Gratis brononderzoek

Wapenwet

Wapenbezit, vergunningen en activiteiten met wapens.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-26

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

64 bronvarianten

  1. Art. 1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.   Deze wet zet richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens gedeeltelijk om.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2.Voor de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder :   1° " wapenhandelaar " : " eenieder die voor eigen rekening en gewoonlijk, als hoofdactiviteit of als nevenactiviteit, tegen een vergoeding of om niet, vuurwapens, onderdelen ervan [1 alsook laders]1 of munitie ervoor vervaardigt, herstelt, wijzigt, verhandelt of anderszins ter beschikking stelt ";   2° " tussenpersoon " : " eenieder die, tegen een vergoeding of om niet, de voorwaarden creëert voor het sluiten van een overeenkomst met als onderwerp de vervaardiging, de herstelling, de wijziging, het aanbod, de verwerving, de overdracht of enige andere vorm van terbeschikkingstelling van vuurwapens, onderdelen ervan [1 alsook laders ]1 of munitie ervoor, ongeacht de herkomst en de bestemming ervan en ongeacht of de goederen op het Belgische grondgebied komen, of die een dergelijke overeenkomst sluit wanneer het vervoer door een derde wordt verricht ";   [2 2°/1 " museum " : "een permanente instelling ten dienste van de samenleving en de ontwikkeling daarvan, die toegankelijk is voor het publiek en die vuurwapens, essentiële onderdelen onderworpen aan de proef, munitie of laders verwerft, bewaart, onderzoekt en tentoonstelt voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische, educatieve of amusementsdoeleinden of uit erfgoedoverwegingen";]2   [2 2° /2 " verzamelaar " : "iedere natuurlijke of rechtspersoon die zich bezighoudt met het verzamelen en bewaren van vuurwapens, essentiële onderdelen onderworpen aan de proef, munitie of laders voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische of educatieve doeleinden of uit erfgoedoverwegingen";]2   3° " antipersoonsmijnen, valstrikmijnen en soortgelijke mechanismen " : " ieder tuig dat op of onder enig oppervlak of in de nabijheid daarvan wordt geplaatst, en ontworpen of aangepast is om te ontploffen of uiteen te spatten door de aanwezigheid of nabijheid van of het contact met een persoon, al dan niet voorzien van een anti-hanteermechanisme, dat de mijn beschermt, er onderdeel van is, verbonden is met, bevestigd aan of geplaatst onder de mijn en dat in werking wordt gesteld wanneer een poging wordt gedaan de mijn te manipuleren of opzettelijk te ontregelen ";   4° " submunitie " : " alle munitie die zich, om haar functie te vervullen, van een moederbom losmaakt. Dat betreft alle munitie of explosieve ladingen die bedoeld zijn om op een bepaald ogenblik te ontploffen nadat zij zijn gelanceerd of uitgestoten uit een moederbom met verspreidingsmunitie, met uitzondering van :   -verspreidingssystemen die alleen rook- of lichtmunitie bevatten, of munitie die uitsluitend bestemd is om als elektrisch of elektronisch afweermiddel te dienen;   - systemen met meervoudige munitie die alleen bedoeld is om pantservoertuigen te doorboren en te vernietigen, die uitsluitend met die doelstelling kunnen worden ingezet zonder dat ze gevechtszones kunnen bestrijken zonder enig onderscheid, meer bepaald doordat hun traject en hun doelwit moeten worden gecontroleerd, en die in voorkomend geval uitsluitend kunnen exploderen op het ogenblik dat ze inslaan en in ieder geval niet kunnen exploderen louter door het contact met, de aanwezigheid of de nabijheid van een persoon ";   5° " blindmakend laserwapen " : " wapen ontworpen of aangepast met als enig doel of onder meer als doel om door middel van lasertechnologie mensen permanent blind te maken ";   6° " brandwapen " : " elk wapen of elk stuk munitie dat in de eerste plaats is ontworpen om objecten in brand te steken of brandwonden toe te brengen aan personen via de inwerking van vlammen, hitte of een combinatie daarvan, voortgebracht door een chemische reactie van een op het doel gebrachte stof ";   7° " spring- of valmes met slot " : " mes waarvan het lemmet door een mechanisme of door de zwaartekracht uit het heft wordt gebracht en automatisch wordt geblokkeerd ";   8° " vlindermes " : " een mes, waarvan het heft in de lengterichting in tweeën is gedeeld en waarvan het lemmet naar buiten wordt gebracht door elk van de delen van het heft in tegenovergestelde richting zijdelings open te vouwen ";   9° " namaakwapen " : " al dan niet inerte natuurgetrouwe imitatie, replica of kopie van een vuurwapen ";   10° " lang wapen " : " wapen waarvan de looplengte meer dan 30 cm bedraagt of waarvan de totale lengte meer dan 60 cm bedraagt ";   11° " vouwgeweer " : " wapen waarvan de loop, door volledig te draaien rond een as, langsheen de kolf komt, zodat de lengte van het wapen is herleid tot de helft ervan, waardoor het aldus gemakkelijk kan worden verborgen onder de kledij ";   [2 11° /1 " vuurwapen " : "een van een loop voorzien wapen waarmee door explosieve voortstuwing een lading, kogel of een projectiel wordt uitgestoten, en dat daartoe is ontworpen of daartoe kan worden omgebouwd.    Een object wordt geacht te kunnen worden omgebouwd zodat door middel van explosieve voortstuwing een lading, kogel of projectiel uitgestoten kan worden wanneer :    a) het qua vormgeving gelijk is aan een vuurwapen, en    b) het ingevolge zijn constructie of het materiaal waarvan het is gemaakt aldus kan worden omgebouwd.]2   12° " niet-vuurwapen " : " elk wapen dat één of meerdere projectielen afschiet waarvan de voortstuwing niet resulteert door de verbranding van poeder of door een detonator ";   13° " blank wapen " : " elk wapen voorzien van één of meerdere klingen die één of meerdere (snedes) hebben "; <W 2008-07-25/37, art. 2, a, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   14° " werpmes " : " mes waarvan het bijzonder evenwicht toelaat met precisie te werpen ";   15° " nunchaku " : " vlegel bestaande uit twee korte onbuigzame stokjes die met elkaar verbonden zijn door een ketting of een ander middel ";   16° " werpster " : " metalen plaatje in de vorm van een ster en met scherpe punten, dat kan worden verborgen en ook " shuriken " wordt genoemd ";   17° " jachtverlof " : " een document dat het recht verleent om de jacht te beoefenen en dat is afgeleverd door of namens de gewestelijke overheden bevoegd voor de jacht, of een gelijkwaardig document afgeleverd in een andere lidstaat van de Europese Unie, of een door de minister van Justitie erkend document afgeleverd in een andere staat ";   18° " sportschutterslicentie " : " een document dat het recht verleent om de schietsport te beoefenen en dat is afgeleverd door of namens de gemeenschapsoverheden bevoegd voor sport, of een gelijkwaardig document afgeleverd in een andere lidstaat van de Europese Unie of een door de minister van Justitie erkend document afgeleverd in een andere staat ";   19° " schietstand " : " een schietinstallatie voor vuurwapens, al dan niet gelegen in een gesloten lokaal ";   20° " munitie " : " een geheel bestaande uit een huls, een (slaghoedje), een kruitlading en een of meer projectielen "; <W 2008-07-25/37, art. 2, b, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   21° " automatisch vuurwapen " : " enig vuurwapen dat, na elk afgevuurd schot, zich automatisch herlaadt en dat met een druk op de trekker, een salvo van meerdere schoten kan afvuren ".   (22° " verblijfplaats " : " de belangrijkste verblijfplaats die iemand in België heeft, met uitsluiting van de plaatsen waar wapens worden bewaard en die de betrokkene deelt met derden ";   23° " loop " : " onderdeel van een wapen, bestaande uit de holte waarlangs het projectiel voorbijkomt, al dan niet met trekken, en gewoonlijk een kamer waarin het projectiel wordt ingebracht ";   24° " revolver " : " kort vuurwapen met rotatiemagazijn of trommel met één of meerdere kamers. De kamers komen achtereenvolgens voor de loop te staan door druk op de trekker of bij rechtstreekse wapening, door druk van de duim op de haan van het wapen ";   25° " pistool " : " kort vuurwapen waarbij de uitwerping van de huls, de invoering van de nieuwe patroon en het vergrendelen automatisch gebeurt na het vertrekken van het schot, dankzij de energie die ontstaat door de ontploffing van de kruitlading of door de verbrandingsgassen. De schutter moet de trekker loslaten en opnieuw drukken om een nieuw schot af te vuren ";   26° " repeteerwapen " : " vuurwapen dat projectielen één per één afvuurt bij iedere druk op de trekker, doch waarbij de schutter het wapen manueel dient te herwapenen, met een hefboom, een grendel of een pomp ".) <W 2008-07-25/37, art. 2, c, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   [2 26°/1 " wapens voor saluutschoten en akoestische signalen " : "vuurwapens die specifiek gebouwd of omgebouwd zijn om enkel blanke patronen af te vuren en bedoeld zijn voor gebruik in bijvoorbeeld theatervoorstellingen, fotosessies, film- en televisieopnames, het naspelen van historische gebeurtenissen, optochten, sportevenementen of opleiding";]2   [1 27° "lader": "een uitneembare patroonhouder voor een vuurwapen die voor de toevoer van patronen zorgt]1   ----------   (1)<W 2018-01-07/01, art. 2, 013; Inwerkingtreding : 22-01-2018>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 152, 014; Inwerkingtreding : 03-06-2019, behoudens toepassing van de overgangsbepalingen van art. 193 tot 199>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK II. - Indeling van de wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3.§ 1. Als verboden wapens worden beschouwd :   1° antipersoonsmijnen, valstrikmijnen en soortgelijke mechanismen, en blindmakende laserwapens;   2° brandwapens;   3° wapens ontworpen voor uitsluitend militair gebruik, zoals automatische vuurwapens, lanceertoestellen, artilleriestukken, raketten, wapens die gebruik maken van andere vormen van straling dan die bedoeld onder het 1°, munitie die specifiek is ontworpen voor die wapens, [2 laders die uitsluitend geschikt zijn voor die wapens,]2 bommen, torpedo's en granaten;   4° submunitie;   5° spring- of valmessen met slot, vlindermessen, boksbeugels en blanke wapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp;   6° degenstokken en geweerstokken die geen historische sierwapens zijn;   7° knotsen en wapenstokken;   8° vuurwapens waarvan de kolf of de loop op zich in verschillende delen kan worden uiteengenomen, vuurwapens die zodanig zijn vervaardigd of gewijzigd dat het dragen ervan niet of minder zichtbaar is dan wel dat hun technische eigenschappen niet meer overeenstemmen met die van het model zoals omschreven in de vergunning tot het voorhanden hebben ervan en vuurwapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen;   9° draagbare tuigen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, met uitzondering van medische of diergeneeskundige hulpmiddelen;   10° voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, met uitzondering van medische hulpmiddelen;   11° vouwgeweren boven kaliber 20;   12° werpmessen;   13° nunchaku's;   14° werpsterren;   15° vuurwapens uitgerust met de volgende onderdelen en hulpstukken, evenals de volgende onderdelen en hulpstukken afzonderlijk :   - geluiddempers;   - laders met een grotere capaciteit dan de normale capaciteit zoals bepaald door de minister van Justitie voor een bepaald model vuurwapen [2 en desgevallend voor bepaalde categorieën bezitters]2;   - richtapparatuur voor vuurwapens, die een straal projecteert op het doel (en nachtkijkers); <W 2008-07-25/37, art. 3, 1°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   - mechanismen die toelaten een vuurwapen om te vormen tot een automatisch vuurwapen;   16° door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken aangewezen tuigen, wapens en munitie die een (nieuwe) ernstige bedreiging voor de openbare veiligheid kunnen vormen en wapens en munitie die om die reden alleen de diensten bedoeld in artikel 27, § 1, tweede en derde lid, voorhanden mogen hebben; <W 2008-07-25/37, art. 3, 2°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   17° [1 voorwerpen en stoffen die niet als wapen zijn ontworpen, maar die werden omgevormd, gewijzigd of vermengd om als wapen te worden gebruikt en]1 waarvan, gegeven de concrete omstandigheden, duidelijk is dat degene die ze voorhanden heeft, draagt of vervoert, ze wenst te gebruiken voor het toebrengen van lichamelijk letsel aan of het bedreigen van personen.   (18° inerte munitie en bepantsering die verarmd uranium of elk ander industrieel uranium bevatten.) <W 2007-05-11/48, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 20-06-2009>   [2 19° Automatische vuurwapens die zijn omgebouwd tot semiautomatische vuurwapens;    20° Lange semiautomatische vuurwapens die kunnen worden ingekort tot een lengte van minder dan 60 cm zonder functionaliteit te verliezen door middel van een opvouwbare of telescopische kolf of een kolf die kan worden verwijderd zonder gebruik van instrumenten.]2   § 2. Als vrij verkrijgbare wapens worden beschouwd :   1° de blanke wapens, de niet-vuurwapens en de namaakwapens waarvoor geen bijzondere regeling geldt;   2° de vuurwapens met een historische, folkloristische of decoratieve waarde zoals bepaald door de Koning. Indien dergelijke vuurwapens buiten het kader van historische of folkloristische manifestaties voor het schieten worden bestemd, worden zij evenwel beschouwd als vergunningsplichtige vuurwapens;   3° de vuurwapens die, overeenkomstig de regels [2 en de voorwaarden]2 vastgesteld door de Koning, definitief voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt. [2 Het voorhanden hebben van onbruikbaar gemaakte vuurwapens is aangifteplichtig. De modaliteiten van die aangifteplicht worden bepaald door de Koning;]2   [1 3°/1. de laders die, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld door de Koning, definitief onbruikbaar zijn gemaakt;]1   4° de vuurwapens die ontworpen zijn voor het geven van alarm of signalen, reddingsactiviteiten, slachten van dieren of visserij met harpoenen, of bestemd zijn voor industriële of technische doeleinden, mits zij alleen voor dat welbepaalde gebruik kunnen worden aangewend, overeenkomstig regels vastgesteld door de Koning. Artikel 5 is niet van toepassing op deze wapens.   § 3. Als vergunningsplichtige wapens worden beschouwd :   1° alle overige vuurwapens;   2° andere wapens die (na advies van de in artikel 37 bedoelde Adviesraad) door de Koning bij deze categorie worden ingedeeld.   [2 § 4. Vuurwapens die zijn omgebouwd om blanke patronen, irriterende stoffen, andere werkzame stoffen of pyrotechnische patronen af te vuren of zijn omgebouwd tot wapens voor saluutschoten of akoestische signalen, en niet in die zin omgebouwde vuurwapens waarmee enkel met de genoemde patronen of stoffen wordt geschoten, blijven ingedeeld in de categorie waartoe ze op basis van de paragrafen 1 en 3 worden ingedeeld.]2   ----------   (1)<W 2018-01-07/01, art. 3, 013; Inwerkingtreding : 22-01-2018>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 153, 014; Inwerkingtreding : 03-06-2019, behoudens toepassing van de overgangsbepalingen van art. 193 tot 199>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK III. - Nationaal identificatienummer.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4. Alle in België gefabriceerde of ingevoerde vuurwapens dienen ingeschreven te worden in een centraal wapenregister, waar deze wapens een uniek identificatienummer toegewezen krijgen.
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK IV. - Erkenning van wapenhandelaars, tussenpersonen, wapenverzamelaars en alle andere personen die een beroep uitoefenen dat het voorhanden hebben van vuurwapens impliceert.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5.§ 1. Niemand mag op het Belgisch grondgebied activiteiten als wapenhandelaar of als tussenpersoon uitoefenen, of zich als dusdanig bekend maken, zonder daartoe vooraf te zijn erkend door de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats.    Indien de aanvrager als wapenhandelaar is erkend in een andere lidstaat van de Europese Unie, houdt de gouverneur bij de beoordeling van de erkenningsaanvraag rekening met de waarborgen verstrekt in dat kader.    De personen die deze activiteiten uitoefenen onder gezag, leiding en toezicht van een erkend wapenhandelaar en in zijn vestigingsplaats, moeten evenwel niet worden erkend. De gouverneur gaat evenwel na of ze, bij de aanvraag om erkenning van hun werkgever of bij hun indiensttreding, voldoen aan § 4.    De erkende wapenhandelaar brengt elke indiensttreding van een persoon bedoeld in het derde lid binnen de maand ter kennis van de gouverneur.    § 2. De aanvrager moet zijn beroepsbekwaamheid bewijzen voor de activiteit die hij wenst uit te oefenen en de herkomst van de voor zijn activiteit aangewende financiële middelen aantonen op de wijze bepaald door de Koning.    De gouverneur brengt elke aanwijzing van een inbreuk ter kennis van de bevoegde procureur des Konings.    De vereiste beroepsbekwaamheid heeft betrekking op de kennis van de na te leven regelgeving en van de beroepsdeontologie, en van de techniek en het gebruik van wapens.    § 3. De gouverneur doet uitspraak over de aanvraag om erkenning na ontvangst van het met redenen omkleed advies van de procureur des Konings en van de burgemeester bevoegd voor de vestigingsplaats en voor de woonplaats van de aanvrager.    De erkenning kan alleen worden geweigerd om redenen die verband houden met de handhaving van de openbare orde. Elke beslissing tot weigering vanwege de gouverneur moet met redenen omkleed zijn.    § 4. Niettemin zijn de aanvragen van volgende personen onontvankelijk :    1° [4 personen die veroordeeld zijn [8 tot een gevangenisstraf van vijf jaar of tot een zwaardere straf]8 of die geïnterneerd zijn krachtens de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering [5 , ten aanzien van wie een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij in uitvoering is,]5 of die het voorwerp hebben uitgemaakt van een [7 beschermende maatregel zoals bedoeld in artikel 4 van de wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening]7;]4   [4 1° /1 [8 personen die als dader of deelnemer veroordeeld zijn wegens een van de misdrijven bedoeld in boek II, titel 1 en titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek;]8]4    2° [8 personen die als dader of deelnemer veroordeeld zijn tot een straf van niveau 1, 2 of 3, behalve indien het gaat om een geldboete van ten hoogste 4000 euro]8 wegens een van de misdrijven bepaald in :    a) (deze wet, de in artikel 47 bedoelde wet en de besluiten ter uitvoering ervan;) <W 2008-07-25/37, art. 4, 1°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>    b) [8 de artikelen 96 tot 102, 112 tot 130, 134 tot 149, 151, 192 tot 202, 206 tot 211, 219 tot 220, 221 tot 228, 231 tot 235, 237, 238, 247, 258, 260 voor zover betrekking hebbend op mensenhandel, 265 tot 268, 276 tot 284, 288 tot 291, 299 tot 301, 317 tot 321, 328 tot 330, 332 tot 337, 339, 340, 348 tot 351, 356, 389 tot 391, 393 tot 400, 402 tot 409, 412 tot 418, 426 tot 432, 434 tot 454, 463 tot 473, 475 tot 485, 487, 488, 501, 502, 505 tot 510, 513, 517 tot 521, 542 tot 546, 551 tot 560, 562, 565 tot 571, 573 tot 578, 581 tot 611, 613, 624, 627, 628, 638, 644 tot 652, 661 tot 664, 677 tot 681, 685 en 688 van het Strafwetboek;]8    c) de artikelen 17, 18, 29 tot 31 en 33 tot 41 van het Militair Strafwetboek;    d) [8 de artikelen 4.1.2.45, 4.1.2.46 en 4.5.2.3, en de inbreuk op artikel 2.4.5.42 van het Belgisch Scheepvaartwetboek;]8   [4 d/1) de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;]4    e) de wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden;    f) de wet van 28 mei 1956 betreffende de ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmee geladen tuigen en in de besluiten tot uitvoering ervan;    g) de wet van 11 september 1962 betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen en de daaraan verbonden technologie en in de besluiten tot uitvoering ervan;    h) (...) van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid; <W 2008-07-25/37, art. 4, 3°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>    i) [6 ...]6    j) de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en de daaraan verbonden technologie;    (k) de regelgeving betreffende de jacht en het sportschieten;) <W 2008-07-25/37, art. 3, 5°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   [4 l) de artikelen 21 tot 26 van het Samenwerkingsakkoord van 2 maart 2007 tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van de overeenkomst tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, gedaan te Parijs op 13 januari 1993;]4   [4 m) artikel 47 van het Vlaams decreet van 15 juni 2012 betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie;]4   [4 artikel 20 van het decreet van het Waals Gewest van 21 juni 2012 betreffende de invoer, uitvoer, doorvoer en overdracht van civiele wapens en van defensiegerelateerde producten;]4   [4 o) artikel 42 van de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 20 juni 2013 betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan.]4    3° rechtspersonen die zelf zijn veroordeeld en rechtspersonen waarvan een bestuurder, een zaakvoerder, een commissaris of aangestelde voor het beheer of het bestuur, is veroordeeld of onderworpen aan een veiligheidsmaatregel in omstandigheden als bedoeld in 1° en 2° hiervoren;    4° de personen die in het buitenland :    a) zijn veroordeeld tot een straf die met internering overeenstemt;    b) het voorwerp hebben uitgemaakt van een maatregel die met internering [5 , een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij]5 of met een beslissing die een behandeling in een ziekenhuis beveelt, zoals bedoeld door de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke overeenstemt;    c) als dader of [8 deelnemer]8 zijn veroordeeld wegens een van de misdrijven die in het 1° en 2° zijn bepaald;    5° minderjarigen en verlengd minderjarigen [4 en de personen die het voorwerp uitmaken van de rechterlijke beschermingsmaatregel bedoeld in artikel 492/1, § 1, derde lid, 20°, van het Burgerlijk Wetboek]4;    6° onderdanen van Staten die geen lid zijn van de Europese Unie en de personen die hun hoofdverblijfplaats niet hebben in een lidstaat van de Europese Unie.    § 5. De gouverneur kan, in geval van fusie, splitsing, inbreng van een algemeenheid of van een bedrijfstak of wijziging van de rechtspersoonlijkheid, bepalen dat de nieuwe juridische entiteit, mits zij de door hem bepaalde voorwaarden in acht neemt, gedurende de periode voorafgaand aan de notificatie van de beslissing betreffende de erkenningsaanvraag, de activiteiten van de initieel erkende onderneming kan voortzetten.    ----------    (1)<W 2014-04-10/24, art. 17, 010; Inwerkingtreding : 10-05-2014>    (2)<W 2016-02-01/09, art. 27, 011; Inwerkingtreding : 29-02-2016>    (3)<W 2016-05-04/03, art. 245, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (4)<W 2018-01-07/01, art. 4, 013; Inwerkingtreding : 22-01-2018>   (5)<W 2024-02-29/11, art. 39, 017; Inwerkingtreding : 18-04-2024>   (6)<W 2024-05-18/31, art. 183, 020; Inwerkingtreding : 16-12-2024>   (7)<W 2024-05-16/06, art. 69, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2025>   (8)<W 2026-03-16/13, art. 19, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK IV. - Erkenning van wapenhandelaars, tussenpersonen, wapenverzamelaars en alle andere personen die een beroep uitoefenen dat het voorhanden hebben van vuurwapens impliceert.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6.§ 1. De natuurlijke personen en privaatrechtelijke rechtspersonen die [2 als museum of verzamelaar]2 een verzameling van meer dan (vijf) vergunningsplichtige vuurwapens of van munitie [1 of laders]1 wensen aan te leggen zonder voor elk bijkomend wapen een vergunning overeenkomstig artikel 11 te moeten bekomen, moeten overeenkomstig artikel 5, §§ 3 en 4, daartoe worden erkend door de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats. De Koning bepaalt de inhoudelijke voorwaarden waaraan de verzameling moet voldoen en de bijzondere in acht te nemen technische voorzorgen indien de wapens ontwikkeld zijn na 1945. <W 2008-07-25/37, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   § 2. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats bijzondere erkenningen kan verlenen aan personen die beroepsmatige activiteiten van wetenschappelijke, culturele of niet-commerciële aard met vuurwapens [2 , munitie of laders]2 uitoefenen.   ----------   (1)<W 2018-01-07/01, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2019>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 154, 014; Inwerkingtreding : 03-06-2019, behoudens toepassing van de overgangsbepalingen van art. 193 tot 199>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK IV. - Erkenning van wapenhandelaars, tussenpersonen, wapenverzamelaars en alle andere personen die een beroep uitoefenen dat het voorhanden hebben van vuurwapens impliceert.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 7.§ 1. De erkenning kan worden beperkt tot bepaalde verrichtingen of tot bepaalde soorten wapens [1 , munitie of laders]1.   § 2. De erkenning kan, volgens een procedure bepaald door de Koning en bij beslissing van de gouverneur, worden geschorst voor een periode van één maand tot zes maanden, ingetrokken, beperkt tot bepaalde verrichtingen of tot bepaalde soorten wapens [1 , munitie of laders]1, of beperkt tot een bepaalde duur, indien de houder :   1° behoort tot de categorieën genoemd in artikel 5, § 4;   2° de bepalingen van deze wet en de besluiten tot uitvoering ervan of de beperkingen van § 1 niet in acht neemt;   3° de erkenning op grond van onjuiste inlichtingen heeft verkregen;   4° gedurende een jaar de activiteiten waarop de erkenning betrekking heeft, met uitzondering van deze bedoeld in artikel 6, niet heeft uitgeoefend;   5° activiteiten uitoefent die door het feit dat zij worden uitgeoefend samen met de activiteiten waarvoor de erkenning is verkregen, de openbare orde kunnen verstoren.   ----------   (1)<W 2018-01-07/01, art. 6, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK V. - Handelingen met verboden wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 8.Niemand mag verboden wapens vervaardigen, herstellen, te koop stellen, verkopen, overdragen of vervoeren, opslaan, voorhanden hebben of dragen.   In geval van inbreuk op het vorige lid worden de wapens in beslag genomen, verbeurd verklaard en vernietigd, zelfs indien zij niet aan de veroordeelde toebehoren.   [Eveneens verboden is de financiering van een onderneming naar Belgisch recht of naar buitenlands recht, met als activiteit de vervaardiging, het gebruik, het herstel, het te koop stellen, het verkopen, het uitdelen, invoeren of uitvoeren, het opslaan of vervoeren [1 van antipersoonsmijnen, submunitie en/of inerte munitie en bepantsering met verarmd uranium of elk ander industrieel uranium]1 in de zin van deze wet, en met het oog op de verspreiding ervan.] <W 2007-03-20/48, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 26-04-2007>   [De Koning zal met dit doel, ten laatste op de eerste dag van de dertiende maand volgend op de maand waarin deze wet wordt bekendgemaakt, een publieke lijst opstellen   i) van de ondernemingen waarvan is aangetoond dat zij een activiteit bedoeld in het vorige lid uitoefenen;   ii) van de ondernemingen die voor meer dan de helft aandeelhouder zijn van een onderneming bedoeld in i) en;   iii) van de instellingen voor collectieve belegging die houder zijn van financiële instrumenten van een onderneming bedoeld in i) en ii).   Hij bepaalt eveneens de nadere regels voor de publicatie van deze lijst.   Met financiering van een in de lijst opgenomen onderneming worden alle vormen van financiële steun bedoeld, namelijk kredieten, bankgaranties alsook het verwerven voor eigen rekening van de door de onderneming uitgegeven financiële instrumenten.   Als een onderneming waarvoor reeds een financiering is toegekend, opgenomen is in de lijst, dient deze financiering volledig te worden stopgezet voor zover dit contractueel mogelijk is.   Dit verbod is niet van toepassing op beleggings instellingen waarvan het beleggingsbeleid, overeenkomstig hun statuten of beheersreglement, tot doel heeft de samenstelling te volgen van een welbepaalde aandelen- of obligatie-index.   Het financieringsverbod geldt evenmin voor welomschreven projecten van een op de lijst voorkomende onderneming, voorzover de financiering geen van de activiteiten beoogt als vermeld in dit artikel. De onderneming dient dit in een schriftelijke verklaring te bevestigen.] <W 2007-03-20/48, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 26-04-2007>   ----------   (1)<W 2009-07-16/01, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-06-2009>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VI. - Handelingen met vrij verkrijgbare wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9. Het dragen van een vrij verkrijgbaar wapen is alleen toegestaan aan diegene, die daartoe een wettige reden kan aantonen.
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 10 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10. Niemand mag een vergunningsplichtig vuurwapen verkopen of overdragen dan aan de overeenkomstig de artikelen 5 en 6 erkende personen of aan hen die houder zijn van de in artikel 11 bedoelde vergunning.   Elk verlies of diefstal van een vergunningspichtig wapen moet onverwijld worden gemeld aan de lokale politie door de houder van de titel tot het voorhanden hebben.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 11 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 11.§ 1. Zonder een voorafgaande vergunning, verleend door de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de verzoeker, is het particulieren verboden een vergunningsplichtig vuurwapen of de daarbij horende munitie voorhanden te hebben. Deze vergunning kan slechts worden verleend na advies, binnen drie maanden na de aanvraag, van de korpschef van de lokale politie van de verblijfplaats van de verzoeker. De beslissing moet met redenen worden omkleed. De vergunning kan worden beperkt tot het voorhanden hebben van het wapen zonder munitie en ze is slechts geldig voor één wapen.   Indien blijkt dat het voorhanden hebben van het wapen de openbare orde kan verstoren of de wettige reden ingeroepen om de vergunning te bekomen, niet meer bestaat, kan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de betrokkene de vergunning volgens een door de Koning bepaalde procedure bij een met redenen omklede beslissing beperken, schorsen of intrekken na het advies te hebben ingewonnen van de procureur des Konings bevoegd voor deze verblijfplaats.   § 2. Indien de verzoeker in België geen verblijfplaats heeft, wordt de vergunning verleend door de minister van Justitie overeenkomstig de procedure voorzien door de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen en kan zij worden beperkt tot het voorhanden hebben van het wapen zonder munitie.   Indien de verzoeker verblijft in een andere lidstaat van de Europese Unie, mag de vergunning niet worden verleend zonder voorafgaand akkoord van die staat. Indien de vergunning wordt verleend, wordt die staat daarvan op de hoogte gesteld.   Indien blijkt dat het voorhanden hebben van het wapen de openbare orde kan verstoren of de wettige reden ingeroepen om de vergunning te bekomen, niet meer bestaat, kan de minister van Justitie, na advies van de Veiligheid van de Staat, de vergunning beperken, schorsen of intrekken. Deze beslissing moet met redenen zijn omkleed. De Staat waar de persoon die het wapen voorhanden heeft verblijft, wordt op de hoogte gebracht van de beslissing.   § 3. De vergunning wordt slechts verleend aan personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :   1° meerderjarig zijn;   2° [2 niet als [3 dader of deelnemer zijn veroordeeld tot een geldboete van meer dan 4000 euro, een straf onder elektronisch toezicht of een gevangenisstraf]3 wegens een van de misdrijven bedoeld in artikel 5, § 4, 2° ;]2   3° [2 niet zijn veroordeeld tot een van de straffen of het voorwerp zijn geweest van een van de beslissingen bedoeld in artikel 5, § 4, 1°, 1° /1, en 4° ;]2   4° [2 ...]2   5° niet het voorwerp zijn van een lopende schorsing en niet het voorwerp geweest zijn van een intrekking met nog actuele redenen, van een vergunning tot het voorhanden hebben van of het dragen van een wapen;   6° een medisch attest voorleggen dat bevestigt dat de aanvrager in staat is een wapen te manipuleren zonder gevaar voor zichzelf of voor anderen;   7° slagen voor een proef betreffende de kennis van de toepasselijke regelgeving en het hanteren van een vuurwapen, waarvan de modaliteiten worden bepaald door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit;   8° geen meerderjarige persoon samenwonend met de aanvrager verzet zich tegen de aanvraag;   9° een wettige reden opgeven voor de verwerving (en het voorhanden hebben) van het betrokken wapen en de munitie. Het type wapen moet overeenstemmen met de reden waarvoor het gevraagd wordt. Deze wettige redenen zijn, onder de door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit te bepalen voorwaarden : <W 2008-07-25/37, art. 6, 1°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   a) de jacht en faunabeheersactiviteiten;   b) het sportief en recreatief schieten;   c) (de uitoefening van een activiteit die bijzondere risico's inhoudt of het voorhanden hebben van een vuurwapen noodzakelijk maakt); <W 2008-07-25/37, art. 6, 2°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   d) de persoonlijke verdediging van personen die een objectief en groot risico lopen en die aantonen dat het voorhanden hebben van een vuurwapen dit groot risico in grote mate beperkt en hen kan beschermen;   e) de intentie een verzameling historische wapens op te bouwen;   f) de deelname aan historische, folkloristische, culturele of wetenschappelijke activiteiten   [2 g) het behouden van een wapen in een vermogen, onder de voorwaarden bedoeld in de artikelen 11/1 en 11/2, tweede en derde lid.]2   (NOTA : art. 11, § 3, 9°, vernietigd bij arrest van Het Grondwettelijk Hof nr. 154/2007 van 19-12-2007 - in zoverre het het behoud van een legaal voorhanden wapen in een vermogen niet vermeldt als een wettige reden wanneer de aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen betrekking heeft op een vergunningsplichtig wapen zonder munitie, waarvoor de vergunning tot het voorhanden hebben ervan was verleend of waarvoor een vergunning tot het voorhanden hebben ervan niet was vereist - zie B.S. 23-01-2008, p. 3642)   (Zijn evenwel onontvankelijk, de aanvragen ingediend door personen die niet voldoen aan de voorwaarden van 1° tot 4°, 6° en 8°, evenals zij die geen wettige reden opgeven zoals voorzien in de bepaling onder 9°.) <W 2008-07-25/37, art. 6, 3°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   § 4. § 3, 3° tot 6° en 8°, zijn niet van toepassing op rechtspersonen die de wapens wensen te verwerven voor beroepsdoeleinden.   Van het theoretisch gedeelte van de proef bedoeld in § 3,7°, zijn vrijgesteld, zij die deze proef reeds eerder met succes hebben afgelegd, bij de aanvraag van een eerdere vergunning. Zij dienen deze proef echter wel opnieuw af te leggen indien er na het afleggen van de vorige proef een tijdspanne van twee jaar verstreken is.   Van het praktisch gedeelte van de proef bedoeld in § 3, 7°, zijn vrijgesteld :   1° de aanvrager die reeds een door de Koning bepaalde ervaring met het gebruik van vuurwapens heeft;   2° de aanvrager van een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen met uitsluiting van munitie;   3° de aanvrager van een vergunning tot het voorhanden hebben van een niet-vuurwapen dat krachtens deze wet vergunningsplichtig is;   4° de aanvrager die zijn verblijfplaats in het buitenland heeft.   (De houders van een geldig jachtverlof zijn bovendien vrijgesteld van de theoretische proef bedoeld in paragraaf 3, 7°, en van de aldaar bedoelde praktische proef voor zover hun aanvraag betrekking heeft op een wapen als bedoeld in artikel 12, eerste lid, 1°.   Hetzelfde geldt voor de houders van een geldige sportschutterslicentie, voor zover hun aanvraag betrekking heeft op een wapen van hetzelfde type als een wapen waarvoor ze reeds een praktische proef hebben afgelegd in het raam van de verkrijging van hun licentie. Zij zijn bovendien vrijgesteld van het in paragraaf 3, 6°, bedoelde medisch attest.   Worden eveneens vrijgesteld van dit medisch attest, zij die een vergunning aanvragen en zich hierbij beroepen op de in paragraaf 3, 9°, e) en f) bedoelde wettige redenen.) <W 2008-07-25/37, art. 6, 4°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 245, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (2)<W 2018-01-07/01, art. 7, 013; Inwerkingtreding : 22-01-2018>   (3)<W 2026-03-16/13, art. 20, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 11/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 11/1. <Ingevoegd bij W 2008-07-25/37, art. 7; Inwerkingtreding : 01-09-2008> Een vergunning tot het voorhanden hebben wordt ook afgegeven aan de personen die wensen een wapen in hun vermogen te behouden, waarvoor een vergunning was afgegeven of waarvoor geen vergunning vereist was voor de inwerkingtreding van deze wet.   Deze vergunning is slechts geldig voor het eenvoudig voorhanden hebben van het wapen, met uitsluiting van munitie.   Artikel 11, 4,§ 3, 6°, 7° en 9°, is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde personen.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 11/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 11/2.<Ingevoegd bij W 2008-07-25/37, art. 8; Inwerkingtreding : 01-09-2008> Eenieder die een wapen voorhanden heeft, dat krachtens deze wet vergunningsplichtig is geworden en een in artikel 11.1 bedoelde vergunning wenst aan te vragen, moet de aanvraag binnen twee maanden na de inwerkingtreding van dit artikel indienen.   De erfgenaam die bewijst dat hij een wapen in zijn vermogen heeft ontvangen, dat wettig voorhanden werd gehouden door de overledene, kan, binnen [2 drie]2 maanden nadat hij het wapen in bezit heeft gekregen, een in artikel 11/1 bedoelde vergunning aanvragen.   De particulier die een wapen heeft verkregen onder de voorwaarden van artikel 12 en waarvan het jachtverlof, de sportschutterslicentie of het gelijkgesteld document is vervallen, en die de in artikel 11/1 bedoelde vergunning wenst te verkrijgen,[1 moet, naargelang het geval, de aanvraag indienen binnen [2 drie]2 maanden na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 13, tweede lid, 1° of 2° ]1.   ----------   (1)<W 2018-01-07/01, art. 8, 013; Inwerkingtreding : 22-01-2018>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 155, 014; Inwerkingtreding : 03-06-2019, behoudens toepassing van de overgangsbepalingen van art. 193 tot 199>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 12 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 12.Artikel 11 is niet van toepassing op :    1° (houders van een jachtverlof, die lange wapens daar toegelaten waar het jachtverlof geldig is, evenals de daarbij horende munitie mogen voorhanden hebben, op voorwaarde dat hun strafrechtelijke antecedenten, hun kennis van de wapenwetgeving en [3 hun geschiktheid op praktisch en medisch vlak om veilig een vuurwapen te hanteren zonder gevaar voor henzelf of voor anderen vooraf zijn nagegaan]3;) <W 2008-07-25/37, art. 9, a, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>    2° houders van een sportschutterslicentie, die vuurwapens ontworpen voor het sportschieten en waarvan de lijst wordt vastgesteld door de minister van Justitie, en de daarbij horende munitie mogen voorhanden hebben, op voorwaarde dat hun strafrechtelijke antecedenten, hun kennis van de wapenwetgeving en [3 hun geschiktheid op praktisch en medisch vlak om veilig een vuurwapen te hanteren zonder gevaar voor henzelf of voor anderen vooraf zijn nagegaan]3;    3° houders van een geldige Europese vuurwapenpas afgeleverd in een andere lidstaat van de Europese Unie, die de daarop vermelde wapens en munitie [2 en de daarbij horende laders]2 tijdelijk mogen voorhanden hebben in België;    4° [1 ...]1 bijzondere wachters die lange vuurwapens als bedoeld in de artikelen 62 en 64 van het Veldwetboek en de daarbij horende munitie mogen bezitten in het kader van de uitoefening van de activiteiten die hen werden toegewezen door de regionale overheden en die volgens deze overheden het gebruik van een wapen vereisen, onverminderd de vereisten gesteld in het Veldwetboek en zijn uitvoeringsbesluiten.    (5° meerderjarige particulieren die hoogstens één keer per jaar een vergunningsplichtig wapen voorhanden hebben op een erkende schietstand onder de voorwaarden zoals bepaald door de Koning.) <W 2008-07-25/37, art. 9, b, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>    De personen bedoeld in het eerste lid, [1 ...]1 mogen eveneens schieten met wapens die [1 wettig]1 voorhanden worden gehouden door derden.    De Koning bepaalt de nadere regels van de registratie van de overdracht en het voorhanden hebben van de vuurwapens [1 , de munitie en de laders]1 bedoeld in dit artikel.   ----------   (1)<W 2018-01-07/01, art. 9,2°-9,5°, 013; Inwerkingtreding : 22-01-2018>   (2)<W 2018-01-07/01, art. 9,1°, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2019>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 156, 014; Inwerkingtreding : 03-06-2019, behoudens toepassing van de overgangsbepalingen van art. 193 tot 199>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 12/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 12/1.<Ingevoegd bij W 2008-07-25/37, art. 10; Inwerkingtreding : 01-09-2008> Houders van een jachtverlof, een sportschutterslicentie [1 of een vergunning]1 tot het voorhanden hebben van een vuurwapen mogen aan elkaar vuurwapens uitlenen onder de volgende voorwaarden :    1° het betreft alleen vuurwapens van het type dat de ontlener mag voorhanden hebben en met het oog op een toegelaten activiteit op basis van het document waarvan hij houder is;    2° de vuurwapens mogen slechts worden uitgeleend voor de duur van de activiteit waarvoor ze worden geleend en voor het vervoer van en naar de plaats waar die plaatsvindt;    3° de vuurwapens mogen alleen worden voorhanden gehouden, gedragen en gebruikt op de plaats waar de activiteit waarvoor ze worden ontleend, plaatsvindt;    4° [1 behalve indien ze beiden aanwezig zijn, kunnen de uitlener en de ontlener enerzijds een door hen ondertekend en gedateerd schriftelijk akkoord voorleggen dat hun beider naam en adres alsook het voorwerp en de duur van de uitlening vermeldt, en anderzijds het in de bepaling onder 1° bedoelde document of een kopie van deze documenten.]1   [1 In afwijking van het eerste lid, 2° en 3°, kunnen houders van een jachtverlof vuurwapens uitlenen voor een maximale duur van zes maanden. Worden ze uitgeleend voor een duur langer dan [2 een week]2, dan doet de uitlener daarvan aangifte [2 volgens de modaliteiten bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.]2    In afwijking van het eerste lid, kunnen de houders van een sportschutterslicentie of van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen aan elkaar eveneens vuurwapens uitlenen van een ander type dan hetwelk de ontlener mag voorhanden hebben op basis van het document waarvan hij houder is, onder de volgende voorwaarden:    1° de uitlening vindt plaats in aanwezigheid van de uitlener, met voorafgaand akkoord van de uitbater van de schietstand of van diens vertegenwoordiger, en onder de verantwoordelijkheid van de uitlener en van de uitbater of diens vertegenwoordiger;    2° de uitlening vindt plaats voor een punctuele test;    3° de uitgeleende wapens worden enkel gebruikt met het oog op een toegelaten activiteit op basis van het document waarvan de ontlener houder is.    Particulieren jonger dan 18 jaar die houder zijn van een sportschutterslicentie of van een voorlopige sportschutterslicentie mogen vergunningsplichtige vuurwapens hanteren op de schietstand voor het beoefenen van de schietsport onder de decretaal bepaalde voorwaarden.]1   ----------   (1)<W 2018-01-07/01, art. 10, 013; Inwerkingtreding : 28-10-2018>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 157, 014; Inwerkingtreding : 03-06-2019, behoudens toepassing van de overgangsbepalingen van art. 193 tot 199>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 13.Indien blijkt dat het voorhanden hebben van de in artikel 12 bedoelde wapens de openbare orde kan verstoren, kan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de betrokkene (en de Minister van Justitie indien het een persoon zonder verblijfplaats in België betreft,) het recht om het wapen voorhanden te hebben bij een met redenen omklede beslissing beperken, schorsen of intrekken. Dit doet hij na het advies te hebben ingewonnen van de procureur des Konings van het arrondissement waar de betrokkene zijn verblijfplaats heeft en volgens een procedure bepaald door de Koning. <W 2008-07-25/37, art. 11, 1°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   [1 De particulier die een vuurwapen heeft verkregen onder de voorwaarden gesteld in artikel 12, is gerechtigd dat wapen verder voorhanden te hebben, evenwel zonder er nog munitie voor voorhanden te mogen hebben:    1° gedurende tien jaar na het vervallen van de geldigheid van het jachtverlof of het gelijkwaardig stuk, op voorwaarde dat hij het voorwerp uitmaakt van een controle van zijn strafrechtelijke antecedenten nadat vijf jaren zijn verstreken vanaf het vervallen van de geldigheid van het stuk; of    2° gedurende drie jaar na het vervallen van de geldigheid van de sportschutterslicentie of het gelijkwaardig stuk.]1   [1 ...]1 [1 Het hervatten van de betrokken activiteit door de particulier onderbreekt de periode bedoeld in het tweede lid, 1° of 2°. ]1 (Hij beschikt over een periode [1 van drie maanden]1 om de munitie die hij nog voorhanden houdt onder de voorwaarden bedoeld in artikel 12, eerste lid, over te dragen aan een erkend persoon of aan een persoon die gerechtigd is deze munitie voorhanden te hebben.) Na deze periode wordt het wapen vergunningsplichtig en wordt artikel 17 toegepast. <W 2008-07-25/37, art. 11, 2° en 3°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   ----------   (1)<W 2018-01-07/01, art. 11, 013; Inwerkingtreding : 22-01-2018>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14. Niemand mag een vergunningsplichtig vuurwapen dragen tenzij om een wettige reden en mits hij in het bezit is van een vergunning tot het voorhanden hebben van het betrokken wapen evenals een wapendrachtvergunning, verleend door de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de verzoeker, na advies van de procureur des Konings van het arrondissement van de verblijfplaats van de verzoeker. De verzoeker moet een attest voorleggen van een daartoe door de minister van Justitie erkend arts dat hij geen fysieke of mentale tegenindicaties vertoont voor het dragen van een vuurwapen.   Indien de verzoeker in België geen verblijfplaats heeft, wordt de wapendrachtvergunning verleend door de minister van Justitie, overeenkomstig de procedure voorzien door de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen.   De wapendrachtvergunning wordt verleend voor een duur van ten hoogste drie jaar, zij vermeldt de voorwaarden waarvan het dragen van het wapen afhankelijk wordt gesteld en moet samen met het wapen worden gedragen.   De overheid die de wapendrachtvergunning heeft verleend, kan ze volgens een procedure bepaald door de Koning bij een met redenen omklede beslissing beperken, schorsen of intrekken indien blijkt dat het dragen van het wapen de openbare orde kan verstoren, dat de voorwaarden waarvan het dragen van het wapen afhankelijk wordt gesteld niet worden nagekomen, of dat de wettige redenen die zijn aangevoerd met het oog op het verkrijgen van de vergunning niet meer bestaan.
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15. <W 2008-07-25/37, art. 12, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008> De personen bedoeld in de artikelen 11, § 3, 9°, a) en b) en 12 mogen, uitsluitend in het kader van de beoefening van de jacht, het faunabeheer of het sportschieten, vuurwapens dragen zonder een wapendrachtvergunning te hebben verkregen, mits ze hiervoor een wettige reden hebben.
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 16.Het opslaan van vergunningsplichtige vuurwapens of munitie [1 of van laders]1 mag alleen als daartoe voor de betrokken hoeveelheid een van de volgende wettige redenen bestaat :   1° het wettig voorhanden hebben van meerdere vuurwapens en een noodzakelijke hoeveelheid munitie [1 en laders]1 daarvoor door de eigenaars ervan die samenwonen op hetzelfde adres en die de wapens daar opslaan;   2° de wettige activiteiten van erkende personen.   ----------   (1)<W 2018-01-07/01, art. 12, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006060830 / HOOFDSTUK VII Handelingen met vergunningsplichtige wapens.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17.Wanneer een koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel [1 3, § 2, 2°, of]1 3, § 3, 2°, wapens indeelt bij de vergunningsplichtige wapens, moeten de personen die dergelijke wapens voorhanden hebben, ze laten inschrijven volgens een procedure bepaald door de Koning. Een vergunning om dergelijke wapens voorhanden te hebben wordt hen kosteloos uitgereikt.   Hij die een vergunningsplichtig wapen verkrijgt in andere omstandigheden dan die welke zijn bepaald in de artikelen 11 en 12, moet binnen drie maanden nadat hij het wapen heeft verkregen, een vergunning tot het voorhanden hebben van dit wapen aanvragen. Hij mag het wapen voorlopig voorhanden hebben totdat over de aanvraag is beslist, behalve indien bij een met redenen omklede beslissing van de betrokken overheid blijkt dat het voorhanden hebben ervan de openbare orde kan verstoren.   ----------   (1)<W 2012-12-27/29, art. 33, 009; Inwerkingtreding : 10-02-2013>
    Open officiële bron ↗