Vertrekbepaling
Art. 433septies. — Oud naar nieuw
Een verbinding in de concordantietabel betekent niet dat beide bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Art. 433septies.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<Ingevoegd bij W 2005-08-10/61, art. 12; Inwerkingtreding : 12-09-2005> Het in artikel 433quinquies, § 1, bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro in de volgende gevallen : 1° ingeval het misdrijf is gepleegd ten opzichte van een minderjarige; 2° ingeval het is gepleegd door misbruik te maken van de [1 kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid]1, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken; 3° ingeval het is gepleegd door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang [4 , of door ontvoering, machtsmisbruik of bedrog]4; [4 3bis° ingeval het is gepleegd door het aanbieden of aanvaarden van betalingen of om het even welke voordelen om de toestemming te verkrijgen van een persoon die gezag heeft over het slachtoffer;]4 4° ingeval het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht; 5° ingeval het misdrijf een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een [3 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]3, hetzij het volledig verlies van een orgaan of van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking heeft veroorzaakt; 6° in geval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt; 7° ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet. [2 De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.]2 ---------- (1)<W 2011-11-26/19, art. 31, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012> (2)<W 2013-06-24/24, art. 7, 097; Inwerkingtreding : 02-08-2013> (3)<W 2016-02-05/11, art. 23, 114; Inwerkingtreding : 29-02-2016> (4)<W 2016-05-31/02, art. 8, 118; Inwerkingtreding : 18-06-2016>
Kandidaatrelaties uit de officiële tabel
Kandidaat uit de officiële concordantietabelActuele artikelverwijzing
Art. 260.
Art. 260 (vroeger art. 261).
Open de officiële nummeringsbronSHA-256 van het bronbestand:
sha256:af7fce545f537ab8ddbb3977af685c886acf3a9ad2cae0ca1b553d67f674127bDe tekst aangenomen door de plenaire vergadering is dezelfde als de tekst aangenomen in tweede lezing door de commissie (DOC 55 3518/011).
Open de officiële nummeringsbronSHA-256 van het bronbestand:
sha256:56b127631f716645ba475b187b0e1b837fa5a2a2c63c6b162efc3c13d6bf6c83 Bepaling aan de andere zijdeArt. 260. — Verzwaarde mensenhandel en mensensmokkel
- Wetboek
- Nieuw Strafwetboek · Boek II
- Tekstversie
Officiële wetstekst
§ 1. Mensenhandel en mensensmokkel worden bestraft met een straf van niveau 4 indien: 1° het misdrijf is gepleegd ten opzichte van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand; 2° het misdrijf is gepleegd door misbruik te maken van de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken; 3° het misdrijf is gepleegd door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang, of door ontvoering, machtsmisbruik of bedrog; 4° het misdrijf is gepleegd door het aanbieden of aanvaarden van betalingen of om het even welk voordeel om de toestemming te verkrijgen van een persoon die gezag heeft over het slachtoffer; 5° het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht; 6° het misdrijf een integriteitsaantasting van de derde graad heeft veroorzaakt; 7° van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt; 8° het misdrijf werd gepleegd met een discriminerende drijfveer; 9° het misdrijf een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet. De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Indien de mensenhandel met als doel de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting werd gepleegd ten aanzien van een minderjarige, zijn de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 2, van toepassing. § 2. Mensenhandel en mensensmokkel worden bestraft met een straf van niveau 5 indien: 1° het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt, zonder dat het misdrijf werd gepleegd met het oogmerk te doden; 2° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet. De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Bronverificatie (bronbestand, locator en hashes)
Referentie in parlementair ontwerp
DOC 55K3518/001
Open het officiële parlementaire documentSHA-256 van het bronbestand:
sha256:d2d33a869f4fed577ac2d5a5322e33ef1dffba6d5e2e48ecdddf8ca9c8284845Dit officiële parlementaire document levert kandidaatrelaties voor juridische review. De tabel bewijst niet dat bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Officiële tabelrij
CONCORDANTIETABEL; fysieke pagina 1200
Art. 261. Verzwaarde mensenhandel en mensensmokkel || artikel 433septies van het Strafwetboek + artikel 77quater van de wet van 15 december 1980 (mensensmokkel)
bron 0–160