Vertrekbepaling
Art. 425. — Nieuw naar oud
Een verbinding in de concordantietabel betekent niet dat beide bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Art. 425. — Definities
- Wetboek
- Nieuw Strafwetboek · Boek II
- Tekstversie
Officiële wetstekst
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1° de effecten: de obligaties en de daartoe behorende rentebewijzen, de kasbonnen, de cheques of de overschrijvingen uitgegeven door de schatkist, alsook de obligaties van de openbare schuld van een andere Staat, de aandelen, de obligaties of de andere effecten die wettig zijn uitgegeven door de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de openbare besturen of instellingen, onder welke benaming ook, door vennootschappen of particulieren, alsook de rente- of dividendbewijzen behorende tot die verschillende effecten, ongeacht of zij zijn uitgegeven in België of in een andere Staat; 2° het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten: de muntstempels, muntmatrijzen, giet- of drukvormen, platen of andere voorwerpen of middelen bestemd tot het vervaardigen van de munt of van effecten; 3° de plakpostzegels en de andere zegels: de plakpostzegels, de andere nationale of buitenlandse plakzegels, de zegels die gedrukt worden op de documenten die bpost of de post van een andere staat uitgeeft, de frankeerwaarde die vertegenwoordigd worden door afdrukken van machines of door symbolen die door bpost of door de post van een andere Staat erkend zijn; De zegels die gedrukt worden op de documenten en de frankeerwaarde die vertegenwoordigd wordt door afdrukken van machines of door symbolen die uitgegeven worden of erkend worden door een onderneming die postdiensten aanbiedt vallen onder toepassing van deze definitie. 4° de veiligheidskenmerken: hologrammen, watermerken of andere muntbestanddelen die worden gebruikt om de munt tegen namaking of vervalsing te beveiligen; 5° het niet-contant betaalinstrument: een immaterieel of materieel, beveiligd apparaat of voorwerp of een immateriële of materiële, beveiligde registratie, of een combinatie daarvan, waarmee de houder of gebruiker, al dan niet in combinatie met een procedure of geheel van procedures, geld of monetaire waarde kan overmaken, waaronder door middel van digitale betaalmiddelen, en dat niet wordt bedoeld in artikel 79, 27°.
Kandidaatrelaties uit de officiële tabel
Kandidaat uit de officiële concordantietabelTabeltopologie: Samenvoeging
Actuele artikelverwijzing
Art. 425.
Art. 425 (vroeger art. 428).
Open de officiële nummeringsbronSHA-256 van het bronbestand:
sha256:af7fce545f537ab8ddbb3977af685c886acf3a9ad2cae0ca1b553d67f674127bDe tekst aangenomen door de plenaire vergadering is dezelfde als de tekst aangenomen in tweede lezing door de commissie (DOC 55 3518/011).
Open de officiële nummeringsbronSHA-256 van het bronbestand:
sha256:56b127631f716645ba475b187b0e1b837fa5a2a2c63c6b162efc3c13d6bf6c83 Bepaling aan de andere zijdeArt. 173.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 2001-04-04/39, art. 5, 031; Inwerkingtreding : 03-07-2001> Met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar worden gestraft de namakers of vervalsers van schuldbrieven door de Staatskas uitgegeven rentebewijzen behorende tot die schuldbrieven, waardebonnen, cheques, overschrijvingen uitgegeven door de thesaurie, biljetten aan toonder door de Staatskas uitgegeven of bankbiljetten aan toonder die wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte door of krachtens een wet is toegelaten of die zijn uitgedrukt in euro. Met dezelfde straffen worden gestraft de namakers of vervalsers van biljetten aan toonder die wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte is toegelaten door een wet van een vreemd land of op grond van een bepaling die aldaar kracht van wet heeft.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 174.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar worden gestraft de namakers of vervalsers, hetzij van schuldbrieven aan toonder van de openbare schuld van een vreemd land, hetzij van rentebewijzen behorende tot die effecten (...) <W 12-07-1932, art. 1, 6°> <W 2003-01-23/42, art. 45, 040; Inwerkingtreding : 13-03-2003>
Bepaling aan de andere zijdeArt. 175.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
(Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 2003-01-23/42, art. 46, 040; Inwerkingtreding : 13-03-2003> De namakers of vervalsers hetzij van aandelen, schuldbrieven of andere effecten die wettig zijn uitgegeven door provincies, gemeenten, openbare besturen of instellingen, onder welke benaming ook, door vennootschappen of bijzondere personen, hetzij van rente of dividendbewijzen behorende tot die verschillende effecten, worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien de uitgifte in België heeft plaatsgehad, en met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar indien de uitgifte heeft plaatsgehad in het buitenland.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 180.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 2001-04-04/39, art. 7, 031; Inwerkingtreding : 03-07-2001> Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar worden gestraft : Zij die hetzij rijksstempels, hetzij keurstempels die dienen voor het merken van goud of zilver, namaken of vervalsen. Zij die van die nagemaakte of vervalste stempels of keurstempels gebruik maken. Zij die muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen bestemd tot het vervaardigen van de munten, namaken of vervalsen. De namakers of vervalsers van stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen die dienen voor het vervaardigen hetzij van zegels, hetzij van aandelen, schuldbrieven, rente- of dividendbewijzen, hetzij van biljetten aan toonder door de Staatskas uitgegeven of van bankbiljetten die wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte door of krachtens een wet is toegelaten of in euro zijn uitgedrukt.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 185bis.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 2001-04-04/39, art. 8, 031; Inwerkingtreding : 03-07-2001> Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar worden gestraft : Zij die met bedrieglijk opzet [1 zich aanschaffen of bezitten]1 hetzij nagemaakte of vervalste muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen als bedoeld in artikel 180, voorlaatste lid, hetzij echte muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen, bestemd tot het vervaardigen van munten. Zij die met bedrieglijk opzet [1 zich aanschaffen of bezitten]1 hetzij nagemaakte of vervalste stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen, uit hun aard bestemd tot het namaken of het vervalsen van biljetten aan toonder door de Staatskas uitgegeven of van bankbiljetten die wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte door of krachtens een wet is toegelaten of in euro zijn uitgedrukt, hetzij echte stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen bestemd tot het vervaardigen van die biljetten. [1 Zij die met bedrieglijk opzet veiligheidskenmerken die worden gebruikt om munten of biljetten tegen vervalsing te beveiligen, vervaardigen, ontvangen of in bezit hebben of zich dergelijke veiligheidskenmerken aanschaffen.]1 ---------- (1)<W 2017-10-18/09, art. 2, 125; Inwerkingtreding : 13-11-2017>
Bepaling aan de andere zijdeArt. 186.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 2001-04-04/39, art. 9, 031; Inwerkingtreding : 03-07-2001> Zij die zegels, stempels of merken die bestemd zijn voor een van de doeleinden in de artikelen 179 en 180 aangegeven en die toebehoren aan vreemde landen, namaken of vervalsen, of die van zulke nagemaakte of vervalste zegels, stempels of merken gebruik maken, worden gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar. Met dezelfde straffen worden gestraft : Zij die muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen bestemd tot het vervaardigen van vreemde munten, namaken of vervalsen. Zij die stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen namaken of vervalsen welke dienen voor het vervaardigen van biljetten aan toonder door een vreemde Staat uitgegeven of van bankbiljetten die aldaar wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte is toegelaten door een wet van een vreemd land of door een bepaling die aldaar kracht van wet heeft. Zij die het zegel, het stempel of het merk van enige vreemde overheid namaken of van de nagemaakte zegels, stempels of merken gebruik maken, worden gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en kunnen worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33. Poging tot dat wanbedrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 187.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
(Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar wordt gestraft hij die zich echte zegels, stempels of merken, bestemd voor een van de doeleinden in de artikelen 179 en 180 aangegeven en toebehorende aan vreemde landen, wederrechtelijk aanschaft en ze aanwendt of gebruikt met benadeling van de rechten en belangen van die landen, van enige overheid of zelfs van een bijzondere persoon.) <W 22-06-1896, art. 2> Poging tot dat wanbedrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 187bis.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 2001-04-04/39, art. 10, 031; Inwerkingtreding : 03-07-2001> Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar wordt gestraft : Hij die met bedrieglijk opzet ontvangt of zich aanschaft hetzij nagemaakte of vervalste muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen als bedoeld in artikel 186, derde lid, hetzij echte muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen bestemd tot het vervaardigen van vreemde munten. Hij die met bedrieglijk opzet ontvangt of zich aanschaft hetzij nagemaakte of vervalste stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen als bedoeld in artikel 186, vierde lid, hetzij echte stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen welke bestemd zijn tot het vervaardigen van biljetten aan toonder door een vreemde Staat uitgegeven of van bankbiljetten die aldaar wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte is toegelaten door een wet van een vreemd land of door een bepaling die aldaar kracht van wet heeft.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 188.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
Met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar worden gestraft en tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 kunnen worden veroordeeld zij die nationale of vreemde postzegels of andere plakzegels namaken of de nagemaakte zegels te koop stellen of in omloop brengen. Poging tot namaking wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 190bis.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<Ingevoegd bij W 1991-03-21/30, art. 150, 006; Inwerkingtreding : 01-10-1992> De bepalingen van de artikelen 188 tot 190 zijn niet alleen van toepassing op de plakpostzegels, maar eveneens op die welke gedrukt worden op documenten die [1 bpost]1 uitgeeft, evenals op de [euro]eerwaarden die vertegenwoordigd worden door afdrukken van machines of door symbolen die door [1 bpost]1 erkend zijn. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> ---------- (1)<W 2010-12-13/07, art. 4, 081; Inwerkingtreding : 17-01-2011>
Bronverificatie (bronbestand, locator en hashes)
Referentie in parlementair ontwerp
DOC 55K3518/001
Open het officiële parlementaire documentSHA-256 van het bronbestand:
sha256:d2d33a869f4fed577ac2d5a5322e33ef1dffba6d5e2e48ecdddf8ca9c8284845Dit officiële parlementaire document levert kandidaatrelaties voor juridische review. De tabel bewijst niet dat bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Officiële tabelrij
CONCORDANTIETABEL; fysieke pagina 1211
Art. 428. Definities || artikelen 173 tot 175, 180, 185bis , 186, 187, 187bis , 188 tot 190bis van het Strafwetboek + Richtlijn 2014/62/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij en ter vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad
bron 0–345