Vertrekbepaling
Art. 226. — Nieuw naar oud
Een verbinding in de concordantietabel betekent niet dat beide bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Art. 226. — Gijzeling
- Wetboek
- Nieuw Strafwetboek · Boek II
- Tekstversie
Officiële wetstekst
Gijzeling is de vrijheidsberoving of ontvoering gepleegd met het oogmerk het slachtoffer borg te doen staan voor de voldoening aan een bevel of voorwaarde. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 5.
Kandidaatrelaties uit de officiële tabel
Kandidaat uit de officiële concordantietabelTabeltopologie: Samenvoeging
Actuele artikelverwijzing
Art. 226.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 2.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
Geen misdrijf kan worden gestraft met straffen die bij de wet niet waren gesteld voordat het misdrijf werd gepleegd. Indien de straf, ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, wordt de minst zware straf toegepast.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 347bis.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 2000-11-28/35, art. 4, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> § 1. Gijzeling is de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering van personen om deze borg te doen staan voor de voldoening aan een bevel of een voorwaarde, onder meer een misdaad of een wanbedrijf voor te bereiden of te vergemakkelijken, de vlucht, de ontvluchting van de daders van een misdaad of wanbedrijf of hun medeplichtigen in de hand te werken, hun vrijlating te verkrijgen of ze hun straf te doen ontgaan. § 2. Gijzeling wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar. [1 De straf is levenslange opsluiting indien de gijzelaar een minderjarige is of een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was.]1 § 3. Behalve in de in § 4 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar tot twintig jaar indien binnen vijf dagen na de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering, de gijzelaar vrijwillig wordt vrijgelaten zonder dat aan het bevel of aan de voorwaarde is voldaan. § 4. De straf is levenslange opsluiting in de volgende gevallen : 1° indien de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering van de gijzelaar, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij [2 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]2, hetzij het volledige verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij zware verminking, hetzij de dood ten gevolge heeft; 2° (indien de gijzelaars zijn onderworpen aan de handelingen bedoeld [3 in artikel 417/2]3, eerste lid.) <W 2002-06-14/42, art. 2, 036; Inwerkingtreding : 24-08-2002> ---------- (1)<W 2011-11-26/19, art. 4, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012> (2)<W 2016-02-05/11, art. 23, 114; Inwerkingtreding : 29-02-2016> (3)<W 2022-03-21/01, art. 92, 148; Inwerkingtreding : 01-06-2022> ---------- (1)<W 2022-03-21/01, art. 93, 148; Inwerkingtreding : 01-06-2022>
Bronverificatie (bronbestand, locator en hashes)
Referentie in parlementair ontwerp
DOC 55K3518/001
Open het officiële parlementaire documentSHA-256 van het bronbestand:
sha256:d2d33a869f4fed577ac2d5a5322e33ef1dffba6d5e2e48ecdddf8ca9c8284845Dit officiële parlementaire document levert kandidaatrelaties voor juridische review. De tabel bewijst niet dat bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Officiële tabelrij
CONCORDANTIETABEL; fysieke pagina 1197
Art. 226. Gijzeling || artikel 347bis , §§ 1 en 2, eerste lid, van het Strafwetboek
bron 0–83