Gratis brononderzoek

Uitvoeringsregels wapens

Vijf besluiten over vergunningen, modellen, bewaring, vervoer, wettige redenen, laders en wapencategorieën.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-07 · Bijgewerkt volgens bron: 2019-09-25

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

126 bronvarianten

  1. Art. 1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK I. - Definitie.

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet onder " de wet " worden verstaan (...) de Wapenwet van 8 juni 2006. <KB 2008-10-16/32, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK II. - Erkenning met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in de artikelen (5, 6 en 21) van de wet. <KB 2008-10-16/32, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2. (De aanvraag om erkenning bedoeld in de artikelen 5, 6 en 21 van de wet wordt door middel van een formulier, verkrijgbaar bij zijn diensten, ingediend bij de gouverneur bevoegd voor de plaats waar de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, zal worden uitgeoefend.) <KB 2008-10-16/32, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>   De aanvrager voegt bij de aanvraag tot erkenning een getuigschrift van goed zedelijk gedrag, opgemaakt ten laatste drie maanden voor de indiening van de aanvraag, alsmede de stukken die de identificatie van de aanvrager en van zijn activiteit mogelijk maken.   Indien de aanvrager een rechtspersoon is, moet een getuigschrift van goed zedelijk gedrag worden bijgevoegd voor iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris of persoon aangesteld voor het bestuur of het beheer.   (De aanvrager van een erkenning bedoeld in de artikelen 5 en 21 van de wet toont de herkomst van de voor de activiteit aangewende financiële middelen aan door middel van deugdelijke schriftelijke bewijzen, zoals bankdocumenten en financiële overeenkomsten.) <KB 2008-10-16/32, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK II. - Erkenning met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in de artikelen (5, 6 en 21) van de wet. <KB 2008-10-16/32, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3. (De gouverneur of de Minister van Justitie geeft kennis van zijn beslissing tot erkenning of weigering bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs.) <KB 2008-10-16/32, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>   Een afschrift van de beslissing wordt binnen acht dagen toegezonden aan de bevoegde (lokale politie) en procureur des Konings. <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   In geval van erkenning, zelfs gedeeltelijk, verstrekt de gouverneur (of de Minister) aan betrokkene een getuigschrift van erkenning opgemaakt overeenkomstig het model nr. 2 in bijlage (behalve voor een erkenning overeenkomstig artikel 6, § 2, van de wet, waarvoor een getuigschrift op basis van het model 7 in bijlage wordt opgesteld). Hij geeft daarvan kennis aan de proefbank voor vuurwapens. <KB 2008-10-16/32, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>   In geval van erkenning, zelfs gedeeltelijk, van een verzameling of van een museum van (vergunningsplichtige vuurwapens) of van munitie voor die wapens, verstrekt hij aan betrokkene een getuigschrift van erkenning opgemaakt overeenkomstig het model nr. 3 in bijlage. Hij geeft daarvan kennis aan de proefbank voor vuurwapens. <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   De beslissing houdende gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning moet met redenen zijn omkleed. De kennisgeving moet de rechtsmiddelen vermelden die ter beschikking staan van betrokkene.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 4 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK II. - Erkenning met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in de artikelen (5, 6 en 21) van de wet. <KB 2008-10-16/32, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4. (opgeheven) <KB 2008-10-16/32, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 5 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK II. - Erkenning met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in de artikelen (5, 6 en 21) van de wet. <KB 2008-10-16/32, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5. (opgeheven) <KB 2008-10-16/32, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK II. - Erkenning met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in de artikelen (5, 6 en 21) van de wet. <KB 2008-10-16/32, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6. In geval van schorsing, intrekking of beperking van de erkenning overeenkomstig (artikel 7, § 2), van de wet, geeft de gouverneur aan de houder van de erkenning kennis van zijn beslissing bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs. De beslissing wordt gezonden naar het adres vermeld op het getuigschrift van erkenning of naar het adres dat de houder krachtens artikel 8 heeft medegedeeld. <KB 2008-10-16/32, art. 8, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>   De beslissing van schorsing, intrekking of beperking van de erkenning is gemotiveerd en vermeldt de termijn waarbinnen de door de houder van de erkenning in bezit gehouden wapens in bewaring moeten worden gegeven bij of overgedragen aan een erkend persoon.   Die beslissing brengt de verplichting mee om het getuigschrift van erkenning terug te zenden binnen acht dagen te rekenen van de beëindiging van de door de gouverneur verleende termijn. De gouverneur kan de (lokale politie) ermee belasten het getuigschrift van erkenning bij de betrokken persoon terug te nemen. <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   Binnen acht dagen te rekenen van de inbewaargeving of de overdracht geeft de erkende persoon bij wie de opslag of de overdracht is geschied, daarvan kennis aan de gouverneur door middel van het bij de kennisgeving gevoegde formulier.   Een afschrift van de beslissing van schorsing, intrekking of beperking van de erkenning wordt binnen acht dagen toegezonden aan de bevoegde (lokale politie) en procureur des Konings, alsook aan de proefbank voor vuurwapens. <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 7 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK II. - Erkenning met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in de artikelen (5, 6 en 21) van de wet. <KB 2008-10-16/32, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 7. (opgeheven) <KB 2008-10-16/32, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK II. - Erkenning met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in de artikelen (5, 6 en 21) van de wet. <KB 2008-10-16/32, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 8. (Bij definitieve beëindiging van de activiteit die het voorwerp van de erkenning is, geeft de houder daarvan binnen acht dagen kennis aan de gouverneur en zendt hij hem het getuigschrift terug. Een wijziging van de gegevens vermeld in het getuigschrift van erkenning wordt vooraf gevraagd aan de gouverneur, die het document kan aanpassen als de wet het toelaat.) <KB 2008-10-16/32, art. 10, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>   (Hij doet hetzelfde in geval van wijziging van de gegevens gevoegd bij de aanvraag tot erkenning en, wanneer de houder van de erkenning een rechtspersoon is, in geval van verandering van een persoon bedoeld in artikel 2, derde lid.) <KB 1995-03-30/40, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 23-04-1995>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK III. - (Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet)) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9. § 1. (...) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   § 2. (...) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   § 3. De aanvraag van een vergunning tot het voorhanden hebben van een (vergunningsplichtig vuurwapen) moet volgende vermeldingen bevatten : <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   1° de identificatie van de aanvrager : naam, voornamen, nationaliteit, adres, plaats en datum van geboorte. Indien het een rechtspersoon betreft, de firma of de naam van de vennootschap, de zetel van de vennootschap, de identiteit van de zaakvoerder, van de voorzitter of van de gedelegeerd bestuurder;   2° de beschrijving van het wapen waarop de aanvraag betrekking heeft : aard en kaliber;   3° de vermelding dat het wapen in België zal worden aangekocht of zal worden ingevoerd;   4° het adres waar het wapen over het algemeen voorhanden zal worden gehouden;   5° de redenen van de aanvraag.   (6° het medisch attest bedoeld in artikel 11, § 3, 6°, van de Wapenwet.) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 9bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK III. - (Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet)) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9bis.<KB 1996-08-04/72, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 23-08-1996> § 1. De overheid belast met de afgifte van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen   1° onderwerpt de aanvrager eerst aan een theoretische proef om na te gaan of hij de regeling inzake het voorhanden hebben, het dragen, het vervoeren en het gebruik van het wapen waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, alsook inzake de aankoop van munitie voor dat wapen kent;   2° [1 ...]1   3° gaat tenslotte na of de aanvrager de in par. 3 bedoelde praktische proef moet ondergaan of hiervan is vrijgesteld overeenkomstig par. 2, en levert hem desgevallend een attest af waarin hij wordt doorverwezen naar een organisator van de praktische proef.   (Indien de aanvrager meent dat hij nog niet over voldoende ervaring beschikt om te slagen voor de praktische proef of indien hij er niet voor is geslaagd, wordt de procedure opgeschort voor een periode van een jaar, tenzij de aanvrager binnen die termijn slaagt voor de praktische proef. Als hij van de vergunningverlenende overheid een gedateerd attest ontvangt, dat hij voldoet aan alle andere wettelijke voorwaarden voor het bekomen van de vergunning, dan mag hij zich gedurende deze periode voorbereiden op de praktische proef in een erkende schietstand. Dit moet gebeuren met een wapen en munitie die hem uitsluitend met dit doel ter plaatse ter beschikking worden gesteld door de uitbater, de houder van de vergunning tot het voorhanden hebben ervan, of de houder van een sportschutterslicentie. Op het einde van deze periode moet de aanvrager slagen voor de praktische proef, zoniet wordt de vergunning geweigerd.) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   § 2. Van de praktische proef wordt vrijgesteld :   1° de houder van een jachtverlof of van een daarmee gelijkgesteld stuk bepaald door de Minister van Justitie, die tevens houder is van een vuurwapen van een type zoals bedoeld in par. 3, vergelijkbaar met dat waarvoor hij een aanvraag heeft gedaan;   2° de aanvrager die bewijst dat hij in de loop van de laatste vijf jaar gedurende minstens zes maanden een geregelde professionele of sportieve activiteit uitoefent of heeft uitgeoefend, waarvoor hij een vuurwapen van een type zoals bedoeld in par. 3, vergelijkbaar met dat waarvoor hij een aanvraag heeft gedaan, voorhanden had of droeg;   3° de houder van een attest afgegeven door een in par. 3, derde lid, bedoelde organisator, volgens hetwelk hij is geslaagd voor een praktische proef met een vuurwapen van een type zoals bedoeld in par. 3, vergelijkbaar met dat waarvoor hij een aanvraag heeft gedaan;   4° de aanvrager van een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen met uitsluiting van munitie;   5° (...) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   6° (...) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   7° (...) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   § 3. De aanvrager die overeenkomstig par. 1, 3° een praktische proef moet afleggen, doet dit met een vuurwapen van het type waarvoor hij de vergunning aanvraagt. Voor de toepassing van dit besluit zijn deze types de revolvers, de pistolen, de schoudervuurwapens en de vuurwapens op zwart kruit.   De praktische proef heeft betrekking op het veilig uitvoeren van de volgende handelingen : laden, ontladen, wapenen, ontwapenen, schieten en beperkt demonteren van het wapen - gewoonlijk "velduiteenname" genoemd -; dragen, hanteren en gebruiken van het wapen in een schietstand; de richtapparatuur gebruiken, de terugslag en de schietrichting beheersen. Voor het afleggen van deze proef mag de aanvrager zonder vergunning een wapen hanteren en afvuren.   Deze proef wordt, naar keuze van de aanvrager, georganiseerd door hetzij een politiedienst of een erkende politieschool, hetzij door de verantwoordelijken die worden aangewezen door de schuttersfederaties die zijn erkend door de gemeenschapsoverheden bevoegd voor sport.   Een attest met het resultaat van deze proef wordt medegedeeld aan de aanvrager en aan de overheid belast met de afgifte van de vergunning.   § 4. (...) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   ----------   (1)<KB 2010-10-10/01, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 28-07-2010>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 10 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK III. - (Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet)) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10. De vergunningen worden ingeschreven in een soucheboekje in de vorm van het model nr. 4 in bijlage, waarvan elk blad uit drie delen bestaat :   1° een souche die moet worden bewaard door de overheid die de vergunning uitreikt;   2° een deel A bestemd voor de houder van de vergunning;   3° een deel B bestemd voor de overheid die de vergunning heeft uitgereikt.   De vergunning is gedagtekend en verleent aan de houder ervan het recht om het wapen binnen drie maanden na de uitreiking aan te kopen of in te voeren. Indien de aankoop of de invoer van het wapen niet binnen voornoemde termijn heeft plaatsgevonden, is de vergunning vervallen en moet zij binnen acht dagen worden teruggezonden aan de overheid die ze heeft uitgereikt.   (Dit geldt ook wanneer de vergunning niet langer geldig is. De vergunning vermeldt ook de reden waarom ze is afgegeven en haar vervaldatum.) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 10bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK III. - (Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet)) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10bis. (Opgeheven) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 11 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK III. - (Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet)) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 11.Wanneer het wapen in België wordt aangekocht, moet deel A door de overdrager worden ondertekend en met de volgende vermeldingen worden aangevuld :   1° de identificatie van de overdrager : naam, voornamen, nationaliteit, adres, plaats en datum van geboorte; indien het een rechtspersoon betreft, de firma of de naam van de vennootschap, de zetel van de vennootschap, de identiteit van de zaakvoerder, van de voorzitter of van de gedelegeerd bestuurder;   2° het nummer van de erkenning van de erkende persoon, of het nummer, plaats en datum van uitreiking van de vergunning tot het voorhanden hebben van de overdrager;   3° de plaats en datum van de overdracht;   4° de identificatie van het wapen : aard, merk, model, type, kaliber en serienummer.   Wanneer het wapen wordt ingevoerd (vanuit een land dat geen Lidstaat is van de Europese Gemeenschappen), wordt deel A door een agent van de douane ondertekend en aangevuld met de volgende vermeldingen : <KB 1993-01-18/31, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 14-02-1993>   1° de identificatie van het douanekantoor;   2° de datum van invoer;   3° de identificatie van het wapen : aard, merk, model, type, kaliber en serienummer.   Binnen één maand te rekenen vanaf de overdracht of de invoer moet deel B door de overdrager of het douanekantoor worden toegezonden aan de overheid die de vergunning heeft uitgereikt. Dat deel is gedagtekend, ondertekend en bevat de vermeldingen die betrekking hebben op de identificatie van het wapen, van de koper of van de invoerder.   (Wanneer het wapen wordt ingevoerd vanuit een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, biedt de verkrijger of de invoerder zich binnen vijftien dagen aan bij (de lokale politie van zijn verblijfplaats), teneinde deel A en B te laten invullen.) <KB 1993-01-18/31, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 1993-02-14> <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   [1 De verzending van het deel B kan onder elektronische vorm gebeuren. In dat geval wordt het origineel bewaard door de verzender en dit voor een periode van vijf jaar.    Ingeval de verzending door een persoon erkend in de zin van artikel 5 wapenwet gebeurd, dient deze daartoe over een elektronische verbinding te beschikken.]1   ----------   (1)<KB 2020-04-23/18, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 05-06-2020>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 12 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK III. - (Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet)) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 12. De particulier die een (vergunningsplichtig vuurwapen) ontdekt, of het door erfenis verkrijgt, moet overeenkomstig (artikel 17, 2de lid van de Wapenwet) een aanvraag indienen met het oog op de verkrijging van de vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen, en wel op de wijze voorgeschreven bij artikel 9. <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   De vergunning wordt hem uitgereikt overeenkomstig artikel 10.   De delen A en B van de vergunning worden door de bevoegde overheid ondertekend en aangevuld met de volgende vermeldingen :   1° de omschrijving van de omstandigheden, plaats en datum van de inbezittreding;   2° de identificatie van het wapen : aard, merk, model, type, kaliber en serienummer;   3° de identificatie van de persoon die het wapen voorhanden heeft : naam, nationaliteit, adres, plaats en datum van geboorte. Wanneer het een rechtspersoon betreft, de firma of de naam van de vennootschap en de zetel van de vennootschap.   Deel B van de vergunning wordt bewaard door de bevoegde overheid.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK III. - (Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet)) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 13. Deel A van de vergunning wordt bewaard door de houder die ertoe is gehouden het te overhandigen aan de leden van de diensten bedoeld in (artikel 29 van de Wapenwet) wanneer die in het kader van het door hen uitgeoefende toezicht daarom verzoeken. <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   De houder van de vergunning is ertoe gehouden binnen vijftien dagen te rekenen van de wijziging, (de gouverneur van zijn verblijfplaats in kennis te stellen van enige omstandigheid, behalve een adreswijziging,) die aanleiding geeft tot wijziging van een vermelding betreffende zijn persoon of het wapen, of van het verlies, de vernietiging of de diefstal van het wapen. <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   In geval van overlijden van de houder moeten zijn rechtverkrijgenden daarvan kennis geven (...) aan de gouverneur die de vergunning heeft uitgereikt. <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK III. - (Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet)) <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14. In geval van intrekking of schorsing van de vergunning, geeft de Minister van Justitie, zijn afgevaardigde of de provinciegouverneur bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs kennis van de beslissing aan de houder van de vergunning.   De beslissing is met redenen omkleed en vermeldt de termijnen waarbinnen het wapen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II in bewaring moet worden gegeven bij een erkend persoon of moet worden overgedragen aan een erkend persoon of aan een persoon die houder is van een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen.   Binnen acht dagen te rekenen vanaf de inbewaargeving of de overdracht, stelt de persoon die het wapen in bewaring heeft gekregen of aan wie het is overgedragen, de overheid die de beslissing tot schorsing of intrekking van het wapen heeft genomen, ervan in kennis dat het wapen bij hem in bewaring is gegeven of aan hem is overgedragen. Zulks geschiedt door middel van het formulier dat bij de kennisgeving wordt gevoegd.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK IV. - Het dragen van (vergunningsplichtige vuurwapens) (artikel 7 van de wet). <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15. De aanvraag van een vergunning tot het dragen van een (vergunningsplichtig vuurwapen) wordt ingediend : <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   1° door de personen met (verblijfplaats) in België : bij de gouverneur van de provincie waar de woonplaats zich bevindt; <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   2° door de personen die geen (verblijfplaats) in België hebben : bij de Minister van Justitie, (Veiligheid van de Staat). <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   De aanvraag moet ten minste volgende vermeldingen bevatten :   1° de identificatie van de aanvrager : naam, voornamen, nationaliteit, adres, plaats en datum van geboorte;   2° de identificatie van het wapen of de wapens waarop de aanvraag betrekking heeft : aard, merk, model, type, kaliber en serienummer;   3° de vermeldingen betreffende de vergunning tot het voorhanden hebben van het betrokken wapen : overheid, datum van uitreiking en nummer van de vergunning;   4° de redenen van de aanvraag, inzonderheid een omschrijving van de omstandigheden waarin het wapen zal worden gedragen.
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK IV. - Het dragen van (vergunningsplichtige vuurwapens) (artikel 7 van de wet). <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 16. De vergunning tot het dragen van een (vergunningsplichtig vuurwapen) wordt opgemaakt overeenkomstig het model nr. 5 in bijlage. <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   De artikelen 13, tweede lid, en 14, eerste lid, zijn op de vergunning van toepassing.
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 17 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK IV. - Het dragen van (vergunningsplichtige vuurwapens) (artikel 7 van de wet). <KB 2006-12-29/30, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17. (opgeheven) <KB 2008-10-16/32, art. 11, 009; Inwerkingtreding : 20-10-2008>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 18 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1991092030 / HOOFDSTUK V. [1 - De intrekking van het recht tot het voorhanden hebben van de in artikel 12 van de Wapenwet bedoelde wapens en het verval van de geldigheid van het jachtverlof, de sportschutterslicentie of een gelijkwaardig stuk (Artikel 13 van de Wapenwet).]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 18.[1 § 1. In geval van intrekking of schorsing van het recht tot het voorhanden hebben van de in artikel 12 van de wet bedoelde wapens, geeft de Minister van Justitie, zijn afgevaardigde of de provinciegouverneur bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs kennis van de beslissing aan de houder van de in artikel 12 van de wet bedoelde documenten.    De beslissing is met redenen omkleed en vermeldt de termijnen waarbinnen het wapen overeenkomstig artikel 18 van de wet in bewaring moet gegeven worden bij een erkend persoon of moet worden overgedragen aan een erkend persoon of aan een persoon die gemachtigd is het voorhanden te hebben.    Binnen acht dagen te rekenen vanaf de inbewaargeving of de overdracht, stelt de persoon die het wapen in bewaring heeft gekregen of aan wie het is overgedragen, de overheid die de beslissing tot schorsing of intrekking van het recht tot het voorhanden hebben ervan heeft genomen, ervan in kennis dat het wapen bij hem in bewaring is gegeven of aan hem is overgedragen. Zulks geschiedt door middel van het formulier dat bij de kennisgeving wordt gevoegd.    § 2. De gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats maant de particulier die een vuurwapen voorhanden heeft overeenkomstig artikel 12, eerste lid, 1° van de wet waarbij de geldigheid van het jachtverlof of van het gelijkwaardig stuk sinds vijf jaar is vervallen, schriftelijk aan om hem een uittreksel uit het strafregister te bezorgen dat niet ouder mag zijn dan drie maanden. Het uittreksel moet worden overgemaakt binnen de door de gouverneur meegedeelde periode, die evenwel niet minder dan één maand mag bedragen.    Indien hieruit blijkt dat hij veroordeeld werd als dader of [2 deelnemer]2 wegens een van de misdrijven bedoeld in artikel 5, § 4 van de wet, kan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats overeenkomstig artikel 13, eerste lid van de wet zijn recht om het wapen voorhanden te hebben bij een met redenen omklede beslissing beperken, schorsen of intrekken. Dit doet hij na het advies te hebben ingewonnen van de procureur des Konings van het arrondissement waar de betrokkene zijn verblijfplaats heeft en volgens de procedure vermeld in paragraaf 1. De bevoegde gouverneur kan deze beslissing ook nemen indien de particulier binnen de periode bepaald door de gouverneur het uittreksel uit het strafregister niet heeft overgemaakt.]1   ----------   (1)<KB 2019-10-01/05, art. 1, 013; Inwerkingtreding : 19-10-2019>   (2)<KB 2026-06-16/02, art. 9, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗