter, links en rechts gade te slaan, en om onder meer een ander voertuig waar te nemen dat begonnen is met in te halen.) <KB 2006-09-01/33, art. 16, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   § 13. De kandidaat bedoeld in [2 artikel 37 die de opheffing van code 78 wenst,]2 legt het praktische examen af met een voertuig dat uitgerust is met een handschakeling.   De kandidaat die, wegens lichamelijke gebreken, slechts bepaalde types van voertuigen of aangepaste voertuigen mag besturen, legt het praktische examen af met een dergelijk voertuig. Hij mag, in voorkomend geval, het examen afleggen met een voertuig dat niet beantwoordt aan de in dit artikel gestelde normen. De kenmerken waaraan het voertuig moet voldoen, komen op het attest bedoeld in artikel 44, § 5 of in artikel 45, tweede lid.   Het praktische examen moet afgelegd worden met een voertuig dat de uitvoering van de in bijlage 5 bepaalde voorafgaande controles en manoeuvres toelaat.   § 14. (De kandidaat die zich aanbiedt met een rijschool legt het praktisch examen af met de bijstand van een instructeur [3 of een stagiair]3 en met een scholingsvoertuig van de rijschool waar hij het praktisch onderricht volgde en dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.   De houder van een voorlopige rijbewijs model 3 legt het praktisch examen af :   1° hetzij met een voertuig dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2°. De begeleider moet aanwezig zijn;   2° hetzij onder de voorwaarden bedoeld in eerste lid.   [2 Evenwel, na tweemaal niet geslaagd te zijn voor het praktisch examen of, als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs A1, A2 of A, na tweemaal niet geslaagd te zijn voor de proef op de openbare weg, kan de houder van een voorlopig rijbewijs model 3 het praktisch examen enkel afleggen onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid. De kandidaat voor het rijbewijs A1, A2 of A moet in dat geval niet de opleiding volgen, voorzien in artikel 15, tweede lid, 1° /2.]2   [2 Evenwel, de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor categorie AM kan ook het praktisch examen afleggen zonder de bijstand van een instructeur en met een voertuig van de categorie overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1.]2   (De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie G legt het praktische examen af :   1° hetzij met bijstand van een instructeur van de landbouwschool of het landbouwopleidingscentrum waar hij de opleiding heeft gevolgd en met het voertuig van de school of het centrum of door hem erkend;   2° hetzij onder de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.) <KB 2006-09-01/33, art. 16, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (3° hetzij met de bijstand van een persoon die gemachtigd is om een voertuig van de categorie G te besturen en aan boord van een voertuig geleverd door de kandidaat en uitgerust op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats met het teken " L ", waarvan het model is bepaald door de Minister.) <KB 2007-08-24/31, art. 7, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   § 15. Als een van de hierna opgesomde bedieningsorganen van het in § 14, tweede lid, 1°, bedoelde voertuig dubbel geïnstalleerd is, moeten de organen voor de bediening van de koppeling, van de bedrijfsreminrichting [2 ...]2 en van het gaspedaal alsook van de dimlichten, van de richtingaanwijzers en van het geluidstoestel ook dubbel geïnstalleerd worden. De begeleider moet bovendien de grootlichten kunnen uitschakelen en in de plaats daarvan de dimlichten aansteken.   De dubbele bediening is niet verplicht voor de in serie ingebouwde inrichtingen die automatisch zijn of die door de begeleider gemakkelijk te bereiken zijn zonder gevaar dat de kandidaat wordt gehinderd.   Een verklikkerinrichting dient op akoestische wijze aan te geven dat de begeleider het bedieningsorgaan van de bedrijfsreminrichting of van de koppeling bedient of de bediening ervan verhindert. Wanneer deze verklikkerinrichting ingeschakeld wordt, wordt de goede werking ervan aangegeven door een verklikkerlichtje dat evenwel dooft wanneer het akoestische alarmsignaal in werking treedt. "   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 31, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2012-09-20/57, art. 34, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (4)<KB 2013-01-08/01, art. 24, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (5)<KB 2013-11-15/04, art. 7, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 38 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38_VLAAMS_GEWEST.    <KB 2004-07-15/34, art. 8, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005> § 1. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [1 AM]1 legt het praktische examen af met een [2 voertuig van de categorie AM]2.   De voertuigen met meer dan twee wielen dienen uitgerust te zijn met een achteruitrijstand.   Het praktische examen mag niet afgenomen worden met een driewielige bromfiets met twee wielen die op dezelfde as zijn gemonteerd en waarvan de afstand tussen de middens van de contactvlakken van de wielen met de grond kleiner is dan 0,46 m.   [7 De kandidaat die het examen met een bromfiets met een maximumsnelheid van meer dan 25 km/uur aflegt, is uitgerust met een bromfietshelm.    De kandidaat die het examen met een speedpedelec aflegt, is uitgerust met een bromfietshelm of een fietshelm.]7   § 2. [4 [5 De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1 legt het praktisch examen af met een motorfiets van de categorie A1 zonder zijspan, met een maximumvermogen van 11 kW, en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,1 kW per kg, die een snelheid van ten minste 90 km per uur kan bereiken. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 115 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,08 kW/kg.    De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A2 legt het praktisch examen af met een motorfiets zonder zijspan, met een vermogen van ten minsten 20 kW en ten hoogste 35 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van hoogstens 0,2 kW/kg. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens [6 245 cm3]6. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,15 kW/kg.    De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A legt het praktische examen af met een motorfiets zonder zijspan, met een ledige massa van meer dan 175 kg en een vermogen van minstens 50 kW. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 595 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,25 kW/kg.]5    De kandidaat is uitgerust met een motorhelm, handschoenen, een vest met lange mouwen en een lange broek of een overall, alsook laarzen of bottines die de enkels beschermen.    De kandidaat die de opleiding, bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a) gevolgd heeft, legt het examen af met een voertuig dat uitgerust is met een handschakeling.]4   § 3. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B legt het praktische examen af met een vierwielig voertuig van deze categorie met ten minste (drie) plaatsen, voorzien van een cabine, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 100 km/u bereikt. <KB 2006-07-10/30, art. 26, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   Het voertuig moet (...) met veiligheidsgordels uitgerust zijn. <KB 2006-07-10/30, art. 26, 2°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   [2 § 3bis. De kandidaat die code 96 erbij wil behalen voor de categorie B, legt het praktische examen af met een samenstel met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en ten hoogste 4.250 kg, bestaande uit een voertuig van de categorie B dat voldoet aan de voorwaarden in § 3, en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg.]2   § 4. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B + E legt het praktische examen af met een samenstel bestaande uit een voertuig van de categorie B, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 3, en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten minste 1 000 kg en met een lengte van ten minste 9 m, en dat niet onder de categorie B valt en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 100 km/u bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn dan het trekkende voertuig, zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 5. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C legt het praktische examen af met een voertuig behorend tot de categorie C, waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 12 000 kg, [5 de lengte ten minste 8 m]5 en de breedte ten minste 2,40 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS, [5 met een versnellingsbak waarbij de versnelling manueel door de bestuurder kan worden gekozen]5 en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   De laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine en die de volledige laadvloer bedekt.   De feitelijke totale massa van het voertuig moet minimaal 10 000 kg bedragen.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig.   § 6. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C + E legt het praktische examen af met een geleed voertuig of een samenstel bestaande uit een voertuig van de categorie C, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 5, en een aanhangwagen van ten minste 7,5 m lang.   Het gelede voertuig of samenstel moet een maximaal toegelaten massa van ten minste 20 000 kg hebben, ten minste 14 m lang en ten minste 2,40 m breed zijn en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereiken.   Het gelede voertuig of samenstel moet uitgerust zijn met ABS, [5 een versnellingsbak waarbij de versnelling manueel door de bestuurder kan worden gekozen]5 en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn dan het trekkende voertuig, zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van het gelede voertuig of het samenstel moet minimaal 15 000 kg bedragen.   Het gelede voertuig of het samenstel moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het gelede voertuig of van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken.   De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en, in voorkomend geval, verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig of het samenstel.   § 7. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie D legt het praktische examen af met een voertuig behorend tot de categorie D, dat ten minste 10 m lang en ten minste 2,40 m breed is en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   § 8. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie D + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie D, dat beantwoordt aan de in § 7 voorgeschreven voorwaarden en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 1 500 kg. Het samenstel heeft een breedte van ten minste 2,40 m en een lengte van ten minste 14 m en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig of het samenstel.   § 9. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2[2   ]2categorie C1 legt het praktische examen af met een voertuig van de [2   ]2categorie C1 waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 5 500 kg en de lengte ten minste 5,5 m bedraagt, en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine en die de volledige laadvloer bedekt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 10. De kandidaat voor een rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie C1 + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de [2   ]2categorie C1, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 9, en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 2 500 kg.   Het samenstel moet een lengte hebben van ten minste 9 m en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereiken.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine van het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn als het trekkende voertuig zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 11. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie D1 legt het praktische examen af met een voertuig van de [2   ]2categorie D1, met een maximaal toegelaten massa van ten minste 4 000 kg en een lengte van ten minste 5 m, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   § 12. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie D1 + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de [2   ]2categorie D1, dat beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in § 11, en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 1 500 kg, en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   (§ 12bis. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie G legt het praktische examen af met een samenstel bestaande uit een land- of bosbouwtrekker met een maximale toegelaten massa van ten minste 6 000 kg en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten minste 18 000 kg.   Het samenstel heeft een lengte van ten minste 9 m en bereikt, op een horizontale weg, een snelheid van tenminste 30 km/u.   De cabine van het trekkend voertuig is gesloten en is uitgerust met een passagierszetel voor de examinator.   De opbouw van de aanhangwagen moet minstens zo zijn, dat de kandidaat verplicht is de buitenste achteruitkijkspiegels te gebruiken, om vanaf zijn zitplaats het verkeer achter, links en rechts gade te slaan, en om onder meer een ander voertuig waar te nemen dat begonnen is met in te halen.) <KB 2006-09-01/33, art. 16, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   § 13. De kandidaat bedoeld in [2 artikel 37 die de opheffing van code 78 wenst,]2 legt het praktische examen af met een voertuig dat uitgerust is met een handschakeling.   De kandidaat die, wegens lichamelijke gebreken, slechts bepaalde types van voertuigen of aangepaste voertuigen mag besturen, legt het praktische examen af met een dergelijk voertuig. Hij mag, in voorkomend geval, het examen afleggen met een voertuig dat niet beantwoordt aan de in dit artikel gestelde normen. De kenmerken waaraan het voertuig moet voldoen, komen op het attest bedoeld in artikel 44, § 5 of in artikel 45, tweede lid.   Het praktische examen moet afgelegd worden met een voertuig dat de uitvoering van de in bijlage 5 bepaalde voorafgaande controles en manoeuvres toelaat.   § 14. (De kandidaat die zich aanbiedt met een rijschool legt het praktisch examen af met de bijstand van een instructeur [3 of een stagiair]3 en met een scholingsvoertuig van de rijschool waar hij het praktisch onderricht volgde en dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.   De houder van een voorlopige rijbewijs model 3 legt het praktisch examen af :   1° hetzij met een voertuig dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2°. De begeleider moet aanwezig zijn;   2° hetzij onder de voorwaarden bedoeld in eerste lid.   [2 Evenwel, na tweemaal niet geslaagd te zijn voor het praktisch examen of, als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs A1, A2 of A, na tweemaal niet geslaagd te zijn voor de proef op de openbare weg, kan de houder van een voorlopig rijbewijs model 3 het praktisch examen enkel afleggen onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid. De kandidaat voor het rijbewijs A1, A2 of A moet in dat geval niet de opleiding volgen, voorzien in artikel 15, tweede lid, 1° /2.]2   [2 Evenwel, de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor categorie AM kan ook het praktisch examen afleggen zonder de bijstand van een instructeur en met een voertuig van de categorie overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1.]2   (De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie G legt het praktische examen af :   1° hetzij met bijstand van een instructeur van de landbouwschool of het landbouwopleidingscentrum waar hij de opleiding heeft gevolgd en met het voertuig van de school of het centrum of door hem erkend;   2° hetzij onder de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.) <KB 2006-09-01/33, art. 16, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (3° hetzij met de bijstand van een persoon die gemachtigd is om een voertuig van de categorie G te besturen en aan boord van een voertuig geleverd door de kandidaat en uitgerust op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats met het teken " L ", waarvan het model is bepaald door de Minister.) <KB 2007-08-24/31, art. 7, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   § 15. Als een van de hierna opgesomde bedieningsorganen van het in § 14, tweede lid, 1°, bedoelde voertuig dubbel geïnstalleerd is, moeten de organen voor de bediening van de koppeling, van de bedrijfsreminrichting [2 ...]2 en van het gaspedaal alsook van de dimlichten, van de richtingaanwijzers en van het geluidstoestel ook dubbel geïnstalleerd worden. De begeleider moet bovendien de grootlichten kunnen uitschakelen en in de plaats daarvan de dimlichten aansteken.   De dubbele bediening is niet verplicht voor de in serie ingebouwde inrichtingen die automatisch zijn of die door de begeleider gemakkelijk te bereiken zijn zonder gevaar dat de kandidaat wordt gehinderd.   Een verklikkerinrichting dient op akoestische wijze aan te geven dat de begeleider het bedieningsorgaan van de bedrijfsreminrichting of van de koppeling bedient of de bediening ervan verhindert. Wanneer deze verklikkerinrichting ingeschakeld wordt, wordt de goede werking ervan aangegeven door een verklikkerlichtje dat evenwel dooft wanneer het akoestische alarmsignaal in werking treedt. "   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 31, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2012-09-20/57, art. 34, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (4)<KB 2013-01-08/01, art. 24, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (5)<KB 2013-11-15/04, art. 7, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (6)<BVR 2020-11-27/14, art. 2, 069; Inwerkingtreding : 23-01-2021>   (7)<BVR 2023-06-16/18, art. 4, 079; Inwerkingtreding : 01-10-2023>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 38 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38_WAALS_GEWEST.    <KB 2004-07-15/34, art. 8, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005> § 1. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [1 AM]1 legt het praktische examen af met een [2 voertuig van de categorie AM]2.   De voertuigen met meer dan twee wielen dienen uitgerust te zijn met een achteruitrijstand.   Het praktische examen mag niet afgenomen worden met een driewielige bromfiets met twee wielen die op dezelfde as zijn gemonteerd en waarvan de afstand tussen de middens van de contactvlakken van de wielen met de grond kleiner is dan 0,46 m.   § 2. [4 [5 De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1 legt het praktisch examen af met een motorfiets van de categorie A1 zonder zijspan, met een maximumvermogen van 11 kW, en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,1 kW per kg, die een snelheid van ten minste 90 km per uur kan bereiken. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 115 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,08 kW/kg.    De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A2 legt het praktisch examen af met een motorfiets zonder zijspan, met een vermogen van ten minsten 20 kW en ten hoogste 35 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van hoogstens 0,2 kW/kg. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens [6 245 cm3]6. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,15 kW/kg.    De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A legt het praktische examen af met een motorfiets zonder zijspan, met een ledige massa van meer dan 175 kg en een vermogen van minstens 50 kW. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 595 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,25 kW/kg.]5    De kandidaat is uitgerust met een motorhelm, handschoenen, een vest met lange mouwen en een lange broek of een overall, alsook laarzen of bottines die de enkels beschermen.    De kandidaat die de opleiding, bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a) gevolgd heeft, legt het examen af met een voertuig dat uitgerust is met een handschakeling.]4   § 3. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B legt het praktische examen af met een vierwielig voertuig van deze categorie met ten minste (drie) plaatsen, voorzien van een cabine, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 100 km/u bereikt. <KB 2006-07-10/30, art. 26, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   Het voertuig moet (...) met veiligheidsgordels uitgerust zijn. <KB 2006-07-10/30, art. 26, 2°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   [2 § 3bis. De kandidaat die code 96 erbij wil behalen voor de categorie B, legt het praktische examen af met een samenstel met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en ten hoogste 4.250 kg, bestaande uit een voertuig van de categorie B dat voldoet aan de voorwaarden in § 3, en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg.]2   § 4. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B + E legt het praktische examen af met een samenstel bestaande uit een voertuig van de categorie B, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 3, en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten minste 1 000 kg en met een lengte van ten minste 9 m, en dat niet onder de categorie B valt en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 100 km/u bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn dan het trekkende voertuig, zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 5. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C legt het praktische examen af met een voertuig behorend tot de categorie C, waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 12 000 kg, [5 de lengte ten minste 8 m]5 en de breedte ten minste 2,40 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS, [5 met een versnellingsbak waarbij de versnelling manueel door de bestuurder kan worden gekozen]5 en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   De laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine en die de volledige laadvloer bedekt.   De feitelijke totale massa van het voertuig moet minimaal 10 000 kg bedragen.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig.   § 6. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C + E legt het praktische examen af met een geleed voertuig of een samenstel bestaande uit een voertuig van de categorie C, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 5, en een aanhangwagen van ten minste 7,5 m lang.   Het gelede voertuig of samenstel moet een maximaal toegelaten massa van ten minste 20 000 kg hebben, ten minste 14 m lang en ten minste 2,40 m breed zijn en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereiken.   Het gelede voertuig of samenstel moet uitgerust zijn met ABS, [5 een versnellingsbak waarbij de versnelling manueel door de bestuurder kan worden gekozen]5 en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn dan het trekkende voertuig, zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van het gelede voertuig of het samenstel moet minimaal 15 000 kg bedragen.   Het gelede voertuig of het samenstel moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het gelede voertuig of van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken.   De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en, in voorkomend geval, verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig of het samenstel.   § 7. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie D legt het praktische examen af met een voertuig behorend tot de categorie D, dat ten minste 10 m lang en ten minste 2,40 m breed is en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   § 8. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie D + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie D, dat beantwoordt aan de in § 7 voorgeschreven voorwaarden en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 1 500 kg. Het samenstel heeft een breedte van ten minste 2,40 m en een lengte van ten minste 14 m en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig of het samenstel.   § 9. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2[2   ]2categorie C1 legt het praktische examen af met een voertuig van de [2   ]2categorie C1 waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 5 500 kg en de lengte ten minste 5,5 m bedraagt, en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine en die de volledige laadvloer bedekt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 10. De kandidaat voor een rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie C1 + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de [2   ]2categorie C1, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 9, en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 2 500 kg.   Het samenstel moet een lengte hebben van ten minste 9 m en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereiken.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine van het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn als het trekkende voertuig zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 11. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie D1 legt het praktische examen af met een voertuig van de [2   ]2categorie D1, met een maximaal toegelaten massa van ten minste 4 000 kg en een lengte van ten minste 5 m, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   § 12. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie D1 + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de [2   ]2categorie D1, dat beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in § 11, en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 1 500 kg, en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   (§ 12bis. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie G legt het praktische examen af met een samenstel bestaande uit een land- of bosbouwtrekker met een maximale toegelaten massa van ten minste 6 000 kg en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten minste 18 000 kg.   Het samenstel heeft een lengte van ten minste 9 m en bereikt, op een horizontale weg, een snelheid van tenminste 30 km/u.   De cabine van het trekkend voertuig is gesloten en is uitgerust met een passagierszetel voor de examinator.   De opbouw van de aanhangwagen moet minstens zo zijn, dat de kandidaat verplicht is de buitenste achteruitkijkspiegels te gebruiken, om vanaf zijn zitplaats het verkeer achter, links en rechts gade te slaan, en om onder meer een ander voertuig waar te nemen dat begonnen is met in te halen.) <KB 2006-09-01/33, art. 16, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   § 13. De kandidaat bedoeld in [2 artikel 37 die de opheffing van code 78 wenst,]2 legt het praktische examen af met een voertuig dat uitgerust is met een handschakeling.   De kandidaat die, wegens lichamelijke gebreken, slechts bepaalde types van voertuigen of aangepaste voertuigen mag besturen, legt het praktische examen af met een dergelijk voertuig. Hij mag, in voorkomend geval, het examen afleggen met een voertuig dat niet beantwoordt aan de in dit artikel gestelde normen. De kenmerken waaraan het voertuig moet voldoen, komen op het attest bedoeld in artikel 44, § 5 of in artikel 45, tweede lid.   Het praktische examen moet afgelegd worden met een voertuig dat de uitvoering van de in bijlage 5 bepaalde voorafgaande controles en manoeuvres toelaat.   § 14. (De kandidaat die zich aanbiedt met een rijschool legt het praktisch examen af met de bijstand van een instructeur [3 of een stagiair]3 en met een scholingsvoertuig van de rijschool waar hij het praktisch onderricht volgde en dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.   De houder van een voorlopige rijbewijs model 3 legt het praktisch examen af :   1° hetzij met een voertuig dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2°. De begeleider moet aanwezig zijn;   2° hetzij onder de voorwaarden bedoeld in eerste lid.   [2 Evenwel, na tweemaal niet geslaagd te zijn voor het praktisch examen of, als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs A1, A2 of A, na tweemaal niet geslaagd te zijn voor de proef op de openbare weg, kan de houder van een voorlopig rijbewijs model 3 het praktisch examen enkel afleggen onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid. De kandidaat voor het rijbewijs A1, A2 of A moet in dat geval niet de opleiding volgen, voorzien in artikel 15, tweede lid, 1° /2.]2   [2 Evenwel, de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor categorie AM kan ook het praktisch examen afleggen zonder de bijstand van een instructeur en met een voertuig van de categorie overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1.]2   (De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie G legt het praktische examen af :   1° hetzij met bijstand van een instructeur van de landbouwschool of het landbouwopleidingscentrum waar hij de opleiding heeft gevolgd en met het voertuig van de school of het centrum of door hem erkend;   2° hetzij onder de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.) <KB 2006-09-01/33, art. 16, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (3° hetzij met de bijstand van een persoon die gemachtigd is om een voertuig van de categorie G te besturen en aan boord van een voertuig geleverd door de kandidaat en uitgerust op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats met het teken " L ", waarvan het model is bepaald door de Minister.) <KB 2007-08-24/31, art. 7, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   § 15. Als een van de hierna opgesomde bedieningsorganen van het in § 14, tweede lid, 1°, bedoelde voertuig dubbel geïnstalleerd is, moeten de organen voor de bediening van de koppeling, van de bedrijfsreminrichting [2 ...]2 en van het gaspedaal alsook van de dimlichten, van de richtingaanwijzers en van het geluidstoestel ook dubbel geïnstalleerd worden. De begeleider moet bovendien de grootlichten kunnen uitschakelen en in de plaats daarvan de dimlichten aansteken.   De dubbele bediening is niet verplicht voor de in serie ingebouwde inrichtingen die automatisch zijn of die door de begeleider gemakkelijk te bereiken zijn zonder gevaar dat de kandidaat wordt gehinderd.   Een verklikkerinrichting dient op akoestische wijze aan te geven dat de begeleider het bedieningsorgaan van de bedrijfsreminrichting of van de koppeling bedient of de bediening ervan verhindert. Wanneer deze verklikkerinrichting ingeschakeld wordt, wordt de goede werking ervan aangegeven door een verklikkerlichtje dat evenwel dooft wanneer het akoestische alarmsignaal in werking treedt. "   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 31, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2012-09-20/57, art. 34, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (4)<KB 2013-01-08/01, art. 24, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (5)<KB 2013-11-15/04, art. 7, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (6)<BWG 2021-01-28/07, art. 3, 067; Inwerkingtreding : 01-11-2020>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 38 · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling V. - Praktisch examen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [NOTA : artikel 38, § 13, § 14, § 15, opgeheven voor zover zij van toepassing zijn op motorvoertuigen van categorie B met uitzondering van de artikelen die betrekking hebben op het plaatsen van de code 96 bedoeld in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.] <BESL 2018-03-29/04, art. 8.7, 054; Inwerkingtreding : 01-11-2018>    <KB 2004-07-15/34, art. 8, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005> § 1. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [1 AM]1 legt het praktische examen af met een [2 voertuig van de categorie AM]2.   De voertuigen met meer dan twee wielen dienen uitgerust te zijn met een achteruitrijstand.   Het praktische examen mag niet afgenomen worden met een driewielige bromfiets met twee wielen die op dezelfde as zijn gemonteerd en waarvan de afstand tussen de middens van de contactvlakken van de wielen met de grond kleiner is dan 0,46 m.   § 2. [4 [5 De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1 legt het praktisch examen af met een motorfiets van de categorie A1 zonder zijspan, met een maximumvermogen van 11 kW, en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,1 kW per kg, die een snelheid van ten minste 90 km per uur kan bereiken. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 115 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,08 kW/kg.    De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A2 legt het praktisch examen af met een motorfiets zonder zijspan, met een vermogen van ten minsten 20 kW en ten hoogste 35 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van hoogstens 0,2 kW/kg. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens [7 245]7 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,15 kW/kg.    De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A legt het praktische examen af met een motorfiets zonder zijspan, met een ledige massa van meer dan 175 kg en een vermogen van minstens 50 kW. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 595 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,25 kW/kg.]5    De kandidaat is uitgerust met een motorhelm, handschoenen, een vest met lange mouwen en een lange broek of een overall, alsook laarzen of bottines die de enkels beschermen.    De kandidaat die de opleiding, bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a) gevolgd heeft, legt het examen af met een voertuig dat uitgerust is met een handschakeling.]4   § 3. [6 ...]6   [2 § 3bis. De kandidaat die code 96 erbij wil behalen voor de categorie B, legt het praktische examen af met een samenstel met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en ten hoogste 4.250 kg, bestaande uit een voertuig van de categorie B dat voldoet aan de voorwaarden in § 3, en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg.]2   § 4. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B + E legt het praktische examen af met een samenstel bestaande uit een voertuig van de categorie B, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 3, en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten minste 1 000 kg en met een lengte van ten minste 9 m, en dat niet onder de categorie B valt en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 100 km/u bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn dan het trekkende voertuig, zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 5. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C legt het praktische examen af met een voertuig behorend tot de categorie C, waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 12 000 kg, [5 de lengte ten minste 8 m]5 en de breedte ten minste 2,40 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS, [5 met een versnellingsbak waarbij de versnelling manueel door de bestuurder kan worden gekozen]5 en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   De laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine en die de volledige laadvloer bedekt.   De feitelijke totale massa van het voertuig moet minimaal 10 000 kg bedragen.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig.   § 6. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C + E legt het praktische examen af met een geleed voertuig of een samenstel bestaande uit een voertuig van de categorie C, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 5, en een aanhangwagen van ten minste 7,5 m lang.   Het gelede voertuig of samenstel moet een maximaal toegelaten massa van ten minste 20 000 kg hebben, ten minste 14 m lang en ten minste 2,40 m breed zijn en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereiken.   Het gelede voertuig of samenstel moet uitgerust zijn met ABS, [5 een versnellingsbak waarbij de versnelling manueel door de bestuurder kan worden gekozen]5 en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn dan het trekkende voertuig, zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van het gelede voertuig of het samenstel moet minimaal 15 000 kg bedragen.   Het gelede voertuig of het samenstel moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het gelede voertuig of van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken.   De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en, in voorkomend geval, verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig of het samenstel.   § 7. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie D legt het praktische examen af met een voertuig behorend tot de categorie D, dat ten minste 10 m lang en ten minste 2,40 m breed is en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en met een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   § 8. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie D + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie D, dat beantwoordt aan de in § 7 voorgeschreven voorwaarden en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 1 500 kg. Het samenstel heeft een breedte van ten minste 2,40 m en een lengte van ten minste 14 m en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het voertuig of het samenstel.   § 9. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2[2   ]2categorie C1 legt het praktische examen af met een voertuig van de [2   ]2categorie C1 waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 5 500 kg en de lengte ten minste 5,5 m bedraagt, en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine en die de volledige laadvloer bedekt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 10. De kandidaat voor een rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie C1 + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de [2   ]2categorie C1, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in § 9, en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 2 500 kg.   Het samenstel moet een lengte hebben van ten minste 9 m en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereiken.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine van het trekkende voertuig. De gesloten opbouw mag ook lichtjes minder breed zijn als het trekkende voertuig zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het trekkende voertuig mogelijk is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   Het voertuig moet een lading hebben met een gewicht dat minstens gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   § 11. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie D1 legt het praktische examen af met een voertuig van de [2   ]2categorie D1, met een maximaal toegelaten massa van ten minste 4 000 kg en een lengte van ten minste 5 m, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   Het voertuig moet uitgerust zijn met ABS en een controleapparatuur als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.   § 12. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de [2   ]2categorie D1 + E legt het praktische examen af met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de [2   ]2categorie D1, dat beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in § 11, en een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van ten minste 1 500 kg, en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.   De laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is.   De feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.   De eventuele lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn. De examinator kan, zo nodig, overgaan tot een weging van het samenstel.   (§ 12bis. De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie G legt het praktische examen af met een samenstel bestaande uit een land- of bosbouwtrekker met een maximale toegelaten massa van ten minste 6 000 kg en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten minste 18 000 kg.   Het samenstel heeft een lengte van ten minste 9 m en bereikt, op een horizontale weg, een snelheid van tenminste 30 km/u.   De cabine van het trekkend voertuig is gesloten en is uitgerust met een passagierszetel voor de examinator.   De opbouw van de aanhangwagen moet minstens zo zijn, dat de kandidaat verplicht is de buitenste achteruitkijkspiegels te gebruiken, om vanaf zijn zitplaats het verkeer achter, links en rechts gade te slaan, en om onder meer een ander voertuig waar te nemen dat begonnen is met in te halen.) <KB 2006-09-01/33, art. 16, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   § 13. De kandidaat bedoeld in [2 artikel 37 die de opheffing van code 78 wenst,]2 legt het praktische examen af met een voertuig dat uitgerust is met een handschakeling.   De kandidaat die, wegens lichamelijke gebreken, slechts bepaalde types van voertuigen of aangepaste voertuigen mag besturen, legt het praktische examen af met een dergelijk voertuig. Hij mag, in voorkomend geval, het examen afleggen met een voertuig dat niet beantwoordt aan de in dit artikel gestelde normen. De kenmerken waaraan het voertuig moet voldoen, komen op het attest bedoeld in artikel 44, § 5 of in artikel 45, tweede lid.   Het praktische examen moet afgelegd worden met een voertuig dat de uitvoering van de in bijlage 5 bepaalde voorafgaande controles en manoeuvres toelaat.   § 14. (De kandidaat die zich aanbiedt met een rijschool legt het praktisch examen af met de bijstand van een instructeur [3 of een stagiair]3 en met een scholingsvoertuig van de rijschool waar hij het praktisch onderricht volgde en dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.   De houder van een voorlopige rijbewijs model 3 legt het praktisch examen af :   1° hetzij met een voertuig dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2°. De begeleider moet aanwezig zijn;   2° hetzij onder de voorwaarden bedoeld in eerste lid.   [2 Evenwel, na tweemaal niet geslaagd te zijn voor het praktisch examen of, als het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs A1, A2 of A, na tweemaal niet geslaagd te zijn voor de proef op de openbare weg, kan de houder van een voorlopig rijbewijs model 3 het praktisch examen enkel afleggen onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid. De kandidaat voor het rijbewijs A1, A2 of A moet in dat geval niet de opleiding volgen, voorzien in artikel 15, tweede lid, 1° /2.]2   [2 Evenwel, de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor categorie AM kan ook het praktisch examen afleggen zonder de bijstand van een instructeur en met een voertuig van de categorie overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1.]2   (De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie G legt het praktische examen af :   1° hetzij met bijstand van een instructeur van de landbouwschool of het landbouwopleidingscentrum waar hij de opleiding heeft gevolgd en met het voertuig van de school of het centrum of door hem erkend;   2° hetzij onder de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.) <KB 2006-09-01/33, art. 16, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (3° hetzij met de bijstand van een persoon die gemachtigd is om een voertuig van de categorie G te besturen en aan boord van een voertuig geleverd door de kandidaat en uitgerust op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats met het teken " L ", waarvan het model is bepaald door de Minister.) <KB 2007-08-24/31, art. 7, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   § 15. Als een van de hierna opgesomde bedieningsorganen van het in § 14, tweede lid, 1°, bedoelde voertuig dubbel geïnstalleerd is, moeten de organen voor de bediening van de koppeling, van de bedrijfsreminrichting [2 ...]2 en van het gaspedaal alsook van de dimlichten, van de richtingaanwijzers en van het geluidstoestel ook dubbel geïnstalleerd worden. De begeleider moet bovendien de grootlichten kunnen uitschakelen en in de plaats daarvan de dimlichten aansteken.   De dubbele bediening is niet verplicht voor de in serie ingebouwde inrichtingen die automatisch zijn of die door de begeleider gemakkelijk te bereiken zijn zonder gevaar dat de kandidaat wordt gehinderd.   Een verklikkerinrichting dient op akoestische wijze aan te geven dat de begeleider het bedieningsorgaan van de bedrijfsreminrichting of van de koppeling bedient of de bediening ervan verhindert. Wanneer deze verklikkerinrichting ingeschakeld wordt, wordt de goede werking ervan aangegeven door een verklikkerlichtje dat evenwel dooft wanneer het akoestische alarmsignaal in werking treedt. "   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 31, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2012-09-20/57, art. 34, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (4)<KB 2013-01-08/01, art. 24, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (5)<KB 2013-11-15/04, art. 7, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (6)<BESL 2018-03-29/04, art. 8.2, 054; Inwerkingtreding : 01-11-2018>   (7)<BESL 2021-04-22/18, art. 2, 071; Inwerkingtreding : 21-05-2021>
    Open officiële bron ↗