Vertrekbepaling
Art. 639. — Nieuw naar oud
Een verbinding in de concordantietabel betekent niet dat beide bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Art. 639. — Bijkomende straf
- Wetboek
- Nieuw Strafwetboek · Boek II
- Tekstversie
Officiële wetstekst
In afwijking van artikel 52 is het maximumbedrag van de geldboete: - voor de feiten bedoeld in artikel 638, § 2, eerste lid, 1° en 2° : 80.000 euro; - voor de feiten bedoeld in artikel 638, § 2, eerste lid, 3° : 400.000 euro; - voor de feiten bedoeld in artikel 638, § 2, eerste lid, 4° : 600.000 euro. Het maximumbedrag van de geldboete wordt verder verhoogd indien de persoon met een openbare functie: 1° de invloed waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikte, effectief heeft aangewend; 2° de onrechtmatige handeling heeft verricht of nagelaten heeft een handeling te verrichten die tot zijn ambtsplichten behoort; 3° een lid van de politiediensten, een magistraat, een juridisch medewerker van een rechtscollege of het openbaar ministerie of een jurylid is; 4° een persoon met een openbare functie in een vreemde Staat of in een internationale publiekrechtelijke organisatie is. In deze gevallen is het maximumbedrag van de geldboete: - voor de feiten bedoeld in artikel 638, § 2, eerste lid, 1° en 2° : 200.000 euro; - voor de feiten bedoeld in artikel 638, § 2, eerste lid, 3° : 600.000 euro; - voor de feiten bedoeld onder artikel 638, § 2, eerste lid, 4° : 800.000 euro.
Kandidaatrelaties uit de officiële tabel
Kandidaat uit de officiële concordantietabelTabeltopologie: Samenvoeging
Actuele artikelverwijzing
Art. 639.
Art. 639 (vroeger art. 638).
Open de officiële nummeringsbronSHA-256 van het bronbestand:
sha256:af7fce545f537ab8ddbb3977af685c886acf3a9ad2cae0ca1b553d67f674127bDe tekst aangenomen door de plenaire vergadering is dezelfde als de tekst aangenomen in tweede lezing door de commissie (DOC 55 3518/011).
Open de officiële nummeringsbronSHA-256 van het bronbestand:
sha256:56b127631f716645ba475b187b0e1b837fa5a2a2c63c6b162efc3c13d6bf6c83 Bepaling aan de andere zijdeArt. 247.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 1999-02-10/39, art. 4, 023; Inwerkingtreding : 02-04-1999> § 1. Indien de omkoping het verrichten door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een rechtmatige maar niet aan betaling onderworpen handeling van zijn ambt tot doel heeft, is de straf een gevangenisstraf [1 van zes maanden tot vier jaar]1 en een geldboete van 100 [euro] tot 10 000 [euro] of één van die straffen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf [1 van een jaar tot vier jaar]1 en een geldboete van 100 [euro] tot 25 000 [euro] of één van die straffen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> § 2. Indien de omkoping het verrichten door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een onrechtmatige handeling naar aanleiding van de uitoefening van zijn ambt of het nalaten van een handeling die tot zijn ambtsplichten behoort tot doel heeft, is de straf een gevangenisstraf [1 van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 50 000 euro]1. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval dat voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf [1 van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 75 000 euro]1. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Ingeval de omgekochte persoon de onrechtmatige handeling heeft verricht of nagelaten heeft een handeling te verrichten die tot zijn ambtsplichten behoort, wordt deze gestraft met gevangenisstraf [1 van drie jaar tot vijf jaar]1 en met geldboete van 100 [euro] tot 75 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> § 3. Indien de omkoping het plegen door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een misdaad of een wanbedrijf naar aanleiding van de uitoefening van zijn ambt tot doel heeft, is de straf een gevangenisstraf [1 van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 75 000 euro]1. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> § 4. Indien de omkoping het gebruik tot doel heeft door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van de echte of vermeende invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen, is de straf een gevangenisstraf [1 van zes maanden tot vier jaar]1 en een geldboete van 100 [euro] tot 10 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf [1 van een jaar tot vier jaar]1 en een geldboete van 100 [euro] tot 25 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien de omgekochte persoon de invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikte, effectief heeft aangewend, wordt deze gestraft met gevangenisstraf [1 van drie jaar tot vijf jaar en met geldboete van 100 euro tot 75 000 euro]1. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> ---------- (1)<W 2021-02-17/04, art. 25, 144; Inwerkingtreding : 24-02-2021>
Bepaling aan de andere zijdeArt. 248.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 1999-02-10/39, art. 4, 023; Inwerkingtreding : 02-04-1999> Wanneer de feiten bedoeld in de artikelen 246 en 247, §§ 1 tot 3, een politieambtenaar, een persoon met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie of een lid van het openbaar ministerie betreffen, worden de omkoper en de omgekochte gestraft met een straf waarvan het maximum wordt gebracht op het dubbele van de straf die in artikel 247 voor de feiten is bepaald.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 249.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 1999-02-10/39, art. 4, 023; Inwerkingtreding : 02-04-1999> § 1. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een arbiter betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf een gevangenisstraf [1 van een jaar tot vier jaar]1 en een geldboete van 100 [euro] tot 50 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> § 2. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een rechterassessor of een gezworene betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf een gevangenisstraf [1 van drie jaar tot vijf jaar]1 en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> § 3. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een rechter betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> ---------- (1)<W 2021-02-17/04, art. 26, 144; Inwerkingtreding : 24-02-2021>
Bepaling aan de andere zijdeArt. 250.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
[1 Indien de in de artikelen 246 tot 249 bepaalde omkoping een persoon betreft die een openbaar ambt uitoefent in een vreemde Staat of in een internationale publiekrechtelijke organisatie, worden het minimum van de geldboetes verdrievoudigd en het maximum van de geldboetes vervijfvoudigd.]1 ---------- (1)<W 2016-02-05/11, art. 22, 114; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
Bronverificatie (bronbestand, locator en hashes)
Referentie in parlementair ontwerp
DOC 55K3518/001
Open het officiële parlementaire documentSHA-256 van het bronbestand:
sha256:d2d33a869f4fed577ac2d5a5322e33ef1dffba6d5e2e48ecdddf8ca9c8284845Dit officiële parlementaire document levert kandidaatrelaties voor juridische review. De tabel bewijst niet dat bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Officiële tabelrij
CONCORDANTIETABEL; fysieke pagina 1224
Art. 638. Bijkomende straf || artikelen 247, § 4, laatste lid, 247, § 2, laatste lid, 248, 249 en 250 van het Strafwetboek
bron 0–122