Gratis brononderzoek

Drugswet

Bepalingen over verdovende middelen en psychotrope stoffen.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-26

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

22 bronvarianten

  1. Art. 1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 1.<W 2003-05-03/46, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003> [3 § 1.]3 De Koning kan [2 ...]2 in het belang van de hygiëne, de openbare gezondheid, de invoer, de uitvoer, de doorvoer, de vervaardiging, de bewaring, dit wil zeggen de opslag onder de vereiste voorwaarden, de etikettering, het vervoer, het bezit, de makelarij, de verkoop en het te koop stellen, [4 het voorschrijven,]4 het afleveren of het aanschaffen, tegen betaling of kosteloos, van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsmiddelen en antiseptica alsook de teelt van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken, regelen en daarover toezicht houden.   De Koning kan [2 ...]2 dezelfde bevoegdheden uitoefenen ten aanzien van andere psychotrope stoffen dan verdovende middelen en slaapmiddelen, die afhankelijkheid kunnen teweegbrengen.   De Koning kan [2 ...]2 bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, eveneens dezelfde bevoegdheden uitoefenen ten aanzien van stoffen die gebruikt kunnen worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen.   (Met het oog op het opsporen van geneesmiddelengebonden problemen, kan de Koning bovendien, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels stellen aangaande de verzameling en de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van patiënten. Deze regels voorzien garanties met betrekking tot de toestemming van de patiënt, de informatie aan de patiënt, de beperkte doorgifte en de maximale bewaringstermijn van deze gegevens overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.) <W 2008-12-22/33, art. 105, 013; Inwerkingtreding : 08-01-2009>   [1 De Koning kan strengere maatregelen van toezicht voorzien dan die vereist bij het verdrag inzake psychotrope stoffen en van bijlagen, opgemaakt te Wenen op 21 februari 1971 en bekrachtigd bij wet van 25 juni 1992 houdende instemming met het Verdrag inzake psychotrope stoffen en van de Bijlagen, opgemaakt te Wenen op 21 februari 1971 en dit in toepassing van artikel 23 van dit verdrag.]1   [3 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels bepalen waaronder anonieme gegevens over de samenstelling en over het gebruik van de in deze wet bepaalde stoffen, door de laboratoria en deskundigen, zelfs wanneer ze optreden in het kader van een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek, worden meegedeeld aan de overheden die Hij aanwijst.]3   [3 § 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na het advies te hebben ingewonnen [5 van Sciensano]5, stoffen op grond van een generieke classificatie onderwerpen aan de in § 1 bedoelde regels en toezicht.    De in het voorgaande lid bedoelde generieke classificatie wordt vastgesteld door de Koning, onder meer op basis van de internationale inzichten, aanbevelingen en richtlijnen van het Europese Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving van de Europese Unie en van de Internationale Controleraad voor de verdovende middelen van de Verenigde Naties.]3   [6 § 3. Het FAGG verwerkt persoonsgegevens die nodig zijn voor:    1° het verlenen van vergunningen, erkenningen of certificaten, overeenkomstig deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan;    2° het toezicht op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.    De in het eerste lid bedoelde verwerking gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van Hoofdstuk IV/3 van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.]6   ----------   (1)<W 2009-12-23/03, art. 21, 014; Inwerkingtreding : 08-01-2010>   (2)<W 2013-03-19/03, art. 83, 015; Inwerkingtreding : 08-04-2013>   (3)<W 2014-02-07/21, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 20-03-2014>   (4)<W 2018-10-30/06, art. 37, 019; Inwerkingtreding : 26-11-2018>   (5)<W 2018-02-25/02, art. 63, 020; Inwerkingtreding : 01-04-2018>   (6)<W 2024-04-09/29, art. 2, 028; Inwerkingtreding : 27-05-2024>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 1bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 1bis.<W 1974-07-22/01, art. 34> (De Koning is [1 ...]1) is gemachtigd voor te schrijven dat op de verpakkingen van de in artikel 1 genoemde stoffen aanduidingen betreffende de wijze van hun vernietiging, neutralisering en wegwerking voorkomen. <W 2003-05-03/46, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>   (Hij) is gemachtigd om de voorwaarden te bepalen waaronder die vernietiging, neutralisering en wegwerking dient te geschieden. <W 2003-05-03/46, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>   ----------   (1)<W 2013-03-19/03, art. 84, 015; Inwerkingtreding : 08-04-2013>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 1ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 1ter.[1 De overtredingen van de bepalingen die, in de krachtens deze wet uitgevaardigde koninklijke besluiten, de etikettering betreffen, alsmede van de regelen vastgesteld op grond van artikel 1bis, worden bestraft met een straf van niveau 1.    Indien de overtreding met bedrieglijk opzet werd gepleegd, wordt het misdrijf bestraft met een straf van niveau 2. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete ten hoogste 40.000 euro.]1   ----------   (1)<W 2026-03-16/13, art. 2, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2.[1 De opzettelijke overtredingen van de bepalingen van de krachtens deze wet uitgevaardigde koninklijke besluiten met betrekking tot de giftstoffen, ontsmettingsstoffen of antiseptica worden gestraft:    1° met een straf van niveau 1 wanneer deze overtredingen betrekking hebben op de bewaring en de aflevering van deze stoffen;    2° met een straf van niveau 3 wanneer deze overtredingen betrekking hebben op de invoer, de uitvoer, de vervaardiging, het vervoer, het bezit, de verkoop, het te koop stellen en het aanschaffen onder bezwarende titel of om niet. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete ten hoogste 800.000 euro.]1   ----------   (1)<W 2026-03-16/13, art. 3, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 2bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2bis.[1 § 1. De opzettelijke overtredingen van de bepalingen van de krachtens deze wet uitgevaardigde koninklijke besluiten met betrekking tot de slaapmiddelen, verdovende middelen en de andere psychotrope stoffen die afhankelijkheid kunnen teweegbrengen en waarvan de lijst door de Koning wordt vastgesteld alsmede met betrekking tot de verbouw van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken, worden gestraft naar gelang van het onderscheid gemaakt in het tweede lid en van de categorieën vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met een straf van niveau 3.    De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een onderscheid maken tussen de stoffen opgesomd in de lijst bedoeld in het eerste lid.    § 2. Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor de misdrijven bedoeld in paragraaf 1 neemt de rechter in overweging het feit dat:    a) ze worden gepleegd ten aanzien van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar;    b) het gebruik dat van de in paragraaf 1 bepaalde stoffen ten gevolge van de misdrijven is gemaakt, bij een ander een integriteitsaantasting van de derde graad in de zin van artikel 79, 17°, van het Strafwetboek heeft veroorzaakt.    § 3. De misdrijven bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, worden gestraft met een straf van niveau 4:    a) indien ze worden gepleegd ten aanzien van een minderjarige die meer dan volle twaalf jaar en minder dan volle zestien jaar oud is;    b) indien het gebruik dat ten gevolge van de misdrijven van de in paragraaf 1 bedoelde stoffen is gemaakt, de dood heeft veroorzaakt.    § 4. De misdrijven bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, worden gestraft met een straf van niveau 5:    a) indien ze worden gepleegd ten aanzien van een kind dat geen volle twaalf jaar oud is;    b) indien ze daden zijn van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging of van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 406 van het Strafwetboek.    § 5. De misdrijven bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, worden gestraft met een straf van niveau 6 indien ze daden zijn van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging of van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 406 van het Strafwetboek, in de hoedanigheid van leidend persoon.    § 6. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete ten hoogste 800.000 euro voor de misdrijven bedoeld in dit artikel.    § 7. Met de in dit artikel gestelde straffen, en volgens het daarin gemaakte onderscheid worden gestraft zij die, onder bezwarende titel of om niet, opzettelijk voorbereidende handelingen stellen met het oog op de aanmaak, de verkoop, de levering of de illegale verschaffing van een in paragraaf 1 bedoelde stof, of met het oog op de verbouw van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken.]1   ----------   (1)<W 2026-03-16/13, art. 4, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 2ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2ter.[1 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, naargelang van het onderscheid en van de categorieën die Hij overeenkomstig artikel 2bis, § 1, eerste lid, vaststelt, de misdrijven bepalen die, in afwijking van de straffen bedoeld in artikel 2bis, worden gestraft met:    1° een straf van niveau 1 waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete bij een eerste inbreuk 200 euro bedraagt, en in afwijking van artikel 60 van het Strafwetboek, maximaal 400 euro bij herhaling binnen een jaar na de eerste veroordeling en maximaal 800 euro in geval van nieuwe herhaling binnen een jaar na de tweede veroordeling;    2° een straf van niveau 2. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete ten hoogste 800.000 euro.]1   ----------   (1)<W 2026-03-16/13, art. 5, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 2quater · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2quater.<ingevoegd bij W 2003-05-03/46, art. 8; Inwerkingtreding : 02-06-2003> Overtredingen van de bepalingen van (de Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december inzake drugsprecursoren en de Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren) en van de ter uitvoering ervan uitgevaardigde verordeningen, alsook de overtredingen op de bepalingen van deze wet en van de krachtens deze wet uitgevaardigde koninklijke besluiten met betrekking tot de stoffen die gebruikt kunnen worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, worden gestraft : <W 2006-12-13/35, art. 88, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2007>   1° overeenkomstig de artikelen 231, 249 tot 253 en 263 tot 284 van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977, wanneer het misdrijf of de poging tot misdrijf gepleegd wordt bij het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of bij wederuitvoer van goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 4, 15, van het Communautair Douanewetboek vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992. Onder poging tot misdrijf wordt verstaan het verzenden, het transport of het houden van stoffen met het kennelijke doel ze onder een douaneregeling te plaatsen of ze weder uit te voeren uit het douanegebied van de Gemeenschap;   2° met [2 een straf van niveau 1]2 wanneer deze misdrijven de etikettering en de regels vastgesteld op grond van artikel 1bis, betreffen;   3° met [2 een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 40.000 euro bedraagt]2, wanneer het misdrijf het niet invullen of bijhouden van documenten of registers betreft, het onvolledig of onjuist opstellen, het niet voldoende lang bijhouden en het aanvaarden van onvolledig of onjuist ingevulde documenten, andere dan douanedocumenten;   4° met [2 een straf van niveau 3 waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt]2, wanneer het misdrijf betrekking heeft op :   - het verrichten van activiteiten die betrekking hebben op de vervaardiging, het gebruik, het opslaan, de makelarij, het in de handel brengen, de handel, de invoer, de uitvoer of de doorvoer zonder daartoe de erkenning of de vergunning te hebben verkregen of zonder kennisgeving te hebben gedaan of één van deze activiteiten te hebben verricht zonder dat zij opgenomen zijn in de vergunning of de erkenning of waarvoor er geen kennisgeving is gedaan, met uitzondering van de misdrijven bedoeld onder 1°;   - (de verkoop of het verzenden zonder op correcte wijze de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid, ervan verwittigd te hebben, in de gevallen bepaald door de Koning. De Koning bepaalt de wijze waarop deze verwittiging dient te geschieden.) <W 2006-12-13/35, art. 88, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2007>   - het ter beschikking stellen van stoffen aan andere personen dan degenen aan wie ze ter beschikking mogen worden gesteld.   [1 5° [2 met een straf van niveau 4 indien het in de bepaling onder 4° bedoelde misdrijf een daad is van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging of van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 406 van het Strafwetboek. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete ten hoogste 800.000 euro;]2    6° [2 met een straf van niveau 5 indien het in de bepaling onder 4° bedoelde misdrijf een daad is van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging of van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 406 van het Strafwetboek, in de hoedanigheid van leidend persoon. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete ten hoogste 800.000 euro.]2]1   [1 Met de in het eerste lid, 4° tot 6°, gestelde straffen, en volgens het daarin gemaakte onderscheid, worden gestraft zij die, onder bezwarende titel of om niet, voorbereidende handelingen stellen met het oog op het stellen van een in dezelfde bepalingen bedoeld misdrijf.]1   ----------   (1)<W 2014-02-07/21, art. 4, 016; Inwerkingtreding : 20-03-2014>   (2)<W 2026-03-16/13, art. 6, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3.<W 09-07-1975, art. 3> § 1. (...) <W 2003-05-03/46, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>   (§ 2.) Met de straffen gesteld in artikel 2bis, en volgens het daarin gemaakte onderscheid, worden gestraft zij die, onder bezwarende titel of om niet, voor een ander het gebruik van de in artikel 2bis, § 1, genoemde stoffen [2 opzettelijk]2 gemakkelijker maken door het verschaffen daartoe van een lokaal of door enig ander middel, of [2 opzettelijk]2 tot dit gebruik aanzetten. <W 2002-08-22/48, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 11-10-2002>   (Onder de toepassing van het vorige lid vallen niet het te koop aanbieden, de detailverkoop en de terhandstelling, zelfs kosteloos, als bedoeld in artikel 4, § 2, 6°, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies.) <W 1998-11-17/39, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 23-12-1998>   [1 Degenen die in risicobeperkende gebruiksruimtes die door de bevoegde overheid of het bevoegde lokale bestuur zijn erkend voor een ander het gebruik van de in artikel 2bis, § 1, genoemde stoffen faciliteren gericht op profylaxe tegen besmettelijke ziekten of, meer in het algemeen, op het verminderen van de gezondheids- of veiligheidsrisico's die zijn verbonden aan dat gebruik, vallen evenmin onder de toepassing van het eerste lid.]1   (§ 3.) Met de straffen gesteld in artikel 2bis, en volgens het daarin gemaakte onderscheid, worden gestraft de beoefenaars van de geneeskunde, van de diergeneeskunde of van een paramedisch beroep die [2 opzettelijk]2 misbruik maken van het voorschrijven, toedienen of afleveren van geneesmiddelen die slaapmiddelen, verdovende middelen of psychotropische stoffen bevatten welke afhankelijkheid kunnen teweegbrengen, onderhouden of verergeren. <W 2002-08-22/48, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 11-10-2002>   (§ 4. De behandeling met vervangingsmiddelen verstrekt door een beoefenaar van de geneeskunde kan niet worden bestraft krachtens de vorige paragraaf.   Voor de toepassing van deze wet wordt onder " behandeling met vervangingsmiddelen " verstaan elke behandeling die bestaat in het voorschrijven, toedienen of afgeven aan een verslaafde patiënt van verdovende middelen bij wijze van geneesmiddel en die, in het kader van een therapie, de verbetering van de gezondheid en de levenskwaliteit van de patiënt beoogt en indien mogelijk tot diens ontwenning leidt.   De lijst van verdovende middelen en psychotrope stoffen die bij wijze van geneesmiddel toegelaten zijn voor de behandeling met vervangingsmiddelen wordt bepaald door de Koning op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.   Op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de voorwaarden met betrekking tot :   1° het afgeven en de toediening van het geneesmiddel;   2° de registratie van de behandeling door het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu op voorwaarde dat de reglementering inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt nageleefd.   Voor de geneesmiddelen die Hij bepaalt, bepaalt de Koning, op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voorwaarden wat betreft :   1° het aantal patiënten dat per arts in behandeling mag worden genomen;   2° de begeleiding van de behandeling en de bijscholing van de arts;   3° de contacten die de voorschrijvende arts onderhoudt met een gespecialiseerd centrum of met een netwerk voor behandeling.) <W 2002-08-22/48, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 11-10-2002>   ----------   (1)<W 2023-03-21/03, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 01-09-2023>   (2)<W 2026-03-16/13, art. 7, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4.<W 09-07-1975, art. 4> § 1. [6 ...]6   § 2. [6 Indien een dader of deelnemer aan een misdrijf bedoeld in deze wet een tak van de geneeskunde, de diergeneeskunde of een paramedisch beroep uitoefent, kan de rechter hem tijdelijk of definitief verbieden om die kunde of dat beroep uit te oefenen. Artikel 48, derde en vierde lid, van het Strafwetboek is hierop van toepassing.]6   § 3. [6 Bij veroordeling wegens een van de misdrijven bedoeld in de artikelen 2, 2°, 2bis, 2quater en 3, kan de rechter in afwijking van artikel 59 van het Strafwetboek de sluiting van de inrichting waar de misdrijven zijn gepleegd bevelen. Bovendien kan hij de veroordeelde tijdelijk of voor altijd ontzetten uit het recht zodanige inrichtingen persoonlijk of door tussenpersoon te exploiteren, waarbij artikel 48, derde en vierde lid, van het Strafwetboek van toepassing is. Hij kan eveneens de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling overeenkomstig artikel 58 van het Strafwetboek gelasten.]6   [2 § 3bis. [3 Bij veroordeling wegens een van de misdrijven omschreven in de artikelen 2, 2°, 2bis, 2quater en 3, kan de rechter het tijdelijke verbod uitspreken zich [5 binnen de Belgische havens of havenfaciliteiten]5 in de zin van artikel 2.5.2.3, 4° en 5° van het Belgisch Scheepvaartwetboek te begeven, en om beroepsactiviteiten uit te oefenen in deze Belgische havens of havenfaciliteiten alsook in de dienstverlenende sectoren ten behoeve van deze havens en havenfaciliteiten.]3    De rechter bepaalt de termijn van het verbod, die niet langer dan twintig jaar mag zijn en omkleedt deze uitdrukkelijk met redenen in het vonnis. [6 Artikel 48, derde en vierde lid, van het Strafwetboek is hierop van overeenkomstige toepassing.]6   [6 ...]6]2   § 4. [6 ...]6   (§ 4bis. Wanneer de veroordeelde noch eigenaar noch uitbater is van de in § 3 bedoelde [6 ...]6 inrichting, kan de sluiting enkel worden bevolen indien de ernst van de concrete omstandigheden dit vereist, en dit voor een termijn van maximaal twee jaar [6 ...]6 na dagvaarding in tussenkomst op vordering van het openbaar ministerie van de bovenvermelde eigenaar, respectievelijk uitbater.) <W 1998-11-17/39, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 23-12-1998>   (§ 4ter. De dagvaarding voor de correctionele rechtbank op grond van § 4bis, wordt in het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen gelegen zijn, overgeschreven ten verzoeke van de deurwaarder die het exploot heeft opgemaakt.   De dagvaarding vermeldt de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp van het misdrijf is, en identificeert de eigenaar ervan in de vorm en met de sanctie die in artikel 12 van de wet van 10 oktober 1913 zijn bepaald.   Iedere in de zaak gewezen beslissing wordt op de kant van de overgeschreven dagvaarding vermeld op de wijze bij artikel 84 van de hypotheekwet voorgeschreven.) <W 1998-11-17/39, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 23-12-1998>   § 5. Elke overtreding van [2 de ontzetting, de sluiting of het verbod, opgelegd op grond van de §§ 2, 3, 3bis en 4bis]2, wordt [6 bestraft overeenkomstig artikel 686 van het Strafwetboek]6. <W 1998-11-17/39, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 23-12-1998> <W 2003-05-03/46, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>   § 6. [6 Onverminderd de toepassing van de artikelen 53 en 54 van het Strafwetboek, kan de rechter de verbeurdverklaring bevelen van de voertuigen, toestellen en instrumenten of zaken die hebben gediend of bestemd waren om de in de artikelen 2, 2°, 2bis, 2quater en 3 bedoelde misdrijven te plegen of die er het voorwerp van uitmaken, zelfs indien ze niet het eigendom zijn van de veroordeelde. Iedere derde die beweert recht te hebben op de verbeurdverklaarde zaak, kan dit recht laten gelden binnen een termijn en volgens de nadere regels bepaald door de Koning.]6   [4 Onroerende goederen die hebben gediend of die bestemd waren om de in de artikelen 2, 2°, 2bis, 2quater en 3 omschreven misdrijven te plegen mogen worden verbeurdverklaard, ook al zijn ze geen eigendom van de veroordeelde, onverminderd de rechten die derden te goeder trouw hierop kunnen laten gelden.]4   [1 § 7. De illegale stoffen, alsook de grondstoffen en het materiaal, gebruikt of bestemd voor de illegale productie van de in deze wet bedoelde stoffen, met inbegrip van de verbouw van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken, kunnen onmiddellijk worden vernietigd of definitief buiten gebruik gesteld ingevolge een beslissing van het Openbaar Ministerie, ongeacht de voortzetting van het onderzoek, in de mate dat hun bewaring niet noodzakelijk is om de waarheid aan de dag te brengen. In het kader van een gerechtelijk onderzoek kan deze maatregel maar bevolen worden na akkoord van de bevoegde onderzoeksrechter.    In ieder geval dienen alle in het eerste lid bedoelde zaken te worden vernietigd wanneer de beslissing van het bevoegde rechtscollege, die de verbeurdverklaring ervan beveelt, definitief is geworden.]1   ----------   (1)<W 2014-02-07/21, art. 5, 016; Inwerkingtreding : 20-03-2014>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 16, 021; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (3)<W 2022-10-13/10, art. 25, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2023>   (4)<W 2024-01-18/06, art. 44, 026; Inwerkingtreding : 05-02-2024>   (5)<W 2024-05-16/55, art. 5, 029; Inwerkingtreding : 01-06-2024>   (6)<W 2026-03-16/13, art. 8, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 5 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5.   <Opgeheven bij W 2026-03-16/13, art. 9, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6.[1 Van straffen van niveau 1, 2 of 3 bedoeld in de artikelen 2bis, 2quater en 3, blijven vrij de schuldigen die, vóór de vervolging, aan de overheid de identiteit van de daders van de in die artikelen bedoelde misdrijven of, indien de daders niet bekend zijn, het bestaan van die misdrijven hebben onthuld.    In dezelfde gevallen worden de in diezelfde artikelen bedoelde straffen van niveau 5 of 4 vervangen door een straf van niveau 2.    De in de artikelen 2bis, 2quater en 3 bedoelde straffen van niveau 3 worden vervangen door een straf van niveau 2 ten aanzien van de schuldigen die na het begin van de vervolging de identiteit van onbekend gebleven daders aan de overheid hebben onthuld. In dezelfde gevallen wordt een straf van niveau 2 verminderd tot een straf van niveau 1. In dezelfde gevallen kan een straf van niveau 1 worden vervangen door een op het misdrijf gestelde bijkomende straf.]1   ----------   (1)<W 2026-03-16/13, art. 10, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 6bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6bis. <W 2004-07-09/30, art. 89, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2004> De officieren van gerechtelijke politie en de ambtenaren of beambten, daartoe door de Koning aangewezen, mogen de apotheken, winkels en alle andere plaatsen bestemd voor de verkoop of de aflevering van de in deze wet genoemde stoffen, bezoeken, gedurende de uren dat zij voor het publiek toegankelijk zijn.   Gedurende dezelfde uren mogen zij ook de depots bezoeken die bij de in het vorige lid bedoelde plaatsen aansluiten, zelfs wanneer die depots voor het publiek niet toegankelijk zijn.   Zij mogen te allen tijde de lokalen bezoeken welke dienen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van die stoffen.   Hetzelfde geldt voor de lokalen waarin de in artikel 2bis, § 1, bedoelde stoffen in aanwezigheid van minderjarigen worden gebruikt.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 6/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6/3. [1 Onverminderd de bepalingen van artikel 7, § 3, 3e lid, blijken de inbreuken op de bepalingen vastgesteld bij en krachtens deze wet uit processen-verbaal welke bewijskrachtig zijn tot bewijs van het tegendeel. Afschrift van het proces-verbaal wordt aan de overtreders overgemaakt.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2018-10-30/06, art. 38, 019; Inwerkingtreding : 26-11-2018>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 7.<W 09-07-1975, art. 7> (§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, oefenen [2 statutaire of beëdigde contractuele personeelsleden van onbepaalde duur van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]2 en de daartoe door de Koning aangewezen statutaire, of bij gebreke daarvan, contractuele personeelsleden aangeworven door middel van een contract van onbeperkte duur van (het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten) het toezicht uit op de toepassing van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten en van de [2 Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren, van de Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren]2 en van de desbetreffende ter uitvoering ervan genomen Verordeningen. <W 2006-12-27/32, art. 239, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2007>   De contractuele personeelsleden bedoeld in het eerste lid leggen, voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de minister of zijn afgevaardigde.) <W 2003-12-22/42, art. 268, 008; Inwerkingtreding : 10-01-2004>   (§ 2. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie mogen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in § 1, voorzien van behoorlijke legitimatiebewijzen, bij de uitoefening van hun opdracht :   1° Tussen 5 uur 's ochtends en 9 uur 's avonds, zonder voorafgaande verwittiging, alle plaatsen (bezoeken) (...) waar de in deze wet genoemde stoffen worden verkocht, afgeleverd, afgestaan onder bezwarende titel of om niet, vervaardigd, bereid, bewaard of opgeslagen, of andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn, zelfs indien deze voor het publiek niet toegankelijk zijn (...). <W 2004-07-09/30, art. 90, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2004>   Evenwel mogen zij de in het eerste lid bedoelde plaatsen buiten deze uren (bezoeken), mits zij over een voorafgaande toelating van de (voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg) beschikken. <W 2004-07-09/30, art. 90, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2004>   (Derde lid opgeheven) <W 2004-07-09/30, art. 90, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2004>   (Vierde lid opgeheven) <W 2004-07-09/30, art. 90, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2004>   2° Overgaan tot elk onderzoek, elke controle, en elk verhoor, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen, werkelijk worden nageleefd, en inzonderheid :   a) gelijk welke persoon wiens verhoor zij nodig achten, ondervragen over alle feiten die dienstig kunnen zijn voor de uitoefening van het toezicht;   b) de identiteit opnemen van gelijk welke persoon, wiens verklaring zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht; daartoe kunnen zij van deze personen de overlegging vorderen van officiële identiteitsdocumenten, of deze identiteit trachten te achterhalen met andere middelen, met inbegrip van het maken van foto's, film- en video-opnamen;   c) zich, zonder verplaatsing, alle boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers, [1 die gegevens bevatten]1 die ingevolge de wetgeving waar zij toezicht op uitoefenen, dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, alsmede alle andere boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers die zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht, ter inzage doen voorleggen, alsook uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotokopieën daarvan nemen [1 of zich deze kosteloos laten verstrekken]1, en zelfs gelijk welke van de in dit littera bedoelde informatiedragers tegen ontvangstbewijs in beslag nemen;   d) zich, zonder verplaatsing, alle andere boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers ter inzage doen voorleggen die zij nodig achten voor het volbrengen van hun opdracht en uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotokopieën ervan nemen of zich kosteloos laten verstrekken of zelfs gelijk welke van de in dit littera bedoelde informatiedragers tegen ontvangstbewijs in beslag nemen;   e) alle andere roerende goederen dan deze bedoeld in littera c en d, met inbegrip van roerende goederen die onroerend zijn geworden door incorporatie of door bestemming, ongeacht of de overtreder al dan niet de eigenaar is van deze goederen, die aan hun toezicht onderworpen zijn of aan de hand waarvan overtredingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen, kunnen worden vastgesteld, tegen ontvangstbewijs in beslag nemen of deze verzegelen wanneer dit nodig is om een inbreuk te bewijzen of om de [3 andere daders of deelnemers]3 op te sporen, of wanneer het gevaar bestaat dat met deze goederen de overtredingen worden voortgezet of nieuwe overtredingen zullen worden gepleegd, of nog wanneer het voorwerpen betreft die zaken of vermogensvoordelen bedoeld [3 in artikel 53, § 2, eerste lid,]3 van het Strafwetboek schijnen te vormen;   f) vaststellingen doen door middel van het maken van foto's, film- en video-opnamen;) <W 2003-12-22/42, art. 268, 008; Inwerkingtreding : 10-01-2004>   (§ 3. De statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in § 1, hebben het recht alle dienstige vaststellingen te doen, waarschuwingen te geven, voor de overtreder een termijn te bepalen om zich in regel te stellen en processen-verbaal op te stellen.   (De bevoegdheid tot het geven van een [1 waarschuwing]1 is evenwel beperkt tot de inbreuken die betrekking hebben op giftstoffen, slaapmiddelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica.) <W 2004-04-12/39, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 23-05-2004>   Deze processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is. Een afschrift ervan wordt ter kennis gebracht van de overtreder uiterlijk binnen een termijn van twintig dagen, die een aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. Wanneer de vervaldag, die in deze termijn is inbegrepen, een zaterdag, een zondag of een feestdag is, dan wordt deze verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.   Voor de toepassing van de termijn bepaald in het vorige lid, vormen het geven aan de overtreder van een waarschuwing of van een termijn om zich in regel te stellen, geen vaststelling van de overtreding.   Bij het opmaken van de processen-verbaal kunnen de door hen verrichte materiële vaststellingen, met bewijskracht, gebruikt worden door statutaire of contractuele personeelsleden van dezelfde dienst, van andere inspectiediensten of door statutaire of contractuele personeelsleden belast met het toezicht op de naleving van andere wetgevingen.   In de uitoefening van hun ambt kunnen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in § 1, de bijstand van de openbare macht vorderen.) <W 2003-12-22/42, art. 268, 008; Inwerkingtreding : 10-01-2004>   § 4. De Koning stelt nadere regels voor de monsterneming alsmede voor de organisatie en de werkwijze van de laboratoria, erkend voor de analyse daarvan.   (§ 5. Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>   ----------   (1)<W 2014-05-05/09, art. 24, 017; Inwerkingtreding : 18-07-2014>   (2)<W 2023-07-11/12, art. 3, 025; Inwerkingtreding : 08-09-2023>   (3)<W 2026-03-16/13, art. 11, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 7bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 7bis.<Ingevoegd bij W 2003-12-22/42, art. 269, 008; Inwerkingtreding : 10-01-2004> § 1. De statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 7, § 1, moeten de nodige maatregelen nemen om het vertrouwelijk karakter te respecteren van de gegevens van persoonlijke aard waarvan ze kennis hebben gekregen in de uitoefening van hun opdracht en om te verzekeren dat deze gegevens uitsluitend worden aangewend voor de uitoefening van hun toezichtsopdracht.   § 2. Wanneer zij zulks nodig achten, delen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 7, § 1, de inlichtingen die zij bij hun onderzoek hebben ingewonnen mee, aan alle ambtenaren belast met het toezicht op andere wetgevingen, in zoverre die inlichtingen deze laatsten kunnen aanbelangen bij de uitoefening van het toezicht waarmee ze belast zijn.   Het is verplicht om deze inlichtingen mee te delen wanneer de andere [1 ...]1 in het vorige lid bedoelde personeelsleden erom verzoeken.   Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits toestemming van deze laatste.   Inlichtingen betreffende medische gegevens van persoonlijke aard mogen slechts worden meegedeeld of gebruikt met inachtneming van het medisch beroepsgeheim.   § 3. Alle diensten van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies der hoven en van alle rechtscolleges, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de verenigingen waartoe ze behoren, en van de openbare instellingen die ervan afhangen, zijn gehouden aan de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 7, § 1, op hun verzoek, alle in hun bezit zijnde inlichtingen te verstrekken, hen inzage te verlenen van alle akten, stukken, boeken, registers, documenten, schijven, banden of van gelijk welke andere informatiedragers en hen alle uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopies of fotokopies [1 ervan te verstrekken]1 die zij nuttig achten voor het toezicht op de naleving van de wetgevingen waarmee zij belast zijn.   Alle voornoemde diensten, met uitzondering van de diensten van de gemeenschappen en gewesten, zijn gehouden die inlichtingen, uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopies of fotokopies kosteloos te verstrekken.   Evenwel mogen de akten, stukken, registers, documenten of inlichtingen betreffende gerechtelijke procedures enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toelating van de procureur-generaal of de auditeur-generaal.   § 4. De statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 7, § 1, mogen geen enkel rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben in de ondernemingen of instellingen waarop zij toezicht dienen uit te oefenen.   ----------   (1)<W 2014-05-05/09, art. 25, 017; Inwerkingtreding : 18-07-2014>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 8.[1 § 1. Met een straf van niveau 1 worden gestraft zij die zich opzettelijk niet lenen tot of zich verzetten tegen bezichtiging, inspectie of monsterneming met betrekking tot de in artikel 2 vermelde stoffen door officieren en ambtenaren of statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 7, § 1.    § 2. Met een straf van niveau 3 worden gestraft zij die zich opzettelijk niet lenen tot of zich verzetten tegen bezichtiging, inspectie of monsterneming door diezelfde ambtenaren en statutaire of contractuele personeelsleden, wanneer ze betrekking hebben op de in artikel 2bis of in artikel 2quater bedoelde stoffen. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete ten hoogste 800.000 euro.]1   ----------   (1)<W 2026-03-16/13, art. 12, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 9 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9.   <Opgeheven bij W 2026-03-16/13, art. 13, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 9bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9bis.[1 Onverminderd de bevoegdheden van de rechterlijke instanties en onverminderd de artikelen 134ter en quater van de Nieuwe Gemeentewet, kan de burgemeester, na voorafgaand overleg met de gerechtelijke overheden en indien dat noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde, een publiek toegankelijke inrichting sluiten, indien ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat er illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de teelt, vervaardiging, verkoop, aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsmiddelen, psychotrope stoffen, antiseptica, voorwerpen of stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen. Dit is enkel mogelijk na de verantwoordelijke te hebben gehoord in diens middelen van verdediging.    De maatregel houdt onmiddellijk op uitwerking te hebben indien ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege wordt bevestigd.    De sluitingsmaatregel heeft een maximale duur van zes maanden, tweemaal hernieuwbaar. De beslissing tot hernieuwing van de maatregel zal onmiddellijk ophouden uitwerking te hebben indien ze niet op de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen of van het gemeentecollege wordt bevestigd.]1   ----------   (1)<W 2024-01-15/07, art. 44, 027; Inwerkingtreding : 17-02-2024>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 9ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9ter. <Ingevoegd bij W 2006-07-20/39, art. 38; Inwerkingtreding : 07-08-2006> De persoon die, op een voor het publiek toegankelijke plaats, kennelijk onder invloed van verdovende of psychotrope stoffen wordt aangetroffen, kan, indien zijn aanwezigheid, hetzij voor een ander hetzij voor zichzelf, wanorde, schandaal of gevaar veroorzaakt, onder de verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke politie, bestuurlijk worden aangehouden voor maximaal zes uur. Hij ontvangt, indien zijn toestand zulks vereist, de nodige geneeskundige zorg.   De gerechtelijke autoriteiten worden hiervan in kennis gesteld.   De politie informeert deze personen op het moment van hun vrijlating over de mogelijkheden inzake vrijwillige hulpverlening en deelt hen, zo mogelijk, de nodige adressen en contactpunten mee.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 10 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1921022401

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10.<Ingevoegd bij W 1994-07-14/57, art. 6; Inwerkingtreding : 31-10-1994> § 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, binnen het toepassingsgebied van deze wet maatregelen treffen die nodig zijn voor het uitvoeren van verdragen en van krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale handelingen. Daarbij kan Hij de bepalingen van deze wet aanvullen, opheffen of wijzigen.    § 2. In geval van niet-naleving van de bepalingen genomen ter uitvoering van de in § 1 bedoelde internationale verdragen en handelingen, die geen overtreding uitmaakt van deze wet, wordt deze gestraft met [1 een straf van niveau 3. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete ten hoogste 80.000 euro]1. <W 2003-05-03/46, art. 15, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>    Binnen de grenzen bepaald in het vorige lid omschrijft de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, nader de overtredingen en de straffen toepasselijk op elk daarvan.    § 3. De krachtens dit artikel genomen koninklijke besluiten worden opgeheven wanneer ze niet door de Wetgevende Kamers bekrachtigd werden binnen twee jaar na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.    (§ 4. Dit artikel in niet van toepassing op de materies die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 10, 004; En vigueur : 01-01-2003>   ----------   (1)<W 2026-03-16/13, art. 14, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗