Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.
Lees de volledige brontekst
Art. 39bis. <ingevoegd bij W 2000-11-28/34, art. 7; Inwerkingtreding : 13-02-2001> § 1. Onverminderd de specifieke bepalingen van dit artikel, zijn de regels van dit wetboek inzake inbeslagneming, met inbegrip van artikel 28sexies, van toepassing op het kopiëren, ontoegankelijk maken en verwijderen van in een informaticasysteem [2 of een deel ervan]2 opgeslagen gegevens.
§ 2. [6 Bij het opsporen van [7 de misdrijven]7 kan de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie beslissen tot een zoeking in een informaticasysteem of een deel ervan dat in beslag genomen is, mits voorafgaande schriftelijke toestemming van de gebruiker van het informaticasysteem.
Deze toestemming is alleen geldig indien de in het eerste lid bedoelde gebruiker er voorafgaandelijk van in kennis werd gesteld dat de gegevens die tijdens de zoeking worden aangetroffen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt. Wanneer het een minderjarige betreft onder de leeftijd van zestien jaar, kan deze toestemming enkel worden gegeven door zijn wettelijke vertegenwoordiger of voogd ad hoc.
Onverminderd het eerste lid, kan de procureur des Konings [7 wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de strafbare feiten een straf van niveau 2 of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben]7, ook zonder de voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de gebruiker, een zoeking bevelen in een informaticasysteem of een deel ervan dat in beslag genomen is, mits voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter.
De motivering weerspiegelt de proportionaliteit ten opzichte van de persoonlijke levenssfeer en het nagestreefde doel.
De zoekingen bedoeld in deze paragraaf kunnen zich enkel uitstrekken tot de gegevens die opgeslagen zijn op het informaticasysteem dat in beslag genomen is. Met het oog daarop wordt elke externe verbinding van dit informaticasysteem verhinderd, alvorens de zoeking wordt aangevat]6.
§ 3. [6 In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie de zoeking bedoeld in paragraaf 2, derde lid, bevelen zonder voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter. In voorkomend geval deelt de officier van gerechtelijke politie onverwijld en uiterlijk binnen vierentwintig uur zijn beslissing mee aan de procureur des Konings en motiveert hij tevens de uiterst dringende noodzakelijkheid. De procureur des Konings deelt onverwijld en uiterlijk binnen vierentwintig uur zijn beslissing of die van de officier van gerechtelijke politie mee aan de onderzoeksrechter en motiveert tevens de uiterst dringende noodzakelijkheid.
De maatregel dient vervolgens zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd te worden door de onderzoeksrechter, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid]6.
§ 4. [2 Enkel de onderzoeksrechter kan een andere zoeking bevelen in een informaticasysteem of een deel ervan dan de zoekingen [3 bedoeld in paragraaf 2]3:
- indien deze zoeking noodzakelijk is om de waarheid aan het licht te brengen ten aanzien van het misdrijf dat het voorwerp uitmaakt van de zoeking; en
- indien andere maatregelen disproportioneel zouden zijn, of indien er een risico bestaat dat zonder deze zoeking bewijselementen verloren gaan.
In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de onderzoeksrechter [3 ...]3 de zoeking bedoeld in het eerste lid mondeling bevelen. Dit bevel wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid.]2
§ 5. [2 Teneinde de maatregelen bedoeld in dit artikel mogelijk te maken, kan de procureur des Konings [6 mits voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter,]6 of de onderzoeksrechter bevelen om, te allen tijde, ook zonder de toestemming van [6 ...]6 de gebruiker:
- elke beveiliging van de betrokken informaticasystemen tijdelijk op te heffen, desgevallend met behulp van technische hulpmiddelen, valse signalen, valse sleutels of valse hoedanigheden;
- technische middelen in de betrokken informaticasystemen aan te brengen teneinde de door dat systeem opgeslagen, verwerkte of doorgestuurde gegevens te ontcijferen en te decoderen.
[6 In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie beslissen tot deze maatregel. In voorkomend geval deelt de officier van gerechtelijke politie onverwijld en uiterlijk binnen vierentwintig uur zijn beslissing mee aan de procureur des Konings en motiveert hij tevens de uiterst dringende noodzakelijkheid. De procureur des Konings deelt onverwijld en uiterlijk binnen vierentwintig uur zijn beslissing of die van de officier van gerechtelijke politie mee aan de onderzoeksrechter en motiveert tevens de uiterst dringende noodzakelijkheid.
De maatregel dient vervolgens zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd te worden door de onderzoeksrechter, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid.]6
Evenwel kan enkel de onderzoeksrechter deze tijdelijke opheffing van de beveiliging of deze aanbrenging van technische middelen bevelen wanneer dit in het bijzonder noodzakelijk is [3 voor de toepassing van artikel 88ter]3.]2
§ 6. [2 Indien in de betrokken informaticasystemen opgeslagen gegevens aangetroffen worden die nuttig zijn voor dezelfde doeleinden als de inbeslagneming, maar de inbeslagneming van de drager daarvan evenwel niet wenselijk is, worden deze gegevens, evenals de gegevens noodzakelijk om deze te kunnen verstaan, gekopieerd op dragers, die toebehoren aan de overheid. In geval van dringendheid of om technische redenen, kan gebruik gemaakt worden van dragers, die ter beschikking staan van personen die gerechtigd zijn om het informaticasysteem te gebruiken.
Bovendien worden passende technische middelen aangewend om de toegang tot deze gegevens in het informaticasysteem, evenals tot de kopieën daarvan die ter beschikking staan van personen die gerechtigd zijn om het informaticasysteem te gebruiken, te verhinderen en hun integriteit te waarborgen.
Wanneer de in het eerste lid vermelde maatregel niet mogelijk is om technische redenen of wegens de omvang van de gegevens, wendt de procureur des Konings de passende technische middelen aan om de toegang tot deze gegevens in het informaticasysteem, evenals tot de kopieën daarvan die ter beschikking staan van personen die gerechtigd zijn om het informaticasysteem te gebruiken, te verhinderen en hun integriteit te waarborgen.
Indien de gegevens het voorwerp van het misdrijf vormen of voortgekomen zijn uit het misdrijf en indien de gegevens strijdig zijn met de openbare orde of de goede zeden, of een gevaar opleveren voor de integriteit van informaticasystemen of gegevens die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen, wendt de procureur des Konings alle passende technische middelen aan om deze gegevens ontoegankelijk te maken of, na hiervan kopie te hebben genomen, te verwijderen.
Hij kan evenwel, behoudens in het geval bedoeld in het vierde lid, het verdere gebruik van het geheel of een deel van deze gegevens toestaan, wanneer dit geen gevaar voor de strafvordering oplevert.
In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid en wanneer het kennelijk gaat om een strafbaar feit bedoeld in [7 de artikelen 136, 137, 171, 182, 183, 371, § 3, eerste lid, 6°, 376 of 377]7 van het Strafwetboek, kan de procureur des Konings mondeling bevelen dat alle passende technische middelen worden aangewend om de gegevens, die het voorwerp van het misdrijf vormen of voortgekomen zijn uit het misdrijf en die strijdig zijn met de openbare orde of de goede zeden, ontoegankelijk te maken. Dit bevel wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid.]2
[2 § 7. Tenzij diens identiteit of woonplaats redelijkerwijze niet achterhaald kan worden, brengt de procureur des Konings of de onderzoeksrechter [6 de gebruiker]6 van het informaticasysteem zo spoedig mogelijk [6 en zodra dit het onderzoek niet langer kan schaden]6 op de hoogte van de zoeking in het informaticasysteem of van de uitbreiding ervan. Hij deelt hem in voorkomend geval een samenvatting mee van de gegevens die zijn gekopieerd, ontoegankelijk gemaakt of verwijderd.
§ 8. De procureur des Konings wendt de passende technische middelen aan om de integriteit en de vertrouwelijkheid van deze gegevens te waarborgen.
Gepaste technische middelen worden aangewend voor de bewaring hiervan op de griffie.
Hetzelfde geldt, wanneer gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen in een informaticasysteem, samen met hun drager in beslag worden genomen, overeenkomstig de vorige artikelen.]2
[3 § 9. De maatregelen bedoeld in dit artikel kunnen alleen betrekking hebben op de informaticasystemen van een advocaat of een arts, indien deze er zelf van verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd of eraan deelgenomen te hebben, of, indien precieze feiten doen vermoeden dat derden die ervan verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd, gebruik maken van diens elektronische communicatiemiddelen.
De maatregel mag niet ten uitvoer worden gelegd, zonder dat, naar gelang het geval, de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte werd gebracht. Diezelfden zullen door de procureur des Konings in kennis worden gesteld van wat volgens hem onder het beroepsgeheim valt. Deze gegevens worden niet opgenomen in het proces-verbaal. Deze personen zijn tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [7 artikel 352]7 van het Strafwetboek.]3
----------
(1)<W 2010-06-06/06, art. 4, 058; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
(2)<W 2016-12-25/37, art. 2, 088; Inwerkingtreding : 27-01-2017> (NOTA : bij arrest nr.174/2018 van 06-12-2018 (B.St. 22-01-2019, p. 7685), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel 39bis, §3, vernietigd, en de anderen wijzigingen in zoverre daarbij niet wordt voorzien in een specifieke bepaling teneinde het beroepsgeheim van de artsen en de advocaten te beschermen.)
(3)<W 2019-05-05/10, art. 6, 102; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(4)<W 2020-05-04/16, art. 2, 108; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
(5)<W 2022-03-21/01, art. 105, 112; Inwerkingtreding : 01-06-2022>
(6)<W 2026-02-08/04, art. 5, 129; Inwerkingtreding : 26-02-2026>
(7)<W 2026-03-11/03, art. 45, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.