Gratis brononderzoek

Rijbewijs

Rijbewijscategorieën, voorwaarden en procedures.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-07-06

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

240 bronvarianten

  1. Art. 22 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK III. - Het rijbewijs / Afdeling II. - Geldigheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22.[1 De administratieve geldigheidsduur en de datum waarop de geldigheidsduur afloopt voor elke categorie worden op het rijbewijs vermeld. De administratieve geldigheidsduur van het rijbewijs wordt beperkt tot de geldigheidsduur van de categorie waarvoor het rijbewijs het langst geldig wordt verklaard.]1   De geldigheidsduur van het rijbewijs bedoeld in artikel 21, § 2 wordt aangeduid in de rubriek [1 Beperkingen/vermeldingen ", voorafgegaan door de letter " T "]1. Voor de toepassing van dit lid vraagt de houder, in voorkomend geval, een nieuw rijbewijs aan. De procedure voorgeschreven in artikel 49 is van toepassing.   De eerste afgiftedatum van elke categorie wordt weer overgenomen op elke vervanging van het rijbewijs.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 17, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 23 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK III. - Het rijbewijs / Afdeling II. - Geldigheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 23.De voorwaarden waaronder de bestuurder gemachtigd is te sturen, voorkomend op het attest bedoeld in de artikelen 41, § 4, 44, § 5 en 45, tweede lid, worden in de vorm van de codes, bepaald in bijlage 7, overgenomen op het rijbewijs.   Wanneer de kandidaat het praktische examen heeft afgelegd, met een voertuig uitgerust met een automatische schakeling, wordt daarvan in de vorm van de codes bepaald in bijlage 7, melding gemaakt op het rijbewijs. Dit lid is niet van toepassing op de voertuigen van de (categorie [1 AM]1 en van de categorie G). <KB 2006-09-01/33, art. 10, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   [2 Derde lid opgeheven.]2   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 18, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 24 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK III. - Het rijbewijs / Afdeling II. - Geldigheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 24.Is nietig, elk rijbewijs afgegeven zonder dat aan de bepalingen van dit besluit is voldaan of wanneer blijkt dat het rijbewijs werd afgegeven zonder dat de aanvrager daadwerkelijk een gewone verblijfplaats in België verworven heeft, zelfs als hij beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 3, § 1.   (Behalve in de gevallen bedoeld in artikel 69, § 2, tweede lid [3 § 3, tweede lid, § 8, derde lid, en § 9, derde lid]3 [1 en in artikel [2 73/2, § 2]2]1, verliest het rijbewijs zijn geldigheid wanneer aan de houder een nieuw rijbewijs wordt afgegeven.) <KB 2006-12-28/42, art. 8, 017; Inwerkingtreding : 01-03-2007>   [3 In de gevallen bedoeld in artikel 69, § 2, tweede lid, § 3, tweede lid, § 8, derde lid, en § 9, derde lid, en in artikel 73/2, § 2, wordt de geldigheid van het Belgisch rijbewijs, bewaard door de griffie, opgeschort tijdens de periode van het verval van het recht tot sturen waaraan de houder onderworpen is en, in voorkomend geval, tot zijn herstel in het recht tot sturen.]3   Het rijbewijs dat zijn geldigheid verloren heeft, wordt teruggegeven aan de overheid bedoeld in artikel 7.   ----------   (1)<KB 2010-11-26/04, art. 1, 030; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<KB 2017-11-19/04, art. 8, 052; Inwerkingtreding : 11-12-2017>   (3)<KB 2019-01-11/16, art. 4, 059; Inwerkingtreding : 15-03-2019>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 25 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling I. - Examencentra

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25.§ 1. De theoretische en praktische examens bedoeld in artikel 23, § 1, 2° en 4° van de wet, (...) worden afgelegd in de examencentra georganiseerd door de instellingen voor de automobielinspectie erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in verkeer gebrachte voertuigen. (De praktische examens voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie G kunnen, onder de door de Minister bepaalde voorwaarden, ook afgelegd worden in de landbouwscholen en in de landbouwopleidingscentra of in de rijscholen die onderricht verstrekken voor het besturen van voertuigen van de categorie G.) <KB 2006-09-01/33, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (De kandidaten die een theoretische opleiding voor het besturen van de voertuigen van de categorie B hebben gevolgd in een school van het secundair onderwijs kunnen het theoretisch examen voor de categorie B in deze school afleggen.) <KB 2008-08-30/31, art. 1, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   De kandidaten leggen het theoretische en het praktische examen af ten overstaan van examinatoren, bedoeld in het artikel 26. Het theoretische examen kan eveneens afgelegd worden voor een aangestelde van de instelling, handelend onder de verantwoordelijkheid van de examinator.   § 2. De Minister bepaalt het aantal van de examencentra, de plaats van hun vestiging, de grenzen van hun territoriale bevoegdheid en de regelen betreffende hun organisatie.   De erkende instellingen gedragen zich voor de uitvoering van hun opdracht naar de onderrichtingen welke hen door de Minister of door zijn gemachtigde gegeven worden.   (§ 3. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op de examens voor het behalen van het rijbewijs voor het besturen van de voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E of de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E.) <KB 2007-05-04/35, art. 62, 019; Inwerkingtreding : 10-09-2009>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 25 · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling I. - Examencentra

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [NOTA: artikel 25, § 1 opgeheven voor zover ze van toepassing zijn op het examen of de scholing bedoeld in artikel 23, § 1, 4°, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, en op motorvoertuigen van categorie B.]<BESL 2018-03-29/04, art. 8.3, 054; Inwerkingtreding : 30-04-2018>   [NOTA : artikel 25, § 1, opgeheven voor zover ze van toepassing zijn op het examen of de scholing bedoeld in artikel 23, § 1, 2°, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, en op motorvoertuigen van categorie B met uitzondering van de artikelen die betrekking hebben op het plaatsen van de code 96 bedoeld in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.] <BESL 2018-03-29/04, art. 8.4, 054; Inwerkingtreding : 01-11-2018>    § 1. De theoretische en praktische examens bedoeld in artikel 23, § 1, 2° en 4° van de wet, (...) worden afgelegd in de examencentra georganiseerd door de instellingen voor de automobielinspectie erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in verkeer gebrachte voertuigen. (De praktische examens voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie G kunnen, onder de door de Minister bepaalde voorwaarden, ook afgelegd worden in de landbouwscholen en in de landbouwopleidingscentra of in de rijscholen die onderricht verstrekken voor het besturen van voertuigen van de categorie G.) <KB 2006-09-01/33, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (De kandidaten die een theoretische opleiding voor het besturen van de voertuigen van de categorie B hebben gevolgd in een school van het secundair onderwijs kunnen het theoretisch examen voor de categorie B in deze school afleggen.) <KB 2008-08-30/31, art. 1, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   De kandidaten leggen het theoretische en het praktische examen af ten overstaan van examinatoren, bedoeld in het artikel 26. Het theoretische examen kan eveneens afgelegd worden voor een aangestelde van de instelling, handelend onder de verantwoordelijkheid van de examinator.   § 2. De Minister bepaalt het aantal van de examencentra, de plaats van hun vestiging, de grenzen van hun territoriale bevoegdheid en de regelen betreffende hun organisatie.   De erkende instellingen gedragen zich voor de uitvoering van hun opdracht naar de onderrichtingen welke hen door de Minister of door zijn gemachtigde gegeven worden.   (§ 3. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op de examens voor het behalen van het rijbewijs voor het besturen van de voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E of de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E.) <KB 2007-05-04/35, art. 62, 019; Inwerkingtreding : 10-09-2009>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 25 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling I. - Examencentra

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25_WAALS_GEWEST.    § 1. De theoretische en praktische examens bedoeld in artikel 23, § 1, 2° en 4° van de wet, (...) worden afgelegd in de examencentra georganiseerd door de instellingen voor de automobielinspectie erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in verkeer gebrachte voertuigen. (De praktische examens voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie G kunnen, onder de door de [1 Waalse Minister]1 bepaalde voorwaarden, ook afgelegd worden in de landbouwscholen en in de landbouwopleidingscentra of in de rijscholen die onderricht verstrekken voor het besturen van voertuigen van de categorie G.) <KB 2006-09-01/33, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (De kandidaten die een theoretische opleiding voor het besturen van de voertuigen van de categorie B hebben gevolgd in een school van het secundair onderwijs kunnen het theoretisch examen voor de categorie B in deze school afleggen.) <KB 2008-08-30/31, art. 1, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   De kandidaten leggen het theoretische en het praktische examen af ten overstaan van examinatoren, bedoeld in het artikel 26. Het theoretische examen kan eveneens afgelegd worden voor een aangestelde van de instelling, handelend onder de verantwoordelijkheid van de examinator.   § 2. De [1 Waalse Minister]1 bepaalt het aantal van de examencentra, de plaats van hun vestiging, de grenzen van hun territoriale bevoegdheid en de regelen betreffende hun organisatie.   De erkende instellingen gedragen zich voor de uitvoering van hun opdracht naar de onderrichtingen welke hen door de [1 Waalse Minister]1 of door zijn gemachtigde gegeven worden.   (§ 3. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op de examens voor het behalen van het rijbewijs voor het besturen van de voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E of de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E.) <KB 2007-05-04/35, art. 62, 019; Inwerkingtreding : 10-09-2009>   [1 § 4. [2 De examencentra verstrekken de kandidaten voor het rijbewijs van categorie B die in het examen bedoeld in artikel 23, § 1, 4°, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer van 16 maart 1968 zijn geslaagd, het slaagattest waarvan het model door de Waalse Minister wordt bepaald.]2    § 5. [2 Met het oog op het verkrijgen van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider, kunnen de examencentra, volgens de door de Waalse Minister of zijn afgevaardigde bepaalde modaliteiten, het bekwaamheidscertificaat bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B verstrekken aan de kandidaten voor het rijbewijs van categorie B die bewezen hebben dat ze bekwaam zijn alleen te sturen.]2]1   [2 § 6. De bekwaamheid om alleen te sturen wordt bewezen door het slagen voor de test over de technische rijvaardigheden, georganiseerd door de examencentra.    De test over de technische rijvaardigheden heeft betrekking op de onderwerpen vermeld in bijlage 5 en de duur ervan mag niet minder dan dertig minuten bedragen. De test wordt becijferd op de manier vermeld in bijlage 5    De inschrijving voor de test over de technische rijvaardigheden gebeurt volgens de modaliteiten en op de manier goedgekeurd door de Waalse Minister of diens afgevaardigde.    De kandidaat voor het rijbewijs B, die 18 jaar oud is, en die zich aan de test over de technische rijvaardigheden wenst te onderwerpen, behaalt eerst :    a) het slaagattest voor de risicoperceptietest;    b) het getuigschrift van praktisch rijonderricht afgegeven door een erkende rijschool of, in voorkomend geval, het geldig voorlopig rijbewijs B waarvan hij sinds minstens drie maanden houder is.    Na twee opeenvolgende mislukkingen voor de test over de technische rijvaardigheden, volgt de kandidaat voor het rijbewijs B zes uren les in een erkende rijschool vóór hij opnieuw deelneemt aan de test.    Het bekwaamheidsgetuigschrift, waarvan het model door de Waalse Minister wordt bepaald, heeft een geldigheidsperiode van maximum achttien maanden.    § 7. De risicoperceptietest wordt georganiseerd door de examencentra. De test wordt afgelegd in de vorm van een audiovisuele proef en de duur ervan mag niet meer dan dertig minuten bedragen.    De test wordt becijferd en verbeterd op de manier vermeld in bijlage 5.    De inschrijving voor de risicoperceptietest gebeurt volgens de modaliteiten en op de manier goedgekeurd door de Waalse Minister of diens afgevaardigde.    De kandidaat voor het rijbewijs B die zich aan de risicoperceptietest wenst te onderwerpen, meldt zich bij het examencentrum met zijn slaagattest van het theoretisch examen dat van minder dan drie jaar dateert.    Na twee opeenvolgende mislukkingen voor de risicoperceptietest, kan de kandidaat voor het rijbewijs B een nieuwe test afleggen uitsluitend op vertoon van een nieuw getuigschrift van onderricht afgegeven door een erkende rijschool.    De geldigheid van het slaagattest van de risicoperceptietest, waarvan het model door de Waalse Minister wordt bepaald, is beperkt tot de geldigheid van het slaagattest van het theoretische examen dat de kandidaat heeft afgelegd tijdens de test.    § 8. De tests over de technische rijvaardigheden en de risicoperceptie worden in de Franse taal of de Duitse taal afgelegd.    De kandidaten voor het rijbewijs B, die de Franse taal of de Duitse taal niet machtig zijn, kunnen deze tests in het Nederlands of het Engels afleggen, bijgestaan door een tolk die onder de beëdigde vertalers wordt gekozen door het examencentrum en door de kandidaat betaald wordt.    De risicoperceptietest kan zodanig georganiseerd worden dat meerdere kandidaten voor het rijbewijs van categorie B die eenzelfde taal spreken en verstaan, worden gegroepeerd.    § 9. De kandidaat voor het rijbewijs B moet zich schikken naar de aanwijzingen gegeven door de examinatoren tijdens de uitvoering van de risicoperceptietest.   [3 ...]3    § 10. De kandidaten waarvan het mentale of intellectuele vermogen of de graad van alfabetisme ontoereikend is, kunnen, op hun verzoek, de risicoperceptietest afleggen in een speciale zitting waarvan de nadere regels goedgekeurd zijn door de Waalse minister of diens afgevaardigde. De betrokkene levert het bewijs dat hij zich in een van deze gevallen bevindt door het overleggen van, inzonderheid, een getuigschrift of attest van een centrum voor leerlingenbegeleiding, een instituut voor buitengewoon onderwijs, een centrum voor observatie of begeleiding of een centrum voor beroepsoriëntering, waarvan het model door de Waalse Minister of diens afgevaardigde is goedgekeurd.    Het getuigschrift of attest bedoeld in het eerste lid kan evenwel door andere instellingen afgeleverd worden die door de Waalse Minister aangewezen zijn.]2   ----------   (1)<BWG 2017-07-20/16, art. 3, 053; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (2)<BWG 2018-05-24/23, art. 6, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (3)<BWG 2024-11-28/15, art. 4, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 25 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling I. - Examencentra

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25_VLAAMS_GEWEST.    § 1. De theoretische en praktische examens bedoeld in artikel 23, § 1, 2° en 4° van de wet, (...) worden afgelegd in de examencentra georganiseerd door de instellingen voor de automobielinspectie erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in verkeer gebrachte voertuigen. (De praktische examens voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie G kunnen, onder de [1 bij besluit van de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden,]1 worden in de landbouwscholen en in de landbouwopleidingscentra of in de rijscholen die onderricht verstrekken voor het besturen van voertuigen van de categorie G.) <KB 2006-09-01/33, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (De kandidaten die een theoretische opleiding voor het besturen van de voertuigen van de categorie B hebben gevolgd in een school van het secundair onderwijs kunnen het theoretisch examen voor de categorie B in deze school afleggen.) <KB 2008-08-30/31, art. 1, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   De kandidaten leggen het theoretische en het praktische examen af ten overstaan van examinatoren, bedoeld in het artikel 26. Het theoretische examen kan eveneens afgelegd worden voor een aangestelde van de instelling, handelend onder de verantwoordelijkheid van de examinator.   § 2. [1 Het aantal examencentra, de plaatsen waar ze gevestigd zijn, de grenzen van hun territoriale bevoegdheid en de regels betreffende hun organisatie worden bij besluit van de Vlaamse Regering bepaald.]1   De erkende instellingen gedragen zich voor de uitvoering van hun opdracht naar de onderrichtingen welke hen door de Minister of door zijn gemachtigde gegeven worden.   (§ 3. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op de examens voor het behalen van het rijbewijs voor het besturen van de voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E of de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E.) <KB 2007-05-04/35, art. 62, 019; Inwerkingtreding : 10-09-2009>   ----------   (1)<BVR 2015-07-10/11, art. 93, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 25 · Vlaanderen

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling I. - Examencentra

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25_VLAAMS_GEWEST TOEKOMSTIG RECHT.    § 1. De theoretische en praktische examens bedoeld in artikel 23, § 1, 2° en 4° van de wet, (...) worden afgelegd in de examencentra georganiseerd door de instellingen voor de automobielinspectie erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in verkeer gebrachte voertuigen. (De praktische examens voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie G kunnen, onder de [1 bij besluit van de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden,]1 worden in de landbouwscholen en in de landbouwopleidingscentra of in de rijscholen die onderricht verstrekken voor het besturen van voertuigen van de categorie G.) <KB 2006-09-01/33, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (De kandidaten die een theoretische opleiding voor het besturen van de voertuigen van de categorie B hebben gevolgd in een school van het secundair onderwijs kunnen het theoretisch examen voor de categorie B in deze school afleggen.) <KB 2008-08-30/31, art. 1, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2008>   De kandidaten leggen het theoretische en het praktische examen af ten overstaan van examinatoren, bedoeld in het artikel 26. Het theoretische examen kan eveneens afgelegd worden voor een aangestelde van de instelling, handelend onder de verantwoordelijkheid van de examinator.   § 2. [1 Het aantal examencentra, de plaatsen waar ze gevestigd zijn, de grenzen van hun territoriale bevoegdheid en de regels betreffende hun organisatie worden bij besluit van de Vlaamse Regering bepaald.]1   De erkende instellingen gedragen zich voor de uitvoering van hun opdracht naar de onderrichtingen welke hen door de Minister of door zijn gemachtigde gegeven worden.   [2 § 2/1. De instellingen die instaan voor het afnemen van examens om een rijbewijs te behalen, delen de informatie die vermeld is in de documenten die ze afgegeven aan kandidaten, elektronisch mee aan het Departement. Het Departement bepaalt de modaliteiten daarvoor en bepaalt de vorm waarin de informatie wordt opgesteld en aan het Departement wordt bezorgd.]2   (§ 3. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op de examens voor het behalen van het rijbewijs voor het besturen van de voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E of de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E.) <KB 2007-05-04/35, art. 62, 019; Inwerkingtreding : 10-09-2009>   ----------   (1)<BVR 2015-07-10/11, art. 93, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>   (2)<BVR 2021-07-02/17, art. 4, 074; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 26 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26.§ 1. De examinatoren belast met het theoretische en het praktische examen worden aangeworven en bezoldigd door de in artikel 25 bedoelde instellingen, of door een rechtspersoon die deze laatsten groepeert. Ze zijn door de Minister of zijn gemachtigde erkend.   De Minister kan, na de betrokkene en desgevallend de directeur van de instelling te hebben gehoord, de erkenning van de examinator opschorten voor een termijn van acht dagen tot een jaar, of ze intrekken wegens het niet naleven van de bepalingen van dit besluit.   § 2. Om te worden erkend moeten de betrokkenen voldoen aan de volgende voorwaarden :   1° onderdaan zijn van een van de Lid-Staten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte;   2° ten minste 25 jaar oud zijn;   3° van onberispelijk zedelijk gedrag zijn;   4° niet vervallen zijn of vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen. Dit verbod is niet van toepassing bij uitwissing van de veroordeling of bij herstel in eer en rechten en op voorwaarde dat er voldaan is aan de onderzoeken die krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;   5° [2 houder zijn van ten minste één van de diploma's, getuigschriften of brevetten die in aanmerking worden genomen voor toelating tot de niveaus A, B of C, in de overheidsdiensten van de Staat, zoals bedoeld in het eerste hoofdstuk van bijlage 1 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, of houder zijn van een buitenlands diploma, getuigschrift of brevet dat als gelijkwaardig werd erkend conform hoofdstuk II van dezelfde bijlage. De vereiste om houder te zijn van een van deze diploma's vervalt echter indien de betrokkene een beroepservaring van ten minste 5 jaar op het gebied van de praktische rijopleiding kan aantonen;]2   6° [1 voltooien van een basis- opleidingsprogramma en slagen voor een examen over de materie bedoeld in bijlage 19. De inhoud en de modaliteiten van de organisatie van de basisopleiding en het examen zijn goedgekeurd door de minister of zijn gemachtigde. Examinatoren moeten tevens voldoen aan de regels inzake verplichte kwaliteitswaarborging en periodieke bijscholing voorzien in artikel 26quater;]1   7° geschikt bevonden zijn bij een geneeskundig onderzoek;   8° [1 indien het een examinator voor de categorie B betreft, ten minste drie jaar houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldt voor de categorie B.    De examinatoren voor de overige categorieën zijn houders van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldt voor de betrokken categorie. Daarnaast zijn zij gekwalificeerde examinatoren voor het rijbewijs van categorie B en hebben zij die taak gedurende ten minste drie jaar uitgeoefend. Het vereiste van drie jaar werkervaring als examinator in B kan vervallen indien de examinator kan aantonen dat hij aan één van de volgende voorwaarden voldoet :    a) ten minste vijf jaar houder zijn van een rijbewijs dat geldt voor de categorieën van motorvoertuigen voor dewelke hij als examinator belast is met het afnemen van het praktische examen, ofwel;    b) geslaagd zijn voor een hoger theoretisch en praktisch rijvaardigheidsexamen dan nodig is voor het behalen van een rijbewijs.]1   De voorwaarden bedoeld in 5° en 6° gelden niet voor de examinatoren die op 1 januari 1989 in dienst waren.   § 3. [1 De functie van examinator is onverenigbaar met elke functie van instructeur in een erkende rijschool.]1   Niemand mag de functie van examinator uitoefenen bij een examen dat door een van zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad wordt afgelegd.   De examinator mag niet optreden als begeleider behalve voor zijn echtgenoot, kinderen, pleegkinderen of voor deze van zijn echtgenoot.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 19, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-01-10/01, art. 27, 039; Inwerkingtreding : 19-01-2013>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 26 · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    § 1. De examinatoren belast met het theoretische en het praktische examen worden aangeworven en bezoldigd door de in artikel 25 bedoelde instellingen, of door een rechtspersoon die deze laatsten groepeert. Ze zijn door de Minister of zijn gemachtigde erkend.   De Minister kan, na de betrokkene en desgevallend de directeur van de instelling te hebben gehoord, de erkenning van de examinator opschorten voor een termijn van acht dagen tot een jaar, of ze intrekken wegens het niet naleven van de bepalingen van dit besluit.   § 2. Om te worden erkend moeten de betrokkenen voldoen aan de volgende voorwaarden :   1° onderdaan zijn van een van de Lid-Staten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte;   2° ten minste 25 jaar oud zijn;   3° van onberispelijk zedelijk gedrag zijn;   4° niet vervallen zijn of vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen. Dit verbod is niet van toepassing bij uitwissing van de veroordeling of bij herstel in eer en rechten en op voorwaarde dat er voldaan is aan de onderzoeken die krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;   5° [2 houder zijn van ten minste één van de diploma's, getuigschriften of brevetten die in aanmerking worden genomen voor toelating tot de niveaus A, B of C, in de overheidsdiensten van de Staat, zoals bedoeld in het eerste hoofdstuk van bijlage 1 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, of houder zijn van een buitenlands diploma, getuigschrift of brevet dat als gelijkwaardig werd erkend conform hoofdstuk II van dezelfde bijlage. De vereiste om houder te zijn van een van deze diploma's vervalt echter indien de betrokkene een beroepservaring van ten minste 5 jaar op het gebied van de praktische rijopleiding kan aantonen;]2   6° [1 voltooien van een basis- opleidingsprogramma en slagen voor een examen over de materie bedoeld in bijlage 19. De inhoud en de modaliteiten van de organisatie van de basisopleiding en het examen zijn goedgekeurd door de minister of zijn gemachtigde. Examinatoren moeten tevens voldoen aan de regels inzake verplichte kwaliteitswaarborging en periodieke bijscholing voorzien in artikel 26quater;]1   7° geschikt bevonden zijn bij een geneeskundig onderzoek;   8° [4 indien het een examinator voor de categorie B betreft, ten minste drie jaar houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldt voor de categorie B.    De examinatoren voor de andere categorieën zijn ten minste vijf jaar houder van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldt voor de categorie van motorvoertuigen waarvoor de betrokkene als examinator belast zal zijn met het beoordelen van het praktische examen.]4   § 3. [1 De functie van examinator is onverenigbaar met elke functie van instructeur in een erkende rijschool.]1   Niemand mag de functie van examinator uitoefenen bij een examen dat door een van zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad wordt afgelegd.   De examinator mag niet optreden als begeleider behalve voor zijn echtgenoot, kinderen, pleegkinderen of voor deze van zijn echtgenoot.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 19, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-01-10/01, art. 27, 039; Inwerkingtreding : 19-01-2013>   (3)<BESL 2021-04-01/20, art. 1, 070; Inwerkingtreding : 30-04-2021>   (4)<BESL 2021-06-24/16, art. 1, 072; Inwerkingtreding : 15-07-2021>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 26 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26_WAALS_GEWEST.    § 1. De examinatoren belast met het theoretische en het praktische examen worden aangeworven en bezoldigd door de in artikel 25 bedoelde instellingen, of door een rechtspersoon die deze laatsten groepeert. Ze zijn door de [3 Waalse Minister]3 of zijn gemachtigde erkend.   De [3 Waalse Minister of diens afgevaardigde]3 kan, na de betrokkene en desgevallend de directeur van de instelling te hebben gehoord, de erkenning van de examinator opschorten voor een termijn van acht dagen tot een jaar, of ze intrekken wegens het niet naleven van de bepalingen van dit besluit.   § 2. Om te worden erkend moeten de betrokkenen voldoen aan de volgende voorwaarden :   1° onderdaan zijn van een van de Lid-Staten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte;   2° ten minste 25 jaar oud zijn;   3° van onberispelijk zedelijk gedrag zijn;   4° niet vervallen zijn of vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen. Dit verbod is niet van toepassing bij uitwissing van de veroordeling of bij herstel in eer en rechten en op voorwaarde dat er voldaan is aan de onderzoeken die krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;   5° [3 houder zijn van ten minste één van de diploma's, getuigschriften of brevetten die in aanmerking worden genomen voor toelating tot niveau A, B of C van de Waalse overheidsdiensten, of houder zijn van een buitenlands diploma, getuigschrift of brevet dat als gelijkwaardig is erkend, of een beroepservaring van ten minste vijf jaar op het gebied van de praktische rijopleiding aantonen.]3   6° [1 voltooien van een basis- opleidingsprogramma en slagen voor een examen over de materie bedoeld in bijlage 19. De inhoud en de modaliteiten van de organisatie van de basisopleiding en het examen zijn goedgekeurd door de [3 Waalse Minister]3 of zijn gemachtigde. Examinatoren moeten tevens voldoen aan de regels inzake verplichte kwaliteitswaarborging en periodieke bijscholing voorzien in artikel 26quater;]1   7° geschikt bevonden zijn bij een geneeskundig onderzoek;   8° [1 indien het een examinator voor de categorie B betreft, ten minste drie jaar houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldt voor de categorie B.    De examinatoren voor de overige categorieën zijn houders van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldt voor de betrokken categorie. Daarnaast zijn zij gekwalificeerde examinatoren voor het rijbewijs van categorie B en hebben zij die taak gedurende ten minste drie jaar uitgeoefend. Het vereiste [4 van erkenning voor categorie B]4 als examinator in B kan vervallen indien de examinator kan aantonen dat hij aan één van de volgende voorwaarden voldoet :    a) ten minste vijf jaar houder zijn van een rijbewijs dat geldt voor de categorieën van motorvoertuigen voor dewelke hij als examinator belast is met het afnemen van het praktische examen, ofwel;    b) geslaagd zijn voor een hoger theoretisch en praktisch rijvaardigheidsexamen dan nodig is voor het behalen van een rijbewijs.]1   De voorwaarden bedoeld in 5° en 6° gelden niet voor de examinatoren die op 1 januari 1989 in dienst waren.   § 3. [1 De functie van examinator is onverenigbaar met elke functie van instructeur in een erkende rijschool.]1   Niemand mag de functie van examinator uitoefenen bij een examen dat door een van zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad wordt afgelegd.   De examinator mag niet optreden als begeleider behalve voor zijn echtgenoot, kinderen, pleegkinderen of voor deze van zijn echtgenoot.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 19, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-01-10/01, art. 27, 039; Inwerkingtreding : 19-01-2013>   (3)<BWG 2017-07-20/16, art. 4, 053; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (4)<BWG 2018-05-24/23, art. 7, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 26 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26_VLAAMS_GEWEST.    § 1. De examinatoren belast met het theoretische en het praktische examen worden aangeworven en bezoldigd door de in artikel 25 bedoelde instellingen, of door een rechtspersoon die deze laatsten groepeert. Ze zijn door de [3 Vlaamse minister]3 of zijn gemachtigde erkend.   De [3 Vlaamse minister]3 kan, na de betrokkene en desgevallend de directeur van de instelling te hebben gehoord, de erkenning van de examinator opschorten voor een termijn van acht dagen tot een jaar, of ze intrekken wegens het niet naleven van de bepalingen van dit besluit.   § 2. Om te worden erkend moeten de betrokkenen voldoen aan de volgende voorwaarden :   1° onderdaan zijn van een van de Lid-Staten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte;   2° ten minste 25 jaar oud zijn;   3° van onberispelijk zedelijk gedrag zijn;   4° niet vervallen zijn of vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen. Dit verbod is niet van toepassing bij uitwissing van de veroordeling of bij herstel in eer en rechten en op voorwaarde dat er voldaan is aan de onderzoeken die krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;   5° [2 [3 houder zijn van ten minste een van de diploma's, getuigschriften of brevetten die in aanmerking worden genomen voor toelating tot niveau A, B of C van de overheidsdiensten van de Vlaamse of federale overheid, of houder zijn van een buitenlands diploma, getuigschrift of brevet dat als gelijkwaardig is erkend, of een beroepservaring van ten minste vijf jaar op het gebied van de praktische rijopleiding aantonen;]3 ]2   6° [1 voltooien van een basis- opleidingsprogramma en slagen voor een examen over de materie bedoeld in bijlage 19. De inhoud en de modaliteiten van de organisatie van de basisopleiding en het examen zijn goedgekeurd door de [3 Vlaamse minister]3 of zijn gemachtigde. Examinatoren moeten tevens voldoen aan de regels inzake verplichte kwaliteitswaarborging en periodieke bijscholing voorzien in artikel 26quater;]1   7° geschikt bevonden zijn bij een geneeskundig onderzoek;   8° [1 indien het een examinator voor de categorie B betreft, ten minste drie jaar houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldt voor de categorie B.    De examinatoren voor de overige categorieën zijn houders van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldt voor de betrokken categorie. Daarnaast zijn zij gekwalificeerde examinatoren voor het rijbewijs van categorie B en hebben zij die taak gedurende ten minste drie jaar uitgeoefend. Het vereiste van drie jaar werkervaring als examinator in B kan vervallen indien de examinator kan aantonen dat hij aan één van de volgende voorwaarden voldoet :    a) ten minste vijf jaar houder zijn van een rijbewijs dat geldt voor de categorieën van motorvoertuigen voor dewelke hij als examinator belast is met het afnemen van het praktische examen, ofwel;    b) geslaagd zijn voor een hoger theoretisch en praktisch rijvaardigheidsexamen dan nodig is voor het behalen van een rijbewijs.]1   De voorwaarden bedoeld in 5° en 6° gelden niet voor de examinatoren die op 1 januari 1989 in dienst waren.   § 3. [1 De functie van examinator is onverenigbaar met elke functie van instructeur in een erkende rijschool.]1   Niemand mag de functie van examinator uitoefenen bij een examen dat door een van zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad wordt afgelegd.   De examinator mag niet optreden als begeleider behalve voor zijn echtgenoot, kinderen, pleegkinderen of voor deze van zijn echtgenoot.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 19, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-01-10/01, art. 27, 039; Inwerkingtreding : 19-01-2013>   (3)<BVR 2015-07-10/11, art. 94, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 26bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26bis. [1 § 1. De basisopleiding, bedoeld in artikel 26, § 2, 6° wordt gegeven door de opleidingscentra erkend door de minister of zijn gemachtigde.    De opleidingsprogramma's voor de basisopleiding zijn als volgt gegroepeerd :    1° programma A voor de categorieën AM, A1, A2 en A;    2° programma B voor de categorieën B, B+E en G;    3° programma C voor de categorieën C1, C1+E, C en C+E;    4° programma D voor de categorieën D1, D1+E, D en D+E.    Het programma B bestaat uit twee opleidingsdelen :    1° een groepsspecifiek deel dat zich richt op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B, C en E van bijlage 19;    2° een voor alle groepen rijbewijscategorieën gemeenschappelijk opleidingsprogramma dat bestaat uit de materie opgesomd onder de punten A, D en F van bijlage 19.    De opleidingsprogramma's A, C en D zijn minstens gericht op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B, C en E van bijlage 19.    § 2. De erkenning van een opleidingscentrum voor de basisopleiding wordt toegekend voor het geven van de basisopleiding aan examinatoren belast met het afnemen van praktische rijexamens.    Om erkend te worden moet het opleidingscentrum aan de volgende voorwaarden voldoen :    1° deel uitmaken of deel uit hebben gemaakt, gedurende minstens twee jaar, van een organisme dat actief is in het domein van de organisatie van examens voor het behalen van het rijbewijs of deel uitmaken van een groepering waarbij de centra die examens voor het rijbewijs afnemen zijn aangesloten;    2° houder zijn van een ISO-certificaat, Qfor, EFQM, of andere certificaten of kwaliteitbeoordelingssystemen die erkend zijn op het gebied van opleiding;    3° minimaal een opleidingsprogramma voor de basisopleiding A, B, C of D voorstellen, waarin alle kennis en vaardigheden die vereist worden in bijlage 19 worden behandeld.    Elk opleidingscentrum verplicht zich ertoe de basisopleiding te geven in overeenstemming met het goedgekeurde opleidingsprogramma;    4° zich ertoe verbinden om, volgens de modaliteiten bepaald door de minister of zijn gemachtigde, elke wijziging van het programma voor te leggen aan de FOD Mobiliteit en Vervoer die de wijzigingen goedkeurt of afwijst binnen een termijn van 60 dagen;    5° beschikken over gepaste infrastructuur en pedagogisch materiaal, en kunnen beschikken over een voertuig van elke categorie;    6° instructeurs in dienst hebben die beschikken over een opleiding in de onderwezen materie en die tevens beschikken over een afdoende professionele ervaring of een opleiding in didactiek en pedagogiek.    De instructeurs voor het praktijkgedeelte van de opleiding moeten minstens vier jaar houder zijn van een rijbewijs B, en minstens drie jaar van een rijbewijs dat geldt voor de overige betrokken categorieën;    6° aanstellen van een directeur die het opleidingscentrum vertegenwoordigt bij de overheid en die verantwoordelijk is voor de organisatie van de basisopleiding en de administratieve taken.    § 3. De erkenningsaanvraag wordt ingediend bij de FOD Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid. Zij moet alle informatie bevatten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in artikel 26 bis, § 2.    De erkenning van een opleidingscentrum geldt slechts voor de basisopleiding of de basisopleidingen die deel uitmaakten van het goedkeuringsdossier, overeenkomstig § 2, tweede lid, 3° en geldt enkel voor de rijbewijscategorieën waarvoor de rijexamens worden georganiseerd door het organisme waarvan het opleidingscentrum deel uitmaakt of door de examencentra aangesloten bij de groepering waarvan het opleidingscentrum deel uitmaakt.    De minister geeft de erkenning binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag. De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar en wordt verlengd indien hiervoor een aanvraag wordt gedaan bij de FOD Mobiliteit en Vervoer.    Bij de aanvraag van de erkenning van het opleidingscentrum worden de documenten gevoegd die nader zijn bepaald door de minister of zijn gemachtigde.    § 4. Bij de aanvraag tot vernieuwing van de erkenning dient minstens de informatie te worden meegedeeld waaruit blijkt dat aan elk van de in § 2 vermelde voorwaarden is voldaan.    De aanvraag tot vernieuwing van de erkenning moet worden ingediend ten laatste drie maanden voor de vervaldatum van de geldigheid van de erkenning.    De minister levert de erkenning af binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de aanvrager in kennis werd gesteld van de volledigheid van zijn aanvraag.    § 5. De minister verleent een erkenningsnummer aan elk erkend opleidingscentrum. De toekenning van de erkenning alsook van de vernieuwing van de erkenning worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.    § 6. De erkenningsaanvraag van een opleidingscentrum of de aanvraag tot verlenging van de erkenning geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 1000 euro. De betalingsmodaliteiten worden bepaald door de minister of zijn gemachtigde.    Elk opleidingscentrum is een jaarlijkse retributie van 250 euro verschuldigd om de kosten van administratie en controle te dekken. Deze retributie wordt ten laatste op 31 maart van het betreffende jaar betaald.    De bedoelde retributies worden onderworpen aan een automatische indexatie op 1 januari van ieder jaar op basis van de gewone index van de maand november van het vorige jaar. Het resultaat van deze aanpassing wordt afgerond naar boven indien het berekende bedrag hoger is of gelijk is aan 0,50 decimalen of naar beneden indien het berekende bedrag lager is dan 0,50 decimalen.    § 7. De minister kan, wanneer de in deze afdeling bepaalde voorwaarden niet worden nageleefd en na de directeur van het opleidingscentrum gehoord te hebben, de erkenning van het opleidingscentrum voor een termijn van minstens acht dagen en hoogstens zes maanden schorsen.    Indien de minister ondanks een voorafgaande schorsingsmaatregel van minstens twee maanden vaststelt dat de in deze afdeling bepaalde voorwaarden nog altijd niet worden nageleefd, trekt hij de erkenning van het opleidingscentrum in, na de directeur van het opleidingscentrum gehoord te hebben.    Gedurende de schorsingsperiode of na de intrekkingsbeslissing mag geen enkele theoretische of praktische lessenreeks beginnen.    Het schorsings- of intrekkingsbesluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en wordt bij de ingang van de les- en administratielokalen uitgehangen.    § 8. De minister of zijn gemachtigde kan de inhoud van de opleiding en de erkenningsvoorwaarden van de opleidingscentra nader bepalen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2011-04-28/01, art. 20, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 26bis · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26bis_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    [1 § 1. De basisopleiding, bedoeld in artikel 26, § 2, 6° wordt gegeven door de opleidingscentra erkend door de minister of zijn gemachtigde.    De opleidingsprogramma's voor de basisopleiding zijn als volgt gegroepeerd :    1° programma A voor de categorieën AM, A1, A2 en A;    2° programma B voor de categorieën B, B+E en G;    3° programma C voor de categorieën C1, C1+E, C en C+E;    4° programma D voor de categorieën D1, D1+E, D en D+E.    [3 De opleidingsprogramma's bestaan uit twee delen:    1° een groepsspecifiek deel dat zich minstens richt op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B, C en E van bijlage 19;    2° een gemeenschappelijk opleidingsprogramma dat bestaat uit de materie opgesomd onder de punten A, D en F van bijlage 19. Dit gemeenschappelijk opleidingsprogramma moet echter niet gevolgd worden als de kandidaat-examinator het reeds met succes afgerond heeft in het kader van een voorafgaande erkenning.]3    § 2. De erkenning van een opleidingscentrum voor de basisopleiding wordt toegekend voor het geven van de basisopleiding aan examinatoren belast met het afnemen van praktische rijexamens.    Om erkend te worden moet het opleidingscentrum aan de volgende voorwaarden voldoen :    1° deel uitmaken of deel uit hebben gemaakt, gedurende minstens twee jaar, van een organisme dat actief is in het domein van de organisatie van examens voor het behalen van het rijbewijs of deel uitmaken van een groepering waarbij de centra die examens voor het rijbewijs afnemen zijn aangesloten;    2° houder zijn van een ISO-certificaat, Qfor, EFQM, of andere certificaten of kwaliteitbeoordelingssystemen die erkend zijn op het gebied van opleiding;    3° minimaal een opleidingsprogramma voor de basisopleiding A, B, C of D voorstellen, waarin alle kennis en vaardigheden die vereist worden in bijlage 19 worden behandeld.    Elk opleidingscentrum verplicht zich ertoe de basisopleiding te geven in overeenstemming met het goedgekeurde opleidingsprogramma;    4° zich ertoe verbinden om, volgens de modaliteiten bepaald door de minister of zijn gemachtigde, elke wijziging van het programma voor te leggen aan de [2 Brussel Mobiliteit]2 die de wijzigingen goedkeurt of afwijst binnen een termijn van 60 dagen;    5° beschikken over gepaste infrastructuur en pedagogisch materiaal, en kunnen beschikken over een voertuig van elke categorie;    6° instructeurs in dienst hebben die beschikken over een opleiding in de onderwezen materie en die tevens beschikken over een afdoende professionele ervaring of een opleiding in didactiek en pedagogiek.    De instructeurs voor het praktijkgedeelte van de opleiding moeten minstens vier jaar houder zijn van een rijbewijs B, en minstens drie jaar van een rijbewijs dat geldt voor de overige betrokken categorieën;    6° aanstellen van een directeur die het opleidingscentrum vertegenwoordigt bij de overheid en die verantwoordelijk is voor de organisatie van de basisopleiding en de administratieve taken.    § 3. De erkenningsaanvraag wordt ingediend bij [2 Brussel Mobiliteit]2. Zij moet alle informatie bevatten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in artikel 26 bis, § 2.    De erkenning van een opleidingscentrum geldt slechts voor de basisopleiding of de basisopleidingen die deel uitmaakten van het goedkeuringsdossier, overeenkomstig § 2, tweede lid, 3° en geldt enkel voor de rijbewijscategorieën waarvoor de rijexamens worden georganiseerd door het organisme waarvan het opleidingscentrum deel uitmaakt of door de examencentra aangesloten bij de groepering waarvan het opleidingscentrum deel uitmaakt.    De minister geeft de erkenning binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag. De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar en wordt verlengd indien hiervoor een aanvraag wordt gedaan bij de [2 Brussel Mobiliteit]2.    Bij de aanvraag van de erkenning van het opleidingscentrum worden de documenten gevoegd die nader zijn bepaald door de minister of zijn gemachtigde.    § 4. Bij de aanvraag tot vernieuwing van de erkenning dient minstens de informatie te worden meegedeeld waaruit blijkt dat aan elk van de in § 2 vermelde voorwaarden is voldaan.    De aanvraag tot vernieuwing van de erkenning moet worden ingediend ten laatste drie maanden voor de vervaldatum van de geldigheid van de erkenning.    De minister levert de erkenning af binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de aanvrager in kennis werd gesteld van de volledigheid van zijn aanvraag.    § 5. De minister verleent een erkenningsnummer aan elk erkend opleidingscentrum. De toekenning van de erkenning alsook van de vernieuwing van de erkenning worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.    § 6. De erkenningsaanvraag van een opleidingscentrum of de aanvraag tot verlenging van de erkenning geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 1000 euro. De betalingsmodaliteiten worden bepaald door de minister of zijn gemachtigde.    Elk opleidingscentrum is een jaarlijkse retributie van 250 euro verschuldigd om de kosten van administratie en controle te dekken. Deze retributie wordt ten laatste op 31 maart van het betreffende jaar betaald.    De bedoelde retributies worden onderworpen aan een automatische indexatie op 1 januari van ieder jaar op basis van de gewone index van de maand november van het vorige jaar. Het resultaat van deze aanpassing wordt afgerond naar boven indien het berekende bedrag hoger is of gelijk is aan 0,50 decimalen of naar beneden indien het berekende bedrag lager is dan 0,50 decimalen.    § 7. De minister kan, wanneer de in deze afdeling bepaalde voorwaarden niet worden nageleefd en na de directeur van het opleidingscentrum gehoord te hebben, de erkenning van het opleidingscentrum voor een termijn van minstens acht dagen en hoogstens zes maanden schorsen.    Indien de minister ondanks een voorafgaande schorsingsmaatregel van minstens twee maanden vaststelt dat de in deze afdeling bepaalde voorwaarden nog altijd niet worden nageleefd, trekt hij de erkenning van het opleidingscentrum in, na de directeur van het opleidingscentrum gehoord te hebben.    Gedurende de schorsingsperiode of na de intrekkingsbeslissing mag geen enkele theoretische of praktische lessenreeks beginnen.    Het schorsings- of intrekkingsbesluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en wordt bij de ingang van de les- en administratielokalen uitgehangen.    § 8. De minister of zijn gemachtigde kan de inhoud van de opleiding en de erkenningsvoorwaarden van de opleidingscentra nader bepalen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2011-04-28/01, art. 20, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<BESL 2021-04-01/20, art. 2, 070; Inwerkingtreding : 30-04-2021>   (3)<BESL 2021-06-24/16, art. 2, 072; Inwerkingtreding : 15-07-2021>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 26bis · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26bis_WAALS_GEWEST.    [1 § 1. De basisopleiding, bedoeld in artikel 26, § 2, 6° wordt gegeven door de opleidingscentra erkend door de [2 Waalse Minister]2 of zijn gemachtigde.    De opleidingsprogramma's voor de basisopleiding zijn als volgt gegroepeerd :    1° [3 programma A voor de categorieën A1, A2 en A]3;    2° [3 programma B voor categorieën AM, B, B+E en G]3;    3° programma C voor de categorieën C1, C1+E, C en C+E;    4° programma D voor de categorieën D1, D1+E, D en D+E.    Het programma B bestaat uit twee opleidingsdelen :    1° een groepsspecifiek deel dat zich richt op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B, C en E van bijlage 19;    2° een voor alle groepen rijbewijscategorieën gemeenschappelijk opleidingsprogramma dat bestaat uit de materie opgesomd onder de punten A, D en F van bijlage 19.    De opleidingsprogramma's A, C en D zijn minstens gericht op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B, C en E van bijlage 19.   [3 De examinatoren die tussen 1 mei 2013 en 31 december 2024 het opleidingsprogramma B hebben gevolgd of zijn begonnen, kunnen examens voor de categorie AM afnemen als zij een bijscholing volgen, goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde, die zich richt op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B en C van bijlage 19, specifiek voor de categorie AM. De bijscholing wordt gegeven door de basisopleidingscentra erkend door de Minister of zijn gemachtigde.]3    § 2. De erkenning van een opleidingscentrum voor de basisopleiding wordt toegekend voor het geven van de basisopleiding aan examinatoren belast met het afnemen van praktische rijexamens.    Om erkend te worden moet het opleidingscentrum aan de volgende voorwaarden voldoen :    1° deel uitmaken of deel uit hebben gemaakt, gedurende minstens twee jaar, van een organisme dat actief is in het domein van de organisatie van examens voor het behalen van het rijbewijs of deel uitmaken van een groepering waarbij de centra die examens voor het rijbewijs afnemen zijn aangesloten;    2° houder zijn van een ISO-certificaat, Qfor, EFQM, of andere certificaten of kwaliteitbeoordelingssystemen die erkend zijn op het gebied van opleiding;    3° minimaal een opleidingsprogramma voor de basisopleiding A, B, C of D voorstellen, waarin alle kennis en vaardigheden die vereist worden in bijlage 19 worden behandeld.    Elk opleidingscentrum verplicht zich ertoe de basisopleiding te geven in overeenstemming met het goedgekeurde opleidingsprogramma;    4° zich ertoe verbinden om, volgens de modaliteiten bepaald door de [2 Waalse Minister]2 of zijn gemachtigde, elke wijziging van het programma voor te leggen [2 aan de Waalse Minister of zijn afgevaardigde]2 die de wijzigingen goedkeurt of afwijst binnen een termijn van 60 dagen;    5° beschikken over gepaste infrastructuur en pedagogisch materiaal, en kunnen beschikken over een voertuig van elke categorie;    6° instructeurs in dienst hebben die beschikken over een opleiding in de onderwezen materie en die tevens beschikken over een afdoende professionele ervaring of een opleiding in didactiek en pedagogiek.    De instructeurs voor het praktijkgedeelte van de opleiding moeten minstens vier jaar houder zijn van een rijbewijs B, en minstens drie jaar van een rijbewijs dat geldt voor de overige betrokken categorieën;    6° aanstellen van een directeur die het opleidingscentrum vertegenwoordigt bij de overheid en die verantwoordelijk is voor de organisatie van de basisopleiding en de administratieve taken.    § 3. De erkenningsaanvraag wordt ingediend [2 bij de Administratie]2. Zij moet alle informatie bevatten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in artikel 26 bis, § 2.    De erkenning van een opleidingscentrum geldt slechts voor de basisopleiding of de basisopleidingen die deel uitmaakten van het goedkeuringsdossier, overeenkomstig § 2, tweede lid, 3° en geldt enkel voor de rijbewijscategorieën waarvoor de rijexamens worden georganiseerd door het organisme waarvan het opleidingscentrum deel uitmaakt of door de examencentra aangesloten bij de groepering waarvan het opleidingscentrum deel uitmaakt.    De [2 Waalse Minister of zijn afgevaardigde]2 geeft de erkenning binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag. De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar en wordt verlengd indien hiervoor een aanvraag wordt gedaan [2 bij de Administratie]2.    Bij de aanvraag van de erkenning van het opleidingscentrum worden de documenten gevoegd die nader zijn bepaald door de [2 Waalse Minister]2 of zijn gemachtigde.    § 4. Bij de aanvraag tot vernieuwing van de erkenning dient minstens de informatie te worden meegedeeld waaruit blijkt dat aan elk van de in § 2 vermelde voorwaarden is voldaan.    De aanvraag tot vernieuwing van de erkenning moet worden ingediend ten laatste drie maanden voor de vervaldatum van de geldigheid van de erkenning.    De [2 Waalse Minister of diens afgevaardigde]2 levert de erkenning af binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de aanvrager in kennis werd gesteld van de volledigheid van zijn aanvraag.    § 5. De [2 Waalse Minister of diens afgevaardigde]2 verleent een erkenningsnummer aan elk erkend opleidingscentrum. De toekenning van de erkenning alsook van de vernieuwing van de erkenning worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.    § 6. De erkenningsaanvraag van een opleidingscentrum of de aanvraag tot verlenging van de erkenning geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 1000 euro. De betalingsmodaliteiten worden bepaald door de [2 Waalse Minister of diens afgevaardigde]2 of zijn gemachtigde.    Elk opleidingscentrum is een jaarlijkse retributie van 250 euro verschuldigd om de kosten van administratie en controle te dekken. Deze retributie wordt ten laatste op 31 maart van het betreffende jaar betaald.    De bedoelde retributies worden onderworpen aan een automatische indexatie op 1 januari van ieder jaar op basis van de gewone index van de maand november van het vorige jaar. Het resultaat van deze aanpassing wordt afgerond naar boven indien het berekende bedrag hoger is of gelijk is aan 0,50 decimalen of naar beneden indien het berekende bedrag lager is dan 0,50 decimalen.    § 7. De [2 Waalse Minister of diens afgevaardigde]2 kan, wanneer de in deze afdeling bepaalde voorwaarden niet worden nageleefd en na de directeur van het opleidingscentrum gehoord te hebben, de erkenning van het opleidingscentrum voor een termijn van minstens acht dagen en hoogstens zes maanden schorsen.    Indien de [2 Waalse Minister of diens afgevaardigde]2 ondanks een voorafgaande schorsingsmaatregel van minstens twee maanden vaststelt dat de in deze afdeling bepaalde voorwaarden nog altijd niet worden nageleefd, trekt hij de erkenning van het opleidingscentrum in, na de directeur van het opleidingscentrum gehoord te hebben.    Gedurende de schorsingsperiode of na de intrekkingsbeslissing mag geen enkele theoretische of praktische lessenreeks beginnen.    Het schorsings- of intrekkingsbesluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en wordt bij de ingang van de les- en administratielokalen uitgehangen.    § 8. De [2 Waalse Minister]2 of zijn gemachtigde kan de inhoud van de opleiding en de erkenningsvoorwaarden van de opleidingscentra nader bepalen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2011-04-28/01, art. 20, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<BWG 2017-07-20/16, art. 5, 053; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (3)<BWG 2024-11-28/15, art. 5, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 26bis · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26bis_VLAAMS_GEWEST.    [1 § 1. De basisopleiding, bedoeld in artikel 26, § 2, 6° wordt gegeven door de opleidingscentra erkend door de [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde.    De opleidingsprogramma's voor de basisopleiding zijn als volgt gegroepeerd :    1° [3 programma A voor categorieën A1, A2 en A;]3    2° [3 programma B voor categorieën AM, B, B+E en G;]3    3° programma C voor de categorieën C1, C1+E, C en C+E;    4° programma D voor de categorieën D1, D1+E, D en D+E.    Het programma B bestaat uit twee opleidingsdelen :    1° een groepsspecifiek deel dat zich richt op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B, C en E van bijlage 19;    2° een voor alle groepen rijbewijscategorieën gemeenschappelijk opleidingsprogramma dat bestaat uit de materie opgesomd onder de punten A, D en F van bijlage 19.    De opleidingsprogramma's A, C en D zijn minstens gericht op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B, C en E van bijlage 19.   [3 De examinatoren die tussen 1 mei 2013 en 1 augustus 2021 het basisopleidingsprogramma B hebben gevolgd, kunnen examens voor de categorie AM afnemen als zij een bijscholing volgen die zich richt op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B en C van bijlage 19, specifiek voor de categorie AM. De bijscholing wordt gegeven door de opleidingscentra erkend door de Vlaamse minister of zijn gemachtigde.]3    § 2. De erkenning van een opleidingscentrum voor de basisopleiding wordt toegekend voor het geven van de basisopleiding aan examinatoren belast met het afnemen van praktische rijexamens.    Om erkend te worden moet het opleidingscentrum aan de volgende voorwaarden voldoen :    1° deel uitmaken of deel uit hebben gemaakt, gedurende minstens twee jaar, van een organisme dat actief is in het domein van de organisatie van examens voor het behalen van het rijbewijs of deel uitmaken van een groepering waarbij de centra die examens voor het rijbewijs afnemen zijn aangesloten;    2° houder zijn van een ISO-certificaat, Qfor, EFQM, of andere certificaten of kwaliteitbeoordelingssystemen die erkend zijn op het gebied van opleiding;    3° minimaal een opleidingsprogramma voor de basisopleiding A, B, C of D voorstellen, waarin alle kennis en vaardigheden die vereist worden in bijlage 19 worden behandeld.    Elk opleidingscentrum verplicht zich ertoe de basisopleiding te geven in overeenstemming met het goedgekeurde opleidingsprogramma;    4° zich ertoe verbinden om, volgens de modaliteiten bepaald door de [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde, elke wijziging van het programma voor te leggen aan [2 het Departement]2 die de wijzigingen goedkeurt of afwijst binnen een termijn van 60 dagen;    5° beschikken over gepaste infrastructuur en pedagogisch materiaal, en kunnen beschikken over een voertuig van elke categorie;    6° instructeurs in dienst hebben die beschikken over een opleiding in de onderwezen materie en die tevens beschikken over een afdoende professionele ervaring of een opleiding in didactiek en pedagogiek.    De instructeurs voor het praktijkgedeelte van de opleiding moeten minstens vier jaar houder zijn van een rijbewijs B, en minstens drie jaar van een rijbewijs dat geldt voor de overige betrokken categorieën;    6° aanstellen van een directeur die het opleidingscentrum vertegenwoordigt bij de overheid en die verantwoordelijk is voor de organisatie van de basisopleiding en de administratieve taken.    § 3. De erkenningsaanvraag wordt ingediend bij [2 het Departement]2. Zij moet alle informatie bevatten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in artikel 26 bis, § 2.    De erkenning van een opleidingscentrum geldt slechts voor de basisopleiding of de basisopleidingen die deel uitmaakten van het goedkeuringsdossier, overeenkomstig § 2, tweede lid, 3° en geldt enkel voor de rijbewijscategorieën waarvoor de rijexamens worden georganiseerd door het organisme waarvan het opleidingscentrum deel uitmaakt of door de examencentra aangesloten bij de groepering waarvan het opleidingscentrum deel uitmaakt.    De [2 Vlaamse minister]2 geeft de erkenning binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag. De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar en wordt verlengd indien hiervoor een aanvraag wordt gedaan bij [2 het Departement]2.    Bij de aanvraag van de erkenning van het opleidingscentrum worden de documenten gevoegd die nader zijn bepaald door de [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde.    § 4. Bij de aanvraag tot vernieuwing van de erkenning dient minstens de informatie te worden meegedeeld waaruit blijkt dat aan elk van de in § 2 vermelde voorwaarden is voldaan.    De aanvraag tot vernieuwing van de erkenning moet worden ingediend ten laatste drie maanden voor de vervaldatum van de geldigheid van de erkenning.    De [2 Vlaamse minister]2 levert de erkenning af binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de aanvrager in kennis werd gesteld van de volledigheid van zijn aanvraag.    § 5. De [2 Vlaamse minister]2 verleent een erkenningsnummer aan elk erkend opleidingscentrum. De toekenning van de erkenning alsook van de vernieuwing van de erkenning worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.    § 6. De erkenningsaanvraag van een opleidingscentrum of de aanvraag tot verlenging van de erkenning geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 1000 euro. De betalingsmodaliteiten worden bepaald door de [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde.    Elk opleidingscentrum is een jaarlijkse retributie van 250 euro verschuldigd om de kosten van administratie en controle te dekken. Deze retributie wordt ten laatste op 31 maart van het betreffende jaar betaald.    De bedoelde retributies worden onderworpen aan een automatische indexatie op 1 januari van ieder jaar op basis van de gewone index van de maand november van het vorige jaar. Het resultaat van deze aanpassing wordt afgerond naar boven indien het berekende bedrag hoger is of gelijk is aan 0,50 decimalen of naar beneden indien het berekende bedrag lager is dan 0,50 decimalen.    § 7. De [2 Vlaamse minister]2 kan, wanneer de in deze afdeling bepaalde voorwaarden niet worden nageleefd en na de directeur van het opleidingscentrum gehoord te hebben, de erkenning van het opleidingscentrum voor een termijn van minstens acht dagen en hoogstens zes maanden schorsen.    Indien de [2 Vlaamse minister]2 ondanks een voorafgaande schorsingsmaatregel van minstens twee maanden vaststelt dat de in deze afdeling bepaalde voorwaarden nog altijd niet worden nageleefd, trekt hij de erkenning van het opleidingscentrum in, na de directeur van het opleidingscentrum gehoord te hebben.    Gedurende de schorsingsperiode of na de intrekkingsbeslissing mag geen enkele theoretische of praktische lessenreeks beginnen.    Het schorsings- of intrekkingsbesluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en wordt bij de ingang van de les- en administratielokalen uitgehangen.    § 8. De [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde kan de inhoud van de opleiding en de erkenningsvoorwaarden van de opleidingscentra nader bepalen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2011-04-28/01, art. 20, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<BVR 2015-07-10/11, art. 95, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>   (3)<BVR 2021-07-02/17, art. 5, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 26ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26ter. [1 § 1. Elke examinator slaagt voor een examen dat voldoet aan de volgende voorwaarden :    1° het examen voorzien in artikel 26, § 2, 6°, wordt afgelegd in het opleidingscentrum waar de examinator de basisopleiding volgt.    Het examen toetst de examinatoren op de materie voorzien in bijlage 19 en omvat een theoretische en een praktische proef. Er mag gebruik worden gemaakt van computertoetsen voor de theoretische proeven.    Het examen geeft toegang tot het uitoefenen van het beroep van examinator voor de categorie waarvoor het examen met goed gevolg is afgelegd.    2° de erkende opleidingscentra stellen elk een examen op voor kandidaat-examinatoren, dat ten minste alle in bijlage 19 beschreven kennis en vaardigheden toetst.    Voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van het examen wordt het examenprogramma en de examenopgaven door het opleidingscentrum voorgelegd aan een adviescommissie.    De adviescommissie brengt een advies uit, aan de minister of zijn gemachtigde, over het aan haar voorgelegde examenprogramma binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag.    Zonder de goedkeuring van het examenprogramma door de minister of zijn gemachtigde mogen geen examens voor kandidaat-examinatoren worden georganiseerd.    Indien het examenprogramma wordt afgekeurd, legt het opleidingscentrum binnen maximaal één maand een aangepast examenprogramma ter goedkeuring voor aan de adviescommissie en de minister of zijn gemachtigde.    § 2. De samenstelling en de werking van de adviescommissie worden bepaald door de minister of zijn gemachtigde die haar leden benoemd.    § 3. De minister of zijn gemachtigde kan nadere regels stellen omtrent de examinering van kandidaat-examinatoren en de exameninhoud.    De minister of zijn gemachtigde stelt de duur van de proeven en de beoordelingscriteria voor de examens vast.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2011-04-28/01, art. 21, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 26ter · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26ter_WAALS_GEWEST.    [1 § 1. Elke examinator slaagt voor een examen dat voldoet aan de volgende voorwaarden :    1° het examen voorzien in artikel 26, § 2, 6°, wordt afgelegd in het opleidingscentrum waar de examinator de basisopleiding volgt.    Het examen toetst de examinatoren op de materie voorzien in bijlage 19 en omvat een theoretische en een praktische proef. Er mag gebruik worden gemaakt van computertoetsen voor de theoretische proeven.    Het examen geeft toegang tot het uitoefenen van het beroep van examinator voor de categorie waarvoor het examen met goed gevolg is afgelegd.    2° de erkende opleidingscentra stellen elk een examen op voor kandidaat-examinatoren, dat ten minste alle in bijlage 19 beschreven kennis en vaardigheden toetst.    Voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van het examen wordt het examenprogramma en de examenopgaven door het opleidingscentrum voorgelegd aan een adviescommissie.    De adviescommissie brengt een advies uit, aan de [2 Waalse Minister]2 of zijn gemachtigde, over het aan haar voorgelegde examenprogramma binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag.    Zonder de goedkeuring van het examenprogramma door de [2 Waalse Minister]2 of zijn gemachtigde mogen geen examens voor kandidaat-examinatoren worden georganiseerd.    Indien het examenprogramma wordt afgekeurd, legt het opleidingscentrum binnen maximaal één maand een aangepast examenprogramma ter goedkeuring voor aan de adviescommissie en de [2 Waalse Minister]2 of zijn gemachtigde.    § 2. De samenstelling en de werking van de adviescommissie worden bepaald door de [2 Waalse Minister]2 of zijn gemachtigde die haar leden benoemd.    § 3. De [2 Waalse Minister]2 of zijn gemachtigde kan nadere regels stellen omtrent de examinering van kandidaat-examinatoren en de exameninhoud.    De [2 Waalse Minister]2 of zijn gemachtigde stelt de duur van de proeven en de beoordelingscriteria voor de examens vast.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2011-04-28/01, art. 21, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<BWG 2017-07-20/16, art. 6, 053; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 26ter · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26ter_VLAAMS_GEWEST.    [1 § 1. Elke examinator slaagt voor een examen dat voldoet aan de volgende voorwaarden :    1° het examen voorzien in artikel 26, § 2, 6°, wordt afgelegd in het opleidingscentrum waar de examinator de basisopleiding volgt.    Het examen toetst de examinatoren op de materie voorzien in bijlage 19 en omvat een theoretische en een praktische proef. Er mag gebruik worden gemaakt van computertoetsen voor de theoretische proeven.    Het examen geeft toegang tot het uitoefenen van het beroep van examinator voor de categorie waarvoor het examen met goed gevolg is afgelegd.    2° de erkende opleidingscentra stellen elk een examen op voor kandidaat-examinatoren, dat ten minste alle in bijlage 19 beschreven kennis en vaardigheden toetst.    Voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van het examen wordt het examenprogramma en de examenopgaven door het opleidingscentrum voorgelegd aan een adviescommissie.    De adviescommissie brengt een advies uit, aan de [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde, over het aan haar voorgelegde examenprogramma binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag.    Zonder de goedkeuring van het examenprogramma door de [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde mogen geen examens voor kandidaat-examinatoren worden georganiseerd.    Indien het examenprogramma wordt afgekeurd, legt het opleidingscentrum binnen maximaal één maand een aangepast examenprogramma ter goedkeuring voor aan de adviescommissie en de [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde.    § 2. De samenstelling en de werking van de adviescommissie worden bepaald door de [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde die haar leden benoemd.    § 3. De [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde kan nadere regels stellen omtrent de examinering van kandidaat-examinatoren en de exameninhoud.    De [2 Vlaamse minister]2 of zijn gemachtigde stelt de duur van de proeven en de beoordelingscriteria voor de examens vast.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2011-04-28/01, art. 21, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<BVR 2015-07-10/11, art. 96, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 26quater · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK IV. - Examens / Afdeling II. - Examinatoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26quater. [1 § 1. De examinatoren zijn in het kader van het kwaliteitswaarborgingssysteem onderworpen aan de volgende kwaliteitscontroles :    1° elke examinator wordt jaarlijks gecontroleerd op het volgen van bijscholing, op het peil houden van zijn beroepsvaardigheden en op de resultaten van de rijexamens die hij heeft afgenomen;    2° elke examinator wordt om de vijf jaar gecontroleerd tijdens het afnemen van verschillende examens, gedurende minstens een totaal van een halve dag, zodat de controle meerdere examens beslaat. Een examinator die bevoegd is om in meerdere afzonderlijke categorieën examens af te nemen, wordt gecontroleerd gedurende minstens een totaal van een halve dag voor elke groep van rijbewijscategoriëen;    3° in het geval dat door een controle blijkt dat een examinator niet aan de voorwaarden van deze afdeling voldoet kan de minister of zijn gemachtigde corrigerend optreden tegen de examinator.    De minister of zijn gemachtigde kan de examinator die in zijn functioneren ernstig tekortschiet, verplichten een specifiek bijscholingsprogramma te volgen.    De minister of zijn gemachtigde kan nadere regels stellen omtrent de wijze van het corrigerend optreden tegen deze examinatoren;    4° De examencentra hanteren een gecertificeerd kwaliteitssysteem dat het werk van de examinatoren, de bijscholing en de resultaten van de rijexamens opvolgt, evalueert en zo nodig corrigeert.    § 2. De verplichte periodieke bijscholing voor examinatoren, waarvoor het opleidingsprogramma is goedgekeurd door de minister of zijn gemachtigde, wordt gegeven door de exameninstellingen bedoeld in artikel 22 van het konijnklijk besluit van 4 mei 2007 of door de instelling bedoeld in artikel 4, 9°, of door een groepering waarbij de examencentra bedoeld in artikel 25 zijn aangesloten.    De verplichte periodieke bijscholing voor examinatoren bestaat uit :    1° een minimumbijscholing van in totaal vier dagen per periode van twee jaar, waarvan het opleidingsprogramma er ten minste op gericht is om :    a) de vereiste kennis en examineringsvaardigheden op peil te houden en te actualiseren;    b) nieuwe vaardigheden op te doen die onmisbaar zijn geworden voor de uitoefening van het beroep;    c) te verzekeren dat examinatoren bij het afnemen van examens blijvend eerlijke en uniforme maatstaven hanteren;    2° een vaste minimumbijscholing van ten minste in totaal vijf dagen per vijf jaar om de vereiste praktische rijvaardigheid op peil te houden en te verbeteren.    De periodieke bijscholing kan bestaan uit :    a) informatiebijeenkomsten;    b) klassikaal onderwijs;    c) klassieke lessen of online;    d) individueel of in groepsverband.    § 3. De instellingen die de periodieke bijscholing geven stellen een opleidingsprogramma dat voldoet aan de vereisten voor de periodieke bijscholing zoals bedoeld in artikel 26quater, § 2, 1°.    Een opleidingsprogramma moet worden opgesteld per groep rijbewijscategorieën. Dit programma dient een voorafgaande goedkeuring te krijgen van de minister of zijn gemachtigde. Dit opleidingsprogramma moet worden uitgebreid op basis van de vereisten genoemd in artikel 26 quater, § 2, en van de vaststellingen of corrigerende maatregelen die voortkomen uit de kwaliteitswaarborging.    Het periodieke bijscholingsprogramma wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister of zijn gemachtigde, die het goedkeurt of afwijst binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de datum waarop het opleidingscentrum voor periodieke bijscholing in kennis werd gesteld van de volledigheid van de aanvraag.    De goedkeuring van het opleidingsprogramma voor periodieke bijscholing door de minister of zijn gemachtigde is vereist om de periodieke bijscholing te kunnen geven aan examinatoren.    Indien het opleidingsprogramma wordt afgekeurd, legt het opleidingscentrum binnen maximaal één maand een aangepast opleidingsprogramma voor aan de minister of zijn gemachtigde.    § 4. De examinator die in vierentwintig maanden geen rijexamen heeft afgenomen voor een bepaalde rijbewijscategorie, wordt herbeoordeeld op basis van een te volgen bijscholingsprogramma.    § 5. Een examinator die bevoegd is om in meerdere rijbewijscategorieën examens af te nemen heeft voldaan aan de eisen inzake periodieke bijscholing wanneer er in één afzonderlijke groep rijbewijscategorieën aan de verplichtingen voor periodieke bijscholing wordt voldaan.    § 6. De minister of zijn gemachtigde kan nadere regels stellen omtrent de systemen van de kwaliteitswaarborging en de periodieke bijscholing van examinatoren.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2011-04-28/01, art. 22, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
    Open officiële bron ↗