Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 32 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 32. In alle gevallen van ontdekking op heterdaad, wanneer het feit kan worden gestraft met een [1 straf van niveau 3 of van een hoger niveau]1, begeeft de procureur des Konings zich onverwijld ter plaats om er de processen-verbaal op te maken tot vaststelling van het voorwerp van het misdrijf, van de staat waarin het zich bevindt, van de gesteldheid der plaats, en om de verklaringen af te nemen van de personen die aanwezig zijn geweest of die inlichtingen kunnen geven.   De procureur des Konings geeft aan de onderzoeksrechter bericht van zijn bezoek ter plaatse, zonder evenwel gehouden te zijn op hem te wachten om te handelen zoals in dit hoofdstuk is bepaald.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 40, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 33 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 33. De procureur des Konings kan ook, in het geval van het vorige artikel, voor zijn proces-verbaal de verwanten, buren of dienstboden oproepen van wie vermoed wordt dat zij over het feit ophelderingen kunnen geven; hij neemt hun verklaringen op, die zij zullen ondertekenen; de verklaringen, opgenomen ingevolge dit artikel en het vorige artikel, worden door de partijen ondertekend of, ingeval zij weigeren, wordt daarvan melding gemaakt.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 34 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 34. Hij kan verbieden dat om het even wie het huis verlaat of zich van de plaats verwijdert zolang zijn proces-verbaal niet gesloten is.   [1 ...]1   [1 ...]1   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 41, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 35 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35. <W 1999-01-14/41, art. 2, 021; Inwerkingtreding : 08-03-1999> (§ 1.) De procureur des Konings neemt alles in beslag wat een van de (in [2 de artikelen 53, § 2, eerste lid, en 54]2) van het Strafwetboek bedoelde zaken schijnt uit te maken en alles wat dienen kan om de waarheid aan de dag te brengen; hij vraagt de verdachte zich te verklaren omtrent de in beslag genomen voorwerpen, die hem vertoond zullen worden; van een en ander maakt hij een proces-verbaal op, dat ondertekend wordt door de verdachte, of ingeval deze weigert, wordt daarvan melding gemaakt. <W 2002-12-24/31, art. 468, 035; Inwerkingtreding : 10-01-2003> <W 2007-05-10/63, art. 3, 052; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   § 2. [1 ...]1   ----------   (1)<W 2014-04-25/23, art. 112, 074; Inwerkingtreding : 24-05-2014>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 42, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 35bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35bis.<W 1997-05-20/50, art. 17, 013; Inwerkingtreding : 13-07-1997> Indien de zaken die het uit het misdrijf verkregen vermogesvoordeel schijnen te vormen, onroerende goederen zijn, wordt bewarend beslag op onroerend goed gedaan, zulks bij deurwaardersexploot dat aan de eigenaar wordt betekend en op straffe van nietigheid een afschrift van de vordering van de procureur des Konings moet bevatten, alsmede de verschillende vermeldingen bedoeld in de artikelen 1432 en 1568 van het Gerechtelijk Wetboek, evenals de tekst van het derde lid van dit artikel.   Het beslagexploot moet op de dag zelf van de betekening ter overschrijving worden aangeboden op [2 de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën]2. Als dagtekening van de overschrijving geldt de dag van afgifte van het exploot.   Het bewarend beslag op onroerend goed geldt gedurende vijf jaren met ingang van de dagtekening der overschrijving, behoudens vernieuwing voor dezelfde termijn op vertoon aan de [3 Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]3, vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de overschrijving, van een door de bevoegde procureur of onderzoeksrechter in dubbel opgemaakte vordering.   Het beslag wordt blijvend voor het verleden in stand gehouden door de beknopte melding op de kant van de overschrijving van het beslag, binnen haar geldigheidsduur, van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij de verbeurdverklaring van het onroerend goed werd bevolen.   Doorhaling van het bewarend onroerend beslag kan verleend worden door de voormelde procureur of onderzoeksrechter, of desgevallend door de beneficiant van de verbeurdverklaring, of kan ook bij rechterlijke beslissing bevolen worden.   [3 In de gevallen waarin de wet bepaalt dat de verbeurdverklaring van onroerende goederen die hebben gediend of bestemd zijn geweest voor het plegen van het misdrijf mogelijk is, zal worden gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften van dit artikel.]3   ----------   (1)<W 2018-07-11/07, art. 70, 098; Inwerkingtreding : 30-07-2018>   (2)<W 2023-12-22/05, art. 4, 118; Inwerkingtreding : 08-01-2024>   (3)<W 2024-01-18/06, art. 3, 119; Inwerkingtreding : 05-02-2024>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 35ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35ter. [1 § 1. [2 Ingeval er ernstige en concrete aanwijzingen bestaan dat de verdachte een vermogensvoordeel in de zin van [4 de artikelen 53, § 2, eerste lid, 4°, of 54, § 2]4, van het Strafwetboek heeft verkregen, en de zaken die dit vermogensvoordeel vertegenwoordigen als zodanig niet of niet meer in het vermogen van de verdachte dat zich in België bevindt kunnen aangetroffen worden of zich hebben vermengd met wettige goederen, kan het openbaar ministerie beslag leggen op andere zaken die zich in het vermogen van de verdachte bevinden ten belope van het vermoedelijke bedrag van voornoemd vermogensvoordeel. In zijn beslissing motiveert het openbaar ministerie de raming van dit bedrag en geeft het aan welke de ernstige en concrete aanwijzingen zijn die de inbeslagneming rechtvaardigen. Deze gegevens worden opgenomen in het proces-verbaal dat wordt opgemaakt naar aanleiding van de inbeslagneming.    Het eerste lid is ook van toepassing [3 op de zaken die gediend hebben of bestemd waren om het misdrijf te plegen alsook]3 op de zaken die het voorwerp zijn van de in [4 de artikelen 501, 502 en 503]4 van het Strafwetboek bedoelde misdrijven.]2    § 2. Goederen die ingevolge de artikelen 1408 tot 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek of ingevolge bijzondere wetten niet vatbaar zijn voor beslag, mogen in geen geval in beslag worden genomen.    § 3. In geval van beslag op een onroerend goed of een schuldvordering wordt gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften die worden bepaald bij de artikelen 35bis en 37.    § 4. Het openbaar ministerie kan beslag leggen op andere goederen dan de vermogensvoordelen die toebehoren aan derden, onder de volgende voorwaarden :    1° er zijn voldoende ernstige en concrete aanwijzingen dat de verdachte het goed heeft overgedragen aan de derde of hem de financiële mogelijkheid heeft gegeven om het te verwerven met het kennelijke doel de tenuitvoerlegging van de eventuele [4 ...]4 verbeurdverklaring met betrekking tot een geldsom te verhinderen of in ernstige mate te bemoeilijken;    2° de derde wist of moest redelijkerwijs weten dat het goed hem rechtstreeks of onrechtstreeks was overgedragen door de verdachte, dan wel dat hij het met de financiële hulp van de verdachte had kunnen verwerven, om het te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de eventuele [4 ...]4 verbeurdverklaring met betrekking tot een geldsom.    In zijn beslissing vermeldt het openbaar ministerie de ernstige en concrete aanwijzingen waaruit blijkt dat de verdachte het goed wil onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een eventuele [4 ...]4 verbeurdverklaring en de inlichtingen waaruit de wetenschap van de derde blijkt of kan worden afgeleid, die de inbeslagneming rechtvaardigen. Deze gegevens worden opgenomen in het proces-verbaal dat wordt opgemaakt naar aanleiding van de inbeslagneming.]1   ----------   (1)<W 2014-02-11/12, art. 47, 072; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 64, 079; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2018-03-18/14, art. 4, 095; Inwerkingtreding : 12-05-2018>   (4)<W 2026-03-11/03, art. 43, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 36 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 36. Indien het [1 een misdrijf]1 betreft waarvan het bewijs waarschijnlijk kan worden verkregen uit de papieren of andere stukken en zaken in het bezit van de verdachte, begeeft zich de procureur des Konings terstond naar de woning van de verdachte om er de voorwerpen op te sporen, die hij geschikt acht om de waarheid aan de dag te brengen.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 44, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 37 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37.<W 2002-12-19/86, art. 9, 036; Inwerkingtreding : 24-02-2003> § 1. Indien er in de woning van de verdachte papieren of zaken worden gevonden, die tot overtuiging of tot ontlasting kunnen dienen, neemt de procureur des Konings deze papieren of zaken in beslag.   In geval wordt overgegaan tot inbeslagneming op basis van de artikelen 35 en 35ter , of op basis van het eerste lid, wordt door de procureur des Konings of door de officier van gerechtelijke politie een proces-verbaal opgemaakt waarin de in beslag genomen zaken worden vermeld alsmede de door andere wetsbepalingen voorgeschreven vermeldingen. Voorzover mogelijk worden de zaken geïndividualiseerd in het proces-verbaal.   § 2. In geval van beslag op vorderingen, met uitzondering van beslag op rechten aan order of aan toonder, gebeurt het beslag door schriftelijke kennisgeving aan de schuldenaar.   In geval deze kennisgeving niet gebeurt overeenkomstig het bepaalde in § 3, wordt ze aan de schuldenaar verzonden bij ter post aangetekende brief alsmede bij gewone brief.   Deze brieven bevatten de referenties eigen aan de zaak, alsmede een letterlijke weergave van de tekst van § 4, van artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek en van artikel 28sexies of van artikel 61quater , naargelang het beslag uitgaat van de procureur des Konings of van de onderzoeksrechter.   § 3. Het proces-verbaal wordt ter ondertekening aan de beslagene aangeboden, die kosteloos kopie van dit proces-verbaal kan ontvangen. In geval van beslag onder derden, hebben zowel de derde-beslagene als de beslagene zelf het recht op een kosteloze kopie van dit proces-verbaal. Deze kopie wordt onmiddellijk overhandigd of binnen de achtenveertig uur verstuurd. Binnen dezelfde termijn wordt aan de derde-beslagene een document overhandigd, bevattende de vermeldingen als bepaald in § 2, derde lid.   § 4. Vanaf de ontvangst van de kennisgeving of het proces-verbaal, mag de schuldenaar de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag, niet meer uit handen geven. [1 De derde-beslagene die dat verbod miskent, wordt gewoon schuldenaar verklaard voor de oorzaken van het beslag, onverminderd schadevergoeding indien daartoe grond bestaat.]1 Binnen vijftien dagen na het beslag, is de schuldenaar gehouden om bij ter post aangetekende brief verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek.   De schuldenaar heeft recht op vergoeding van de kosten van de verklaring. Deze kosten, voorzien van de goedkeuring vanwege de procureur des Konings of de onderzoeksrechter van wie het beslag uitgaat, worden als gerechtskosten beschouwd.   [1 Indien hij zijn verklaring niet heeft gedaan binnen de wettelijke termijn of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan, kan de derde-beslagene, geheel of ten dele, schuldenaar worden verklaard van de oorzaken en de kosten van het beslag.]1   ----------   (1)<W 2019-05-05/10, art. 5, 102; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 38 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38. De in beslag genomen voorwerpen worden gesloten en verzegeld, indien het mogelijk is; of, indien daarop niet kan worden geschreven, worden zij in een vat of in een zak gedaan, waaraan de procureur des Konings een strook papier hecht, die hij met zijn zegel verzegelt.
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 39 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39. De in de vorige artikelen voorgeschreven verrichtingen geschieden in aanwezigheid van de verdachte, indien hij aangehouden is; indien hij er niet bij aanwezig wil of kan zijn, in aanwezigheid van een gemachtigde, die hij kan aanstellen. De voorwerpen worden hem vertoond ten einde die te herkennen en te paraferen, indien de zaak het meebrengt; in geval van weigering wordt daarvan melding gemaakt in het proces-verbaal.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 39bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39bis. <ingevoegd bij W 2000-11-28/34, art. 7; Inwerkingtreding : 13-02-2001> § 1. Onverminderd de specifieke bepalingen van dit artikel, zijn de regels van dit wetboek inzake inbeslagneming, met inbegrip van artikel 28sexies, van toepassing op het kopiëren, ontoegankelijk maken en verwijderen van in een informaticasysteem [2 of een deel ervan]2 opgeslagen gegevens.   § 2. [6 Bij het opsporen van [7 de misdrijven]7 kan de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie beslissen tot een zoeking in een informaticasysteem of een deel ervan dat in beslag genomen is, mits voorafgaande schriftelijke toestemming van de gebruiker van het informaticasysteem.    Deze toestemming is alleen geldig indien de in het eerste lid bedoelde gebruiker er voorafgaandelijk van in kennis werd gesteld dat de gegevens die tijdens de zoeking worden aangetroffen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt. Wanneer het een minderjarige betreft onder de leeftijd van zestien jaar, kan deze toestemming enkel worden gegeven door zijn wettelijke vertegenwoordiger of voogd ad hoc.    Onverminderd het eerste lid, kan de procureur des Konings [7 wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de strafbare feiten een straf van niveau 2 of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben]7, ook zonder de voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de gebruiker, een zoeking bevelen in een informaticasysteem of een deel ervan dat in beslag genomen is, mits voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter.    De motivering weerspiegelt de proportionaliteit ten opzichte van de persoonlijke levenssfeer en het nagestreefde doel.    De zoekingen bedoeld in deze paragraaf kunnen zich enkel uitstrekken tot de gegevens die opgeslagen zijn op het informaticasysteem dat in beslag genomen is. Met het oog daarop wordt elke externe verbinding van dit informaticasysteem verhinderd, alvorens de zoeking wordt aangevat]6.   § 3. [6 In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie de zoeking bedoeld in paragraaf 2, derde lid, bevelen zonder voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter. In voorkomend geval deelt de officier van gerechtelijke politie onverwijld en uiterlijk binnen vierentwintig uur zijn beslissing mee aan de procureur des Konings en motiveert hij tevens de uiterst dringende noodzakelijkheid. De procureur des Konings deelt onverwijld en uiterlijk binnen vierentwintig uur zijn beslissing of die van de officier van gerechtelijke politie mee aan de onderzoeksrechter en motiveert tevens de uiterst dringende noodzakelijkheid.    De maatregel dient vervolgens zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd te worden door de onderzoeksrechter, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid]6.   § 4. [2 Enkel de onderzoeksrechter kan een andere zoeking bevelen in een informaticasysteem of een deel ervan dan de zoekingen [3 bedoeld in paragraaf 2]3:    - indien deze zoeking noodzakelijk is om de waarheid aan het licht te brengen ten aanzien van het misdrijf dat het voorwerp uitmaakt van de zoeking; en    - indien andere maatregelen disproportioneel zouden zijn, of indien er een risico bestaat dat zonder deze zoeking bewijselementen verloren gaan.    In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de onderzoeksrechter [3 ...]3 de zoeking bedoeld in het eerste lid mondeling bevelen. Dit bevel wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid.]2   § 5. [2 Teneinde de maatregelen bedoeld in dit artikel mogelijk te maken, kan de procureur des Konings [6 mits voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter,]6 of de onderzoeksrechter bevelen om, te allen tijde, ook zonder de toestemming van [6 ...]6 de gebruiker:    - elke beveiliging van de betrokken informaticasystemen tijdelijk op te heffen, desgevallend met behulp van technische hulpmiddelen, valse signalen, valse sleutels of valse hoedanigheden;    - technische middelen in de betrokken informaticasystemen aan te brengen teneinde de door dat systeem opgeslagen, verwerkte of doorgestuurde gegevens te ontcijferen en te decoderen.   [6 In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie beslissen tot deze maatregel. In voorkomend geval deelt de officier van gerechtelijke politie onverwijld en uiterlijk binnen vierentwintig uur zijn beslissing mee aan de procureur des Konings en motiveert hij tevens de uiterst dringende noodzakelijkheid. De procureur des Konings deelt onverwijld en uiterlijk binnen vierentwintig uur zijn beslissing of die van de officier van gerechtelijke politie mee aan de onderzoeksrechter en motiveert tevens de uiterst dringende noodzakelijkheid.    De maatregel dient vervolgens zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd te worden door de onderzoeksrechter, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid.]6    Evenwel kan enkel de onderzoeksrechter deze tijdelijke opheffing van de beveiliging of deze aanbrenging van technische middelen bevelen wanneer dit in het bijzonder noodzakelijk is [3 voor de toepassing van artikel 88ter]3.]2   § 6. [2 Indien in de betrokken informaticasystemen opgeslagen gegevens aangetroffen worden die nuttig zijn voor dezelfde doeleinden als de inbeslagneming, maar de inbeslagneming van de drager daarvan evenwel niet wenselijk is, worden deze gegevens, evenals de gegevens noodzakelijk om deze te kunnen verstaan, gekopieerd op dragers, die toebehoren aan de overheid. In geval van dringendheid of om technische redenen, kan gebruik gemaakt worden van dragers, die ter beschikking staan van personen die gerechtigd zijn om het informaticasysteem te gebruiken.    Bovendien worden passende technische middelen aangewend om de toegang tot deze gegevens in het informaticasysteem, evenals tot de kopieën daarvan die ter beschikking staan van personen die gerechtigd zijn om het informaticasysteem te gebruiken, te verhinderen en hun integriteit te waarborgen.    Wanneer de in het eerste lid vermelde maatregel niet mogelijk is om technische redenen of wegens de omvang van de gegevens, wendt de procureur des Konings de passende technische middelen aan om de toegang tot deze gegevens in het informaticasysteem, evenals tot de kopieën daarvan die ter beschikking staan van personen die gerechtigd zijn om het informaticasysteem te gebruiken, te verhinderen en hun integriteit te waarborgen.    Indien de gegevens het voorwerp van het misdrijf vormen of voortgekomen zijn uit het misdrijf en indien de gegevens strijdig zijn met de openbare orde of de goede zeden, of een gevaar opleveren voor de integriteit van informaticasystemen of gegevens die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen, wendt de procureur des Konings alle passende technische middelen aan om deze gegevens ontoegankelijk te maken of, na hiervan kopie te hebben genomen, te verwijderen.    Hij kan evenwel, behoudens in het geval bedoeld in het vierde lid, het verdere gebruik van het geheel of een deel van deze gegevens toestaan, wanneer dit geen gevaar voor de strafvordering oplevert.    In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid en wanneer het kennelijk gaat om een strafbaar feit bedoeld in [7 de artikelen 136, 137, 171, 182, 183, 371, § 3, eerste lid, 6°, 376 of 377]7 van het Strafwetboek, kan de procureur des Konings mondeling bevelen dat alle passende technische middelen worden aangewend om de gegevens, die het voorwerp van het misdrijf vormen of voortgekomen zijn uit het misdrijf en die strijdig zijn met de openbare orde of de goede zeden, ontoegankelijk te maken. Dit bevel wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid.]2   [2 § 7. Tenzij diens identiteit of woonplaats redelijkerwijze niet achterhaald kan worden, brengt de procureur des Konings of de onderzoeksrechter [6 de gebruiker]6 van het informaticasysteem zo spoedig mogelijk [6 en zodra dit het onderzoek niet langer kan schaden]6 op de hoogte van de zoeking in het informaticasysteem of van de uitbreiding ervan. Hij deelt hem in voorkomend geval een samenvatting mee van de gegevens die zijn gekopieerd, ontoegankelijk gemaakt of verwijderd.    § 8. De procureur des Konings wendt de passende technische middelen aan om de integriteit en de vertrouwelijkheid van deze gegevens te waarborgen.    Gepaste technische middelen worden aangewend voor de bewaring hiervan op de griffie.    Hetzelfde geldt, wanneer gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen in een informaticasysteem, samen met hun drager in beslag worden genomen, overeenkomstig de vorige artikelen.]2   [3 § 9. De maatregelen bedoeld in dit artikel kunnen alleen betrekking hebben op de informaticasystemen van een advocaat of een arts, indien deze er zelf van verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd of eraan deelgenomen te hebben, of, indien precieze feiten doen vermoeden dat derden die ervan verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd, gebruik maken van diens elektronische communicatiemiddelen.    De maatregel mag niet ten uitvoer worden gelegd, zonder dat, naar gelang het geval, de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte werd gebracht. Diezelfden zullen door de procureur des Konings in kennis worden gesteld van wat volgens hem onder het beroepsgeheim valt. Deze gegevens worden niet opgenomen in het proces-verbaal. Deze personen zijn tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [7 artikel 352]7 van het Strafwetboek.]3   ----------   (1)<W 2010-06-06/06, art. 4, 058; Inwerkingtreding : 01-07-2011>   (2)<W 2016-12-25/37, art. 2, 088; Inwerkingtreding : 27-01-2017> (NOTA : bij arrest nr.174/2018 van 06-12-2018 (B.St. 22-01-2019, p. 7685), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel 39bis, §3, vernietigd, en de anderen wijzigingen in zoverre daarbij niet wordt voorzien in een specifieke bepaling teneinde het beroepsgeheim van de artsen en de advocaten te beschermen.)   (3)<W 2019-05-05/10, art. 6, 102; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (4)<W 2020-05-04/16, art. 2, 108; Inwerkingtreding : 01-07-2020>   (5)<W 2022-03-21/01, art. 105, 112; Inwerkingtreding : 01-06-2022>   (6)<W 2026-02-08/04, art. 5, 129; Inwerkingtreding : 26-02-2026>   (7)<W 2026-03-11/03, art. 45, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Open officiële bron ↗
  12. Art. 39ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39ter. [1 § 1. Bij het opsporen van de [5 misdrijven]5 en onverminderd de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 39bis, 46bis en 88bis en de artikelen [4 4, 5, 6 en 8 van Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG]4, kan iedere officier van gerechtelijke politie, wanneer er redenen bestaan om aan te nemen dat gegevens die opgeslagen, verwerkt of overgedragen worden door middel van een informaticasysteem bijzonder kwetsbaar zijn voor verlies of voor wijziging, bij een met redenen omklede en schriftelijke beslissing aan een of meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen bevelen de gegevens die in hun bezit zijn of waarover zij controle hebben te bewaren.    De met redenen omklede en schriftelijke beslissing vermeldt:    - de naam en hoedanigheid van de officier van gerechtelijke politie [2 die de bewaring beveelt]2;    - het strafbare feit waarop het [2 bevel]2 betrekking heeft;    - de gegevens die bewaard moeten worden;    - de duur van bewaring van de gegevens, die niet langer mag zijn dan negentig dagen. Deze termijn kan schriftelijk worden verlengd.    In spoedeisende gevallen kan [2 het bevel]2 tot bewaring mondeling worden gegeven. [2 Het bevel]2 moet zo spoedig mogelijk worden bevestigd in de vorm bepaald in het tweede lid.    § 2. De natuurlijke personen of rechtspersonen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, zorgen ervoor dat de integriteit van de gegevens gewaarborgd is en dat de gegevens op een veilige manier bewaard worden.    § 3. [5 Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 352 van het Strafwetboek.    De natuurlijke personen of rechtspersonen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, zijn verplicht hun medewerking te verlenen.    Iedere persoon die weigert mee te werken, of die de bewaarde gegevens doet verdwijnen, vernietigt of wijzigt, wordt gestraft overeenkomstig de artikelen 655 en 656 van het Strafwetboek.]5]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/37, art. 3, 088; Inwerkingtreding : 27-01-2017>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 7, 102; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (3)<W 2022-12-06/02, art. 6, 114; Inwerkingtreding : 31-12-2022>   (4)<W 2024-04-21/06, art. 15, 124; Inwerkingtreding : 25-05-2024>   (5)<W 2026-03-11/03, art. 46, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 39quater · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39quater. [1 § 1. Onverminderd de mogelijkheden tot rechtstreekse samenwerking met buitenlandse operatoren van elektronische communicatienetwerken en verstrekkers van elektronische communicatiediensten, kan de procureur des Konings, via de door de Koning aangewezen politiedienst, een buitenlandse bevoegde autoriteit verzoeken de snelle bewaring te bevelen of op andere wijze op te leggen van gegevens die opgeslagen, verwerkt of overgedragen worden door middel van een informaticasysteem dat zich bevindt op het grondgebied van die bevoegde autoriteit en ten aanzien waarvan een Belgische bevoegde gerechtelijke autoriteit voornemens is een verzoek om rechtshulp in te dienen.    Het verzoek om bewaring is schriftelijk en vermeldt:    - de naam en hoedanigheid van de autoriteit die om de bewaring verzoekt;    - het strafbare feit waarop het verzoek betrekking heeft en een korte uiteenzetting van de daarop betrekking hebbende feiten;    - de gegevens die bewaard moeten worden en het verband met het strafbare feit;    - alle beschikbare informatie met betrekking tot de bewaarder van de gegevens of de locatie van het informaticasysteem;    - de noodzaak van de bewaring;    - het feit dat een verzoek om rechtshulp ingediend zal worden met betrekking tot de bewaarde gegevens;    - in voorkomend geval, het feit dat de gegevens die bewaard moeten worden verwijzen naar een andere staat dan de staat van de bevoegde buitenlandse autoriteit.    § 2. Indien een internationaal rechtsinstrument tussen België en een andere Staat hierin voorziet, kan een bevoegde autoriteit van die Staat de door de Koning aangewezen politiedienst verzoeken de snelle bewaring te bevelen of op andere wijze op te leggen van gegevens die opgeslagen, verwerkt of overgedragen worden door middel van een informaticasysteem dat zich bevindt op het Belgische grondgebied en ten aanzien waarvan deze buitenlandse autoriteit voornemens is een verzoek om rechtshulp in te dienen.    Het verzoek om bewaring is schriftelijk en vermeldt:    - de naam en hoedanigheid van de autoriteit die om de bewaring verzoekt;    - het strafbare feit waarop het verzoek betrekking heeft en een korte uiteenzetting van de daarop betrekking hebbende feiten;    - de gegevens die bewaard moeten worden en het verband met het strafbare feit;    - alle beschikbare informatie met betrekking tot de bewaarder van de gegevens of de locatie van het informaticasysteem;    - de noodzaak van de bewaring;    - het feit dat een verzoek om rechtshulp ingediend zal worden met betrekking tot de bewaarde gegevens;    - in voorkomend geval, het feit dat de gegevens die bewaard moeten worden verwijzen naar een andere staat dan de staat van de bevoegde buitenlandse autoriteit.    Na ontvangst van het verzoek bedoeld in het tweede lid, brengt de in het eerste lid bedoelde politiedienst de bevoegde procureur des Konings of onderzoeksrechter daarvan op de hoogte, en neemt zij alle passende maatregelen om onverwijld over te gaan tot de snelle bewaring van de nader omschreven gegevens, overeenkomstig artikel 39ter.    Onverminderd de internationale rechtsinstrumenten met betrekking tot rechtshulp waardoor België gebonden is en die ertoe strekken deze samenwerking te bevorderen, kan een verzoek om bewaring door de bevoegde procureur des Konings of onderzoeksrechter alleen worden geweigerd indien:    - het verzoek betrekking heeft op een misdrijf dat door België wordt beschouwd als politiek misdrijf of als een met een politiek misdrijf samenhangend feit, of    - de uitvoering van het verzoek zou kunnen leiden tot aantasting van de soevereiniteit, veiligheid, openbare orde of andere wezenlijke belangen van België.    Wanneer de in het eerste lid bedoelde politiedienst van mening is dat de gewone bewaring de toekomstige beschikbaarheid van de gegevens niet waarborgt of de vertrouwelijkheid van het onderzoek van de bevoegde buitenlandse autoriteit in gevaar brengt of dit anderszins schaadt, brengt zij de bevoegde buitenlandse autoriteit hiervan onverwijld op de hoogte, die vervolgens bepaalt of het verzoek niettemin moet worden uitgevoerd.    Een bewaring verricht in antwoord op het in het eerste lid bedoelde verzoek is geldig voor een periode van ten minste zestig dagen, teneinde de bevoegde buitenlandse autoriteit de mogelijkheid te bieden een verzoek om rechtshulp in te dienen. Na de ontvangst van een dergelijk verzoek blijven de gegevens bewaard in afwachting van een beslissing inzake het verzoek.    Indien de gegevens die opgeslagen, verwerkt of overgedragen worden door middel van een informaticasysteem verwijzen naar een andere staat dan de staat van de verzoekende bevoegde buitenlandse autoriteit, brengt de in het eerste lid bedoelde politiedienst de bevoegde procureur des Konings of onderzoeksrechter daarvan op de hoogte. Deze gaat zo snel mogelijk over tot de onthulling aan de bevoegde buitenlandse autoriteit van een hoeveelheid identificatiegegevens of oproepgegevens voldoende om te achterhalen wie die operator van het elektronische communicatienetwerk of de verstrekker van de elektronische communicatiedienst is en langs welke weg de communicatie was verzonden.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/37, art. 4, 088; Inwerkingtreding : 27-01-2017>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 39quinquies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39quinquies. [1 § 1. Bij het opsporen van de [3 misdrijven]3 kan de procureur des Konings, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de misdrijven een [3 straf van niveau 2]3 of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben, bij een met redenen omklede en schriftelijke beslissing aan een of meerdere van de actoren bedoeld in het tweede lid bevelen de gegevens bedoeld in artikel 88bis, § 1, eerste lid, die hij noodzakelijk acht en die door hen worden gegenereerd of verwerkt in het kader van de verstrekking van de betrokken communicatiediensten, te bewaren.    Het bevel bedoeld in het eerste lid kan, rechtstreeks of via de door de Koning aangewezen politiedienst, gegeven worden aan:    - de operator van een elektronische communicatienetwerk; en    - iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook, een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronische communicatienetwerk informatie te verkrijgen, te ontvangen of te verspreiden. Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische communicatiedienst begrepen.    De met redenen omklede en schriftelijke beslissing vermeldt:    - de naam van de procureur des Konings die de bewaring beveelt;    - het strafbare feit waarop het bevel betrekking heeft;    - de feitelijke omstandigheden van de zaak die de bewaring van de gegevens rechtvaardigen;    - de precieze aanduiding van één of meerdere van de volgende elementen: de persoon of de personen, de communicatiemiddelen of de plaatsen waarop de bewaring betrekking heeft;    - in voorkomend geval, de categorieën van verkeers- en locatiegegevens die bewaard moeten worden;    - de duur van de maatregel, die niet langer kan zijn dan twee maanden te rekenen vanaf het bevel, onverminderd een hernieuwing;    - de duur van bewaring van deze gegevens, die niet langer mag zijn dan zes maanden. Deze termijn kan schriftelijk worden verlengd.    In spoedeisende gevallen kan het bevel tot bewaring mondeling worden gegeven. Het bevel moet zo spoedig mogelijk worden bevestigd in de vorm bepaald in het derde lid.    § 2. De actoren bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zorgen ervoor dat de integriteit, de kwaliteit en de beschikbaarheid van de gegevens gewaarborgd is en dat de gegevens op een veilige manier bewaard worden.    § 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [3 artikel 352]3 van het Strafwetboek.    [3 De natuurlijke personen of rechtspersonen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, zijn verplicht hun medewerking te verlenen.]3   [3 Iedere persoon die weigert mee te werken, of die de bewaarde gegevens doet verdwijnen, vernietigt of wijzigt, wordt gestraft overeenkomstig de artikelen 655 en 656 van het Strafwetboek.]3    § 4. De toegang tot de overeenkomstig dit artikel bewaarde gegevens is slechts mogelijk met toepassing van artikel 88bis.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2022-07-20/14, art. 25, 113; Inwerkingtreding : 18-08-2022>   (2)<W 2022-12-06/02, art. 7, 114; Inwerkingtreding : 31-12-2022>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 47, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 40 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 40. In geval van ontdekking op heterdaad, wanneer het feit kan worden gestraft met een [1 straf van niveau 2 of van een hoger niveau]1, doet de procureur des Konings de aanwezige verdachten tegen wie sterke aanwijzingen van schuld bestaan, vatten.   Indien de verdachte niet aanwezig is, geeft de procureur des Konings een bevel om hem te doen verschijnen; dat bevel heet bevel tot medebrenging.   De aangifte alleen levert geen voldoende vermoeden op om dat bevel uit te vaardigen tegen iemand die een woonplaats heeft.   De procureur des Konings ondervraagt dadelijk de vóór hem gebrachte verdachte.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 48, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 40bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 40bis. <Ingevoegd bij W 2003-01-06/34, art. 12; Inwerkingtreding : 22-05-2003> De procureur des Konings kan, in het belang van het onderzoek, de politiediensten machtigen de vatting van de vermoedelijke daders van misdrijven en de inbeslagname van alle in artikel 35 bedoelde zaken uit te stellen. De machtiging gebeurt schriftelijk en met redenen omkleed.   In spoedeisende gevallen kan de machtiging mondeling worden verstrekt. De machtiging moet zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed worden bevestigd.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 41 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 41. Het misdrijf ontdekt terwijl het gepleegd wordt of terstond nadat het gepleegd is, is een op heterdaad ontdekt misdrijf.   Als ontdekking op heterdaad wordt ook beschouwd het geval dat de verdachte door het openbaar geroep wordt vervolgd en het geval dat de verdachte in het bezit wordt gevonden van zaken, wapens werktuigen of papieren, die doen vermoeden dat hij dader of [1 deelnemer]1 is, mits dit kort na het misdrijf geschiedt.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 49, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 42 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 42. De processen-verbaal van de procureur des Konings tot uitvoering van de voorgaande artikelen worden opgemaakt en geschreven in tegenwoordigheid van en medeondertekend door de politiecommissaris van de gemeente waar [1het misdrijf ]1 gepleegd is, of de burgemeester, of een schepen, of twee in dezelfde gemeenten woonachtige burgers.   De procureur des Konings kan echter de processen-verbaal opmaken buiten de tegenwoordigheid van getuigen, wanneer het niet mogelijk is die dadelijk te vinden.   Elk blad van het proces-verbaal wordt getekend door de procureur des Konings en door de personen die bij het opmaken ervan tegenwoordig waren; weigeren deze laatsten te tekenen of is hun dit onmogelijk, dan wordt daarvan melding gemaakt.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 50, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 43 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 43. [1 § 1.]1 De procureur des Konings doet zich zo nodig vergezellen van een of twee personen die wegens hun kunde of beroep bekwaam geacht worden om de aard en de omstandigheden van [2 het misdrijf]2 te beoordelen.   [1 § 2. Ten einde zich te vergewissen van het psychisch functioneren van een verdachte kan de procureur des Konings een psychologisch onderzoek door een deskundige, houder van de beroepstitel klinisch psycholoog, bevelen waarbij minstens een risicotaxatie wordt verricht.    De aangestelde klinisch psycholoog voldoet aan de voorwaarden bepaald door de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen en is opgenomen in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en beëdigde vertalers, tolken en vertalers-tolken, tenzij toepassing wordt gemaakt van artikel 555/15 van het Gerechtelijk Wetboek.    De deskundige maakt van zijn bevindingen binnen de maand na zijn aanstelling een voorlopig verslag op, overeenkomstig het door de Koning vastgesteld model. Dat voorlopig verslag wordt ter lezing gestuurd aan de verdachte en, in voorkomend geval, aan de advocaat van de verdachte.    Tenzij de procureur des Konings vooraf een termijn heeft vastgesteld, bepaalt de deskundige, rekening houdend met de aard van de zaak, een redelijke termijn waarbinnen de verdachte en, in voorkomende geval, de advocaat van de verdachte of zijn eigen deskundige, zijn opmerkingen moet maken. Behoudens andersluidende beslissing van de procureur des Konings bedraagt die termijn ten minste acht dagen na ontvangst van het voorlopig verslag.    De deskundige ontvangt de opmerkingen van de verdachte en, in voorkomend geval, van zijn advocaat en van zijn eigen deskundige vóór het verstrijken van deze termijn. De deskundige houdt geen rekening met de opmerkingen die hij na het verstrijken van deze termijn ontvangt.    Het eindverslag wordt gedagtekend. Het bevat ook een opgave van de stukken en nota's die de verdachte en, in voorkomend geval, zijn advocaat of zijn eigen deskundige heeft overhandigd en de opmerkingen hierop. Het verslag wordt door de deskundige ondertekend.    De handtekening van de deskundige wordt voorafgegaan door de volgende eed: "Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb."    Binnen vijftien dagen na ontvangst van de opmerkingen van de verdachte, en in voorkomend geval, van zijn advocaat en desgevallend van de eigen deskundige, wordt het eindverslag neergelegd. Op de dag van de neerlegging van het verslag zendt de deskundige, bij een aangetekende zending, een afschrift van het verslag aan de verdachte en, in voorkomend geval, aan zijn advocaat.    Het verslag van de deskundige is pas rechtsgeldig als het ondertekend is en de eed is afgelegd.]1   ----------   (1)<W 2024-01-18/06, art. 4, 119; Inwerkingtreding : 05-02-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 51, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 44 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IV. - DE PROCUREURS DES KONINGS EN HUN SUBSTITUTEN. / AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN AMBT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 44.Geldt Geldt het een gewelddadige dood of een dood waarvan de oorzaak onbekend is en verdacht, dan doet de procureur des Konings zich bijstaan door een of twee geneesheren, die verslag zullen uitbrengen over de oorzaken van de dood en de staat van het lijk.   [1 ...]1.   [1 ...]1.   (Ingeval een autopsie wordt bevolen, krijgen de nabestaanden de toestemming het lichaam van de overledene te zien. De magistraat die de autopsie heeft bevolen, beslist of de verzoekers als nabestaanden kunnen worden beschouwd en op welk tijdstip zij het lichaam van de overledene mogen zien. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.) <W 1998-03-12/39, art. 6, 016; Inwerkingtreding : 1998-10-02>   [2 Wanneer een autopsie is bevolen, wordt vanaf het ogenblik dat de bewaring van het lichaam van de overledene niet meer nodig is om de waarheid te achterhalen door de bevoegde procureur des Konings toestemming verleend voor de overdracht van het lichaam en de toelating tot begraven.    De arts die de autopsie heeft verricht, herstelt het lichaam zo goed mogelijk voordat het aan de nabestaanden van de overledene wordt overgedragen.    Een maand na het verrichten van de autopsie kunnen de nabestaanden die gerechtigd zijn de begrafenis te verzorgen, de teruggave van het lichaam vragen aan de procureur des Konings, die daarop binnen vijftien dagen schriftelijk moet antwoorden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De beslissing tot weigering kan op elk moment worden herroepen door de procureur des Konings.    De nabestaanden kunnen geen verzoek met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.    De procureur des Konings kan steeds een opgraving van een lichaam bevelen.]2   ----------   (1)<W 2014-04-10/90, art. 2, 075; Inwerkingtreding : 01-12-2016>   (2)<W 2023-07-31/02, art. 2, 116; Inwerkingtreding : 19-08-2023>
    Open officiële bron ↗