Gratis brononderzoek

Internering

Beslissing tot internering, uitvoering en opvolging van de beveiligingsmaatregel.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

156 bronvarianten

  1. Art. 124 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling VII. - Wijzigingen van de Wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 124. In artikel 16 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 mei 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in de eerste zin worden de woorden "of, indien de in de verzoekende Staat opgelegde maatregel gelijkaardig is aan die welke bedoeld wordt in hoofdstuk II van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, de commissie voor de bescherming van de maatschappij" geschrapt;   2° in de vierde zin worden de woorden "of in voorkomend geval, de commissie tot bescherming van de maatschappij" geschrapt.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 125 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling VII. - Wijzigingen van de Wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 125.In artikel 20, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 mei 2005, worden de woorden "hoofdstuk II van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers" vervangen door de woorden "hoofdstuk II van titel III van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering [1 ...]1".   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 241, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 126 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling VII. - Wijzigingen van de Wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 126.Artikel 21 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 mei 2005, wordt vervangen als volgt :   "Wanneer de in het buitenland uitgesproken maatregel gelijkaardig is aan die welke bedoeld wordt in hoofdstuk II van titel III van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering [1 ...]1, maakt de procureur des Konings de zaak onverwijld aanhangig bij de kamer voor de bescherming van de maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank in wier rechtsgebied de geïnterneerde persoon zijn domicilie heeft, of bij ontstentenis daarvan de kamer voor de bescherming van de maatschappij van het rechtsgebied waar de betrokkene nog familiale of sociale banden heeft of waarin hij zijn sociale re-integratie wenst uit te werken, opdat deze de inrichting zou aanwijzen waar de internering zal plaatsvinden."   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 241, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 127 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling VII. - Wijzigingen van de Wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 127. Artikel 26, 1° van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 mei 2005, wordt aangevuld, na de woorden "voorwaardelijke invrijheidstelling", met de woorden "of de invrijheidstelling op proef".
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 128 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling VIII. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke

    Lees de volledige brontekst
    Art. 128.In artikel 1 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006, worden de woorden "de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers" vervangen door de woorden "de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering [1 ...]1".   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 241, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 129 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling IX. - Wijziging van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt

    Lees de volledige brontekst
    Art. 129.Artikel 19, eerste lid, van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, gewijzigd bij wet van 7 december 1998, wordt vervangen als volgt :   "De politiediensten houden toezicht op de geïnterneerde personen aan wie door de strafuitvoeringsrechtbank een in de artikelen 20, 21, 23, 24, 25 en 28 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering [1 ...]1 bedoelde uitvoeringsmodaliteit van de internering werd toegekend. Zij houden eveneens toezicht op de naleving van de hen daartoe meegedeelde voorwaarden.".   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 241, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 130 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling X. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis

    Lees de volledige brontekst
    Art. 130.In artikel 27 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, wordt een § 2bis ingelast :   "De voorlopige invrijheidstelling kan ook worden aangevraagd door degene die aangehouden is op het ogenblik van zijn internering of van wie de onmiddellijke opsluiting is bevolen ter gelegenheid van de internering, conform artikel 10 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering [1 ...]1, mits er tegen de internering zelf hoger beroep, verzet of cassatieberoep is aangetekend."   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 241, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 130/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling Xbis . - [1 Wijziging van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 130/1. [1 In artikel 2 van de wet van de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden worden de volgende wijzigingen aangebracht :    a) in de bepaling onder 2° worden de woorden "en de internering van ter beschikking van de regering gestelde recidivisten, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, gelast door de minister van Justitie op grond van artikel 25bis van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten" opgeheven;    b) in de bepaling onder 3° worden de woorden "artikelen 7 en 21 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten" vervangen door de woorden "de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering".]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 243, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 130/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling Xter. [1 Wijzigingen van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische activiteiten met wapens]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 130/2. [1 In de artikelen 5, § 4, 1°, en 11, § 3, 4°, van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens worden de woorden "de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten" telkens vervangen door de woorden "de wet van 5 mei 2014 betreffende internering."]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 245, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 131 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling XI. - Wijziging van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken

    Lees de volledige brontekst
    Art. 131.In de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, wordt het hoofdstuk 4, dat artikel 19 bevat, vervangen als volgt :   "Hoofdstuk 4. Wijziging van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering [2 ...]2.   Art. 19. In artikel 5, § 2, van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering [2 ...]2 worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° het eerste lid aanvullen met de woorden "en die werd opgenomen in het [3 nationaal register voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken]3";   2° [1 tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :    "Enkel in de gevallen en op de wijze bepaald in [3 artikel 555/15]3 van het Gerechtelijk Wetboek, kan het psychiatrisch deskundigenonderzoek uitgevoerd worden onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een psychiater die geen houder is van de beroepstitel forensisch psychiater".]1.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 246, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2016-05-04/03, art. 241, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (3)<W 2019-05-05/19, art. 68, 008; Inwerkingtreding : 29-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 132 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepaling

    Lees de volledige brontekst
    Art. 132. De wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten wordt opgeheven.
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 133 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepaling

    Lees de volledige brontekst
    Art. 133.   <Opgeheven bij W 2016-05-04/03, art. 247, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 134 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 134.[1 Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 135, § 4, zijn de bepalingen van deze wet van toepassing op alle lopende zaken.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 248, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 135 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 135.§ 1. Bij de inwerkingtreding van [1 deze wet]1 worden alle dossiers van geïnterneerden waarvoor de commissies tot bescherming van de maatschappij bevoegd zijn ambtshalve en zonder kosten ingeschreven op de algemene rol van de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank.   § 2. De kamer voor de bescherming van de maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank neemt binnen een termijn van een jaar te rekenen van de inwerkingtreding van dit artikel overeenkomstig de artikelen 66 tot 75 een beslissing over de dossiers van de geïnterneerde personen die reeds meer dan [1 drie]1 jaar vrij op proef zijn.   § 3. De beslissing tot internering van veroordeelden die door de minister van Justitie overeenkomstig artikel 21 van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten werd genomen voor de inwerkingtreding van deze wet, blijft geldig.   [1 De artikelen 77/8, en 77/9 zijn van toepassing op de geïnterneerde veroordeelden. In afwijking van artikel 77/8, § 1, blijven de beslissingen tot plaatsing in inrichtingen vermeld onder artikel 3, 4°, d), genomen voor de inwerkingtreding van deze wet, geldig.    De beslissingen tot toekenning van uitvoeringsmodaliteiten die vóór de inwerkingtreding van deze wet door de commissies voor de bescherming van de maatschappij zijn genomen, blijven geldig na de inwerkingtreding ervan.]1   [1 § 3/1. Voor de personen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet zowel een veroordeling als een internering ondergaan, wordt binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet door de directeur een advies bezorgd aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij met het oog op de aanwijzing van de inrichting waar de internering zal plaatsvinden en de eventuele toekenning van uitvoeringsmodaliteiten.]1   § 4. [1 De directeur of de verantwoordelijke voor de zorg stelt, overeenkomstig artikel 47, een advies op, ten vroegste vier en ten laatste zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet.    Indien zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet geen advies werd uitgebracht, vat het openbaar ministerie de kamer voor de bescherming van de maatschappij.]1   § 5. [1 De geïnterneerde personen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet geplaatst zijn in een inrichting die niet door de bevoegde overheid erkend is of waarmee geen overeenkomst betreffende de plaatsing is afgesloten, kunnen er geplaatst blijven na de inwerkingtreding van deze wet, tenzij de kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist tot plaatsing in een erkende instelling.    Gedurende deze plaatsing zijn deze inrichtingen gehouden tot dezelfde verplichtingen als de inrichtingen bedoeld in artikel 3, 4°, d).    Artikel 84 is op deze inrichtingen van toepassing.]1   § 6. De [1 ...]1 hoge commissie tot bescherming van de maatschappij blijft [1 bevoegd]1 voor de zaken waarvoor de debatten aan de gang zijn, of die in beraad zijn.   § 7. Eenieder die voor de inwerkingtreding van dit artikel het slachtoffer is van een als [2 misdrijf omschreven feit]2 dat door een geïnterneerde is gepleegd, kan overeenkomstig artikel 4 een schriftelijk verzoek aan [1 de rechter voor de bescherming van de maatschappij]1 richten.   Indien op het secretariaat van de Commissies tot Bescherming van de Maatschappij een slachtofferfiche voorhanden is, wordt de hierin opgenomen informatie ambtshalve overgemaakt aan [1 de rechter voor de bescherming van de maatschappij]1 die ze behandelt overeenkomstig artikel 4.   § 8. De dossiers worden aan de griffier van de strafuitvoeringsrechtbank toegezonden door de secretarissen van de opgeheven commissies.   § 9. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de archieven van de opgeheven commissies tot bescherming van de maatschappij worden toevertrouwd aan de gerechten die hij aanwijst, en die daarvan uitgiften, afschriften en uittreksels kunnen afleveren.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 249, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2026-03-30/01, art. 168, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 135/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 135/1.[1 Een examen met het oog op de werving van werkende en plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie, kan georganiseerd worden overeenkomstig het koninklijk besluit van 2 oktober 2006 tot vaststelling van de nadere regels voor de examens met het oog op de werving van werkende en plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken en van werkende en plaatsvervangende assessoren gespecialiseerd in sociale re-integratie, vóór de inwerkingtreding van artikel 196bis van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij deze wet.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-05/11, art. 216, 004; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 136 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VIII. - Inwerkingtreding

    Lees de volledige brontekst
    Art. 136.[1 Deze wet treedt in werking op [2 1 oktober 2016]2, met uitzondering van :    1° artikel 6, § 1, tweede lid, dat in werking treedt op 1 januari 2020;    2° artikel 135/1 en dit artikel die in werking treden op de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.    De Koning kan data van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de data vermeld in het eerste lid.]1   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 217, 004; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2016-05-04/03, art. 250, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗