Gratis brononderzoek

Gemeentelijke administratieve sancties

Wettelijk kader voor gemeentelijke sancties, gemengde inbreuken en verkeersinbreuken.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Lokale GAS-reglementen

Kies uw gemeente via een van deze gidsen en zoek op haar website naar het politiereglement of GAS-reglement. Controleer de lokale bepalingen, wijzigingen en inwerkingtredingsdatum. De gidsen leiden naar gemeentelijke informatie; ze vormen geen uniforme verzameling GAS-reglementen.

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-07 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-03

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Gemeentelijke administratieve sancties

Vermelde regeling vanaf 2024-01-08 · Broncontrole 2026-10-07

De kaart beschrijft de vermelde bronversie. Voor oudere feiten moeten de vroegere tekst, de datum van de feiten en de overgangsregels afzonderlijk worden onderzocht; deze kaart kiest geen toepasselijk strafregime.

Bronversie: GAS-wet bijgewerkt tot 3 augustus 2026. De bedragen van art. 4 § 1, 1°, gelden sinds 8 januari 2024. Geen inventaris van alle gemeentelijke reglementen of concrete verkeerstarieven.

Administratieve boete

Administratief

Art. 4 § 1, 1°: de gemeenteraad kan voor de bedoelde feiten een administratieve boete voorzien van maximaal € 175 voor een minderjarige of € 500 voor een meerderjarige. Art. 14 § 1 vereist voor een minderjarige de volle leeftijd van veertien jaar op het ogenblik van de feiten. Het concrete gemeentelijke reglement en de wettelijke voorwaarden bepalen of GAS kan worden toegepast.

Andere sancties en alternatieve maatregelen

Administratief

Art. 4 §§ 1–2 noemt schorsing of opheffing van een gemeentelijke toestemming of vergunning, tijdelijke of definitieve sluiting, en als alternatieven gemeenschapsdienst en GAS-bemiddeling. Voor de verkeersinbreuken van art. 3, 3°, geldt de bijzondere beperking van art. 4 § 4 en het uitvoeringsbesluit met specifieke bedragen.

Afzonderlijk gemeentelijk regime

Algemene toepassingsregel

Art. 5 verbiedt de gemeenteraad tegelijk een strafsanctie en een administratieve sanctie te voorzien voor dezelfde inbreuken op zijn reglementen en verordeningen. De GAS-bedragen worden hier als administratieve bedragen weergegeven; de kaart past daarop geen strafrechtelijke opdeciemenregel toe.

Artikelen

55 bronvarianten

  1. Art. 20 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 1. - Vaststellingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20. De inbreuken die het voorwerp van administratieve sancties kunnen uitmaken, worden vastgesteld door een politieambtenaar,een agent van politie of een bijzondere veldwachter in het kader van zijn bevoegdheden.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 21 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 1. - Vaststellingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 21.§ 1. De inbreuken die uitsluitend het voorwerp kunnen uitmaken van administratieve sancties kunnen eveneens worden vastgesteld door de volgende personen :   1° de gemeenteambtenaren die voldoen aan de door de Koning vastgelegde minimumvoorwaarden, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad inzake de selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid, en die daartoe door de gemeenteraad worden aangewezen. In geval van een meergemeentepolitiezone, kunnen deze gemeenteambtenaren-vaststellers vaststellingen verrichten op het grondgebied van alle gemeenten die deel uitmaken van deze politiezone, en desgevallend, van de gemeenten van een of meer andere zones, op voorwaarde dat er een voorafgaande overeenkomst daartoe werd gesloten tussen de betrokken gemeenten van de politiezone van oorsprong van de ambtenaar en, in voorkomend geval, de gemeente die tot een andere politiezone behoort;   2° de provinciale of gewestelijke ambtenaren, de personeelsleden van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en autonome gemeentebedrijven [3 ...]3. [3 De gemeenteraad wijst de betrokken overheid of entiteit aan waarvan de personeelsleden bevoegd zijn voor de vaststelling van de inbreuken die uitsluitend het voorwerp kunnen uitmaken van een administratieve sanctie. De betrokken overheid of entiteit duidt de personeelsleden aan die belast worden met een vaststellingsopdracht en houdt de namen en de rijksregisternummers van deze personen bij. De overheid of entiteit zorgt ervoor dat een gemeente kan nagaan of een personeelslid van de overheid of de entiteit wel degelijk beschikt over een vaststellingsbevoegdheid op het grondgebied van de gemeente. Jaarlijks deelt de betrokken overheid of entiteit aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken mee hoeveel ambtenaren of personeelsleden belast werden met een vaststellingsbevoegdheid]3;   3° de personeelsleden van de openbare vervoersmaatschappijen die behoren tot één van de door de Koning bepaalde categorieën, binnen het raam van hun bevoegdheden.   Voor de in het eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden, somt de gemeenteraad in het aanstellingsbesluit limitatief op de artikelen uit de gemeentelijke politiereglementen waarvoor deze personen de bevoegdheid hebben om inbreuken vast te stellen.   De gemeenteraad kan alleen die artikelen opsommen die in rechtstreeks verband staan met de bevoegdheden van de in het eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden die voortvloeien uit de regelgeving die op hen van toepassing is. De betrokken overheid of entiteit gaat akkoord met deze bijkomende bevoegdheid.   De in het eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden moeten voldoen aan de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vastgelegde minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving en opleiding.   [3 Op voorwaarde dat voorafgaandelijk een machtiging werd verkregen van de minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, hebben de in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde personen in het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden toegang tot de volgende persoonsgegevens van de overtreder uit het Rijksregister:    1° de identificatiegegevens, meer bepaald de naam, voornamen en geboortedatum van de persoon;    2° de hoofdverblijfplaats;    3° het rijksregisternummer;    4° desgevallend de datum van overlijden.    De persoonsgegevens worden bewaard gedurende een periode die maximaal gelijk is aan de bewaartermijn van de gegevens in het register overeenkomstig artikel 44.]3   § 2. De personeelsleden van de bewakingsondernemingen, die daartoe door de gemeenteraad werden aangewezen, kunnen uitsluitend bij de ambtenaar bedoeld in artikel 20 melding maken van inbreuken die enkel bestraft kunnen worden met een administratieve sanctie, en dit enkel in het kader van de activiteiten, bedoeld in [3 artikel 3, 10°, van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid]3.   § 3. In geval van vaststellingen van inbreuken die kunnen leiden tot een administratieve sanctie, waarvan ze rechtstreeks getuige zijn en binnen het strikte kader van de hun toegekende bevoegdheden, kunnen de personen bedoeld in § 1, de voorlegging vragen van een identiteitsbewijs om de juiste identiteit van de overtreder te bepalen. Zij geven het identiteitsbewijs nadien onmiddellijk terug aan de betrokkene.   § 4. [1 De in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken kunnen alleen worden vastgesteld door de volgende personen :    1° de in artikel 20 bedoelde personen;    2° de in artikel 21, § 1, 1°, bedoelde gemeenteambtenaren;    3° de personeelsleden van de autonome gemeentebedrijven wier activiteiten beperkt zijn tot het vaststellen van de gedepenaliseerde parkeerovertredingen, alsook tot de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken, en die in het kader van hun bevoegdheid daartoe door de gemeenteraad zijn aangesteld;    4° de personeelsleden van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap als bedoeld in artikel 25 van de ordonnantie van 22 januari 2009 houdende de organisatie van het parkeerbeleid en de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap, en die in het kader van hun bevoegdheid daartoe door de gemeenteraad zijn aangesteld.]1   [2 De in het eerste lid, 4°, bedoelde personeelsleden moeten voldoen aan de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vastgelegde minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving en opleiding.]2   [3 Wanneer de vaststelling gebeurt door de in artikel 20 bedoelde personen, worden de in artikel 3, 3°, vermelde inbreuken vastgesteld in een proces-verbaal dat bewijskracht heeft tot bewijs van het tegendeel. Dit tegenbewijs kan met alle middelen van recht geleverd worden. Een afschrift van het proces-verbaal wordt aan de overtreders gezonden binnen een termijn van veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van de vaststelling van de inbreuk, bij gebreke waaraan het betreffende proces-verbaal enkel geldt als loutere inlichting.]3   [3 § 5. De in § 1, 1° en 2°, en § 4, 2° tot 4°, bedoelde personen hebben in het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden toegang tot de hiervoor ter zake dienende gegevens van de Kruispuntbank van de voertuigen op voorwaarde dat voorafgaandelijk een machtiging werd verkregen zoals bedoeld in artikel 18 van de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen.    De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, de Union des Villes et Communes de Wallonie en Brulocalis kunnen voor hun leden een algemene machtiging vragen tot toegang tot de ter zake dienende gegevens van de Kruispuntbank van de voertuigen overeenkomstig artikel 18 van de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen.]3   ----------   (1)<W 2013-12-21/22, art. 133, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2014>   (2)<W 2015-11-09/19, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 10-12-2015>   (3)<W 2023-12-11/14, art. 12, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 22 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 1. - Vaststellingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22.§ 1. Voor de in artikel 3, 1°, en 2°, bedoelde inbreuken wordt de originele vaststelling uiterlijk binnen twee maanden na de vaststelling overgezonden aan de procureur des Konings.   Indien het om minderjarigen gaat, moet het proces-verbaal toekomen bij de procureur des Konings van de verblijfplaats van de [2 iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige]2.   De in artikel 20 bedoelde persoon vermeldt uitdrukkelijk in het proces-verbaal de datum waarop dit is overgezonden of overhandigd aan de procureur des Konings. Een kopie wordt tegelijkertijd overgezonden aan de bevoegde sanctionerend ambtenaar van de gemeente waar de feiten zich hebben voorgedaan.   § 2. Wanneer de inbreuk enkel met een administratieve sanctie kan worden bestraft, wordt de originele vaststelling uiterlijk binnen twee maanden na de vaststelling verstuurd aan de bevoegde sanctionerend ambtenaar van de gemeente waar de feiten zich hebben voorgedaan.   [3 De vaststelling van een inbreuk die enkel met een administratieve sanctie kan worden bestraft, maakt het voorwerp uit van een bestuurlijk verslag dat in gematerialiseerde of gedematerialiseerde vorm kan worden opgesteld. Het gedematerialiseerde verslag wordt door de opsteller ondertekend door middel van een gekwalificeerde elektronische handtekening. De digitale kopieën van de verslagen worden ondertekend met behulp van een geavanceerd elektronisch zegel. In afwijking van het eerste lid wordt enkel een kopie van de vaststelling overgezonden aan de sanctionerend ambtenaar wanneer het bestuurlijk verslag in gedematerialiseerde vorm wordt opgesteld.]3   § 3. De in de artikelen 20 en 21 bedoelde personen zenden aan de procureur des Konings steeds een kopie over van de vaststellingen ten laste van minderjarigen voor feiten die enkel bestraft kunnen worden met een administratieve sanctie.   § 4. Ingeval de vaststelling wordt opgesteld door een in artikel 21, § 1, eerste lid, 3°, bedoelde personeelslid, wordt zij uiterlijk binnen twee maanden na de vaststelling door dit personeelslid toegestuurd aan de sanctionerend ambtenaar bevoegd voor het grondgebied van de gemeente waar de feiten zich hebben voorgedaan.   § 5. [1 ...]1   § 6. Voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken wordt de originele vaststelling [3 uiterlijk binnen de twee maanden na de vaststelling]3 overgezonden aan de sanctionerend ambtenaar. De procureur des Konings wordt hiervan op de hoogte gebracht volgens de nadere regels bepaald in het in artikel 23 bedoelde protocolakkoord.   [3 Wanneer de vaststelling gebeurt door de personen bedoeld in artikel 21, § 4, 2° tot 4°, maakt deze vaststelling het voorwerp uit van een bestuurlijk verslag dat in gematerialiseerde of gedematerialiseerde vorm kan worden opgesteld. Het gedematerialiseerde verslag wordt door de opsteller ondertekend door middel van een gekwalificeerde elektronische handtekening. De digitale kopieën van de verslagen worden ondertekend met behulp van een geavanceerd elektronisch zegel. In afwijking van het eerste lid wordt enkel een kopie van de vaststelling overgezonden aan de sanctionerend ambtenaar wanneer het bestuurlijk verslag in gedematerialiseerde vorm wordt opgesteld.]3   Wanneer het voertuig op directe of indirecte wijze betrokken is bij een ongeval of wanneer er eveneens andere dan de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken worden vastgesteld, kan alleen een proces-verbaal worden opgesteld door de personen bedoeld in artikel 20. Dit proces-verbaal wordt overgezonden aan de procureur des Konings.   [3 § 7. De toegang tot de systemen voor de verwerking van de processen-verbaal en/of bestuurlijke verslagen wordt op zulke wijze georganiseerd dat alleen de gemachtigde personen na authenticatie beschikken over een toegang of een schrijfrecht in deze systemen. De systemen voor de verwerking van de processen-verbaal en/of bestuurlijke verslagen maken het voorwerp uit van veiligheidsmaatregelen die de vertrouwelijkheid, de beschikbaarheid, de traceerbaarheid en de integriteit van deze systemen en van de gegevens van de processen-verbaal en/of bestuurlijke verslagen verzekeren.    De elektronische of handmatige doorgifte van de processen-verbaal en bestuurlijke verslagen aan de sanctionerend ambtenaar wordt beveiligd volgens de regels van de kunst. De doorgifte van de processen-verbaal en bestuurlijke verslagen zal bijgehouden worden in een logbestand en indien dit via elektronische weg gebeurt, geschiedt dit via een beveiligd elektronisch communicatiekanaal.]3   [3 § 8. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:    a) gekwalificeerde elektronische handtekening: de handtekening zoals bedoeld in artikel 3.12 van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG;    b) geavanceerd elektronisch zegel: het zegel zoals bedoeld in artikel 3.26 van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identficatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.]3   ----------   (1)<W 2018-07-15/08, art. 35, 006; Inwerkingtreding : 05-10-2018>   (2)<W 2023-12-11/14, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>   (3)<W 2023-12-11/14, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 23 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 2. - Procedure in geval van gemengde inbreuken

    Lees de volledige brontekst
    Art. 23. § 1. Met betrekking tot de in artikel 3 bedoelde inbreuken, kan de gemeenteraad een protocolakkoord dat gesloten werd tussen de bevoegde procureur des Konings en het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege, bekrachtigen.   Dit protocolakkoord, waarvan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere voorwaarden en het model vastlegt, is een overeenkomst die werd opgesteld tussen het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege en de voor de gemengde inbreuken bevoegde procureur des Konings.   Dit protocolakkoord leeft alle wettelijke bepalingen na die met name betrekking hebben op de procedures voorzien voor de overtreders en kan de rechten van de overtreders niet schenden.   Het kan identiek zijn voor alle gemeenten van de politiezone in het geval bedoeld in artikel 2, § 2.   Voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken, is de opstelling van een protocolakkoord evenwel verplicht.   Het protocolakkoord wordt bij de in de artikelen 3 en 4 bedoelde reglementen en verordeningen gevoegd en door het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege bekendgemaakt op de internetsite van de gemeente indien zij daarover beschikt en/of via een affiche waarop vermeld staat waar de protocoltekst geraadpleegd kan worden door het publiek.   § 2 Bij gebrek aan een protocolakkoord en voor de in artikel 3, 1°, bedoelde inbreuken kan de sanctionerend ambtenaar enkel een administratieve geldboete opleggen of een alternatieve maatregel hiervoor voorstellen voor zover de procureur des Konings, binnen een termijn van twee maanden, laat weten dat hij dit opportuun acht en dat hijzelf geen gevolg aan de feiten zal geven.   § 3. Bij gebrek aan een protocolakkoord en voor de inbreuken bedoeld in artikel 3, 2°, beschikt de procureur des Konings over een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het origineel proces-verbaal, om de sanctionerend ambtenaar in te lichten dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd opgestart, vervolging werd ingesteld, dan wel dat hij oordeelt het dossier te moeten seponeren bij gebrek aan toereikende bezwaren. Deze mededeling doet de mogelijkheid vervallen voor de sanctionerend ambtenaar om een administratieve geldboete op te leggen.   De sanctionerend ambtenaar kan geen administratieve geldboete opleggen of een alternatieve maatregel hiervoor voorstellen vóór het verstrijken van deze termijn. Na het verstrijken ervan, kunnen de feiten enkel nog administratiefrechtelijk worden bestraft. De sanctionerend ambtenaar kan evenwel een administratieve geldboete opleggen of een alternatieve maatregel hiervoor voorstellen vooraleer deze termijn is verstreken indien de procureur des Konings vóór het verstrijken ervan heeft laten weten dat, zonder het materieel element van de inbreuk in twijfel te trekken, hij geen gevolg aan de feiten zal geven.
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 24 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 2. - Procedure in geval van gemengde inbreuken

    Lees de volledige brontekst
    Art. 24. Indien, afgezien van de gevallen van samenloop bedoeld in artikel 23, § 3, een feit zowel een strafrechtelijke als een administratieve inbreuk vormt, zijn de procedures voorzien voor de inbreuken bedoeld in artikel 3, 2°, van toepassing.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 25 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 3. - Procedure voor de sanctionerend ambtenaar / Onderafdeling 1. - Verloop van de procedure

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25.§ 1. [3 Op voorwaarde dat voorafgaand een machtiging werd verkregen van de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, heeft de sanctionerend ambtenaar, in het kader van de uitoefening van zijn bevoegdheden, toegang tot de volgende persoonsgegevens van de overtreder uit het Rijksregister:    1° de identificatiegegevens, meer bepaald de naam, voornamen en geboortedatum van de persoon;    2° de hoofdverblijfplaats;    3° het rijksregisternummer;    4° desgevallend de datum van overlijden;    5° de gegevens betreffende de bekwaamheid en de vertegenwoordiging;    6° de gegevens betreffende de voogdij en de afstamming, teneinde de persoon of personen die het ouderlijk gezag heeft of hebben over de minderjarige overtreder te bepalen, alsook de identificatiegegevens en de hoofdverblijfplaats van deze perso(o)n(en).    De persoonsgegevens worden bewaard voor een periode die maximaal gelijk is aan de bewaartermijn van de gegevens in het register overeenkomstig artikel 44.    De sanctionerend ambtenaar heeft, in het kader van de uitoefening van zijn bevoegdheden, toegang tot de hiervoor ter zake dienende gegevens van de Kruispuntbank van de voertuigen, op voorwaarde dat voorafgaand een machtiging verkregen werd zoals bedoeld in artikel 18 van de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen.    De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, de Union des Villes et Communes de Wallonie en Brulocalis kunnen voor hun leden een algemene machtiging vragen tot toegang tot de gegevens van de Kruispuntbank van de voertuigen overeenkomstig artikel 18 van de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen.]3   [3 § 1/1. De sanctionerend ambtenaar kan de personen bedoeld in artikel 20 en 21, § 1, 1° en 2°, en § 4, verzoeken om bijkomende informatie te verschaffen. Deze bijkomende informatie heeft enkel betrekking op de vastgestelde feiten en/of de geïdentificeerde overtreder met dien verstande dat geen andere persoonsgegevens mogen worden verwerkt dan degene die betrekking hebben op de inbreuk. Het is de sanctionerend ambtenaar niet toegelaten om onderzoeksdaden te stellen.]3   § 2. Wanneer de sanctionerend ambtenaar beslist dat de administratieve procedure opgestart dient te worden, deelt hij het volgende, per aangetekende brief, mee aan de overtreder :   1° de feiten en hun kwalificatie;   2° dat de overtreder de mogelijkheid heeft om bij aangetekende brief zijn verweermiddelen uiteen te zetten, binnen een termijn van vijftien dagen na de datum van kennisgeving, en dat hij, bij die gelegenheid, het recht heeft om aan de sanctionerend ambtenaar te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten;   3° dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman;   4° dat de overtreder het recht heeft om zijn dossier te raadplegen;   5° een kopie van het proces-verbaal bedoeld in artikel 20 of van de vaststelling opgesteld door de personen bedoeld in artikel 21.   § 3. De sanctionerend ambtenaar bepaalt de dag waarop de overtreder wordt uitgenodigd om zijn mondeling verweer uiteen te zetten.   § 4. Indien de sanctionerend ambtenaar van oordeel is dat een administratieve geldboete moet worden opgelegd die niet hoger is dan 70 euro, heeft de [1 meerderjarige]1 overtreder het recht niet om te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten.   § 5. [2 Iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige wordt]2 eveneens per aangetekende brief op de hoogte gebracht dat een administratieve procedure geopend wordt. [2 Deze partij heeft]2 dezelfde rechten als de minderjarige.   ----------   (1)<W 2018-07-15/08, art. 36, 006; Inwerkingtreding : 05-10-2018>   (2)<W 2023-12-11/14, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>   (3)<W 2023-12-11/14, art. 14, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 26 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 3. - Procedure voor de sanctionerend ambtenaar / Onderafdeling 1. - Verloop van de procedure

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26.§ 1. De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt binnen een termijn van zes maanden genomen en wordt ter kennis gebracht van de betrokkenen.   Deze termijn van zes maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten door de in de artikelen 20 en 21 bedoelde personen.   § 2. In afwijking van § 1, wordt de beslissing van de sanctionerend ambtenaar binnen een termijn van twaalf maanden genomen en wordt ter kennis gebracht van de betrokkenen, indien er een gemeenschapsdienst en/of bemiddeling tussenkomt.   Deze termijn van twaalf maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten door de in artikelen 20 en 21 bedoelde personen.   [1 Indien in het bemiddelingsakkoord termijnen worden overeengekomen, kan de termijn van twaalf maanden, op verzoek van de bemiddelaar, verlengd worden tot vijftien maanden.]1   § 3. Na het verstrijken van de in §§ 1 en 2 bedoelde termijnen, kan de sanctionerend ambtenaar geen administratieve geldboete meer opleggen.   ----------   (1)<W 2023-12-11/14, art. 15, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 27 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 3. - Procedure voor de sanctionerend ambtenaar / Onderafdeling 2. - Kennisgeving van de beslissing

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27.Na het verstrijken van de in artikel 25, § 2, 2°, bedoelde termijn of vóór het verstrijken van deze termijn, wanneer de overtreder te kennen geeft de feiten niet te betwisten of, desgevallend, na mondeling of schriftelijk verweer door de overtreder of zijn raadsman, kan de sanctionerend ambtenaar de administratieve geldboete opleggen.   De sanctionerend ambtenaar brengt zijn beslissing ter kennis van de overtreder per aangetekende brief en, in geval van in artikel 3 bedoelde inbreuken, van de procureur des Konings.   De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt eveneens per aangetekende brief ter kennis gebracht van de minderjarige en [1 iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige]1.   In de kennisgeving wordt tevens de informatie opgenomen bedoeld in [2 artikelen 5, 12 tot 22 en 34, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).]2.   ----------   (1)<W 2023-12-11/14, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>   (2)<W 2023-12-11/14, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 28 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 3. - Procedure voor de sanctionerend ambtenaar / Onderafdeling 2. - Kennisgeving van de beslissing

    Lees de volledige brontekst
    Art. 28.De sanctionerend ambtenaar zendt een kopie van het proces-verbaal of van de vaststelling opgesteld door de personen bedoeld in artikel 21, evenals een kopie van zijn beslissing over aan elke partij die hierbij een rechtmatig belang heeft en die hem voorafgaand een schriftelijk en met redenen omkleed verzoek heeft overgezonden.   [1 Wanneer een bemiddelingsprocedure wordt voorgesteld en geweigerd door de overtreder of wanneer de bemiddelingsprocedure niet tot een resultaat leidt, wordt het slachtoffer door de sanctionerend ambtenaar ingelicht over de mogelijkheden om zijn rechten langs burgerrechtelijke weg te doen gelden.]1   ----------   (1)<W 2023-12-11/14, art. 17, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 29 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 3. - Procedure voor de sanctionerend ambtenaar / Onderafdeling 3. - Procedure in geval van inbreuken [1 ...]1 bedoeld in artikel 3, 3° [2 en de artikelen 27.1, 27.2 en 27.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg]2

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29.§ 1. [1 In geval van inbreuken bedoeld in artikel 3, 3°, en inbreuken bedoeld in de artikelen 27.1, 27.2 en 27.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg deelt de sanctionerend ambtenaar]1 binnen de vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de inbreuk, bij gewone zending, aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsmede het bedrag van de administratieve geldboete.   De administratieve boete wordt betaald door de overtreder binnen dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen deze termijn zijn verweermiddelen bij gewone zending laat geworden aan de sanctionerend ambtenaar. De overtreder kan binnen deze termijn op zijn verzoek worden gehoord wanneer het bedrag van de administratieve geldboete hoger ligt dan 70 euro.   § 2. Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze op de hoogte met verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald.   § 3. Wordt de administratieve geldboete niet betaald binnen de eerste termijn van dertig dagen, dan wordt, behoudens in geval van verweermiddelen, een herinnering verstuurd met uitnodiging tot betaling binnen een nieuwe termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van die herinnering.   [1 § 4. De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt binnen een termijn van zes maanden genomen en ter kennis gebracht van de betrokkenen. Deze termijn van zes maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.]1   ----------   (1)<W 2023-12-11/14, art. 19, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 29/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 3. - Procedure voor de sanctionerend ambtenaar / Onderafdeling 3. - Procedure in geval van inbreuken [1 ...]1 bedoeld in artikel 3, 3° [2 en de artikelen 27.1, 27.2 en 27.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg]2

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29/1. [1 In afwijking van artikel 4, § 4, kan de sanctionerend ambtenaar voor de inbreuken bedoeld in artikel 3, 3°, in dezelfde beslissing waarin een administratieve geldboete wordt opgelegd, geheel of gedeeltelijk uitstel toekennen voor de tenuitvoerlegging van de betaling van de geldboete.    Het uitstel is enkel mogelijk indien in de referteperiode aan de overtreder in dezelfde gemeente geen andere gemeentelijke administratieve geldboete werd opgelegd voor een inbreuk bedoeld in artikel 3, 3°.    De referteperiode is de periode van één jaar voorafgaand aan de datum waarop de inbreuk gepleegd wordt die achteraf aanleiding geeft tot de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete waarmee de sanctionerend ambtenaar het uitstel toekent.    Het uitstel geldt voor een proefperiode van één jaar. De proefperiode gaat in vanaf de datum van de kennisgeving van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete.    Het uitstel moet herroepen worden wanneer gedurende de proefperiode een nieuwe inbreuk wordt gepleegd bedoeld in artikel 3, 3°, en deze nieuwe inbreuk leidt tot een beslissing tot het opleggen van een nieuwe administratieve geldboete.    De herroeping van het uitstel wordt vermeld in dezelfde beslissing waarmee een administratieve geldboete wordt opgelegd voor de nieuwe inbreuk gepleegd gedurende de proefperiode. De administratieve geldboete waarvan de betaling uitvoerbaar wordt door de herroeping van het uitstel, wordt zonder beperking samengevoegd met die welke wordt opgelegd voor de nieuwe inbreuk.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2023-12-11/14, art. 20, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 30 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 4. - Beroep

    Lees de volledige brontekst
    Art. 30. De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van één maand vanaf de dag van de kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt aangetekend overeenkomstig artikel 31.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 31 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 4. - Beroep

    Lees de volledige brontekst
    Art. 31.§ 1. De gemeente of de overtreder, in geval van een administratieve geldboete, kan een beroep instellen bij geschreven verzoekschrift bij de politierechtbank, volgens de burgerlijke procedure, binnen een maand na kennisgeving van de beslissing.   Wanneer de beslissing van de sanctionerend ambtenaar betrekking heeft op minderjarigen, wordt het beroep ingediend via kosteloos verzoekschrift bij de jeugdrechtbank. In dat geval kan het beroep eveneens worden ingesteld door [1 iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige]1. De jeugdrechtbank blijft bevoegd indien de overtreder meerderjarig is geworden op het moment van de uitspraak.   De politierechtbank of de jeugdrechtbank beslissen in het kader van een tegensprekelijk en openbaar debat, over het beroep ingesteld tegen de administratieve sanctie zoals bedoeld in artikel 4, § 1, 1°. Zij oordelen over de wettelijkheid en de proportionaliteit van de opgelegde geldboete.   Zij kunnen de beslissing van de sanctionerend ambtenaar ofwel bevestigen ofwel herzien.   [2 In geval van in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken heeft de politierechtbank dezelfde bevoegdheden als de sanctionerend ambtenaren wat betreft het uitstel. Alle regels betreffende het uitstel zoals bepaald in artikel 29/1 zijn van toepassing.]2   De jeugdrechtbank kan, wanneer hij gevat wordt door een beroep tegen de administratieve geldboete, in de plaats hiervan een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding opleggen, bepaald bij artikel 37 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. In dit geval is artikel 60 van dezelfde wet van toepassing.   De beslissing van de politierechtbank of van de jeugdrechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep.   Wanneer de jeugdrechtbank echter beslist om de administratieve sanctie te vervangen door een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding zoals bedoeld in artikel 37 van de voormelde wet, is zijn beslissing wel vatbaar voor hoger beroep. In dit geval zijn de procedures bedoeld in de voormelde wet van toepassing.   Onverminderd het eerste tot het zevende lid en de voormelde wet van 8 april 1965, zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de politierechtbank en de jeugdrechtbank.   § 2. Wanneer een beroep wordt ingesteld tegen de beslissing van de sanctionerend ambtenaar kan deze laatste of zijn afgevaardigde de gemeente vertegenwoordigen in het kader van de procedure voor de politierechtbank of de jeugdrechtbank.   ----------   (1)<W 2023-12-11/14, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>   (2)<W 2023-12-11/14, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 32 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure / Afdeling 4. - Beroep

    Lees de volledige brontekst
    Art. 32.In afwijking van de in de artikelen 30 en 31 bedoelde termijnen kan de beslissing van de sanctionerend ambtenaar om een administratieve geldboete op te leggen in geval van in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken [1 en inbreuken bedoeld in de artikelen 27.1, 27.2 en 27.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg]1 gedwongen worden uitgevoerd, indien deze administratieve geldboete niet binnen de termijn bedoeld in artikel 29, § 3, werd betaald, tenzij de overtreder binnen deze termijn een beroep instelt.   ----------   (1)<W 2023-12-11/14, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 33 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 4. - Inning van de geldboete

    Lees de volledige brontekst
    Art. 33.De Koning regelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijze van inning van de administratieve geldboete.   De administratieve geldboetes worden geïnd ten voordele van de gemeente.   [2 Voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken [3 en de inbreuken bedoeld in de artikelen 27.1, 27.2 en 27.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg]3 wordt bij afwezigheid van de bestuurder vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.]2   [3 ...]3   ----------   (1)<W 2013-12-21/22, art. 134, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2014>   (2)<W 2018-07-19/16, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 19-08-2018>   (3)<W 2023-12-11/14, art. 23, 008; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 34 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 5. Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete

    Lees de volledige brontekst
    Art. 34. Dit hoofdstuk is van toepassing op de in de artikelen 2 en 3, 3°, bedoelde feiten gepleegd door een natuurlijk persoon die, noch een woonplaats, noch een vaste verblijfplaats heeft in België.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 35 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 5. Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35. Alleen de personeelsleden van het operationele kader van de federale en lokale politie kunnen gebruik maken van de door dit hoofdstuk voorziene onmiddellijke betaling.
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 36 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 5. Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete

    Lees de volledige brontekst
    Art. 36. § 1. De administratieve geldboete kan alleen onmiddellijk worden geïnd mits akkoordbevinding van de overtreder.   § 2. De overtreder wordt bij het verzoek tot onmiddellijke betaling door de personen bedoeld in artikel 35 op de hoogte gebracht van al zijn rechten
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 37 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 5. Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37. De inbreuken die slechts het voorwerp kunnen uitmaken van een administratieve sanctie kunnen aanleiding geven tot de onmiddellijke betaling van een maximumbedrag van 25 euro per inbreuk en een maximumbedrag van 100 euro wanneer er meer dan vier inbreuken ten laste van de overtreder werden vastgesteld.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 38 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2013062404 / TITEL II. - De administratieve sancties / HOOFDSTUK 5. Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38. De in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken kunnen aanleiding geven tot de onmiddellijke betaling van een door de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vastgelegd bedrag.
    Open officiële bron ↗