Vertrekbepaling
Art. 41bis. — Oud naar nieuw
Een verbinding in de concordantietabel betekent niet dat beide bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Art. 41bis.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<Ingevoegd bij W 1999-05-04/60, art. 8; Inwerkingtreding : 02-07-1999> § 1. De geldboeten toepasselijk op misdrijven gepleegd door rechtspersonen, zijn : in criminele en correctionele zaken : - wanneer de wet op het feit levenslange vrijheidsstraf stelt : geldboete van tweehonderdveertig duizend [euro] tot zevenhonderdtwintigduizend [euro]; <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> - wanneer de wet op het feit vrijheidsstraf en geldboete stelt, of een van de straffen alleen : geldboete van minimum vijfhonderd [euro] vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de minimumvrijheidsstraf, doch niet lager dan de minimumgeldboete op het feit gesteld; met als maximum tweeduizend [euro] vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de maximumvrijheidsstraf, doch niet lager dan het dubbele van de maximumgeldboete op het feit gesteld; <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> - wanneer de wet op het feit enkel geldboete stelt : geldboete met minimum en maximum als door de wet op het feit gesteld; in politiezaken : - geldboete van vijfentwintig [euro] tot tweehonderdvijftig [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> § 2. Voor het bepalen van de straf bedoeld in § 1 zijn de bepalingen van Boek I van toepassing.
Er is voor deze bepaling geen kandidaatrelatie gepubliceerd. Daaruit volgt geen inhoudelijke conclusie; juridische review blijft nodig.