Gratis brononderzoek

Rijbewijs

Rijbewijscategorieën, voorwaarden en procedures.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-07-06

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

240 bronvarianten

  1. Art. 90bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

    Lees de volledige brontekst
    Art. 90bis.   <Opgeheven bij KB 2011-04-28/01, art. 62, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 90ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

    Lees de volledige brontekst
    Art. 90ter.<KB 2006-09-01/33, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006> § 1. [1   ]1.   § 2. [1   ]1   .De bestuurders bedoeld in het eerste lid zijn vrijgesteld, tot en met 31 augustus 2007, van de scholing, bedoeld in artikel 5 met het oog op het bekomen van het rijbewijs G. Ze zijn evenwel vrijgesteld van de verplichting houder en drager te zijn van een rijbewijs geldig voor de categorie G wanneer zij het praktische examen afleggen en zich naar het examencentrum begeven om dit examen af te leggen en ervan terugkeren.   § 3. (...) <KB 2007-08-24/31, art. 12, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   ----------   (1)<Opgeheven bij KB 2011-04-28/01, art. 63, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 90quater · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

    Lees de volledige brontekst
    Art. 90quater. (opgeheven) <KB 2006-12-28/42, art. 9, 017; Inwerkingtreding : 01-03-2007>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 90quinquies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

    Lees de volledige brontekst
    Art. 90quinquies.[1 § 1. In afwijking van dit besluit en van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, [4 worden de in het tweede lid opgesomde documenten automatisch verlengd op één van de volgende wijzen:    - ofwel tot en met 31 december 2021 als hun geldigheidsduur na 15 maart 2020 en vóór 1 oktober 2021 verstrijkt;    - ofwel tot en met 31 maart 2022 als hun geldigheidsduur na 30 september 2021 en vóór 1 januari 2022 verstrijkt.]4    Deze maatregel betreft de volgende documenten:    1° [2 ...]2    2° het voorlopig rijbewijs M3 bedoeld in artikel 6 en volgende;    3° het voorlopig rijbewijs M18 bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006;    4° het voorlopig rijbewijs M36 bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006;    5° het voorlopig rijbewijs M12 bedoeld in artikel 5/1, § 1/1 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006.    § 2. In afwijking van dit besluit worden de datums van het einde van de geldigheid van de rijbewijscategorieën vermeld op de in § 1 bedoelde documenten automatisch verlengd tot en met [3 30 september 2021]3 indien zij voor die datum vervallen.   [2 ...]2    § 3. Indien de aanvrager vóór 16 maart 2020 is geslaagd voor het praktisch examen, loopt de in artikel 17, § 1, vierde lid, voorziene termijn van drie jaar tot en met [3 30 september 2021]3, voor zover deze termijn niet na deze datum afliep.    Indien de aanvrager vóór 16 maart 2020 is geslaagd voor het theoretisch examen, loopt de in artikel 6, 1°, b), en artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 voorziene termijn van drie jaar tot en met [3 30 september 2021]3, voor zover deze termijn niet na deze datum afliep.    § 4. In afwijking van dit besluit zijn de in het tweede lid opgesomde documenten die na 15 maart 2020 vervallen, geldig tot en met [3 30 september 2021]3 indien hun geldigheidsduur verstrijkt voor deze datum.    Deze maatregel betreft de volgende documenten:    1° het attest bedoeld in artikel 69, § 2;    2° het attest bedoeld in artikel 69, § 3.    § 5. In afwijking van dit besluit zijn de in het tweede lid opgesomde documenten die na 15 maart 2020 vervallen, geldig tot en met [3 30 september 2021]3, indien hun geldigheidsduur verstrijkt voor deze datum.    Deze maatregel betreft de volgende documenten:    1° de attesten bedoeld in bijlage 6, VII tot XI;    2° het attest bedoeld in artikel 73, zevende lid, indien de opgelegde voorwaarden en beperkingen een vervaldatum bevatten.    § 6. In afwijking van artikel 17, § 1, vijfde lid, kunnen de rijbewijzen die niet zijn afgegeven na 15 december 2019 alsnog worden afgegeven tot en met [3 30 september 2021]3 indien de in dit artikel voorziene termijn van drie maanden voor deze datum afloopt.    § 7.[2 ...]2    § 8. Dit artikel treedt buiten werking op de dag die volgt op [3 [4 31 maart 2022]4]3.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2020-04-23/21, art. 1, 061; Inwerkingtreding : 16-03-2020>   (2)<KB 2020-08-28/04, art. 1, 064; Inwerkingtreding : 16-03-2020>   (3)<KB 2020-12-13/03, art. 1, 066; Inwerkingtreding : 16-03-2020>   (4)<KB 2021-07-21/09, art. 1, 073; Inwerkingtreding : 16-03-2020>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 91 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

    Lees de volledige brontekst
    Art. 91. Treden in werking op 1 oktober 1998 :   1° de artikelen 23 en 36 van de wet van 18 juli 1990 tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 en de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen;   2° dit besluit.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 92 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

    Lees de volledige brontekst
    Art. 92.Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Landsverdediging en Onze Staatssecretaris voor Veiligheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. N1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N1.[1 Bijlage 1. - Voorschriften betreffende het kaartmodel van het rijbewijs       1. De fysieke kenmerken van de kaart van het modelrijbewijs van de Europese Unie zijn in overeenstemming met ISO-norm 7810.    De kaart is gemaakt van polycarbonaat.    De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.    2. Het voor rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd :    - de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;    - beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;    - optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;    - lasergravure;    - in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon);    - inkt met kleuromslag;    - aangepaste hologrammen;    - variabele laserbeelden;    - ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;    - voelbare karakters, symbolen of patronen.    3. Het rijbewijs heeft twee zijden :    Bladzijde 1 bevat :    a) de vermelding " rijbewijs ", in hoofdletters, in de drie landstalen en het Engels;    b) het onderscheidingsteken " B " van België, negatief afgedrukt in een blauwe rechthoek en omringd door twaalf gele sterren;    c) de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven rijbewijs, met de volgende nummers :    1. de naam van de houder;    2. de voornaam van de houder;    3. geboortedatum en -plaats van de houder;    4. a. de datum van afgifte van het rijbewijs;    b. de datum waarop de administratieve geldigheidsduur van het rijbewijs afloopt;    c. de naam van de bevoegde instantie die het rijbewijs afgeeft;    5. nummer van het rijbewijs;    6. de foto van de houder;    7. de handtekening van de houder;    9. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen (de nationale categorieën worden in een ander lettertype gedrukt dan de geharmoniseerde categorieën);    d) de vermelding " model van de Europese Unie " en de vermelding " rijbewijs " in de overige talen van de Gemeenschap, gedrukt in roze letters en op een zodanige wijze dat deze de achtergrond van het rijbewijs vormen :   (Tekst niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 11-07-2012, p. 38268)   (Tekst gewijzigd door :   <KB 2013-11-15/04, art. 14, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013       e) referentiekleuren :    - blauw : Reflex blauw Pantone;    - geel : Pantone Geel.    Bladzijde 2 bevat :    a) 9. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen (de nationale categorieën worden in een ander lettertype gedrukt dan de geharmoniseerde categorieën);    10. de datum van eerste afgifte per categorie (deze datum moet bij iedere latere vervanging of inwisseling op het nieuwe rijbewijs worden vermeld); in elk datumveld moeten twee cijfers worden ingevuld en wel in de volgende volgorde : dag.maand.jaar (DD.MM.JJ);    11. de datum waarop de geldigheidsduur afloopt voor elke categorie; in elk datumveld moeten twee cijfers worden ingevuld en wel in de volgende volgorde : dag.maand.jaar (DD.MM.JJ);    12. de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code, overeenkomstig bijlage 7, naast elke desbetreffende categorie.    Wanneer een code geldt voor alle categorieën waarvoor het rijbewijs is afgegeven, kan hij worden afgedrukt onder de rubrieken 9, 10 en 11;    b) een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het rijbewijs voor de rubrieken 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5, 10, 11 en 12.    4. De informatie op de voor- en achterzijde van het rijbewijs dient met het oog leesbaar te zijn, waarbij voor de punten 9 tot en met 12 aan de achterzijde een letterkorps van minimaal 5 punten moet worden gebruikt.       (Model niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 11-07-2012, p. 38269)]1   ----------   (1)<KB 2012-07-03/05, art. 3, 036; Inwerkingtreding : 19-01-2013>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  8. Art. N1/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N1/1.[1 Bijlage 1/1. - Voorschriften betreffende het kaartmodel van het rijbewijs    1. De fysieke kenmerken van de kaart van het rijbewijs van Europees model zijn in overeenstemming met de ISOnormen 7810 en 7816-1.    De kaart is gemaakt van polycarbonaat.    De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.    2. Fysieke beveiliging van rijbewijzen    Het voor rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd :    -de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;    - beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;    - optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;    - lasergravure;    - in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon);    - inkt met kleuromslag;    - aangepaste hologrammen;    - variabele laserbeelden;    - ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;    - iriserende druk;    - digitaal watermerk op de ondergrond;    - infrarode of fosforescerende pigmenten;    - voelbare karakters, symbolen of patronen.    3. Het rijbewijs heeft twee zijden :    Bladzijde 1 bevat :    a) de vermelding " rijbewijs ", in hoofdletters, in de drie landstalen;    b) de vermelding " België " in de drie landstalen;    c) het onderscheidingsteken " B " van België, negatief afgedrukt in een blauwe rechthoek en omringd door twaalf gele sterren;    d) de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven rijbewijs, met de volgende nummers :    1. de naam van de houder;    2. de voornaam van de houder;    3. geboortedatum en -plaats van de houder;    4. a.de datum van afgifte van het rijbewijs;    b.de datum waarop de administratieve geldigheidsduur van het rijbewijs afloopt;    c.de naam van de bevoegde instantie die het rijbewijs afgeeft;    5. nummer van het rijbewijs;    6. de foto van de houder;    7. de handtekening van de houder;    9. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen (de nationale categorieën worden in een ander lettertype gedrukt dan de geharmoniseerde categorieën);    e) de vermelding " Model van de Europese Gemeenschappen " en de vermelding " rijbewijs " in de overige talen van de Gemeenschap, gedrukt in roze letters en op een zodanige wijze dat deze de achtergrond van het rijbewijs vormen :    (Tekst niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 01-07-2010, p. 43844)    f) referentiekleuren :    - blauw : Reflex blauw Pantone;    - geel : Pantone Geel.    Bladzijde 2 bevat :    a) 9. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen (de nationale categorieën worden in een ander lettertype gedrukt dan de geharmoniseerde categorieën);    10. de datum van eerste afgifte per categorie (deze datum moet bij iedere latere vervanging of inwisseling op het nieuwe rijbewijs worden vermeld);    11. de datum waarop de geldigheidsduur afloopt voor elke categorie;    12. de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code, overeenkomstig bijlage 7, naast elke desbetreffende categorie.    Wanneer een code geldt voor alle categorieën waarvoor het rijbewijs is afgegeven, kan hij worden afgedrukt onder de rubrieken 9, 10 en 11;    b) een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het rijbewijs (ten minste voor de rubrieken 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5, 10, 11 en 12).    [2 (Beelden niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 15-01-2013, p. 1354-1356)]2]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2010-06-23/03, art. 2, 028; Inwerkingtreding : 01-07-2010>   (2)<KB 2013-01-08/01, art. 8, 038; Inwerkingtreding : 18-01-2013>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  9. Art. N1/2 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N1/2.   <Opgeheven bij KB 2011-04-28/01, art. 67, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  10. Art. N2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N2.[1 Bijlage 2. - VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE HET KAARTMODEL VAN HET VOORLOPIG RIJBEWIJS MODEL 3    1. De fysieke kenmerken van de kaart van het voorlopig rijbewijs zijn in overeenstemming met ISO-norm 7810.    De kaart is gemaakt van polycarbonaat.    De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.    2. Het voor voorlopige rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd :    - de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;    - beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;    - optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;    - lasergravure;    - in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon);    - inkt met kleuromslag;    - aangepaste hologrammen;    - variabele laserbeelden;    - ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;    - voelbare karakters, symbolen of patronen.    3. Het voorlopig rijbewijs heeft twee zijden :    Bladzijde 1 bevat :    a) de vermelding " voorlopig rijbewijs ", in hoofdletters;    b) de tekst " Enkel geldig in België ";    c) het onderscheidingsteken " B " van België;    d) het onderscheidingsteken " M3 " van model 3;    e) de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven voorlopig rijbewijs, met de volgende nummers :    1. de naam van de houder;    2. de voornaam van de houder;    3. geboortedatum en -plaats van de houder;    4. a. de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs;    b. de datum waarop de geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs afloopt;    c. de naam van de bevoegde instantie die het voorlopig rijbewijs afgeeft;    5. nummer van het voorlopig rijbewijs;    6. de foto van de houder;    7. de handtekening van de houder;    8. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen;    f) referentiekleur : [2 licht lila]2.    Bladzijde 2 bevat :    a) [3 de datum van afgifte van het eerste voorlopig rijbewijs van de categorie waarvoor het voorlopig rijbewijs geldig wordt verklaard;]3   [3 a/1) de datum waarop de houder geslaagd is voor het theoretisch examen en het gewest waar dit theoretisch examen heeft plaatsgevonden;    a/2) naam en voornaam van de eerste en de tweede begeleider;]3    b) de tekst " De houder die geen 24 jaar oud is, mag niet sturen van tweeëntwintig uur tot zes uur 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen. ";    c) [3 ...]3    d) de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code, overeenkomstig bijlage 7;    e) een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het voorlopig rijbewijs (ten minste voor de rubrieken 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5 en 8).       (Model M3 voorlopig rijbewijs niet opgenomen om technische redenen, [3 zie B.St. van 12-10-2018, p. 77090]3]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2013-04-03/13, art. 12, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (2)<KB 2013-11-15/04, art. 15, 043; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (3)<KB 2018-09-05/14, art. 1, 057; Inwerkingtreding : 01-02-2019>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  11. Art. N3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N3. Leervergunning. (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-04-1998, p. 13542)   Opgeheven bij :   <MB 2006-07-10/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-09-2006; B.St. 14-07-2006, p. 35343>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  12. Art. N4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N4.Bijlage 4. <KB 2004-07-15/34, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   A. Stof voor het theoretische examen.   I. (Stof voor het rijbewijs [1 AM]1 [2 , A1, A2, A]2, B, C1, C, D1 en D) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   A. Gemeenschappelijke examenstof.   1. Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;   2. Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;   3. Koninklijk besluit van 22 december 2003 tot aanwijzing van de (overtredingen) per graad van de algemene reglementen genomen in uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen; <KB 2005-09-30/37, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   4. Belang van de oplettendheid en van de houding ten opzichte van andere weggebruikers;   5. Waarneming, beoordeling en reactie, met name reactietijd, en gedragsveranderingen bij de bestuurder ten gevolge van alcohol, drugs en geneesmiddelen, gemoedsgesteldheid en vermoeidheid;   6. De belangrijkste principes voor het bewaren van afstand, remafstand en wegligging van het voertuig in uiteenlopende weers- en wegomstandigheden;   7. Verkeersrisico's in verband met verschillende wegomstandigheden, in het bijzonder veranderingen ten gevolge van de weerstoestand en het tijdstip van de dag of de nacht;   8. Kenmerken van de verschillende soorten wegen en daarop betrekking hebbende wettelijke voorschriften;   9. Specifieke risico's in verband met de onervarenheid van andere weggebruikers en in verband met de kwetsbaarste categorieën van weggebruikers, zoals kinderen, voetgangers, fietsers en personen die in hun mobiliteit gehinderd zijn;   10. Risico's in verband met deelneming aan het verkeer en het besturen van diverse voertuigtypes en in verband met het verschillende gezichtsveld van de bestuurders van deze voertuigen;   11. Reglementering met betrekking tot administratieve bescheiden in verband met het gebruik van het voertuig;   12. Algemene regels voor de door de bestuurder te volgen gedragslijn bij ongevallen (plaatsen van de gevarendriehoek, waarschuwen, enz.) en maatregelen die hij in voorkomend geval kan nemen om hulp te verlenen aan verkeersslachtoffers;   13. Veiligheidseisen met betrekking tot het voertuig, de lading en de passagiers;   14. Voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van het voertuig;   15. De mechanische onderdelen die voor de rijveiligheid van belang zijn : in staat zijn de meest voorkomende defecten te ontdekken, in het bijzonder aan de stuurinrichting, wielophanging, remmen, banden, verlichting en richtingaanwijzers, reflectoren, achteruitkijkspiegels, voorruit en ruitenwissers, uitlaatsysteem, veiligheidsgordels en geluidstoestel;   16. Veiligheidsinrichtingen van de voertuigen, met name gebruik van de veiligheidsgordels, hoofdsteunen en veiligheidsvoorzieningen voor kinderen;   17. Regels voor het milieuvriendelijke gebruik van het voertuig : alleen toeteren indien nodig, matig brandstofgebruik, beperking van uitlaatgassen.   (18. Veiligheid in tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 8, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   B. Specifieke stof voor de [2 categorieën A1, A2 en A ]2.   1. Gebruik van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;   2. Zichtbaarheid van motorrijders voor medeweggebruikers;   3. Specifieke risico's in verband met uiteenlopende wegomstandigheden, met bijzondere aandacht voor gladde delen van het wegdek, zoals putdeksels, wegmarkeringen zoals strepen en pijlen, tramrails;   4. Mechanische onderdelen die voor de verkeersveiligheid van belang zijn, met bijzondere aandacht voor de noodstopschakelaar, het oliepeil en de ketting.   C. Specifieke stof voor de [2 categorieën C1 en C]2.   1. [3 Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;]3   2. Voorschriften inzake het vervoer van goederen;   3. Kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, zoals de evacuatie van passagiers, en de grondbeginselen van eerste hulp;   4. Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van goederen;   5. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;   6. Voorschriften inzake gewichten, afmetingen en snelheidsbegrenzers;   7. Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;   8. Veiligheidseisen bij het laden van het voertuig : het beheersen van de lading (laden en vastzetten), problemen met verschillende soorten lading (bijvoorbeeld vloeistoffen, hangende lading), het laden en lossen van goederen en het gebruik van laadapparatuur;   9. Principes van de constructie en werking van : verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak);   10. Smering en antivriesbescherming;   11. Principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;   12. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;   13. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme;   14. Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;   15. Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;   16. Verantwoordelijkheid van de bestuurder voor de ontvangst, het vervoer en de aflevering van goederen volgens afspraak;   17. Beginselen van het verantwoorde gebruik van de snelheidsregelaar.   D. Specifieke stof voor de [2 categorieën D1 en D]2.   1. Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;   2. Voorschriften inzake het vervoer van personen;   3. Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van personen;   4. Kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, zoals de evacuatie van passagiers, en de grondbeginselen van eerste hulp;   5. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;   6. Voorschriften inzake gewichten, afmetingen en snelheidsbegrenzers;   7. Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;   8. Verantwoordelijkheid van de bestuurder met betrekking tot het vervoer van passagiers, het comfort en de veiligheid van passagiers, het vervoer van kinderen en de nodige controles vóór het wegrijden;   9. Principes van de constructie en werking van : verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak);   10. Smering en antivriesbescherming;   11. Principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;   12. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;   13. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme;   14. Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;   15. Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;   16. Beginselen van het verantwoorde gebruik van de snelheidsregelaar.   II. (Stof voor het rijbewijs G   1. Stof voorzien in punt I, A;   2. Koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   B. Wijze van beoordeling.   I. (Categorieën [1 AM]1 en G) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 3°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   Maximum aantal punten : 40.   Minimum vereist om te slagen : 33.   II. Categorieën [2 A1, A2, A, B, C1, C, D1 en D]2 :   Maximum aantal punten : 50.   Minimum vereist om te slagen : 41.   C. Wijze van verbetering.   De Minister of zijn gemachtigde bepaalt de procedure tot verbetering van het theoretische examen.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 69, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-11-15/04, art. 16, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  13. Art. N4 · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [NOTA: artikel bijlage 4 opgeheven voor zover zij van toepassing zijn op motorvoertuigen van categorie B met uitzondering van de artikelen die betrekking hebben op het plaatsen van de code 96 bedoeld in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.]<BESL 2018-03-29/04, art. 8.6, 054; Inwerkingtreding : 30-04-2018>    Bijlage 4. <KB 2004-07-15/34, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   A. Stof voor het theoretische examen.   I. (Stof voor het rijbewijs [1 AM]1 [2 , A1, A2, A]2, B, C1, C, D1 en D) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   A. Gemeenschappelijke examenstof.   1. Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;   2. Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;   3. Koninklijk besluit van 22 december 2003 tot aanwijzing van de (overtredingen) per graad van de algemene reglementen genomen in uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen; <KB 2005-09-30/37, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   4. Belang van de oplettendheid en van de houding ten opzichte van andere weggebruikers;   5. Waarneming, beoordeling en reactie, met name reactietijd, en gedragsveranderingen bij de bestuurder ten gevolge van alcohol, drugs en geneesmiddelen, gemoedsgesteldheid en vermoeidheid;   6. De belangrijkste principes voor het bewaren van afstand, remafstand en wegligging van het voertuig in uiteenlopende weers- en wegomstandigheden;   7. Verkeersrisico's in verband met verschillende wegomstandigheden, in het bijzonder veranderingen ten gevolge van de weerstoestand en het tijdstip van de dag of de nacht;   8. Kenmerken van de verschillende soorten wegen en daarop betrekking hebbende wettelijke voorschriften;   9. Specifieke risico's in verband met de onervarenheid van andere weggebruikers en in verband met de kwetsbaarste categorieën van weggebruikers, zoals kinderen, voetgangers, fietsers en personen die in hun mobiliteit gehinderd zijn;   10. Risico's in verband met deelneming aan het verkeer en het besturen van diverse voertuigtypes en in verband met het verschillende gezichtsveld van de bestuurders van deze voertuigen;   11. Reglementering met betrekking tot administratieve bescheiden in verband met het gebruik van het voertuig;   12. Algemene regels voor de door de bestuurder te volgen gedragslijn bij ongevallen (plaatsen van de gevarendriehoek, waarschuwen, enz.) en maatregelen die hij in voorkomend geval kan nemen om hulp te verlenen aan verkeersslachtoffers;   13. Veiligheidseisen met betrekking tot het voertuig, de lading en de passagiers;   14. Voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van het voertuig;   15. De mechanische onderdelen die voor de rijveiligheid van belang zijn : in staat zijn de meest voorkomende defecten te ontdekken, in het bijzonder aan de stuurinrichting, wielophanging, remmen, banden, verlichting en richtingaanwijzers, reflectoren, achteruitkijkspiegels, voorruit en ruitenwissers, uitlaatsysteem, veiligheidsgordels en geluidstoestel;   16. Veiligheidsinrichtingen van de voertuigen, met name gebruik van de veiligheidsgordels, hoofdsteunen en veiligheidsvoorzieningen voor kinderen;   17. Regels voor het milieuvriendelijke gebruik van het voertuig : alleen toeteren indien nodig, matig brandstofgebruik, beperking van uitlaatgassen.   (18. Veiligheid in tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 8, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   B. Specifieke stof voor de [2 categorieën A1, A2 en A ]2.   1. Gebruik van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;   2. Zichtbaarheid van motorrijders voor medeweggebruikers;   3. Specifieke risico's in verband met uiteenlopende wegomstandigheden, met bijzondere aandacht voor gladde delen van het wegdek, zoals putdeksels, wegmarkeringen zoals strepen en pijlen, tramrails;   4. Mechanische onderdelen die voor de verkeersveiligheid van belang zijn, met bijzondere aandacht voor de noodstopschakelaar, het oliepeil en de ketting.   C. Specifieke stof voor de [2 categorieën C1 en C]2.   1. [3 Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;]3   2. Voorschriften inzake het vervoer van goederen;   3. Kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, zoals de evacuatie van passagiers, en de grondbeginselen van eerste hulp;   4. Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van goederen;   5. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;   6. Voorschriften inzake gewichten, afmetingen en snelheidsbegrenzers;   7. Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;   8. Veiligheidseisen bij het laden van het voertuig : het beheersen van de lading (laden en vastzetten), problemen met verschillende soorten lading (bijvoorbeeld vloeistoffen, hangende lading), het laden en lossen van goederen en het gebruik van laadapparatuur;   9. Principes van de constructie en werking van : verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak);   10. Smering en antivriesbescherming;   11. Principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;   12. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;   13. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme;   14. Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;   15. Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;   16. Verantwoordelijkheid van de bestuurder voor de ontvangst, het vervoer en de aflevering van goederen volgens afspraak;   17. Beginselen van het verantwoorde gebruik van de snelheidsregelaar.   D. Specifieke stof voor de [2 categorieën D1 en D]2.   1. Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;   2. Voorschriften inzake het vervoer van personen;   3. Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van personen;   4. Kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, zoals de evacuatie van passagiers, en de grondbeginselen van eerste hulp;   5. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;   6. Voorschriften inzake gewichten, afmetingen en snelheidsbegrenzers;   7. Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;   8. Verantwoordelijkheid van de bestuurder met betrekking tot het vervoer van passagiers, het comfort en de veiligheid van passagiers, het vervoer van kinderen en de nodige controles vóór het wegrijden;   9. Principes van de constructie en werking van : verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak);   10. Smering en antivriesbescherming;   11. Principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;   12. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;   13. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme;   14. Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;   15. Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;   16. Beginselen van het verantwoorde gebruik van de snelheidsregelaar.   II. (Stof voor het rijbewijs G   1. Stof voorzien in punt I, A;   2. Koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   B. Wijze van beoordeling.   I. (Categorieën [1 AM]1 en G) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 3°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   Maximum aantal punten : 40.   Minimum vereist om te slagen : 33.   II. Categorieën [2 A1, A2, A, B, C1, C, D1 en D]2 :   Maximum aantal punten : 50.   Minimum vereist om te slagen : 41.   C. Wijze van verbetering.   De Minister of zijn gemachtigde bepaalt de procedure tot verbetering van het theoretische examen.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 69, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-11-15/04, art. 16, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  14. Art. N4 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N4_WAALS_GEWEST.    Bijlage 4. <KB 2004-07-15/34, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   A. Stof voor het theoretische examen.   I. (Stof voor het rijbewijs [1 AM]1 [2 , A1, A2, A]2, B, C1, C, D1 en D) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   A. Gemeenschappelijke examenstof.   1. Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;   2. Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;   3. Koninklijk besluit van 22 december 2003 tot aanwijzing van de (overtredingen) per graad van de algemene reglementen genomen in uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen; <KB 2005-09-30/37, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   4. Belang van de oplettendheid en van de houding ten opzichte van andere weggebruikers;   5. Waarneming, beoordeling en reactie, met name reactietijd, en gedragsveranderingen bij de bestuurder ten gevolge van alcohol, drugs en geneesmiddelen, gemoedsgesteldheid en vermoeidheid;   6. De belangrijkste principes voor het bewaren van afstand, remafstand en wegligging van het voertuig in uiteenlopende weers- en wegomstandigheden;   7. Verkeersrisico's in verband met verschillende wegomstandigheden, in het bijzonder veranderingen ten gevolge van de weerstoestand en het tijdstip van de dag of de nacht;   8. Kenmerken van de verschillende soorten wegen en daarop betrekking hebbende wettelijke voorschriften;   9. Specifieke risico's in verband met de onervarenheid van andere weggebruikers en in verband met de kwetsbaarste categorieën van weggebruikers, zoals kinderen, voetgangers, fietsers en personen die in hun mobiliteit gehinderd zijn;   10. Risico's in verband met deelneming aan het verkeer en het besturen van diverse voertuigtypes en in verband met het verschillende gezichtsveld van de bestuurders van deze voertuigen;   11. Reglementering met betrekking tot administratieve bescheiden in verband met het gebruik van het voertuig;   12. Algemene regels voor de door de bestuurder te volgen gedragslijn bij ongevallen (plaatsen van de gevarendriehoek, waarschuwen, enz.) en maatregelen die hij in voorkomend geval kan nemen om hulp te verlenen aan verkeersslachtoffers;   13. Veiligheidseisen met betrekking tot het voertuig, de lading en de passagiers;   14. Voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van het voertuig;   15. De mechanische onderdelen die voor de rijveiligheid van belang zijn : in staat zijn de meest voorkomende defecten te ontdekken, in het bijzonder aan de stuurinrichting, wielophanging, remmen, banden, verlichting en richtingaanwijzers, reflectoren, achteruitkijkspiegels, voorruit en ruitenwissers, uitlaatsysteem, veiligheidsgordels en geluidstoestel;   16. Veiligheidsinrichtingen van de voertuigen, met name gebruik van de veiligheidsgordels, hoofdsteunen en veiligheidsvoorzieningen voor kinderen;   17. Regels voor het milieuvriendelijke gebruik van het voertuig : alleen toeteren indien nodig, matig brandstofgebruik, beperking van uitlaatgassen.   (18. Veiligheid in tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 8, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   B. Specifieke stof voor de [2 categorieën A1, A2 en A ]2.   1. Gebruik van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;   2. Zichtbaarheid van motorrijders voor medeweggebruikers;   3. Specifieke risico's in verband met uiteenlopende wegomstandigheden, met bijzondere aandacht voor gladde delen van het wegdek, zoals putdeksels, wegmarkeringen zoals strepen en pijlen, tramrails;   4. Mechanische onderdelen die voor de verkeersveiligheid van belang zijn, met bijzondere aandacht voor de noodstopschakelaar, het oliepeil en de ketting.   C. Specifieke stof voor de [2 categorieën C1 en C]2.   1. [3 Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;]3   2. Voorschriften inzake het vervoer van goederen;   3. Kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, zoals de evacuatie van passagiers, en de grondbeginselen van eerste hulp;   4. Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van goederen;   5. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;   6. Voorschriften inzake gewichten, afmetingen en snelheidsbegrenzers;   7. Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;   8. Veiligheidseisen bij het laden van het voertuig : het beheersen van de lading (laden en vastzetten), problemen met verschillende soorten lading (bijvoorbeeld vloeistoffen, hangende lading), het laden en lossen van goederen en het gebruik van laadapparatuur;   9. Principes van de constructie en werking van : verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak);   10. Smering en antivriesbescherming;   11. Principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;   12. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;   13. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme;   14. Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;   15. Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;   16. Verantwoordelijkheid van de bestuurder voor de ontvangst, het vervoer en de aflevering van goederen volgens afspraak;   17. Beginselen van het verantwoorde gebruik van de snelheidsregelaar.   D. Specifieke stof voor de [2 categorieën D1 en D]2.   1. Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;   2. Voorschriften inzake het vervoer van personen;   3. Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van personen;   4. Kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, zoals de evacuatie van passagiers, en de grondbeginselen van eerste hulp;   5. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;   6. Voorschriften inzake gewichten, afmetingen en snelheidsbegrenzers;   7. Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;   8. Verantwoordelijkheid van de bestuurder met betrekking tot het vervoer van passagiers, het comfort en de veiligheid van passagiers, het vervoer van kinderen en de nodige controles vóór het wegrijden;   9. Principes van de constructie en werking van : verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak);   10. Smering en antivriesbescherming;   11. Principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;   12. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;   13. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme;   14. Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;   15. Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;   16. Beginselen van het verantwoorde gebruik van de snelheidsregelaar.   II. (Stof voor het rijbewijs G   1. Stof voorzien in punt I, A;   2. Koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   B. Wijze van beoordeling.   I. (Categorieën [1 AM]1 en G) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 3°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   Maximum aantal punten : 40.   Minimum vereist om te slagen : 33.   II. Categorieën [2 A1, A2, A, B, C1, C, D1 en D]2 :   Maximum aantal punten : 50.   Minimum vereist om te slagen : 41.   [4 De kandidaat is niet geslaagd als hij ten minste twee verkeerde antwoorden geeft op vragen die betrekking hebben op de overtredingen van de derde of vierde graad, vermeld in de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, of die betrekking hebben op het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid, bepaald in de reglementen die zijn uitgevaardigd op grond van de wet.]4   C. Wijze van verbetering.   De [4 Waalse Minister]4 of zijn gemachtigde bepaalt de procedure tot verbetering van het theoretische examen.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 69, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-11-15/04, art. 16, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (4)<BWG 2017-07-20/16, art. 20, 053; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  15. Art. N4 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N4_VLAAMS_GEWEST.    Bijlage 4. <KB 2004-07-15/34, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005>   A. Stof voor het theoretische examen.   I. (Stof voor het rijbewijs [1 AM]1 [2 , A1, A2, A]2, B, C1, C, D1 en D) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 1°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   A. Gemeenschappelijke examenstof.   1. Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;   2. Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;   3. Koninklijk besluit van 22 december 2003 tot aanwijzing van de (overtredingen) per graad van de algemene reglementen genomen in uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen; <KB 2005-09-30/37, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   4. Belang van de oplettendheid en van de houding ten opzichte van andere weggebruikers;   5. Waarneming, beoordeling en reactie, met name reactietijd, en gedragsveranderingen bij de bestuurder ten gevolge van alcohol, drugs en geneesmiddelen, gemoedsgesteldheid en vermoeidheid;   6. De belangrijkste principes voor het bewaren van afstand, remafstand en wegligging van het voertuig in uiteenlopende weers- en wegomstandigheden;   7. Verkeersrisico's in verband met verschillende wegomstandigheden, in het bijzonder veranderingen ten gevolge van de weerstoestand en het tijdstip van de dag of de nacht;   8. Kenmerken van de verschillende soorten wegen en daarop betrekking hebbende wettelijke voorschriften;   9. Specifieke risico's in verband met de onervarenheid van andere weggebruikers en in verband met de kwetsbaarste categorieën van weggebruikers, zoals kinderen, voetgangers, fietsers en personen die in hun mobiliteit gehinderd zijn;   10. Risico's in verband met deelneming aan het verkeer en het besturen van diverse voertuigtypes en in verband met het verschillende gezichtsveld van de bestuurders van deze voertuigen;   11. Reglementering met betrekking tot administratieve bescheiden in verband met het gebruik van het voertuig;   12. Algemene regels voor de door de bestuurder te volgen gedragslijn bij ongevallen (plaatsen van de gevarendriehoek, waarschuwen, enz.) en maatregelen die hij in voorkomend geval kan nemen om hulp te verlenen aan verkeersslachtoffers;   13. Veiligheidseisen met betrekking tot het voertuig, de lading en de passagiers;   14. Voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van het voertuig;   15. De mechanische onderdelen die voor de rijveiligheid van belang zijn : in staat zijn de meest voorkomende defecten te ontdekken, in het bijzonder aan de stuurinrichting, wielophanging, remmen, banden, verlichting en richtingaanwijzers, reflectoren, achteruitkijkspiegels, voorruit en ruitenwissers, uitlaatsysteem, veiligheidsgordels en geluidstoestel;   16. Veiligheidsinrichtingen van de voertuigen, met name gebruik van de veiligheidsgordels, hoofdsteunen en veiligheidsvoorzieningen voor kinderen;   17. Regels voor het milieuvriendelijke gebruik van het voertuig : alleen toeteren indien nodig, matig brandstofgebruik, beperking van uitlaatgassen.   (18. Veiligheid in tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 8, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   B. Specifieke stof voor de [2 categorieën A1, A2 en A ]2.   1. Gebruik van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;   2. Zichtbaarheid van motorrijders voor medeweggebruikers;   3. Specifieke risico's in verband met uiteenlopende wegomstandigheden, met bijzondere aandacht voor gladde delen van het wegdek, zoals putdeksels, wegmarkeringen zoals strepen en pijlen, tramrails;   4. Mechanische onderdelen die voor de verkeersveiligheid van belang zijn, met bijzondere aandacht voor de noodstopschakelaar, het oliepeil en de ketting.   C. Specifieke stof voor de [2 categorieën C1 en C]2.   1. [3 Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;]3   2. Voorschriften inzake het vervoer van goederen;   3. Kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, zoals de evacuatie van passagiers, en de grondbeginselen van eerste hulp;   4. Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van goederen;   5. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;   6. Voorschriften inzake gewichten, afmetingen en snelheidsbegrenzers;   7. Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;   8. Veiligheidseisen bij het laden van het voertuig : het beheersen van de lading (laden en vastzetten), problemen met verschillende soorten lading (bijvoorbeeld vloeistoffen, hangende lading), het laden en lossen van goederen en het gebruik van laadapparatuur;   9. Principes van de constructie en werking van : verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak);   10. Smering en antivriesbescherming;   11. Principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;   12. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;   13. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme;   14. Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;   15. Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;   16. Verantwoordelijkheid van de bestuurder voor de ontvangst, het vervoer en de aflevering van goederen volgens afspraak;   17. Beginselen van het verantwoorde gebruik van de snelheidsregelaar.   D. Specifieke stof voor de [2 categorieën D1 en D]2.   1. Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;   2. Voorschriften inzake het vervoer van personen;   3. Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van personen;   4. Kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, zoals de evacuatie van passagiers, en de grondbeginselen van eerste hulp;   5. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;   6. Voorschriften inzake gewichten, afmetingen en snelheidsbegrenzers;   7. Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;   8. Verantwoordelijkheid van de bestuurder met betrekking tot het vervoer van passagiers, het comfort en de veiligheid van passagiers, het vervoer van kinderen en de nodige controles vóór het wegrijden;   9. Principes van de constructie en werking van : verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak);   10. Smering en antivriesbescherming;   11. Principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;   12. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;   13. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme;   14. Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;   15. Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;   16. Beginselen van het verantwoorde gebruik van de snelheidsregelaar.   II. (Stof voor het rijbewijs G   1. Stof voorzien in punt I, A;   2. Koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   B. Wijze van beoordeling.   I. (Categorieën [1 AM]1 en G) <KB 2006-09-01/33, art. 25, 3°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   Maximum aantal punten : 40.   Minimum vereist om te slagen : 33.   II. [5 1° Categorieën A1, A2, A, C1, C, D1 en D:    a) maximum aantal punten: 50;    b) minimum vereist om te slagen: 41.    2° Categorie B:    a) maximum aantal punten: 50;    b) minimum vereist om te slagen: 41.    De kandidaat is niet geslaagd als hij ten minste twee verkeerde antwoorden geeft op vragen die betrekking hebben op de overtredingen van de derde of vierde graad, vermeld in de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, of die betrekking hebben op het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid, bepaald in de reglementen die zijn uitgevaardigd op grond van de wet.]5   C. Wijze van verbetering.   De [4 Vlaamse minister]4 of zijn gemachtigde bepaalt de procedure tot verbetering van het theoretische examen.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 69, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-11-15/04, art. 16, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (4)<BVR 2015-07-10/11, art. 108, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>   (5)<BVR 2017-01-20/22, art. 5, 051; Inwerkingtreding : 01-06-2017>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  16. Art. N5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N5.Bijlage 5. <KB 2004-07-15/34, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005> PRAKTISCH EXAMEN :   I. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIE [1 AM]1.   Proef op een terrein buiten het verkeer :   1. Plaats en hantering van de bedieningsorganen.   a) Remmen;   b) Versnellingen;   c) Schakelaar van de motor;   d) Gashandgreep of -pedaal;   e) Geluidstoestel;   f) Richtingaanwijzers;   g) Schakelaar en verklikkerlichtjes voor de lichten;   h) Alleen voor tweewielige bromfietsen : zijdelingse steunvoet of centrale steunvoet naar keuze van de kandidaat.   2. Manoeuvres voor tweewielige bromfietsen.   a) Slalom;   b) In lussen rijden;   c) Over een afstand van 10 m tussen twee evenwijdige lijnen stapvoets rijden;   d) Plots remmen.   3. Manoeuvres voor bromfietsen met meer dan twee wielen.   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Keren in een straat;   c) Vooruit in een garage rijden;   d) Tussen twee voertuigen parkeren.   II. [3 RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN A1, A2 EN A    A. Proef op een terrein buiten het verkeer :    Manoeuvres    1. De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het afstappen van het voertuig, zoals op de openbare weg;    2. Voorafgaande controles    a) Motorfiets op de standaard plaatsen;    b) Correct dragen van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;    c) Banden, remmen, stuurinrichting, noodstopschakelaar, ketting, oliepeil, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd.    3. Motorfiets van de standaard halen, zonder hulp van de motor de motorfiets verplaatsen door ernaast te lopen, de motorfiets achterwaarts parkeren in het parkeervak en de motorfiets weer op de standaard plaatsen;    4. Wegrijden uit een parkeervak;    5. Slalom;    6. In lussen rijden;    7. Bocht bij een snelheid van 30 km/u., daarna ontwijken bij een snelheid van 50 km/u. en precisieremmen;    8. Stapvoets rijden;    9. "S"-bocht;    10. Bocht bij een snelheid van 30 km/u.., daarna versnelling tot 50 km/u en plots remmen.    B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :    1. Wegrijden uit een parkeervak, na een stop in het verkeer, na verlaten van een oprit;    2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;    3. Rijden door bochten;    4. Kruispunten : naderen en oversteken van kruispunten en overwegen;    5. Veranderen van richting : naar links en rechts; veranderen van rijstrook;    6. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen (indien aanwezig) : invoegen vanaf de invoegstrook; uitvoegen op de uitvoegstrook;    7. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen (indien mogelijk), obstakels voorbijrijden, ingehaald worden (indien mogelijk);    8. Speciale verkeersinrichtingen (indien aanwezig), waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;    9. Zelfstandig rijden    10. Parkeren, uit en weer in het voertuig stappen, opnieuw vertrekken met de nodige voorzorgen;    11. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;    12. Toepassen verkeersregels;    13. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;    14. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;    15. Naleven snelheidsbeperkingen; aangepaste snelheid in functie van de omstandigheden;    16. Defensief rijden;    17. Sociaal rijgedrag.]3   III. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN B en B + E.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   Categorie B.   (...) <KB 2006-07-10/30, art. 42, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   [2 Categorie B+E en categorie B, behalen van de code 96.]2   1. Voorafgaande controles.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   f) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;   g) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   2. In rechte lijn achteruitrijden;   3. Achteruitrijdend een bocht maken;   4. Langs het trottoir parkeren;   5. Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   6. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en de aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten, correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, hoofdsteun, zitplaats, stuurinrichting;   8. Zuinig en [4 energie-efficiënt]4 rijden : letten op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.   (17. Categorie B : de volgende manoeuvres worden op de openbare weg uitgevoerd :   1. Voorafgaande controles.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig;   2. Keren in een smalle straat;   3. Parkeren achter een voertuig.) <KB 2006-07-10/30, art. 42, 2°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   IV. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN [2 C1, C1+E, C en C+E]2.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   1. Voorafgaande controles voor de categorieën [2 C1, C1+E, C en C+E]2 :   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Zorgen dat de portieren gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard;   f) Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;   g) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, eventueel laadmechanisme, cabineslot, manier van laden, vastzetten van de lading;   h) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   Bovendien voor [2 de categorieën C1+E en C+E]2 alleen :   Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen.   2. Manoeuvres voor [2 de categorieën C1 en C]2 :   a) In een rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruit in een garage rijden;   c) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   3. Manoeuvres voor [2 de categorieën C1+E en C+E]2 :   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruitrijdend een bocht maken;   c) Langs het trottoir parkeren;   d) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   e) Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen of oplegger; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;   8. [4 Veilig, zuinig en energie-efficiënt rijden : tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het aantal omwentelingen per minuut, het schakelen, remmen en versnellen en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen door waar nodig manueel te schakelen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen;]4   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;   17. Controle van de laaddeuren, de ladingswijze en het vastmaken van de lading;   18. Controleapparatuur.   V. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN [2 D1, D1+E, D EN D+E]2.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   1. Voorafgaande controles voor de categorieën [2 D1, D1+E, D en D+E]2.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   d) Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen, controle en gebruik van het dashboard;   e) Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;   f) In staat zijn bijzondere maatregelen te treffen voor de veiligheid van het voertuig, controle van carrosserie, bedrijfsdeuren, nooduitgangen, EHBO-benodigdheden, brandblussers en andere veiligheidsvoorzieningen;   g) Zorgen dat de portieren gesloten zijn;   h) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   Bovendien voor [2 de categorieën D1+E en D+E]2 alleen :   a) Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   b) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;   2. Manoeuvres voor [2 de categorieën D1 en D]2 :   a) In een rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruit in een garage rijden;   c) Langs een trottoir parkeren.   3. Manoeuvres voor [2 de categorieën D1+E en D+E]2 :   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruitrijdend een bocht maken;   c) Langs het trottoir parkeren;   d) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   e) Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen; tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van autosnelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, veiligheidsgordel, hoofdsteun, stuurinrichting, zitplaats;   8. [4 Veilig, zuinig en energie-efficiënt rijden : tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het aantal omwentelingen per minuut, het schakelen, remmen en versnellen en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen door waar nodig manueel te schakelen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen;]4   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;   17. Controleapparatuur.   (Vbis. Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorie G   A. Proef op een terrein buiten het verkeer   Manoeuvres   1. Voorafgaande controles :   a) verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) afstellen van de achteruitkijkspiegels;   c) zorgen dat de portieren gesloten zijn;   d) banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) controle van de stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard in verband met het rijden;   f) de nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   g) controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   2. In rechte lijn achteruitrijden.   3. Draaien in achteruit in een garage.   4. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   5. Speciale verkeerselementen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand;   6. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;   7. Zuinig en milieuvriendelijk rijden, lettend op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;   8. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg en van kijken;   9. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   10. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   11. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   12. Snelheidsbeperkingen;   13. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   14. Het geven van signalen : nodige signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   15. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.) <KB 2006-09-01/33, art. 26, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   VI. WIJZE VAN BEOORDELING VAN HET EXAMEN.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer.   Categorie [1 AM]1 :   De proef wordt stopgezet indien de kandidaat niet voldoende vertrouwd is met de plaats en de hantering van de bedieningsorganen.   Voor alle categorieën [2 ...]2 :   de manoeuvres worden beoordeeld met : " goed ", " voorbehoud ", " onvoldoende " of " slecht ".   De kandidaat wordt uitgesteld indien :   - een manoeuvre wordt beoordeeld met " slecht ";   - twee manoeuvres worden beoordeeld met " onvoldoende ";   - een manoeuvre wordt beoordeeld met " onvoldoende " en twee met " voorbehoud ";   - vier manoeuvres worden beoordeeld met " voorbehoud ".   B. Proef op de openbare weg.   De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld [3 (uit- gezonderd categorieën A1, A2 en A)]3 :   1° bediening van het voertuig;   2° plaats op de openbare weg;   3° bochten;   4° kruisen en inhalen;   5° richtingsverandering;   6° voorrang;   7° verkeerslichten en bevelen;   8° snelheid en verkeersinzicht;   9° gedrag ten overstaan van andere weggebruikers;   10° defensief rijden;   (11° manoeuvres (alleen categorie B).) <KB 2006-07-10/30, art. 42, 3°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   De rubrieken worden beoordeeld met " goed ", " voorbehoud ", " onvoldoende " of " slecht ".   De kandidaat wordt uitgesteld indien :   - een rubriek beoordeeld wordt met " slecht ";   - twee rubrieken beoordeeld worden met " onvoldoende ";   - een rubriek beoordeeld wordt met " onvoldoende " en twee met " voorbehoud ";   - vier rubrieken beoordeeld worden met " voorbehoud ";   - rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.   [3 De proef wordt volgens de volgende rubrieken en beoordelingsaspecten beoordeeld (categorieën A1, A2 en A) :    Rubrieken :    1. Wegrijden    2. Rechte wegen    3. Bochten    4. Kruispunten    5. Veranderen richting/rijstrook    6. Invoegen/uitvoegen    7. Inhalen/kruisen    8. Speciale verkeerssituaties    9. Stoppen, parkeren, opnieuw invoegen    Beoordelingsaspecten :    A. Bediening van het voertuig    B. Toepassen verkeersregels    C. Plaats op de weg    D. Kijktechniek    E. Aangepaste snelheid    F. Defensief rijden    G. Sociaal rijgedrag    De rubrieken worden beoordeeld in functie van de beoordelingsaspecten. De elementen die verkregen worden door de rubrieken en de beoordelingsaspecten te combineren, worden beoordeeld met "goed", "voldoende te verbeteren " of "slecht".    De kandidaat wordt uitgesteld indien :    - een element beoordeeld wordt met "slecht";    - rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, kandidaat of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.]3   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 70, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-01-08/01, art. 32, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (4)<KB 2013-11-15/04, art. 17, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  17. Art. N5 · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N5_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [NOTA : bijlage 5, onderdeel VI "Wijze van beoordeling van het examen", opgeheven voor zover zij van toepassing zijn op motorvoertuigen van categorie B met uitzondering van de artikelen die betrekking hebben op het plaatsen van de code 96 bedoeld in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.] <BESL 2018-03-29/04, art. 8.7, 054; Inwerkingtreding : 01-11-2018>    Bijlage 5. <KB 2004-07-15/34, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005> PRAKTISCH EXAMEN :   I. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIE [1 AM]1.   Proef op een terrein buiten het verkeer :   1. Plaats en hantering van de bedieningsorganen.   a) Remmen;   b) Versnellingen;   c) Schakelaar van de motor;   d) Gashandgreep of -pedaal;   e) Geluidstoestel;   f) Richtingaanwijzers;   g) Schakelaar en verklikkerlichtjes voor de lichten;   h) Alleen voor tweewielige bromfietsen : zijdelingse steunvoet of centrale steunvoet naar keuze van de kandidaat.   2. Manoeuvres voor tweewielige bromfietsen.   a) Slalom;   b) In lussen rijden;   c) Over een afstand van 10 m tussen twee evenwijdige lijnen stapvoets rijden;   d) Plots remmen.   3. Manoeuvres voor bromfietsen met meer dan twee wielen.   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Keren in een straat;   c) Vooruit in een garage rijden;   d) Tussen twee voertuigen parkeren.   II. [3 RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN A1, A2 EN A    A. Proef op een terrein buiten het verkeer :    Manoeuvres    1. De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het afstappen van het voertuig, zoals op de openbare weg;    2. Voorafgaande controles    a) Motorfiets op de standaard plaatsen;    b) Correct dragen van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;    c) Banden, remmen, stuurinrichting, noodstopschakelaar, ketting, oliepeil, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd.    3. Motorfiets van de standaard halen, zonder hulp van de motor de motorfiets verplaatsen door ernaast te lopen, de motorfiets achterwaarts parkeren in het parkeervak en de motorfiets weer op de standaard plaatsen;    4. Wegrijden uit een parkeervak;    5. Slalom;    6. In lussen rijden;    7. Bocht bij een snelheid van 30 km/u., daarna ontwijken bij een snelheid van 50 km/u. en precisieremmen;    8. Stapvoets rijden;    9. "S"-bocht;    10. Bocht bij een snelheid van 30 km/u.., daarna versnelling tot 50 km/u en plots remmen.    B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :    1. Wegrijden uit een parkeervak, na een stop in het verkeer, na verlaten van een oprit;    2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;    3. Rijden door bochten;    4. Kruispunten : naderen en oversteken van kruispunten en overwegen;    5. Veranderen van richting : naar links en rechts; veranderen van rijstrook;    6. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen (indien aanwezig) : invoegen vanaf de invoegstrook; uitvoegen op de uitvoegstrook;    7. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen (indien mogelijk), obstakels voorbijrijden, ingehaald worden (indien mogelijk);    8. Speciale verkeersinrichtingen (indien aanwezig), waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;    9. Zelfstandig rijden    10. Parkeren, uit en weer in het voertuig stappen, opnieuw vertrekken met de nodige voorzorgen;    11. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;    12. Toepassen verkeersregels;    13. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;    14. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;    15. Naleven snelheidsbeperkingen; aangepaste snelheid in functie van de omstandigheden;    16. Defensief rijden;    17. Sociaal rijgedrag.]3   III. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN B en B + E.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   Categorie B.   (...) <KB 2006-07-10/30, art. 42, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   [2 Categorie B+E en categorie B, behalen van de code 96.]2   1. Voorafgaande controles.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   f) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;   g) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   2. In rechte lijn achteruitrijden;   3. Achteruitrijdend een bocht maken;   4. Langs het trottoir parkeren;   5. Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   6. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en de aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten, correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, hoofdsteun, zitplaats, stuurinrichting;   8. Zuinig en [4 energie-efficiënt]4 rijden : letten op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.   (17. Categorie B : de volgende manoeuvres worden op de openbare weg uitgevoerd :   1. Voorafgaande controles.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig;   2. Keren in een smalle straat;   3. Parkeren achter een voertuig.) <KB 2006-07-10/30, art. 42, 2°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   IV. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN [2 C1, C1+E, C en C+E]2.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   1. Voorafgaande controles voor de categorieën [2 C1, C1+E, C en C+E]2 :   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Zorgen dat de portieren gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard;   f) Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;   g) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, eventueel laadmechanisme, cabineslot, manier van laden, vastzetten van de lading;   h) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   Bovendien voor [2 de categorieën C1+E en C+E]2 alleen :   Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen.   2. Manoeuvres voor [2 de categorieën C1 en C]2 :   a) In een rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruit in een garage rijden;   c) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   3. Manoeuvres voor [2 de categorieën C1+E en C+E]2 :   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruitrijdend een bocht maken;   c) Langs het trottoir parkeren;   d) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   e) Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen of oplegger; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;   8. [4 Veilig, zuinig en energie-efficiënt rijden : tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het aantal omwentelingen per minuut, het schakelen, remmen en versnellen en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen door waar nodig manueel te schakelen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen;]4   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;   17. Controle van de laaddeuren, de ladingswijze en het vastmaken van de lading;   18. Controleapparatuur.   V. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN [2 D1, D1+E, D EN D+E]2.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   1. Voorafgaande controles voor de categorieën [2 D1, D1+E, D en D+E]2.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   d) Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen, controle en gebruik van het dashboard;   e) Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;   f) In staat zijn bijzondere maatregelen te treffen voor de veiligheid van het voertuig, controle van carrosserie, bedrijfsdeuren, nooduitgangen, EHBO-benodigdheden, brandblussers en andere veiligheidsvoorzieningen;   g) Zorgen dat de portieren gesloten zijn;   h) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   Bovendien voor [2 de categorieën D1+E en D+E]2 alleen :   a) Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   b) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;   2. Manoeuvres voor [2 de categorieën D1 en D]2 :   a) In een rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruit in een garage rijden;   c) Langs een trottoir parkeren.   3. Manoeuvres voor [2 de categorieën D1+E en D+E]2 :   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruitrijdend een bocht maken;   c) Langs het trottoir parkeren;   d) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   e) Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen; tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van autosnelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, veiligheidsgordel, hoofdsteun, stuurinrichting, zitplaats;   8. [4 Veilig, zuinig en energie-efficiënt rijden : tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het aantal omwentelingen per minuut, het schakelen, remmen en versnellen en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen door waar nodig manueel te schakelen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen;]4   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;   17. Controleapparatuur.   (Vbis. Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorie G   A. Proef op een terrein buiten het verkeer   Manoeuvres   1. Voorafgaande controles :   a) verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) afstellen van de achteruitkijkspiegels;   c) zorgen dat de portieren gesloten zijn;   d) banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) controle van de stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard in verband met het rijden;   f) de nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   g) controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   2. In rechte lijn achteruitrijden.   3. Draaien in achteruit in een garage.   4. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   5. Speciale verkeerselementen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand;   6. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;   7. Zuinig en milieuvriendelijk rijden, lettend op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;   8. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg en van kijken;   9. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   10. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   11. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   12. Snelheidsbeperkingen;   13. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   14. Het geven van signalen : nodige signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   15. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.) <KB 2006-09-01/33, art. 26, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   VI. WIJZE VAN BEOORDELING VAN HET EXAMEN.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer.   Categorie [1 AM]1 :   De proef wordt stopgezet indien de kandidaat niet voldoende vertrouwd is met de plaats en de hantering van de bedieningsorganen.   Voor alle categorieën [2 ...]2 :   de manoeuvres worden beoordeeld met : " goed ", " voorbehoud ", " onvoldoende " of " slecht ".   De kandidaat wordt uitgesteld indien :   - een manoeuvre wordt beoordeeld met " slecht ";   - twee manoeuvres worden beoordeeld met " onvoldoende ";   - een manoeuvre wordt beoordeeld met " onvoldoende " en twee met " voorbehoud ";   - vier manoeuvres worden beoordeeld met " voorbehoud ".   B. Proef op de openbare weg.   De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld [3 (uit- gezonderd categorieën A1, A2 en A)]3 :   1° bediening van het voertuig;   2° plaats op de openbare weg;   3° bochten;   4° kruisen en inhalen;   5° richtingsverandering;   6° voorrang;   7° verkeerslichten en bevelen;   8° snelheid en verkeersinzicht;   9° gedrag ten overstaan van andere weggebruikers;   10° defensief rijden;   (11° manoeuvres (alleen categorie B).) <KB 2006-07-10/30, art. 42, 3°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   De rubrieken worden beoordeeld met " goed ", " voorbehoud ", " onvoldoende " of " slecht ".   De kandidaat wordt uitgesteld indien :   - een rubriek beoordeeld wordt met " slecht ";   - twee rubrieken beoordeeld worden met " onvoldoende ";   - een rubriek beoordeeld wordt met " onvoldoende " en twee met " voorbehoud ";   - vier rubrieken beoordeeld worden met " voorbehoud ";   - rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.   [3 De proef wordt volgens de volgende rubrieken en beoordelingsaspecten beoordeeld (categorieën A1, A2 en A) :    Rubrieken :    1. Wegrijden    2. Rechte wegen    3. Bochten    4. Kruispunten    5. Veranderen richting/rijstrook    6. Invoegen/uitvoegen    7. Inhalen/kruisen    8. Speciale verkeerssituaties    9. Stoppen, parkeren, opnieuw invoegen    Beoordelingsaspecten :    A. Bediening van het voertuig    B. Toepassen verkeersregels    C. Plaats op de weg    D. Kijktechniek    E. Aangepaste snelheid    F. Defensief rijden    G. Sociaal rijgedrag    De rubrieken worden beoordeeld in functie van de beoordelingsaspecten. De elementen die verkregen worden door de rubrieken en de beoordelingsaspecten te combineren, worden beoordeeld met "goed", "voldoende te verbeteren " of "slecht".    De kandidaat wordt uitgesteld indien :    - een element beoordeeld wordt met "slecht";    - rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, kandidaat of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.]3   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 70, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-01-08/01, art. 32, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (4)<KB 2013-11-15/04, art. 17, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  18. Art. N5 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N5_WAALS_GEWEST.    Bijlage 5. <KB 2004-07-15/34, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005> [6 PRAKTISCH EXAMEN EN TESTS]6 :   I. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIE [1 AM]1.   Proef op een terrein buiten het verkeer :   1. Plaats en hantering van de bedieningsorganen.   a) Remmen;   b) Versnellingen;   c) Schakelaar van de motor;   d) Gashandgreep of -pedaal;   e) Geluidstoestel;   f) Richtingaanwijzers;   g) Schakelaar en verklikkerlichtjes voor de lichten;   h) Alleen voor tweewielige bromfietsen : zijdelingse steunvoet of centrale steunvoet naar keuze van de kandidaat.   2. Manoeuvres voor tweewielige bromfietsen.   a) Slalom;   b) In lussen rijden;   c) Over een afstand van 10 m tussen twee evenwijdige lijnen stapvoets rijden;   d) Plots remmen.   3. Manoeuvres voor bromfietsen met meer dan twee wielen.   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Keren in een straat;   c) Vooruit in een garage rijden;   d) Tussen twee voertuigen parkeren.   II. [3 RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN A1, A2 EN A    A. Proef op een terrein buiten het verkeer :    Manoeuvres    1. De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het afstappen van het voertuig, zoals op de openbare weg;    2. Voorafgaande controles    a) Motorfiets op de standaard plaatsen;    b) Correct dragen van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;    c) Banden, remmen, stuurinrichting, noodstopschakelaar, ketting, oliepeil, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd.    3. Motorfiets van de standaard halen, zonder hulp van de motor de motorfiets verplaatsen door ernaast te lopen, de motorfiets achterwaarts parkeren in het parkeervak en de motorfiets weer op de standaard plaatsen;    4. Wegrijden uit een parkeervak;    5. Slalom;    6. In lussen rijden;    7. Bocht bij een snelheid van 30 km/u., daarna ontwijken bij een snelheid van 50 km/u. en precisieremmen;    8. Stapvoets rijden;    9. "S"-bocht;    10. Bocht bij een snelheid van 30 km/u.., daarna versnelling tot 50 km/u en plots remmen.    B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :    1. Wegrijden uit een parkeervak, na een stop in het verkeer, na verlaten van een oprit;    2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;    3. Rijden door bochten;    4. Kruispunten : naderen en oversteken van kruispunten en overwegen;    5. Veranderen van richting : naar links en rechts; veranderen van rijstrook;    6. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen (indien aanwezig) : invoegen vanaf de invoegstrook; uitvoegen op de uitvoegstrook;    7. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen (indien mogelijk), obstakels voorbijrijden, ingehaald worden (indien mogelijk);    8. Speciale verkeersinrichtingen (indien aanwezig), waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;    9. Zelfstandig rijden    10. Parkeren, uit en weer in het voertuig stappen, opnieuw vertrekken met de nodige voorzorgen;    11. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;    12. Toepassen verkeersregels;    13. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;    14. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;    15. Naleven snelheidsbeperkingen; aangepaste snelheid in functie van de omstandigheden;    16. Defensief rijden;    17. Sociaal rijgedrag.]3   III. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN B en B + E.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   Categorie B.   (...) <KB 2006-07-10/30, art. 42, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   [2 Categorie B+E en categorie B, behalen van de code 96.]2   1. Voorafgaande controles.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   f) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;   g) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   2. In rechte lijn achteruitrijden;   3. Achteruitrijdend een bocht maken;   4. Langs het trottoir parkeren;   5. Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   6. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en de aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten, correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, hoofdsteun, zitplaats, stuurinrichting;   8. [7 Zuinig, veilig en energie-efficiënt rijden, d.w.z. tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen, door waar dat nodig is manueel te schakelen]7   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.   (17. Categorie B : de volgende manoeuvres worden op de openbare weg uitgevoerd :   1. Voorafgaande controles.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig;   2. [6 Evenwijdig ten opzichte van de weg links of rechts achteruit parkeren tussen twee voertuigen, en het verlaten van het parkeervak;]6   3. [6 Eén van volgende vier door lottrekking gekozen manoeuvres en uitgevoerd op de openbare weg of een openbare plaats :    1° keren in een smalle straat;    2° in rechte lijn achteruitrijden;    3° loodrecht ten opzichte van de weg vooruit in een vak parkeren en het verlaten van het vak achterwaarts;    4° loodrecht ten opzichte van de weg achteruit in een vak parkeren en het verlaten van het vak voorwaarts;]6   [5 18° Zelfstandig rijden.]5   [5 C. [6 Risicoperceptietest (enkel voor de categorie B) :    De effectiviteit van een risico toegelicht tijdens de test moet leiden tot een besluitvorming en de uitvoering van een actie van de bestuurder die hij niet genomen zou hebben in een vergelijkbare verkeerssituatie waarin dit risico niet aanwezig zou zijn;]6]5   [6 D. De test over de technische rijvaardigheden heeft betrekking op de volgende punten :    1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;    2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;    3. Rijden door bochten;    4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;    5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;    6. Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;    7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten, correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, veiligheidsgorder, hoofdsteun, zitplaats, stuurinrichting;    8. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;    9. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;    10. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;    11. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;    12. Snelheidsbeperkingen;    13. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;    14. Het geven van signalen : de nodige signalen geven op de juiste momenten;    15. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden;    16. De rijpositie afstellen;    17. Manoeuvres uitvoeren op de openbare weg : Parkeren, achteruitrijden, keren.]6   IV. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN [2 C1, C1+E, C en C+E]2.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   1. Voorafgaande controles voor de categorieën [2 C1, C1+E, C en C+E]2 :   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Zorgen dat de portieren gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard;   f) Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;   g) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, eventueel laadmechanisme, cabineslot, manier van laden, vastzetten van de lading;   h) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   Bovendien voor [2 de categorieën C1+E en C+E]2 alleen :   Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen.   2. Manoeuvres voor [2 de categorieën C1 en C]2 :   a) In een rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruit in een garage rijden;   c) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   3. Manoeuvres voor [2 de categorieën C1+E en C+E]2 :   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruitrijdend een bocht maken;   c) Langs het trottoir parkeren;   d) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   e) Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen of oplegger; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;   8. [4 Veilig, zuinig en energie-efficiënt rijden : tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het aantal omwentelingen per minuut, het schakelen, remmen en versnellen en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen door waar nodig manueel te schakelen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen;]4   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;   17. Controle van de laaddeuren, de ladingswijze en het vastmaken van de lading;   18. Controleapparatuur.   V. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN [2 D1, D1+E, D EN D+E]2.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   1. Voorafgaande controles voor de categorieën [2 D1, D1+E, D en D+E]2.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   d) Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen, controle en gebruik van het dashboard;   e) Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;   f) In staat zijn bijzondere maatregelen te treffen voor de veiligheid van het voertuig, controle van carrosserie, bedrijfsdeuren, nooduitgangen, EHBO-benodigdheden, brandblussers en andere veiligheidsvoorzieningen;   g) Zorgen dat de portieren gesloten zijn;   h) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   Bovendien voor [2 de categorieën D1+E en D+E]2 alleen :   a) Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   b) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;   2. Manoeuvres voor [2 de categorieën D1 en D]2 :   a) In een rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruit in een garage rijden;   c) Langs een trottoir parkeren.   3. Manoeuvres voor [2 de categorieën D1+E en D+E]2 :   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruitrijdend een bocht maken;   c) Langs het trottoir parkeren;   d) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   e) Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen; tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van autosnelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, veiligheidsgordel, hoofdsteun, stuurinrichting, zitplaats;   8. [4 Veilig, zuinig en energie-efficiënt rijden : tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het aantal omwentelingen per minuut, het schakelen, remmen en versnellen en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen door waar nodig manueel te schakelen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen;]4   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;   17. Controleapparatuur.   (Vbis. Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorie G   A. Proef op een terrein buiten het verkeer   Manoeuvres   1. Voorafgaande controles :   a) verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) afstellen van de achteruitkijkspiegels;   c) zorgen dat de portieren gesloten zijn;   d) banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) controle van de stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard in verband met het rijden;   f) de nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   g) controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   2. In rechte lijn achteruitrijden.   3. Draaien in achteruit in een garage.   4. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   5. Speciale verkeerselementen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand;   6. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;   7. Zuinig en milieuvriendelijk rijden, lettend op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;   8. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg en van kijken;   9. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   10. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   11. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   12. Snelheidsbeperkingen;   13. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   14. Het geven van signalen : nodige signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   15. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.) <KB 2006-09-01/33, art. 26, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   VI. [6 WIJZE VAN BEOORDELING VAN DE TESTS EN VAN HET PRAKTISCH EXAMEN]6.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer.   Categorie [1 AM]1 :   De proef wordt stopgezet indien de kandidaat niet voldoende vertrouwd is met de plaats en de hantering van de bedieningsorganen.   Voor alle categorieën [2 ...]2 :   de manoeuvres worden beoordeeld met : " goed ", " voorbehoud ", " onvoldoende " of " slecht ".   De kandidaat wordt uitgesteld indien :   - een manoeuvre wordt beoordeeld met " slecht ";   - twee manoeuvres worden beoordeeld met " onvoldoende ";   - een manoeuvre wordt beoordeeld met " onvoldoende " en twee met " voorbehoud ";   - vier manoeuvres worden beoordeeld met " voorbehoud ".   B. Proef op de openbare weg.   De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld [3 [6 (uitgezonderd voor categorieën A1, A2, A, en B)]6]3 :   1° bediening van het voertuig;   2° plaats op de openbare weg;   3° bochten;   4° kruisen en inhalen;   5° richtingsverandering;   6° voorrang;   7° verkeerslichten en bevelen;   8° snelheid en verkeersinzicht;   9° gedrag ten overstaan van andere weggebruikers;   10° defensief rijden;   (11°[6 ...]6) <KB 2006-07-10/30, art. 42, 3°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   [5 12° [6 ...]6]5   De rubrieken worden beoordeeld met " goed ", " voorbehoud ", " onvoldoende " of " slecht ".   De kandidaat wordt uitgesteld indien :   - een rubriek beoordeeld wordt met " slecht ";   - twee rubrieken beoordeeld worden met " onvoldoende ";   - een rubriek beoordeeld wordt met " onvoldoende " en twee met " voorbehoud ";   - vier rubrieken beoordeeld worden met " voorbehoud ";   - rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.   [3 De proef wordt volgens de volgende rubrieken en beoordelingsaspecten beoordeeld (categorieën A1, A2 en A) :    Rubrieken :    1. Wegrijden    2. Rechte wegen    3. Bochten    4. Kruispunten    5. Veranderen richting/rijstrook    6. Invoegen/uitvoegen    7. Inhalen/kruisen    8. Speciale verkeerssituaties    9. Stoppen, parkeren, opnieuw invoegen    Beoordelingsaspecten :    A. Bediening van het voertuig    B. Toepassen verkeersregels    C. Plaats op de weg    D. Kijktechniek    E. Aangepaste snelheid    F. Defensief rijden    G. Sociaal rijgedrag    De rubrieken worden beoordeeld in functie van de beoordelingsaspecten. De elementen die verkregen worden door de rubrieken en de beoordelingsaspecten te combineren, worden beoordeeld met "goed", "voldoende te verbeteren " of "slecht".    De kandidaat wordt uitgesteld indien :    - een element beoordeeld wordt met "slecht";    - rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, kandidaat of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.]3   [6 De proef wordt volgens de volgende rubrieken en beoordelingsaspecten beoordeeld (categorie B) :    Rubriek :    1. Wegrijden    2. Rechte wegen    3. Bochten    4. Kruispunten en rotondes    5. Veranderen richting en rijstrook    6. Invoegen en uitvoegen    7. Inhalen en kruisen    8. Zwakke weggebruikers    9. Voorafgaande controles    10. Manoeuvres.    Beoordelingsaspecten    A. Bediening van het voertuig    B. Toepassen verkeersregels    C. Kijktechniek    D. Defensief, sociaal en ecologisch rijgedrag    De rubrieken worden beoordeeld op basis van de beoordelingsaspecten. De elementen die verkregen worden door de rubrieken en de beoordelingsaspecten te combineren, worden beoordeeld met "goed", "te verbeteren" of "niet-verworven".    De kandidaat wordt uitgesteld als :    - een element beoordeeld wordt met "niet-verworven";    - rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de kandidaat of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.]6   [6 C. Risicoperceptietest (enkel voor de categorie B)    De proef wordt op de volgende manier beoordeeld :    De kandidaten voor het rijbewijs slagen voor de test als ze minstens 60 % van het totaal van de punten vereist voor deze proef behalen.]6   [6 D. Test over de technische rijvaardigheden.    De proef wordt volgens de volgende rubrieken en beoordelingsaspecten beoordeeld :    Rubriek :    1. Wegrijden    2. Rechte wegen    3. Bochten    4. Kruispunten en rotondes    5. Veranderen richting en rijstrook    6. Invoegen en uitvoegen    7. Inhalen en kruisen    8. Zwakke weggebruikers    9. Voorafgaande controles    10. Maneuvers    Beoordelingsaspecten :    A. Bediening van het voertuig    B. Toepassen verkeersregels    C. Kijktechniek    De rubrieken worden beoordeeld op basis van de beoordelingsaspecten. De elementen die verkregen worden door de rubrieken en de beoordelingsaspecten te combineren, worden beoordeeld met "goed", "te verbeteren" of "niet-verworven".    De kandidaat wordt uitgesteld als :    - een element beoordeeld wordt met "niet-verworven";    - rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de kandidaat of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.]6   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 70, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-01-08/01, art. 32, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (4)<KB 2013-11-15/04, art. 17, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (5)<BWG 2017-07-20/16, art. 21, 053; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (6)<BWG 2018-05-24/23, art. 20, 056; Inwerkingtreding : 01-07-2018>   (7)<BWG 2021-01-28/07, art. 3, 067; Inwerkingtreding : 01-11-2020>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  19. Art. N5 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N5_VLAAMS_GEWEST.    Bijlage 5. <KB 2004-07-15/34, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 05-09-2005> PRAKTISCH EXAMEN :   I. [7 RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIE AM    A. Proef op een terrein buiten het verkeer voor tweewielige bromfietsen: de volgende manoeuvres worden uitgevoerd:    1° voorafgaande controles: plaats en hantering van de volgende bedieningsorganen:    a) remmen;    b) versnellingen;    c) schakelaar van de motor;    d) gashandgreep of -pedaal;    e) geluidstoestel;    f) richtingaanwijzers;    g) schakelaar en verklikkerlichtjes voor de lichten;    h) zijdelingse steunvoet of centrale steunvoet naar keuze van de kandidaat;    2° slalom;    3° in lussen rijden;    4° over een afstand van tien meter tussen twee evenwijdige lijnen stapvoets rijden;    5° plots remmen;    B. Proef op een terrein buiten het verkeer voor bromfietsen met meer dan twee wielen en lichte vierwielers: de volgende manoeuvres worden uitgevoerd:    1° voorafgaande controles: plaats en hantering van de volgende bedieningsorganen:    a) geluidstoestel;    b) richtingaanwijzers;    c) schakelaar en verklikkerlichtjes voor de lichten;    2° in rechte lijn achteruitrijden;    3° keren in een straat;    4° vooruit in een garage rijden;    5° tussen twee voertuigen parkeren;    C. Proef op een terrein buiten het verkeer voor speedpedelecs: de volgende manoeuvres worden uitgevoerd:    1° voorafgaande controles: plaats en hantering van de volgende bedieningsorganen:    a) remmen;    b) versnellingen;    c) gashandgreep of -pedaal;    d) geluidstoestel;    e) richtingaanwijzers;    f) schakelaar en verklikkerlichtjes voor de lichten;    g) zijdelingse steunvoet of centrale steunvoet naar keuze van de kandidaat;    2° slalom;    3° over een afstand van 7 meter tussen twee evenwijdige lijnen stapvoets rijden;    4° over een afstand van 10 meter een rechte lijn aanhouden;    5° plots remmen.]7   II. [3 RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN A1, A2 EN A    A. Proef op een terrein buiten het verkeer :    Manoeuvres    1. De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het afstappen van het voertuig, zoals op de openbare weg;    2. Voorafgaande controles    a) Motorfiets op de standaard plaatsen;    b) Correct dragen van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;    c) Banden, remmen, stuurinrichting, noodstopschakelaar, ketting, oliepeil, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd.    3. Motorfiets van de standaard halen, zonder hulp van de motor de motorfiets verplaatsen door ernaast te lopen, de motorfiets achterwaarts parkeren in het parkeervak en de motorfiets weer op de standaard plaatsen;    4. Wegrijden uit een parkeervak;    5. Slalom;    6. In lussen rijden;    7. Bocht bij een snelheid van 30 km/u., daarna ontwijken bij een snelheid van 50 km/u. en precisieremmen;    8. Stapvoets rijden;    9. "S"-bocht;    10. Bocht bij een snelheid van 30 km/u.., daarna versnelling tot 50 km/u en plots remmen.    B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :    1. Wegrijden uit een parkeervak, na een stop in het verkeer, na verlaten van een oprit;    2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;    3. Rijden door bochten;    4. Kruispunten : naderen en oversteken van kruispunten en overwegen;    5. Veranderen van richting : naar links en rechts; veranderen van rijstrook;    6. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen (indien aanwezig) : invoegen vanaf de invoegstrook; uitvoegen op de uitvoegstrook;    7. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen (indien mogelijk), obstakels voorbijrijden, ingehaald worden (indien mogelijk);    8. Speciale verkeersinrichtingen (indien aanwezig), waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;    9. Zelfstandig rijden    10. Parkeren, uit en weer in het voertuig stappen, opnieuw vertrekken met de nodige voorzorgen;    11. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;    12. Toepassen verkeersregels;    13. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;    14. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;    15. Naleven snelheidsbeperkingen; aangepaste snelheid in functie van de omstandigheden;    16. Defensief rijden;    17. Sociaal rijgedrag.]3   III. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN B en B + E.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   Categorie B.   (...) <KB 2006-07-10/30, art. 42, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-12-2006>   [2 Categorie B+E en categorie B, behalen van de code 96.]2   1. Voorafgaande controles.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   f) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;   g) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   2. In rechte lijn achteruitrijden;   3. Achteruitrijdend een bocht maken;   4. Langs het trottoir parkeren;   5. Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   6. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en de aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten, correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, hoofdsteun, zitplaats, stuurinrichting;   8. [6 Veilig, zuinig en energie-efficiënt rijden: tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het aantal omwentelingen per minuut, het schakelen, remmen en versnellen, en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen door waar dat nodig is manueel te schakelen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen;]6   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.   [5 17. [7 Zelfstandig rijden alleen voor categorie B:    1° het volgen van de aanwijzingen van wegwijzers;    2° het volgen van de aanwijzingen van een navigatietoestel.]7]5   [5 18. [7 Categorie B: de volgende manoeuvres worden uitgevoerd:    1° voorafgaande controles:    a) verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;    b) afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;    c) nakijken of de portieren goed gesloten zijn;    d) banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel: steekproefsgewijze controle;    e) de nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig;    2° een van de volgende drie door lottrekking gekozen manoeuvres:    a) keren in een smalle straat;    b) in rechte lijn achteruitrijden;    c) loodrecht ten opzichte van de weg vooruit in een vak parkeren;    3° een van de volgende drie door lottrekking gekozen manoeuvres:    a) evenwijdig ten opzichte van de weg rechts parkeren tussen twee voertuigen;    b) evenwijdig ten opzichte van de weg links parkeren tussen twee voertuigen;    c) loodrecht ten opzichte van de weg achteruit in een vak parkeren.    De manoeuvres, vermeld in punt 1°, 2°, c), en 3°, c), van de eerste alinea worden uitgevoerd op een openbare plaats. De manoeuvres, vermeld in punt 2°, a) en b), en 3°, a) en b), van de eerste alinea, worden uitgevoerd op de openbare weg.]7]5   [5 C Proef gevaarherkenningstest (alleen voor categorie B): computertest in het examencentrum.";]5   IV. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN [2 C1, C1+E, C en C+E]2.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   1. Voorafgaande controles voor de categorieën [2 C1, C1+E, C en C+E]2 :   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Zorgen dat de portieren gesloten zijn;   d) Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard;   f) Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;   g) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, eventueel laadmechanisme, cabineslot, manier van laden, vastzetten van de lading;   h) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   Bovendien voor [2 de categorieën C1+E en C+E]2 alleen :   Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen.   2. Manoeuvres voor [2 de categorieën C1 en C]2 :   a) In een rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruit in een garage rijden;   c) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   3. Manoeuvres voor [2 de categorieën C1+E en C+E]2 :   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruitrijdend een bocht maken;   c) Langs het trottoir parkeren;   d) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   e) Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen of oplegger; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;   8. [4 Veilig, zuinig en energie-efficiënt rijden : tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het aantal omwentelingen per minuut, het schakelen, remmen en versnellen en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen door waar nodig manueel te schakelen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen;]4   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;   17. Controle van de laaddeuren, de ladingswijze en het vastmaken van de lading;   18. Controleapparatuur.   V. RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEEN [2 D1, D1+E, D EN D+E]2.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer :   Manoeuvres.   1. Voorafgaande controles voor de categorieën [2 D1, D1+E, D en D+E]2.   a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;   c) Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   d) Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen, controle en gebruik van het dashboard;   e) Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;   f) In staat zijn bijzondere maatregelen te treffen voor de veiligheid van het voertuig, controle van carrosserie, bedrijfsdeuren, nooduitgangen, EHBO-benodigdheden, brandblussers en andere veiligheidsvoorzieningen;   g) Zorgen dat de portieren gesloten zijn;   h) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   Bovendien voor [2 de categorieën D1+E en D+E]2 alleen :   a) Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   b) Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;   2. Manoeuvres voor [2 de categorieën D1 en D]2 :   a) In een rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruit in een garage rijden;   c) Langs een trottoir parkeren.   3. Manoeuvres voor [2 de categorieën D1+E en D+E]2 :   a) In rechte lijn achteruitrijden;   b) Achteruitrijdend een bocht maken;   c) Langs het trottoir parkeren;   d) Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;   e) Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen; tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Oprijden en verlaten van autosnelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;   5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   6. (Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels;) <KB 2008-12-23/33, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, veiligheidsgordel, hoofdsteun, stuurinrichting, zitplaats;   8. [4 Veilig, zuinig en energie-efficiënt rijden : tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het aantal omwentelingen per minuut, het schakelen, remmen en versnellen en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen door waar nodig manueel te schakelen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen;]4   9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;   10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   13. Snelheidsbeperkingen;   14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;   17. Controleapparatuur.   (Vbis. Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorie G   A. Proef op een terrein buiten het verkeer   Manoeuvres   1. Voorafgaande controles :   a) verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;   b) afstellen van de achteruitkijkspiegels;   c) zorgen dat de portieren gesloten zijn;   d) banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;   e) controle van de stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard in verband met het rijden;   f) de nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;   g) controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;   2. In rechte lijn achteruitrijden.   3. Draaien in achteruit in een garage.   4. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.   B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :   1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;   2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;   3. Rijden door bochten;   4. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;   5. Speciale verkeerselementen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand;   6. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;   7. Zuinig en milieuvriendelijk rijden, lettend op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;   8. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg en van kijken;   9. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;   10. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;   11. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;   12. Snelheidsbeperkingen;   13. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;   14. Het geven van signalen : nodige signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;   15. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.) <KB 2006-09-01/33, art. 26, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   VI. WIJZE VAN BEOORDELING VAN HET EXAMEN.   A. Proef op een terrein buiten het verkeer.   Categorie [1 AM]1 :   De proef wordt stopgezet indien de kandidaat niet voldoende vertrouwd is met de plaats en de hantering van de bedieningsorganen.   Voor alle categorieën [2 ...]2 :   de manoeuvres worden beoordeeld met : " goed ", " voorbehoud ", " onvoldoende " of " slecht ".   De kandidaat wordt uitgesteld indien :   - een manoeuvre wordt beoordeeld met " slecht ";   - twee manoeuvres worden beoordeeld met " onvoldoende ";   - een manoeuvre wordt beoordeeld met " onvoldoende " en twee met " voorbehoud ";   - vier manoeuvres worden beoordeeld met " voorbehoud ".   B. [5 Proef op de openbare weg.    B.1. De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld, uitgezonderd voor categorieën A1, A2, A en B:    1° bediening van het voertuig;    2° plaats op de openbare weg;    3° bochten;    4° kruisen en inhalen;    5° richtingsverandering;    6° voorrang;    7° verkeerslichten en bevelen;    8° snelheid en verkeersinzicht;    9° gedrag ten overstaan van andere weggebruikers;    10° defensief rijden.    De rubrieken, vermeld in punt 1° tot en met 10°, worden beoordeeld met "goed", "voorbehoud", "onvoldoende" of "slecht". De kandidaat wordt uitgesteld als:    1° een rubriek beoordeeld wordt met "slecht";    2° twee rubrieken beoordeeld worden met "onvoldoende";    3° een rubriek beoordeeld wordt met "onvoldoende" en twee met "voorbehoud";    4° vier rubrieken beoordeeld worden met "voorbehoud";    5° rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.    B.2. De proef wordt volgens de volgende rubrieken en beoordelingsaspecten beoordeeld voor de categorieën A1, A2 en A:    1° rubrieken:    1. wegrijden;    2. rechte wegen;    3. bochten;    4. kruispunten;    5. veranderen richting en rijstrook;    6. invoegen en uitvoegen;    7. inhalen en kruisen;    8. speciale verkeerssituaties;    9. stoppen, parkeren, opnieuw invoegen;    2° beoordelingsaspecten:    A. bediening van het voertuig    B. toepassen verkeersregels    C. plaats op de weg    D. kijktechniek    E. aangepaste snelheid    F. defensief rijden    G. sociaal rijgedrag.    De rubrieken, vermeld in punt 1°, worden beoordeeld op basis van de beoordelingsaspecten. De elementen die verkregen worden door de rubrieken en de beoordelingsaspecten te combineren, worden beoordeeld met "goed", "voldoende te verbeteren" of "slecht". De kandidaat wordt uitgesteld als:    1° een element beoordeeld wordt met "slecht";    2° rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de kandidaat of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.    B.3 De proef openbare weg en de proef gevaarherkenningstest wordt voor de categorie B volgens de volgende rubrieken en beoordelingsaspecten beoordeeld:    1° bediening van het voertuig;    2° plaats op de openbare weg;    3° bochten;    4° kruisen en inhalen;    5° richtingsverandering;    6° voorrang;    7° verkeerslichten en bevelen;    8° snelheid en verkeersinzicht;    9° gedrag ten overstaan van andere weggebruikers;    10° defensief rijden;    11° zelfstandig rijden;    12° manoeuvres;    13° gevaarherkenningstest.    De rubrieken, vermeld in punt 1° tot en met 13°, worden beoordeeld met "goed", "voorbehoud", "onvoldoende" of "slecht". De kandidaat wordt uitgesteld als:    1° een rubriek beoordeeld wordt met "slecht";    2° twee rubrieken beoordeeld worden met "onvoldoende";    3° een rubriek beoordeeld wordt met "onvoldoende" en twee met "voorbehoud";    4° vier rubrieken beoordeeld worden met "voorbehoud";    5° rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.]5   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 70, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-01-08/01, art. 32, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (4)<KB 2013-11-15/04, art. 17, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (5)<BVR 2017-01-20/22, art. 6, 051; Inwerkingtreding : 01-03-2017>   (6)<BVR 2020-11-27/14, art. 3, 069; Inwerkingtreding : 23-01-2021>   (7)<BVR 2023-06-16/18, art. 6, 079; Inwerkingtreding : 01-10-2023>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  20. Art. N5/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding / BIJLAGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N5/1. [1 Bijlage 5/1 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs    Elke opleiding zal een belangrijk deel moeten wijden aan de verkeersveiligheid en aan de specifieke veiligheid van de (toekomstige) motorrijder. In geval van een opleiding met rechtstreekse toegang moet de opleiding ten minste de volgende documenten en informatie omvatten :    1° Een opleidingsfiche voor elke stap in de opleiding. Deze opleidingsfiche wordt bij het begin van de opleiding aan de leerling overhandigd en omvat ten minste :    a. een inleidende paragraaf waarin wordt uitgelegd wat het rijden op twee wielen inhoudt voor de eigen veiligheid en de veiligheid van anderen. Ook moet er op worden gewezen dat de opleiding niet enkel om de verwerving van technieken draait, maar dat men zich ook vaardigheden evenals een verantwoordelijk gedrag en houding moet eigen maken;    b. de verschillende te onderwijzen onderwerpen : technieken, vaardigheden, gedragingen, houding, beoordeling, zelfbeoordeling;    c. de belangrijkste lessen die tijdens elke stap in de opleiding moeten worden verworven (technieken, vaardigheden, gedragingen,...) met betrekking tot het punt b;    d. de resultaten die men via deze verworvenheden beoogt te bereiken en dit zowel op technisch als op vaardigheidsniveau, en vooral op het vlak van gedrag en houding;    e. een beoordeling van elke verworvenheid : zelfbeoordeling door de leerling en beoordeling door de instructeur;    f. een beoordeling van de verworvenheden na elke stap van de opleiding (zelfbeoordeling door de leerling en beoordeling door de instructeur);    g. een eindbeoordeling van de kwaliteit van de opleiding zowel op het vlak van de kwaliteit van de verworvenheden als op het gebied van de kwaliteit van de opleiding zelf (beoordeling voor de leerling en beoordeling voor de instructeur).    2° De te onderrichten onderwerpen (in verband met 1°, b, c en d) moeten tenminste de volgende zijn :    a. Theoretische kennis :    1. verkeersreglement specifiek voor de motorrijder;    2. bewustwording van de kwetsbaarheid van de motorrijder in alle omstandigheden;    3. adequate uitrusting en het correct gebruik ervan;    4. bewustwording van de uitwerking van het motorrijden op de eigen levensstijl : houding ten aanzien van alcohol, drugs, de peer pressure, de stressbestendigheid, etc.;    5. kennis over en bijzonderheden van andere voertuigen : dode hoek, remvermogen, ontwijkvermogen, etc.    b. Kennis en beheersing van het voertuig in stilstand of bij lage snelheid (< 5 km/u.).    1. praktische kennis van de verschillende onderdelen van een motorfiets (bediening, onderhoud, slijtage,...);    2. evenwicht, inertiebeginsel (gewicht), gebruik van de steunvoet, rechtop zetten van de motorfiets, houding op het voertuig bij stilstand, kijktechniek,...;    3. de motorfiets verplaatsen zonder gebruik van de motor;    4. starten - stoppen (houding met 1 of 2 voeten aan de grond);    5. schakelen naar eerste, beheersing van de ontkoppeling, van de gashendel, terugkeren naar de neutraalstand,...;    6. waarneming van de ruimte, kijktechniek, rechtsomkeer, slalom,...;    7. bewustwording van de risico's, zelfs bij lage snelheid.    c. Beheersing van het voertuig bij lage snelheid (< 30 km/u.) :    1. onderwerpen gezien in punt b en aangepast in verhouding tot de snelheid;    2. schakelen met betrekking tot de snelheid;    3. bocht, slalom, rechtsomkeer maken, in cirkels rijden,...;    4. versnellen, remmen, vertragen, (remmen op de motor - met de remmen);    5. evenwicht, houding op het voertuig, kijktechniek, heuppositie (gevolg);    6. verschillende manieren van starten (in een afdaling, op een helling, soort wegdek, weersomstandigheden,...);    7. verbanden tussen de opleiding en de risico's die men loopt;    8. vermogen om de verworvenheden te beoordelen : sterke en zwakke punten.    d Beheersing van het voertuig bij stadssnelheid (30-70 km/u.) :    1. onderwerpen behandeld in punt c maar aangepast in verhouding tot de snelheid;    2. remmen : vooraan -achteraan (beide), precisieremming, noodstop,...;    3. beginselen met betrekking tot de invoeging in het verkeer, gedrag in het verkeer,...;    4. beginsel van het inhalen;    5. beginsel van het inhalen van een file;    6. bewustwording van het belang van de verworvenheden voor de eigen veiligheid;    7. beheersing en zelfbeoordeling van het eigen gedrag naargelang van het verkeer, de verkeerssituatie.    e Voertuigbeheersing in een situatie met stadsverkeer en/of een drukke verkeerssituatie :    1. onderwerpen behandeld in de voorgaande punten maar aangepast in verhouding tot de situatie;    2. invoeging in het verkeer, gedrag in het verkeer, stressbeheersing,...;    3. plaats in het verkeer, beoordeling - kunnen omgaan met het verkeer en het onder de knie hebben van het verkeersreglement;    4. herkenning van potentiële risico's, van reële risico's;    5. inhalen - zich laten inhalen, kruisen van andere voertuigen, voorbijrijden van hindernissen,...;    6. omgaan met de verkeersinfrastructuur (verplichte rijrichting, kruispunten, verkeersdrempels, rails, wegmarkeringen,...);    7. omgaan met de verschillende soorten wegen : recht, bochtig, onoverzichtelijk (palen, bomen, andere voertuigen,...), smal,...;    8. veiligheidsafstand, remmen in het verkeer, veranderen van rijstrook, veranderen van richting,...;    9. inhalen van files;    10. waarneming van andere voertuigen en weggebruikers : zien van en gezien worden door de andere weggebruikers;    11. beheersing en zelfbeoordeling van het eigen gedrag naargelang van het verkeer, de verkeerssituatie;    12. bewustzijn van de eigen "kwetsbaarheid" als bestuurder van een tweewieler (en aanpassing van het eigen gedrag in voorkomend geval).    f Beheersing van het voertuig bij hoge snelheden (en in situaties) op de weg en de autosnelweg (van 70 km/u. tot 120 km/u.) :    1. punten gezien in de vorige punten en aangepast aan de snelheid en aan de situatie;    2. bochten (tegensturen, af te leggen parcours,...);    3. rijden op (en omgaan met) de verschillende soorten wegen en met verschillende weersomstandigheden;    4. op- en afrijden van de autosnelweg, snelle rijstrook,...;    5. plaats op de openbare weg : weg, autosnelweg, stadsomgeving, in groep,...;    6. het eigen gedrag kunnen aanpassen naargelang van het soort weg, de situatie (verkeersdrukte, weersomstandigheden, verkeersinfrastructuur, het alleen of in groep rijden);    7. rijtechnieken aangepast aan de verkeersdoorstroming en aan het soort verkeer;    8. rijtechnieken aangepast aan de weersomstandigheden, de infrastructuur.    g. Tijdens alle stappen van het leerproces :    1. belang van het gedrag op de weg rekening houdend met de gevaren die inherent zijn aan de motorfiets;    2. waarneming van/door de andere weggebruikers;    3. inlevingsvermogen ten aanzien van de andere weggebruikers. Anticiperen op het gedrag (proactiviteit) van de andere weggebruikers;    4. anticiperen op risico's, gepast reageren naargelang de situatie;    5. permanente zelfbeoordeling van de eigen vaardigheden en het eigen gedrag, zich volop bewust zijn van het belang van het eigen gedrag voor de eigen veiligheid en de veiligheid van anderen. Zich volop bewust zijn van de impact van de eigen handelingen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2013-01-08/01, art. 5, 038; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗