Gratis brononderzoek

Rijbewijs

Rijbewijscategorieën, voorwaarden en procedures.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-07-06

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

240 bronvarianten

  1. Art. 1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL I. - Definities

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit [1 dat voorziet in de omzetting van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs]1 [4 , gewijzigd bij de richtlijnen 2009/113/EG van 25 augustus 2009, 2011/94/EU van 28 november 2011, 2012/36/EU van 19 november 2012, 2013/22/EU van 13 mei 2013, 2013/47/EU van 2 oktober 2013, 2014/85/EU van 1 juli 2014, 2015/653/EU van 24 april 2015,]4 wordt verstaan onder :   1° "wet", de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968;   2° "Minister", de Minister tot wiens bevoegdheid de verkeersveiligheid behoort;   3° [1 motorvoertuig ", elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuig uitgerust met een aandrijfmotor anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen.]1   (Worden niet beschouwd als motorvoertuig, rijwielen uitgerust met een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen.) <KB 2007-02-13/33, art. 19, 1°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   (Voor de toepassing van dit besluit worden de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen bedoeld in artikel 2.15.2, 2° [3 en de gemotoriseerde rijwielen bedoeld in artikel 2.15.3]3, van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, niet gelijkgesteld met motorvoertuigen.) <KB 2007-02-13/33, art. 19, 2°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   4° [3 4° "bromfiets", twee- of driewielige motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur als omschreven in bijlage I van verordening nr. 168/2013 van het Europees parlement en de raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;]3   5° "motorfiets", elk tweewielig motorvoertuig met of zonder zijspanwagen en dat niet beantwoordt aan de bepaling van de bromfiets;   6° [1 driewieler met motor ", elk motorvoertuig op drie symmetrisch geplaatste wielen, met een motor waarvan de cilinderinhoud meer dan 50 cm3 bedraagt, indien het een motor met inwendige verbranding betreft, en/of met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 45 km/uur;]1    6°/1 [3 lichte vierwieler", vierwielige motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur als omschreven in bijlage I van verordening nr. 168/2013 van het Europees parlement en de raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;]3   7° [1 " vierwieler met motor ", elk ander vierwielig motorvoertuig dan bedoeld in 6°/1, met een lege massa van ten hoogste 400 kg of 550 kg voor voertuigen die bestemd zijn voor goederenvervoer, exclusief de massa van de accu's in elektrische voertuigen, en met een nettomaximumvermogen van ten hoogste 15 kW;]1   8° [1 " auto ", elk motorvoertuig dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg of om voertuigen voor het vervoer van personen of goederen over de weg voort te trekken. Deze term omvat mede trolleybussen, dat wil zeggen voertuigen die in verbinding staan met een elektrische leiding en niet rijden op spoorstaven; hij heeft geen betrekking op landbouw- en bosbouwtrekkers;]1   9° "landbouw- en bosbouwtrekkers", elk motorvoertuig op wielen of rupsbanden, met ten minste twee assen, voornamelijk bestemd voor tractiedoeleinden en in het bijzonder ontworpen voor het trekken, duwen, dragen of in beweging brengen van bepaalde werktuigen, machines of aanhangwagens die voor gebruik in de land- of bosbouw zijn bestemd, en die slechts bijkomstig voor personen- of goederenvervoer over de weg of voor het trekken van voertuigen van personen- of goederenvervoer over de weg worden gebruikt;   10° [2 voertuig uitgerust met een handschakeling", elk voertuig met een koppelingspedaal, of manueel bediende hendel voor de categorieën A1, A2 en A, die door de bestuurder moet worden ingedrukt om te starten, te stoppen of te schakelen;]2   [2 10° /1 "voertuig uitgerust met een automatische schakeling", elk motorvoertuig dat niet beantwoordt aan de definitie onder bepaling 10° ;]2   11° "gewone verblijfplaats", de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per [5 jaar]5, wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf en de plaats waar hij woont.   De gewone verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats dan zijn persoonlijke bindingen heeft en daardoor afwisselend op verschillende plaatsen in twee of meer Staten verblijft, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats als zijn persoonlijke bindingen te bevinden, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt, wanneer de betrokkene voor een opdracht van een bepaalde duur in een andere Staat verblijft. Het volgen van onderwijs aan een universiteit of een school impliceert niet dat de gewone verblijfplaats is verplaatst;   [5 11° /1 "persoonlijke bindingen", ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, in het vreemdelingenregister of het wachtregister van een Belgische gemeente;]5   12° ("rijschool", elke rijschool, erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;) <KB 2005-03-17/43, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 01-12-2004>   13° "Europees rijbewijs", elk rijbewijs bedoeld bij artikel 23, § 2, 1° van de wet, afgegeven door een Lid-Staat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 3, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/04, art. 2, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (3)<KB 2016-07-21/34, art. 32, 049; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (4)<KB 2016-12-14/10, art. 1, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2017>   (5)<KB 2019-01-11/15, art. 2, 058; Inwerkingtreding : 15-03-2019>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 1 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    Justel 1998032331 / TITEL I. - Definities

    Lees de volledige brontekst
    Art. 1 TOEKOMSTIG RECHT.    Voor de toepassing van dit besluit [1 dat voorziet in de omzetting van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs]1 [4 , gewijzigd bij de richtlijnen 2009/113/EG van 25 augustus 2009, 2011/94/EU van 28 november 2011, 2012/36/EU van 19 november 2012, 2013/22/EU van 13 mei 2013, 2013/47/EU van 2 oktober 2013, 2014/85/EU van 1 juli 2014, 2015/653/EU van 24 april 2015,]4 wordt verstaan onder [6 en in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2025/2205 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2025 betreffende het rijbewijs, tot wijziging van Verordening 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2022/2561 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening 383/2012 van de Commissie" worden ingevoegd tussen de woorden "2015/653/EU van 24 april 2015," en de woorden "wordt verstaan onder:]6   1° "wet", de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968;   2° "Minister", de Minister tot wiens bevoegdheid de verkeersveiligheid behoort;   3° [1 motorvoertuig ", elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuig uitgerust met een aandrijfmotor anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen.]1   (Worden niet beschouwd als motorvoertuig, rijwielen uitgerust met een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen.) <KB 2007-02-13/33, art. 19, 1°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   (Voor de toepassing van dit besluit worden de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen bedoeld in artikel 2.15.2, 2° [3 en de gemotoriseerde rijwielen bedoeld in artikel 2.15.3]3, van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, niet gelijkgesteld met motorvoertuigen.) <KB 2007-02-13/33, art. 19, 2°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   4° [3 4° "bromfiets", twee- of driewielige motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur als omschreven in bijlage I van verordening nr. 168/2013 van het Europees parlement en de raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;]3   5° "motorfiets", elk tweewielig motorvoertuig met of zonder zijspanwagen en dat niet beantwoordt aan de bepaling van de bromfiets;   6° [1 driewieler met motor ", elk motorvoertuig op drie symmetrisch geplaatste wielen, met een motor waarvan de cilinderinhoud meer dan 50 cm3 bedraagt, indien het een motor met inwendige verbranding betreft, en/of met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 45 km/uur;]1    6°/1 [3 lichte vierwieler", vierwielige motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur als omschreven in bijlage I van verordening nr. 168/2013 van het Europees parlement en de raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;]3   7° [1 " vierwieler met motor ", elk ander vierwielig motorvoertuig dan bedoeld in 6°/1, met een lege massa van ten hoogste 400 kg of 550 kg voor voertuigen die bestemd zijn voor goederenvervoer, exclusief de massa van de accu's in elektrische voertuigen, en met een nettomaximumvermogen van ten hoogste 15 kW;]1   8° [1 " auto ", elk motorvoertuig dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg of om voertuigen voor het vervoer van personen of goederen over de weg voort te trekken. Deze term omvat mede trolleybussen, dat wil zeggen voertuigen die in verbinding staan met een elektrische leiding en niet rijden op spoorstaven; hij heeft geen betrekking op landbouw- en bosbouwtrekkers;]1   [6 8° /1 "motorvoertuig met alternatieve aandrijving", motorvoertuig dat geheel of gedeeltelijk worden aangedreven door alternatieve brandstoffen zoals gedefinieerd in artikel 2 van richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten, en dat is goedgekeurd overeenkomstig verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG;    8° /2 "gemotoriseerd hulpverleningsvoertuig", motorvoertuig dat wordt gebruikt voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid, onder meer door het verlenen van onmiddellijke bijstand tijdens door de natuur of de mens veroorzaakte noodsituaties, zoals politievoertuigen, ambulances, burgerbeschermings- en reddingsvoertuigen, of brandweer-voertuigen;    8° /3 "kampeerwagen", voertuig voor speciale doeleinden van categorie M als bedoeld in artikel 4 en bijlage I, punt 5.1, van verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG;]6   9° "landbouw- en bosbouwtrekkers", elk motorvoertuig op wielen of rupsbanden, met ten minste twee assen, voornamelijk bestemd voor tractiedoeleinden en in het bijzonder ontworpen voor het trekken, duwen, dragen of in beweging brengen van bepaalde werktuigen, machines of aanhangwagens die voor gebruik in de land- of bosbouw zijn bestemd, en die slechts bijkomstig voor personen- of goederenvervoer over de weg of voor het trekken van voertuigen van personen- of goederenvervoer over de weg worden gebruikt;   10° [2 voertuig uitgerust met een handschakeling", elk voertuig met een koppelingspedaal, of manueel bediende hendel voor de categorieën A1, A2 en A, die door de bestuurder moet worden ingedrukt om te starten, te stoppen of te schakelen;]2   [2 10° /1 "voertuig uitgerust met een automatische schakeling", elk motorvoertuig dat niet beantwoordt aan de definitie onder bepaling 10° ;]2   11° "gewone verblijfplaats", de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per [5 jaar]5, wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf en de plaats waar hij woont.   De gewone verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats dan zijn persoonlijke bindingen heeft en daardoor afwisselend op verschillende plaatsen in twee of meer Staten verblijft, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats als zijn persoonlijke bindingen te bevinden, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt, wanneer de betrokkene voor een opdracht van een bepaalde duur in een andere Staat verblijft. Het volgen van onderwijs aan een universiteit of een school impliceert niet dat de gewone verblijfplaats is verplaatst;   [5 11° /1 "persoonlijke bindingen", ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, in het vreemdelingenregister of het wachtregister van een Belgische gemeente;]5   12° ("rijschool", elke rijschool, erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;) <KB 2005-03-17/43, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 01-12-2004>   13° "Europees rijbewijs", elk rijbewijs bedoeld bij artikel 23, § 2, 1° van de wet, afgegeven door een Lid-Staat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 3, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/04, art. 2, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (3)<KB 2016-07-21/34, art. 32, 049; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (4)<KB 2016-12-14/10, art. 1, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2017>   (5)<KB 2019-01-11/15, art. 2, 058; Inwerkingtreding : 15-03-2019>   (6)<KB 2026-06-24/07, art. 2, 086; Inwerkingtreding : 26-11-2027>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 1 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL I. - Definities

    Lees de volledige brontekst
    Art. 1_WAALS_GEWEST.    Voor de toepassing van dit besluit [1 dat voorziet in de omzetting van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs]1 [4 , gewijzigd bij de richtlijnen 2009/113/EG van 25 augustus 2009, 2011/94/EU van 28 november 2011, 2012/36/EU van 19 november 2012, 2013/22/EU van 13 mei 2013, 2013/47/EU van 2 oktober 2013, 2014/85/EU van 1 juli 2014, 2015/653/EU van 24 april 2015,]4 wordt verstaan onder :   1° "wet", de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968;   2° "Minister", de Minister tot wiens bevoegdheid de verkeersveiligheid behoort;   [5 2°/1. Onder het begrip "Waalse Minister" wordt verstaan de Minister belast met het beleid inzake verkeersveiligheid in het Waalse Gewest;]5   [5 2°/2. [7 onder het begrip "Bestuur" wordt verstaan de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur]7;]5   [7 2° /3 onder het begrip "Directie" wordt verstaan de Directie die verantwoordelijk is voor de rijopleiding binnen de Waalse Overheidsdienst." ]7   3° [1 motorvoertuig ", elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuig uitgerust met een aandrijfmotor anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen.]1   (Worden niet beschouwd als motorvoertuig, rijwielen uitgerust met een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen.) <KB 2007-02-13/33, art. 19, 1°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   (Voor de toepassing van dit besluit worden de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen bedoeld in artikel 2.15.2, 2° [3 en de gemotoriseerde rijwielen bedoeld in artikel 2.15.3]3, van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, niet gelijkgesteld met motorvoertuigen.) <KB 2007-02-13/33, art. 19, 2°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   4° [3 4° "bromfiets", twee- of driewielige motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur als omschreven in bijlage I van verordening nr. 168/2013 van het Europees parlement en de raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;]3   5° "motorfiets", elk tweewielig motorvoertuig met of zonder zijspanwagen en dat niet beantwoordt aan de bepaling van de bromfiets;   6° [1 driewieler met motor ", elk motorvoertuig op drie symmetrisch geplaatste wielen, met een motor waarvan de cilinderinhoud meer dan 50 cm3 bedraagt, indien het een motor met inwendige verbranding betreft, en/of met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 45 km/uur;]1    6°/1 [3 lichte vierwieler", vierwielige motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur als omschreven in bijlage I van verordening nr. 168/2013 van het Europees parlement en de raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;]3   7° [1 " vierwieler met motor ", elk ander vierwielig motorvoertuig dan bedoeld in 6°/1, met een lege massa van ten hoogste 400 kg of 550 kg voor voertuigen die bestemd zijn voor goederenvervoer, exclusief de massa van de accu's in elektrische voertuigen, en met een nettomaximumvermogen van ten hoogste 15 kW;]1   8° [1 " auto ", elk motorvoertuig dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg of om voertuigen voor het vervoer van personen of goederen over de weg voort te trekken. Deze term omvat mede trolleybussen, dat wil zeggen voertuigen die in verbinding staan met een elektrische leiding en niet rijden op spoorstaven; hij heeft geen betrekking op landbouw- en bosbouwtrekkers;]1   9° "landbouw- en bosbouwtrekkers", elk motorvoertuig op wielen of rupsbanden, met ten minste twee assen, voornamelijk bestemd voor tractiedoeleinden en in het bijzonder ontworpen voor het trekken, duwen, dragen of in beweging brengen van bepaalde werktuigen, machines of aanhangwagens die voor gebruik in de land- of bosbouw zijn bestemd, en die slechts bijkomstig voor personen- of goederenvervoer over de weg of voor het trekken van voertuigen van personen- of goederenvervoer over de weg worden gebruikt;   10° [2 voertuig uitgerust met een handschakeling", elk voertuig met een koppelingspedaal, of manueel bediende hendel voor de categorieën A1, A2 en A, die door de bestuurder moet worden ingedrukt om te starten, te stoppen of te schakelen;]2   [2 10° /1 "voertuig uitgerust met een automatische schakeling", elk motorvoertuig dat niet beantwoordt aan de definitie onder bepaling 10° ;]2   11° "gewone verblijfplaats", de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf en de plaats waar hij woont.   De gewone verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats dan zijn persoonlijke bindingen heeft en daardoor afwisselend op verschillende plaatsen in twee of meer Staten verblijft, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats als zijn persoonlijke bindingen te bevinden, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt, wanneer de betrokkene voor een opdracht van een bepaalde duur in een andere Staat verblijft. Het volgen van onderwijs aan een universiteit of een school impliceert niet dat de gewone verblijfplaats is verplaatst;   12° ("rijschool", elke rijschool, erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;) <KB 2005-03-17/43, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 01-12-2004>   13° "Europees rijbewijs", elk rijbewijs bedoeld bij artikel 23, § 2, 1° van de wet, afgegeven door een Lid-Staat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte.   [6 14° "risicoperceptietest", examen op computer voor de kandidaten voor het rijbewijs van categorie B. Deze geïnformatiseerde test wil de capaciteit van de kandidaat meten om risicodragende situaties in verschillende verkeersomstandigheden te identificeren en meer bepaald om de werkelijke risicosituatie te kwalificeren. Deze test evalueert het directe observatievermogen (dichtbij, verder weg, ver kijken) en het indirecte observatievermogen (zicht door de achteruitkijkspiegels) van de kandidaat;    15° "test over de technische rijvaardigheden", het examen over de capaciteit van de kandidaat voor het rijbewijs van categorie B om zonder begeleider op de openbare weg te rijden volgens de nodige veiligheidsvoorwaarden tijdens zijn scholing;    16° "bekwaamheidsgetuigschrift" bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, attest van bekwaamheid om alleen te sturen, afgeleverd door de examencentra bedoeld in artikel 25, § 1, aan de kandidaten voor het rijbewijs van categorie B die geslaagd zijn voor de test over de technische rijvaardigheden, met het oog op het verkrijgen van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider;    17° "tolk", beëdigd vertaler of vertaalsysteem, in geïnformatiseerde vorm, al dan niet digitaal, die op verzoek van de kandidaat die de Franse of de Duitse taal niet machtig is, een mondelinge vertaling in de Engelse of Nederlandse taal voorstelt, met of zonder hulp van een geluidsondersteuning voor de vragen van de testen of examens geprojecteerd op het scherm of overgemaakt door de examinatoren;    18° [7 ° onder het begrip "onregelmatigheid" wordt verstaan een of meer van de volgende gedragingen van de kandidaat, de begeleider, de instructeur, de stagiair-instructeur of enige andere persoon;    a) elk gedrag waarmee de orde wordt verstoord;    b) elke vorm van fraude of poging tot fraude;    c) elke vorm van schade aan roerende of onroerende goederen, elke vorm van verbale of fysieke agressie ten aanzien van personen voor, tijdens of na het theoretische examen, de risicoperceptietest, het technisch rijvaardigheidsexamen of het praktische examen;    d) de niet-naleving van richtlijnen of instructies die worden gegeven door examinatoren of medewerkers van het examencentrum]7];-6   [7 19° onder de begrippen "beveiligde zending" wordt verstaan een van de volgende betekeningswijzen:    a) de aangetekende zending;    2) de e-mail met ontvangstbewijs.]7   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 3, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/04, art. 2, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (3)<KB 2016-07-21/34, art. 32, 049; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (4)<KB 2016-12-14/10, art. 1, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2017>   (5)<BWG 2017-07-20/16, art. 1, 053; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (6)<BWG 2018-05-24/23, art. 1, 056; Inwerkingtreding : 01-07-2018>   (7)<BWG 2024-11-28/15, art. 1, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 1 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL I. - Definities

    Lees de volledige brontekst
    Art. 1_VLAAMS_GEWEST. Voor de toepassing van dit besluit [1 dat voorziet in de omzetting van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs]1 wordt verstaan onder :   1° "wet", de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968;   2° "Minister", de Minister tot wiens bevoegdheid de verkeersveiligheid behoort;   [3 2°/1 Vlaamse minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid;    2°/2 Departement: het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.]3   3° [1 motorvoertuig ", elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuig uitgerust met een aandrijfmotor anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen.]1   (Worden niet beschouwd als motorvoertuig, rijwielen uitgerust met een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen.) <KB 2007-02-13/33, art. 19, 1°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   (Voor de toepassing van dit besluit worden de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen bedoeld in artikel 2.15.2, 2° [4 en de gemotoriseerde rijwielen bedoeld in artikel 2.15.3]4, van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, niet gelijkgesteld met motorvoertuigen.) <KB 2007-02-13/33, art. 19, 2°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   4° [4 4° "bromfiets", twee- of driewielige motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur als omschreven in bijlage I van verordening nr. 168/2013 van het Europees parlement en de raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;]4   [6 4° /1 speedpedelec: elk tweewielig voertuig met pedalen, met uitsluiting van de gemotoriseerde rijwielen, vermeld in artikel 2.15.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, met een hulpaandrijving met als hoofddoel trapondersteuning waarvan de aandrijfkracht wordt onderbroken bij een voertuigsnelheid van maximum 45 km per uur, en met een van de volgende kenmerken:    a) een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW als het een motor met inwendige verbranding betreft;    b) een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW als het een elektrische motor betreft;]6   5° "motorfiets", elk tweewielig motorvoertuig met of zonder zijspanwagen en dat niet beantwoordt aan de bepaling van de bromfiets;   6° [1 driewieler met motor ", elk motorvoertuig op drie symmetrisch geplaatste wielen, met een motor waarvan de cilinderinhoud meer dan 50 cm3 bedraagt, indien het een motor met inwendige verbranding betreft, en/of met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 45 km/uur;]1    6°/1 [4 lichte vierwieler", vierwielige motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur als omschreven in bijlage I van verordening nr. 168/2013 van het Europees parlement en de raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;]4   7° [1 " vierwieler met motor ", elk ander vierwielig motorvoertuig dan bedoeld in 6°/1, met een lege massa van ten hoogste 400 kg of 550 kg voor voertuigen die bestemd zijn voor goederenvervoer, exclusief de massa van de accu's in elektrische voertuigen, en met een nettomaximumvermogen van ten hoogste 15 kW;]1   8° [1 " auto ", elk motorvoertuig dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg of om voertuigen voor het vervoer van personen of goederen over de weg voort te trekken. Deze term omvat mede trolleybussen, dat wil zeggen voertuigen die in verbinding staan met een elektrische leiding en niet rijden op spoorstaven; hij heeft geen betrekking op landbouw- en bosbouwtrekkers;]1   9° "landbouw- en bosbouwtrekkers", elk motorvoertuig op wielen of rupsbanden, met ten minste twee assen, voornamelijk bestemd voor tractiedoeleinden en in het bijzonder ontworpen voor het trekken, duwen, dragen of in beweging brengen van bepaalde werktuigen, machines of aanhangwagens die voor gebruik in de land- of bosbouw zijn bestemd, en die slechts bijkomstig voor personen- of goederenvervoer over de weg of voor het trekken van voertuigen van personen- of goederenvervoer over de weg worden gebruikt;   10° [2 voertuig uitgerust met een handschakeling", elk voertuig met een koppelingspedaal, of manueel bediende hendel voor de categorieën A1, A2 en A, die door de bestuurder moet worden ingedrukt om te starten, te stoppen of te schakelen;]2   [2 10° /1 "voertuig uitgerust met een automatische schakeling", elk motorvoertuig dat niet beantwoordt aan de definitie onder bepaling 10° ;]2   11° "gewone verblijfplaats", de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf en de plaats waar hij woont.   De gewone verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats dan zijn persoonlijke bindingen heeft en daardoor afwisselend op verschillende plaatsen in twee of meer Staten verblijft, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats als zijn persoonlijke bindingen te bevinden, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt, wanneer de betrokkene voor een opdracht van een bepaalde duur in een andere Staat verblijft. Het volgen van onderwijs aan een universiteit of een school impliceert niet dat de gewone verblijfplaats is verplaatst;   12° ("rijschool", elke rijschool, erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;) <KB 2005-03-17/43, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 01-12-2004>   13° "Europees rijbewijs", elk rijbewijs bedoeld bij artikel 23, § 2, 1° van de wet, afgegeven door een Lid-Staat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte.   [5 14° audiovertaling: het vertaalhulpsysteem waarbij voor de vragen en de antwoordmogelijkheden die in het Nederlands op het scherm verschijnen en door middel van geluidsondersteuning in het Nederlands worden voorgelezen, bijkomend een vertaling in het Frans, Duits of Engels wordt voorgelezen, die een beëdigd vertaler heeft gemaakt;    15° onregelmatigheid: een van de volgende gedragingen:    a) elk gedrag waarmee de orde wordt verstoord;    b) elke vorm van fraude of poging tot fraude;    c) elke vorm van verbale of fysieke agressie ten aanzien van zaken of personen voor, tijdens of na het theoretische of het praktische examen;    d) de niet-naleving van richtlijnen of instructies die worden gegeven door examinatoren of medewerkers van het examencentrum;    16° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:    a) een afgifte tegen ontvangstbewijs;    b) een aangetekende brief met ontvangstbewijs;    17° werkdag: elke dag, uitgezonderd zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen als vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen;    18° algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).]5   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 3, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/04, art. 2, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (3)<BVR 2015-07-10/11, art. 89, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>   (4)<KB 2016-07-21/34, art. 32, 049; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (5)<BVR 2021-07-02/17, art. 1, 074; Inwerkingtreding : 01-01-2023>   (6)<BVR 2023-06-16/18, art. 1, 079; Inwerkingtreding : 01-10-2023>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL II. - Indeling van de motorvoertuigen in categorieën voor de toepassing van de bepalingen betreffende het recht tot sturen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2.[2 § 1. Voor de toepassing van de wets- en verordeningsbepalingen betreffende het recht tot sturen worden de motorvoertuigen ingedeeld in de volgende categorieën :    1° Categorie AM :    - bromfietsen met een maximumsnelheid van meer dan 25 km/uur;    - lichte vierwielers.    Aan de voertuigen van deze categorie mag een aanhangwagen gekoppeld worden [3 ...]3 .    Voor de toepassing van artikel 65 worden de bromfietsen met een maximumsnelheid van ten hoogste 25 km/uur ingedeeld in de categorie AM;    2° Categorie A1 :    - motorfietsen met een maximale cilinderinhoud van [125 cm3], een maximumvermogen van 11 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van ten hoogste 0,1 kW/kg; (ERRATUM, zie B.St. 07-02-2013, p. 6032)    - driewielers met motor met een maximumvermogen van 15 kW.    Aan de voertuigen van deze categorie mag een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan waarvan het zijspanwiel niet is uitgerust met een rem;    3° Categorie A2 : motorfietsen met een maximumvermogen van 35 kW, een vermogen/gewichtsverhouding van niet meer dan 0,2 kW/kg en niet afgeleid van een voertuig met meer dan het dubbele vermogen.    Aan de voertuigen van deze categorie mag een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan waarvan het zijspanwiel niet is uitgerust met een rem;    4° Categorie A :    - motorfietsen met of zonder zijspan met een vermogen van meer dan 35 kW;    - driewielers met motor met een vermogen van meer dan 15 kW.    Aan de voertuigen van deze categorie mag een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan waarvan het zijspanwiel niet is uitgerust met een rem;    5° Categorie B :    auto's met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 3 500 kg en ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld.    Aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg worden gekoppeld, mits de maximale toegelaten massa van dit samenstel niet meer dan 4 250 kg bedraagt.    Vierwielers met motor behoren eveneens tot deze categorie;    6° Categorie B+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 3 500 kg;    7° Categorie C1 : andere auto's dan die van de categorieën D1 of D, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3 500 kg en ten hoogste 7 500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld;    8° Categorie C1+E :    - samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C1 en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg, mits de maximale toegelaten massa van het samenstel ten hoogste 12 000 kg bedraagt;    - samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg, mits de maximale toegelaten massa van het samenstel ten hoogste 12 000 kg bedraagt;    9° Categorie C : andere auto's dan die van de categorieën D1 of D, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3 500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld;    10° Categorie C+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;    11° Categorie D1 : auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en ten hoogste zestien passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en met een maximumlengte van 8 meter; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld;    12° Categorie D1+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D1 en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;    13° Categorie D : auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld.    Tot deze categorie behoren eveneens :    - gelede autobussen en autocars, gedefinieerd in artikel 1, § 2, 50, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de voertuigen, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;    [4 - de toeristische miniatuurtreinslepen, bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid, van voornoemd koninklijk besluit van 15 maart 1968 gebezigd als attractie, met een snelheid van ten hoogste 25 km/u, mits de exploitatie ervan, door de gemeenteoverheid als "openbare ontspanning" wordt toegelaten en zij voldoen aan de voorschriften van de gemeentelijke machtiging;]4    14° Categorie D+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;    15° Categorie G : land- en bosbouwtrekkers en hun aanhangwagens evenals de voertuigen ingeschreven als landbouwmaterieel, landbouwmotor of maaimachine.    § 2. Motorvoertuigen die rijden op de openbare weg en die niet behoren tot een van de categorieën gedefinieerd in § 1, zoals het verrijdbare bedrijfsmaterieel, worden ingedeeld bij de categorie B, C1 of C naargelang hun maximale toegelaten massa.]2   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 4, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-01-08/01, art. 15, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (3)<KB 2014-01-29/13, art. 22, 046; Inwerkingtreding : 01-03-2014>   (4)<KB 2017-11-19/04, art. 1, 052; Inwerkingtreding : 11-12-2017>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 2 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL II. - Indeling van de motorvoertuigen in categorieën voor de toepassing van de bepalingen betreffende het recht tot sturen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2_VLAAMS_GEWEST.    [2 § 1. Voor de toepassing van de wets- en verordeningsbepalingen betreffende het recht tot sturen worden de motorvoertuigen ingedeeld in de volgende categorieën :    1° [5 Categorie AM: een van de volgende voertuigen:    a) bromfietsen met een maximumsnelheid van meer dan 25 km/uur;    b) lichte vierwielers;    c) speedpedelecs.]5    Aan de voertuigen van deze categorie mag een aanhangwagen gekoppeld worden [3 ...]3 .    Voor de toepassing van artikel 65 worden de bromfietsen met een maximumsnelheid van ten hoogste 25 km/uur ingedeeld in de categorie AM;    2° Categorie A1 :    - motorfietsen met een maximale cilinderinhoud van [125 cm3], een maximumvermogen van 11 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van ten hoogste 0,1 kW/kg; (ERRATUM, zie B.St. 07-02-2013, p. 6032)    - driewielers met motor met een maximumvermogen van 15 kW.    Aan de voertuigen van deze categorie mag een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan waarvan het zijspanwiel niet is uitgerust met een rem;    3° Categorie A2 : motorfietsen met een maximumvermogen van 35 kW, een vermogen/gewichtsverhouding van niet meer dan 0,2 kW/kg en niet afgeleid van een voertuig met meer dan het dubbele vermogen.    Aan de voertuigen van deze categorie mag een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan waarvan het zijspanwiel niet is uitgerust met een rem;    4° Categorie A :    - motorfietsen met of zonder zijspan met een vermogen van meer dan 35 kW;    - driewielers met motor met een vermogen van meer dan 15 kW.    Aan de voertuigen van deze categorie mag een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan waarvan het zijspanwiel niet is uitgerust met een rem;    5° Categorie B :    auto's met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 3 500 kg en ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld.    Aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg worden gekoppeld, mits de maximale toegelaten massa van dit samenstel niet meer dan 4 250 kg bedraagt.    Vierwielers met motor behoren eveneens tot deze categorie;    6° Categorie B+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 3 500 kg;    7° Categorie C1 : andere auto's dan die van de categorieën D1 of D, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3 500 kg en ten hoogste 7 500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld;    8° Categorie C1+E :    - samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C1 en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg, mits de maximale toegelaten massa van het samenstel ten hoogste 12 000 kg bedraagt;    - samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg, mits de maximale toegelaten massa van het samenstel ten hoogste 12 000 kg bedraagt;    9° Categorie C : andere auto's dan die van de categorieën D1 of D, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3 500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld;    10° Categorie C+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;    11° Categorie D1 : auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en ten hoogste zestien passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en met een maximumlengte van 8 meter; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld;    12° Categorie D1+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D1 en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;    13° Categorie D : auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld.    Tot deze categorie behoren eveneens :    - gelede autobussen en autocars, gedefinieerd in artikel 1, § 2, 50, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de voertuigen, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;    [4 - de toeristische miniatuurtreinslepen, bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid, van voornoemd koninklijk besluit van 15 maart 1968 gebezigd als attractie, met een snelheid van ten hoogste 25 km/u, mits de exploitatie ervan, door de gemeenteoverheid als "openbare ontspanning" wordt toegelaten en zij voldoen aan de voorschriften van de gemeentelijke machtiging;]4    14° Categorie D+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;    15° Categorie G : land- en bosbouwtrekkers en hun aanhangwagens evenals de voertuigen ingeschreven als landbouwmaterieel, landbouwmotor of maaimachine.    § 2. Motorvoertuigen die rijden op de openbare weg en die niet behoren tot een van de categorieën gedefinieerd in § 1, zoals het verrijdbare bedrijfsmaterieel, worden ingedeeld bij de categorie B, C1 of C naargelang hun maximale toegelaten massa.]2   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 4, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-01-08/01, art. 15, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (3)<KB 2014-01-29/13, art. 22, 046; Inwerkingtreding : 01-03-2014>   (4)<KB 2017-11-19/04, art. 1, 052; Inwerkingtreding : 11-12-2017>   (5)<BVR 2023-06-16/18, art. 2, 079; Inwerkingtreding : 01-10-2023>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK I. - Toepassingsveld

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3.§ 1. Een Belgisch rijbewijs kunnen verkrijgen :   1° [4 de personen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, in het vreemdelingenregister of het wachtregister van een Belgische gemeente en die in België hun gewone verblijfplaats hebben;]4   2° de personen die het bewijs leveren van hun inschrijving in een Belgische onderwijsinstelling gedurende een periode van ten minste zes maanden [4 ...]4;   3° de personen die houder zijn van een van de volgende in België afgegeven geldige documenten :   a) de diplomatieke identiteitskaart;   b) de consulaire identiteitskaart;   c) de bijzondere identiteitskaart.   4° [4 ...]4 <KB 2007-08-24/31, art. 1, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   § 2. De personen bedoeld in § 1, 1° mogen slechts een motorvoertuig besturen op basis van een Belgisch rijbewijs of op basis van een (...), afgegeven Europees rijbewijs, geldig voor de categorie of de subcategorie waartoe het voertuig behoort. <KB 2004-07-15/34, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   [1 De personen bedoeld in § 1, 3°, a) en b), moeten houder zijn van een Belgisch, een Europees of een buitenlands rijbewijs, nationaal of internationaal, dat geldig is voor de categorie [2 ...]2 waartoe het voertuig behoort.]1   De overige bestuurders van motorvoertuigen moeten houder zijn van een Belgisch, een Europees of een buitenlands rijbewijs, nationaal of internationaal, dat afgegeven is onder de voorwaarden die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn en geldig is voor de categorie of subcategorie waartoe het voertuig behoort. Die bestuurders dienen een zodanig rijbewijs bij zich te hebben.   De bestuurders, houder van een Europees rijbewijs of van een nationaal of internationaal buitenlands rijbewijs moeten de leeftijd bereikt hebben die vereist is overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 voor de afgifte van rijbewijzen.   ----------   (1)<KB 2012-05-26/03, art. 1, 035; Inwerkingtreding : 18-06-2012>   (2)<KB 2013-01-08/01, art. 1, 038; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2017-11-19/04, art. 2, 052; Inwerkingtreding : 11-12-2017>   (4)<KB 2019-01-11/15, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 15-03-2019>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK I. - Toepassingsveld

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4.Zijn ontslagen van de verplichting houder te zijn van een rijbewijs en het bij zich te hebben :   1° de bestuurders die (overeenkomstig de bepalingen van dit besluit of van het besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B) het praktische examen afleggen of met het oog daarop een scholing volgen. <KB 2006-07-10/30, art. 12, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   Deze vrijstelling geldt eveneens wanneer zij zich naar het examencentrum begeven om het examen af te leggen en ervan terugkeren voor :   a) de bestuurders die vervallenverklaard zijn van het recht tot sturen en die het praktische examen moeten afleggen voorgeschreven in artikel 38 van de wet;   b) de houders van een buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 5, § 2, 2°;   2° de leerlingen van een rijschool die met bijstand van een instructeur een voertuig besturen dat bestemd is voor het onderricht;   3° de kandidaten die deelnemen aan het praktische examen bepaald in artikel 48, § 2, derde lid. Deze vrijstelling geldt tevens om zich naar het examencentrum te begeven teneinde er examen af te leggen en ervan terug te keren;   4° de bestuurders van voertuigen van de categorie [3 D1, D1+E, D of D+E]3, in dienst van de ondernemingen voor openbaar vervoer, die de opleiding volgen die door deze ondernemingen wordt verstrekt en waarvan het programma door de Minister wordt goedgekeurd;   5° de kandidaten (houders van een rijbewijs tenminste geldig voor de categorie B), die met het oog op het behalen van het rijbewijs geldig voor de categorie [6 voor de categorieën C1, C1+E, C en C+E en voor de categorieën D1, D1+E, D en D+E ]6, de opleiding volgen waarvan het programma is goedgekeurd door de Minister en georganiseerd wordt door : <KB 2008-12-23/33, art. 4, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   a) "l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi";   b) de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;   c) het "Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle";   (d) het " Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft ";) <KB 2008-12-23/33, art. 4, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   6° de leden [7 van het personeel]7 van de (lokale politie) die kandidaat zijn voor een rijbewijs geldig voor de (categorieën [2 AM]2 [3 A1, A2, A, [7 B, B+E,]7 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]3), gedurende de scholing in een politieschool, waarvan het programma is goedgekeurd door de Minister; [7 Deze vrijstelling geldt eveneens tijdens de proeven georganiseerd na de opleiding;]7 <KB 2002-09-05/35, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2002> <KB 2007-08-24/31, art. 2, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   7° de kandidaten die met het oog op het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorieën B, B+E, [3 C1, C1+E, C, C+E]3 of voor de categorieën B, B+E, [3 D1, D1+E, D of D+E]3 in de derde graad van het secundaire beroepsonderwijs de opleiding "bestuurders van vrachtwagens" of "bestuurders van autobussen en autocars" volgen waarvan het programma door de Minister is goedgekeurd;   8° de bestuurders die houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch militair rijbewijs geldig voor het besturen van legervoertuigen die zij gemachtigd zijn te besturen krachtens dit document. Deze vrijstelling geldt eveneens tijdens de scholing en het examen met het oog op het behalen van dit rijbewijs;   9° (de leden [7 van het personeel]7 van de federale politie die kandidaat zijn voor het rijbewijs voor de categorie [2 AM]2 [3 A1, A2, A, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]3 gedurende de opleiding die zij volgen in een school van de federale politie, waarvan het programma door de Minister goedgekeurd is;) [7 Deze vrijstelling geldt eveneens tijdens de proeven georganiseerd na de opleiding;]7 <KB 2002-09-05/35, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2002>   10° [3 de bestuurders van voertuigen van de categorie AM die geboren zijn vóór 15 februari 1961;]3   11° [3 de bestuurders van bromfietsen met een maximumsnelheid van ten hoogste 25 km/uur;]3   12° (de bestuurders, geboren vóór 1 oktober 1982 en de bestuurders die aan de voorwaarden van artikel 3 niet beantwoorden, van voertuigen van de categorie G en van voertuigen van traag vervoer omschreven in [1 artikel 1, § 2, 75]1 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;) <KB 2006-09-01/33, art. 2, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   13° (...); <KB 2007-02-13/33, art. 20, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   14° de bestuurders van een motorvoertuig hen ter beschikking gesteld door het centrum bedoeld in artikel 45, waartoe zij zich hebben gewend voor het bepalen van hun geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig, alsmede om te vernemen welke aanpassingen aan hun eigen voertuig moeten worden aangebracht, gedurende de test op de openbare weg.   15° [4 de kandidaten die de opleiding "vrachtwagenchauffeur" of de opleiding "bestuurder autobus en autocars" volgen, georganiseerd door het onderwijs voor sociale promotie, waarvan het programma is goedgekeurd door de minister, met het oog op het behalen van het rijbewijs respectievelijk geldig voor de categorieën C en C+E en voor de subcategorieën C1 en C1+E, en voor de categorieën D en D+E en de subcategorieën D1 en D1+E;]4   (16° de bestuurders van voertuigen van de categorie G die de opleiding " bestuurder van landbouwvoertuigen " waarvan het programma door de Minister werd goedgekeurd, in een landbouwschool of een landbouwopleidingscentrum volgen.) <KB 2006-09-01/33, art. 2, 3°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (17° de bestuurders die het praktisch examen bedoeld in de artikelen 38 tot en met 42 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 [2 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E]2 afleggen of met het oog daarop scholing volgen;   18° [5 ...]5   ----------   (1)<KB 2010-09-10/01, art. 2, 029; Inwerkingtreding : 15-09-2010>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2011-04-28/01, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (4)<KB 2012-09-20/57, art. 33, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (5)<KB 2013-01-10/01, art. 26, 039; Inwerkingtreding : 19-01-2013>   (6)<KB 2013-01-08/01, art. 16, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (7)<KB 2013-11-15/03, art. 1, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 4 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK I. - Toepassingsveld

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4_VLAAMS_GEWEST.    Zijn ontslagen van de verplichting houder te zijn van een rijbewijs en het bij zich te hebben :   1° de bestuurders die (overeenkomstig de bepalingen van dit besluit of van het besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B) het praktische examen afleggen of met het oog daarop een scholing volgen. <KB 2006-07-10/30, art. 12, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   Deze vrijstelling geldt eveneens wanneer zij zich naar het examencentrum begeven om het examen af te leggen en ervan terugkeren voor :   a) de bestuurders die vervallenverklaard zijn van het recht tot sturen en die het praktische examen moeten afleggen voorgeschreven in artikel 38 van de wet;   b) de houders van een buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 5, § 2, 2°;   2° de leerlingen van een rijschool die met bijstand van een instructeur een voertuig besturen dat bestemd is voor het onderricht;   3° de kandidaten die deelnemen aan het praktische examen bepaald in artikel 48, § 2, derde lid. Deze vrijstelling geldt tevens om zich naar het examencentrum te begeven teneinde er examen af te leggen en ervan terug te keren;   4° de bestuurders van voertuigen van de categorie [3 D1, D1+E, D of D+E]3, in dienst van de ondernemingen voor openbaar vervoer, die de opleiding volgen die door deze ondernemingen wordt verstrekt en waarvan het programma door de [8 Vlaamse]8 Minister wordt goedgekeurd;   5° de kandidaten (houders van een rijbewijs tenminste geldig voor de categorie B), die met het oog op het behalen van het rijbewijs geldig voor de categorie [6 voor de categorieën C1, C1+E, C en C+E en voor de categorieën D1, D1+E, D en D+E ]6, de opleiding volgen waarvan het programma is goedgekeurd door de [8 Vlaamse]8 Minister en georganiseerd wordt door : <KB 2008-12-23/33, art. 4, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   a) "l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi";   b) de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;   c) het "Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle";   (d) het " Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft ";) <KB 2008-12-23/33, art. 4, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   6° de leden [7 van het personeel]7 van de (lokale politie) die kandidaat zijn voor een rijbewijs geldig voor de (categorieën [2 AM]2 [3 A1, A2, A, [7 B, B+E,]7 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]3), gedurende de scholing in een politieschool, waarvan het programma is goedgekeurd door de Minister; [7 Deze vrijstelling geldt eveneens tijdens de proeven georganiseerd na de opleiding;]7 <KB 2002-09-05/35, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2002> <KB 2007-08-24/31, art. 2, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   7° de kandidaten die met het oog op het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorieën B, B+E, [3 C1, C1+E, C, C+E]3 of voor de categorieën B, B+E, [3 D1, D1+E, D of D+E]3 in de derde graad van het secundaire beroepsonderwijs de opleiding "bestuurders van vrachtwagens" of "bestuurders van autobussen en autocars" volgen waarvan het programma door de [8 Vlaamse]8 Minister is goedgekeurd;   8° de bestuurders die houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch militair rijbewijs geldig voor het besturen van legervoertuigen die zij gemachtigd zijn te besturen krachtens dit document. Deze vrijstelling geldt eveneens tijdens de scholing en het examen met het oog op het behalen van dit rijbewijs;   9° (de leden [7 van het personeel]7 van de federale politie die kandidaat zijn voor het rijbewijs voor de categorie [2 AM]2 [3 A1, A2, A, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]3 gedurende de opleiding die zij volgen in een school van de federale politie, waarvan het programma door de Minister goedgekeurd is;) [7 Deze vrijstelling geldt eveneens tijdens de proeven georganiseerd na de opleiding;]7 <KB 2002-09-05/35, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2002>   10° [3 de bestuurders van voertuigen van de categorie AM die geboren zijn vóór 15 februari 1961;]3   11° [3 de bestuurders van bromfietsen met een maximumsnelheid van ten hoogste 25 km/uur;]3   12° (de bestuurders, geboren vóór 1 oktober 1982 en de bestuurders die aan de voorwaarden van artikel 3 niet beantwoorden, van voertuigen van de categorie G en van voertuigen van traag vervoer omschreven in [1 artikel 1, § 2, 75]1 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;) <KB 2006-09-01/33, art. 2, 2°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   13° (...); <KB 2007-02-13/33, art. 20, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   14° de bestuurders van een motorvoertuig hen ter beschikking gesteld door het centrum bedoeld in artikel 45, waartoe zij zich hebben gewend voor het bepalen van hun geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig, alsmede om te vernemen welke aanpassingen aan hun eigen voertuig moeten worden aangebracht, gedurende de test op de openbare weg.   15° [4 de kandidaten die de opleiding "vrachtwagenchauffeur" of de opleiding "bestuurder autobus en autocars" volgen, georganiseerd door het onderwijs voor sociale promotie, waarvan het programma is goedgekeurd door de [8 Vlaamse]8 minister, met het oog op het behalen van het rijbewijs respectievelijk geldig voor de categorieën C en C+E en voor de subcategorieën C1 en C1+E, en voor de categorieën D en D+E en de subcategorieën D1 en D1+E;]4   (16° de bestuurders van voertuigen van de categorie G die de opleiding " bestuurder van landbouwvoertuigen " waarvan het programma door de [8 Vlaamse]8 Minister werd goedgekeurd, in een landbouwschool of een landbouwopleidingscentrum volgen.) <KB 2006-09-01/33, art. 2, 3°, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   (17° de bestuurders die het praktisch examen bedoeld in de artikelen 38 tot en met 42 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 [2 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E]2 afleggen of met het oog daarop scholing volgen;   18° [5 ...]5   ----------   (1)<KB 2010-09-10/01, art. 2, 029; Inwerkingtreding : 15-09-2010>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2011-04-28/01, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (4)<KB 2012-09-20/57, art. 33, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2013>   (5)<KB 2013-01-10/01, art. 26, 039; Inwerkingtreding : 19-01-2013>   (6)<KB 2013-01-08/01, art. 16, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (7)<KB 2013-11-15/03, art. 1, 042; Inwerkingtreding : 02-12-2013>   (8)<BVR 2015-07-10/11, art. 90, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling I. - Algemeenheden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5.§ 1. ([1 Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie AM, A1, A2, A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E, elke houder van een rijbewijs met de code 78 die een rijbewijs zonder deze code wil behalen of elke houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B die wil dat de code 96 erop wordt geplaatst, moet een scholing doorlopen :]1   1° hetzij door in een erkende rijschool, het praktische onderricht bedoeld in artikel 15 te volgen;   2° hetzij op basis van een voorlopige rijbewijs model 3, overeenkomstig de regels voorgeschreven in afdeling II. [1 Deze bepaling is echter niet van toepassing op de kandidaat [2 voor het rijbewijs geldig voor categorie AM]2.]1) <KB 2006-09-01/33, art. 3, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   3° (...). <KB 2008-11-28/35, art. 8, 024; Inwerkingtreding : 10-09-2008>   Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B moet een scholing doorlopen overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van de categorie B.) <KB 2006-07-10/30, art. 13, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   (Derde lid opgeheven.) <KB 2007-08-24/31, art. 3, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   § 2. Zijn evenwel vrijgesteld van de scholing voorgeschreven in de § 1 :   1° de houders van een Belgisch militair rijbewijs bedoeld in artikel 27, 1°;   2° (de houders van een Europees of een buitenlands nationaal rijbewijs, dat afgegeven is voor ten minste dezelfde categorie [1 ...]1 van voertuigen of voor een categorie o[1 ...]1 die gelijkwaardig is aan die waarvoor de geldigverklaring gevraagd wordt;) <KB 2004-07-15/34, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   3° (de in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 9° en 15° bedoelde kandidaten voor de categorieën [1 ...]1 die door deze bepalingen worden bedoeld.) <KB 2004-03-22/35, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 6, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/04, art. 3, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 5 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling I. - Algemeenheden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5_VLAAMS_GEWEST.    § 1. ([1 Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie AM, A1, A2, A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E, elke houder van een rijbewijs met de code 78 die een rijbewijs zonder deze code wil behalen of elke houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B die wil dat de code 96 erop wordt geplaatst, moet een scholing doorlopen :]1   1° hetzij door in een erkende rijschool, het praktische onderricht bedoeld in artikel 15 te volgen;   2° hetzij op basis van een voorlopige rijbewijs model 3, overeenkomstig de regels voorgeschreven in afdeling II. [1 Deze bepaling is echter niet van toepassing op de kandidaat [2 voor het rijbewijs geldig voor categorie AM]2.]1) <KB 2006-09-01/33, art. 3, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   3° (...). <KB 2008-11-28/35, art. 8, 024; Inwerkingtreding : 10-09-2008>   Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B moet een scholing doorlopen overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van de categorie B.) <KB 2006-07-10/30, art. 13, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   (Derde lid opgeheven.) <KB 2007-08-24/31, art. 3, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   § 2. Zijn evenwel vrijgesteld van de scholing voorgeschreven in de § 1 :   1° de houders van een Belgisch militair rijbewijs bedoeld in artikel 27, 1°;   2° [3 de houders van een Europees of een buitenlands nationaal rijbewijs als vermeld in artikel 23, § 2, 1°, van de wet, dat afgegeven is voor ten minste dezelfde categorie van voertuigen of voor een categorie die gelijkwaardig is aan die waarvoor de geldigverklaring gevraagd wordt, en dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 27, 2°, van dit besluit;]3   3° (de in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 9° en 15° bedoelde kandidaten voor de categorieën [1 ...]1 die door deze bepalingen worden bedoeld.) <KB 2004-03-22/35, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 6, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/04, art. 3, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (3)<BVR 2021-07-02/17, art. 2, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 5 · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling I. - Algemeenheden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    § 1. ([1 Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie AM, A1, A2, A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E, elke houder van een rijbewijs met de code 78 die een rijbewijs zonder deze code wil behalen of elke houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B die wil dat de code 96 erop wordt geplaatst, moet een scholing doorlopen :]1   1° hetzij door in een erkende rijschool, het praktische onderricht bedoeld in artikel 15 te volgen;   2° hetzij op basis van een voorlopige rijbewijs model 3, overeenkomstig de regels voorgeschreven in afdeling II. [1 Deze bepaling is echter niet van toepassing op de kandidaat [2 voor het rijbewijs geldig voor categorie AM]2.]1) <KB 2006-09-01/33, art. 3, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   3° (...). <KB 2008-11-28/35, art. 8, 024; Inwerkingtreding : 10-09-2008>   [3 ...]3   (Derde lid opgeheven.) <KB 2007-08-24/31, art. 3, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   § 2. Zijn evenwel vrijgesteld van de scholing voorgeschreven in de § 1 :   1° de houders van een Belgisch militair rijbewijs bedoeld in artikel 27, 1°;   2° [4 de houders van een Europees of een buitenlands rijbewijs, bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, dat werd uitgereikt ten minste voor dezelfde categorie van voertuigen of voor een categorie als die waarvoor de validering wordt gevraagd en die tegemoetkomt aan de voorwaarden bedoeld in artikel 27, 2°, eerste tot zesde lid van dit besluit;]4   3° (de in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 9° en 15° bedoelde kandidaten voor de categorieën [1 ...]1 die door deze bepalingen worden bedoeld.) <KB 2004-03-22/35, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 6, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/04, art. 3, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (3)<BESL 2018-03-29/04, art. 8.2, 054; Inwerkingtreding : 01-11-2018>   (4)<BESL 2022-12-15/39, art. 1, 078; Inwerkingtreding : 27-02-2023>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 5 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling I. - Algemeenheden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5_WAALS_GEWEST.    § 1. ([1 Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie AM, A1, A2, A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E, elke houder van een rijbewijs met de code 78 die een rijbewijs zonder deze code wil behalen of elke houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B die wil dat de code 96 erop wordt geplaatst, moet een scholing doorlopen :]1   1° hetzij door in een erkende rijschool, het praktische onderricht bedoeld in artikel 15 te volgen;   2° hetzij op basis van een voorlopige rijbewijs model 3, overeenkomstig de regels voorgeschreven in afdeling II. [1 Deze bepaling is echter niet van toepassing op de kandidaat [2 voor het rijbewijs geldig voor categorie AM]2.]1) <KB 2006-09-01/33, art. 3, 015; Inwerkingtreding : 15-09-2006>   3° (...). <KB 2008-11-28/35, art. 8, 024; Inwerkingtreding : 10-09-2008>   Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B moet een scholing doorlopen overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van de categorie B.) <KB 2006-07-10/30, art. 13, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   [4 ...]4   § 2. Zijn evenwel vrijgesteld van de scholing voorgeschreven in de § 1 :   1° de houders van een Belgisch militair rijbewijs bedoeld in artikel 27, 1°;   2° [3[4 de houders van een Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1°, van de wet, dat afgegeven is voor ten minste dezelfde categorie van voertuigen of voor een categorie die gelijkwaardig is aan die waarvoor de geldigverklaring gevraagd wordt, en dat voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 27, 2°]4]3   3° (de in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 9° en 15° bedoelde kandidaten voor de categorieën [1 ...]1 die door deze bepalingen worden bedoeld.) <KB 2004-03-22/35, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 11-05-2004>   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 6, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-11-15/04, art. 3, 043; Inwerkingtreding : 07-12-2013>   (3)<BWG 2018-05-24/23, art. 2, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (4)<BWG 2024-11-28/15, art. 2, 083; Inwerkingtreding : 01-03-2025>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling II. - Voorlopig rijbewijs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6.De scholing op basis van een voorlopig rijbewijs is aan de volgende voorwaarden onderworpen :   1° De kandidaat :   a) moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1 bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;   b) moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs, sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretische examen bedoeld in artikel 23, §1, 4° van de wet of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28;   c) moet houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig :   - voor de categorie B wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C, D1 of D en voor de verkrijging van de code 96]1;   - voor het besturen van het overeenstemmende trekkende voertuig wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B+E, [1 C1+E, C+E, D1+E of D+E]1;   d) mag niet vervallen zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen van de categorie waarvoor het voorlopige rijbewijs is aangevraagd en moet geslaagd zijn voor de onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;   e) moet voldoen aan de bepalingen van artikel 41 of van artikel 42;   f) (mag geen houder geweest zijn van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie [1 ...]1 van voertuigen.   Dit verbod is evenwel niet van toepassing :   - op de kandidaat die houder geweest is van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie [1 ...]1 van voertuigen waarvan de geldigheid sinds meer dan drie jaar verstreken is. In dit geval, worden de mislukkingen voor de praktische examens die voor de afgifte van het nieuwe voorlopige rijbewijs werden afgelegd niet meegerekend voor de toepassing van artikelen 15, 1°, en 38, § 14;   - op de houder van een rijbewijs met de vermelding " automatisch " die een voorlopig rijbewijs model 3 wil behalen voor het aanleren van het besturen van voertuigen van dezelfde categorie [1 ...]1, uitgerust met een handschakeling :   - [1 op de houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B die een voorlopig rijbewijs wil behalen met het oog op het bijvoegen van de code 96;]1) <KB 2006-07-10/30, art. 14, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   g) [2 moet geslaagd zijn voor het praktisch examen op een terrein buiten het verkeer indien het gaat om een kandidaat voor een voorlopig rijbewijs voor het besturen van voertuigen van de categorieën A1, A2 of A;]2   h) [2 moet de leeftijd bereikt hebben 18 jaar voor de categorieën A1, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D en D+E, 20 jaar voor de categorie A2 en 22 jaar voor de categorie A als hij sinds ten minste twee jaar houder is van een rijbewijs geldig voor de categorie A2 of 24 jaar als dat niet het geval is;]2   i) moet houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een nog geldig voorlopig rijbewijs;   j) [2 moet vergezeld zijn van een begeleider die beantwoordt aan de in 3° voorgeschreven voorwaarden en die vermeld is op het voorlopige rijbewijs. Deze beperking is niet van toepassing op de houder van een voorlopig rijbewijs model 3 geldig voor de categorie A1, A2 of A;]2   2° Het voertuig :   a) moet behoren tot de categorie [1   ]1 van voertuigen waarvoor het voorlopige rijbewijs geldig verklaard is;   b) mag geen andere personen vervoeren dan deze bedoeld in artikel 9. Voor de categorieën [1 AM]1 [1 , A1, A2 en A]1 is elk vervoer van personen verboden;   c) (mag in commercieel verband geen goederen vervoeren, behalve als de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorieën [1 C1, C1+E, C of C+E]1;) <KB 2004-07-15/34, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   d) moet op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats uitgerust zijn met het teken "L", waarvan het model is bepaald door de Minister;   e) [2 mag geen aanhangwagen trekken als het voorlopig rijbewijs geldig verklaard is voor de categorie A1, A2, A, B, C1, C, D1 of D, tenzij de code 96 op het document vermeld is;]2   f) (moet, tenzij de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, voorzien zijn) van : <KB 2006-07-10/30, art. 14, 5°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   - als het gaat om een voertuig van de categorie B dat niet uitgerust is met een gesloten koetswerk, achteruitkijkspiegels binnen in het voertuig zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider ieder een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van links;   - als het gaat om een voertuig van de categorie B uitgerust met een gesloten koetswerk of een voertuig van de categorie B+E, C, [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E]1, van rechtse buitenspiegels zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van rechts;   - (opgeheven) <KB 2008-12-23/33, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   3° De begeleider :   a) moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1, bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;   b) moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de (categorie B+E, [1 C1, C1+E, C of C+E]1 de leeftijd van 24 jaar hebben bereikt en op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie [1 D1, D1+E, D of D+E]1 de leeftijd van 27 jaar; <KB 2006-07-10/30, art. 14, 6°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   c) moet sedert ten minste zes jaar houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om het voertuig te besturen aan boord waarvan hij de kandidaat vergezelt. De bestuurder die overeenkomstig artikel 44, § 5 of artikel 45, enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden;   d) (mag niet vervallen zijn of mag gedurende de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen en moet voldaan hebben aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet werden opgelegd;) <KB 2004-07-15/34, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   e) (...) <KB 2004-07-15/34, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   f) mag, behalve voor dezelfde kandidaat, niet op een ander voorlopig rijbewijs [1 ...]1 als begeleider vermeld geweest zijn binnen het jaar vóór de afgifte van het voorlopige rijbewijs.   Dit verbod is niet van toepassing :   - op zijn eigen kinderen of pleegkinderen of die van zijn [1 wettelijke partner]1;   - op de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]1, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zijn ingeschreven als personeelsleden van dezelfde onderneming die haar bestuurders zelf opleidt, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat prestaties verrichten in een brandweerdienst bedoeld in de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming;   [3 - op de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor categorie C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E, die als werkzoekende zonder werk een overeenkomst voor een individuele beroepsopleiding in een onderneming heeft afgesloten met de werkgever die de begeleider in dienst heeft, overeenkomstig de regels bepaald door de gewesten.]3   g) moet vooraan in het voertuig plaatsnemen.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 7, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-01-08/01, art. 17, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (3)<KB 2026-06-24/07, art. 3, 086; Inwerkingtreding : 01-08-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 6 · Brussel

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling II. - Voorlopig rijbewijs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    De scholing op basis van een voorlopig rijbewijs is aan de volgende voorwaarden onderworpen :   1° De kandidaat :   a) moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1 bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;   b) moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs, sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretische examen bedoeld in artikel 23, §1, 4° van de wet of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28;   c) moet houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig :   - voor de categorie B wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C, D1 of D en voor de verkrijging van de code 96]1;   - voor het besturen van het overeenstemmende trekkende voertuig wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B+E, [1 C1+E, C+E, D1+E of D+E]1;   d) mag niet vervallen zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen van de categorie waarvoor het voorlopige rijbewijs is aangevraagd en moet geslaagd zijn voor de onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;   e) moet voldoen aan de bepalingen van artikel 41 of van artikel 42;   f) (mag geen houder geweest zijn van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie [1 ...]1 van voertuigen.   Dit verbod is evenwel niet van toepassing :   - op de kandidaat die houder geweest is van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie [1 ...]1 van voertuigen waarvan de geldigheid sinds meer dan drie jaar verstreken is. In dit geval, worden de mislukkingen voor de praktische examens die voor de afgifte van het nieuwe voorlopige rijbewijs werden afgelegd niet meegerekend voor de toepassing van artikelen 15, 1°, en 38, § 14;   - op de houder van een rijbewijs met de vermelding " automatisch " die een voorlopig rijbewijs model 3 wil behalen voor het aanleren van het besturen van voertuigen van dezelfde categorie [1 ...]1, uitgerust met een handschakeling :   - [1 op de houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B die een voorlopig rijbewijs wil behalen met het oog op het bijvoegen van de code 96;]1) <KB 2006-07-10/30, art. 14, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   g) [2 moet geslaagd zijn voor het praktisch examen op een terrein buiten het verkeer indien het gaat om een kandidaat voor een voorlopig rijbewijs voor het besturen van voertuigen van de categorieën A1, A2 of A;]2   h) [2 moet de leeftijd bereikt hebben 18 jaar voor de categorieën A1, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D en D+E, 20 jaar voor de categorie A2 en 22 jaar voor de categorie A als hij sinds ten minste twee jaar houder is van een rijbewijs geldig voor de categorie A2 of 24 jaar als dat niet het geval is;]2   i) moet houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een nog geldig voorlopig rijbewijs;   j) [2 moet vergezeld zijn van een begeleider die beantwoordt aan de in 3° voorgeschreven voorwaarden en die vermeld is op het voorlopige rijbewijs. Deze beperking is niet van toepassing op de houder van een voorlopig rijbewijs model 3 geldig voor de categorie A1, A2 of A;]2   2° Het voertuig :   a) moet behoren tot de categorie [1   ]1 van voertuigen waarvoor het voorlopige rijbewijs geldig verklaard is;   b) mag geen andere personen vervoeren dan deze bedoeld in artikel 9. Voor de categorieën [1 AM]1 [1 , A1, A2 en A]1 is elk vervoer van personen verboden;   c) (mag in commercieel verband geen goederen vervoeren, behalve als de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorieën [1 C1, C1+E, C of C+E]1;) <KB 2004-07-15/34, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   d) moet op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats uitgerust zijn met het teken "L", waarvan het model is bepaald door de Minister;   e) [2 mag geen aanhangwagen trekken als het voorlopig rijbewijs geldig verklaard is voor de categorie A1, A2, A, B, C1, C, D1 of D, tenzij de code 96 op het document vermeld is;]2   f) (moet, tenzij de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, voorzien zijn) van : <KB 2006-07-10/30, art. 14, 5°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   - als het gaat om een voertuig van de categorie B dat niet uitgerust is met een gesloten koetswerk, achteruitkijkspiegels binnen in het voertuig zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider ieder een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van links;   - als het gaat om een voertuig van de categorie B uitgerust met een gesloten koetswerk of een voertuig van de categorie B+E, C, [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E]1, van rechtse buitenspiegels zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van rechts;   - (opgeheven) <KB 2008-12-23/33, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   3° De begeleider :   a) moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1, bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;   b) moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de (categorie B+E, [1 C1, C1+E, C of C+E]1 de leeftijd van 24 jaar hebben bereikt en op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie [1 D1, D1+E, D of D+E]1 de leeftijd van 27 jaar; <KB 2006-07-10/30, art. 14, 6°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   c) moet sedert ten minste zes jaar houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om het voertuig te besturen aan boord waarvan hij de kandidaat vergezelt. De bestuurder die overeenkomstig artikel 44, § 5 of artikel 45, enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden;   d) (mag niet vervallen zijn of mag gedurende de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen en moet voldaan hebben aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet werden opgelegd;) <KB 2004-07-15/34, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   e) (...) <KB 2004-07-15/34, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   f) mag, behalve voor dezelfde kandidaat, niet op een ander voorlopig rijbewijs [1 ...]1 als begeleider vermeld geweest zijn binnen het jaar vóór de afgifte van het voorlopige rijbewijs.   Dit verbod is niet van toepassing :   - op zijn eigen kinderen of pleegkinderen of die van zijn [1 wettelijke partner]1;   - op de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]1, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zijn ingeschreven als personeelsleden van dezelfde onderneming die haar bestuurders zelf opleidt, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat prestaties verrichten in een brandweerdienst bedoeld in de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming;   [3 op de kandidaat voor een rijbewijs geldig voor de categorieën C, C+E,D en D1 die als niet-werkende werkzoekende een individuele beroepsopleiding in de onderneming als bedoeld in artikel 1, 1° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 juli 2022 tot instelling van een steun voor individuele beroepsopleiding in de onderneming, heeft aangevat bij de werkgever die de begeleider tewerkstelt;]3   g) moet vooraan in het voertuig plaatsnemen.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 7, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-01-08/01, art. 17, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (3)<BESL 2024-05-02/03, art. 1, 082; Inwerkingtreding : 20-05-2024>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 6 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling II. - Voorlopig rijbewijs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6_VLAAMS_GEWEST.    De scholing op basis van een voorlopig rijbewijs is aan de volgende voorwaarden onderworpen :   1° De kandidaat :   a) moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1 bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;   b) moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs, sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretische examen bedoeld in artikel 23, §1, 4° van de wet of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28;   c) moet houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig :   - voor de categorie B wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C, D1 of D en voor de verkrijging van de code 96]1;   - voor het besturen van het overeenstemmende trekkende voertuig wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B+E, [1 C1+E, C+E, D1+E of D+E]1;   d) mag niet vervallen zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen van de categorie waarvoor het voorlopige rijbewijs is aangevraagd en moet geslaagd zijn voor de onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;   e) moet voldoen aan de bepalingen van artikel 41 of van artikel 42;   f) (mag geen houder geweest zijn van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie [1 ...]1 van voertuigen.   Dit verbod is evenwel niet van toepassing :   - op de kandidaat die houder geweest is van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie [1 ...]1 van voertuigen waarvan de geldigheid sinds meer dan drie jaar verstreken is. In dit geval, worden de mislukkingen voor de praktische examens die voor de afgifte van het nieuwe voorlopige rijbewijs werden afgelegd niet meegerekend voor de toepassing van artikelen 15, 1°, en 38, § 14;   - op de houder van een rijbewijs met de vermelding " automatisch " die een voorlopig rijbewijs model 3 wil behalen voor het aanleren van het besturen van voertuigen van dezelfde categorie [1 ...]1, uitgerust met een handschakeling :   - [1 op de houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B die een voorlopig rijbewijs wil behalen met het oog op het bijvoegen van de code 96;]1) <KB 2006-07-10/30, art. 14, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   g) [2 moet geslaagd zijn voor het praktisch examen op een terrein buiten het verkeer indien het gaat om een kandidaat voor een voorlopig rijbewijs voor het besturen van voertuigen van de categorieën A1, A2 of A;]2   h) [2 moet de leeftijd bereikt hebben 18 jaar voor de categorieën A1, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D en D+E, 20 jaar voor de categorie A2 en 22 jaar voor de categorie A als hij sinds ten minste twee jaar houder is van een rijbewijs geldig voor de categorie A2 of 24 jaar als dat niet het geval is;]2   i) moet houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een nog geldig voorlopig rijbewijs;   j) [2 moet vergezeld zijn van een begeleider die beantwoordt aan de in 3° voorgeschreven voorwaarden en die vermeld is op het voorlopige rijbewijs. Deze beperking is niet van toepassing op de houder van een voorlopig rijbewijs model 3 geldig voor de categorie A1, A2 of A;]2   2° Het voertuig :   a) moet behoren tot de categorie [1   ]1 van voertuigen waarvoor het voorlopige rijbewijs geldig verklaard is;   b) mag geen andere personen vervoeren dan deze bedoeld in artikel 9. Voor de categorieën [1 AM]1 [1 , A1, A2 en A]1 is elk vervoer van personen verboden;   c) (mag in commercieel verband geen goederen vervoeren, behalve als de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorieën [1 C1, C1+E, C of C+E]1;) <KB 2004-07-15/34, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   d) moet op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats uitgerust zijn met het teken "L", waarvan het model is bepaald door de [3 Vlaamse minister]3;   e) [2 mag geen aanhangwagen trekken als het voorlopig rijbewijs geldig verklaard is voor de categorie A1, A2, A, B, C1, C, D1 of D, tenzij de code 96 op het document vermeld is;]2   f) (moet, tenzij de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, voorzien zijn) van : <KB 2006-07-10/30, art. 14, 5°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   - als het gaat om een voertuig van de categorie B dat niet uitgerust is met een gesloten koetswerk, achteruitkijkspiegels binnen in het voertuig zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider ieder een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van links;   - als het gaat om een voertuig van de categorie B uitgerust met een gesloten koetswerk of een voertuig van de categorie B+E, C, [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E]1, van rechtse buitenspiegels zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van rechts;   - (opgeheven) <KB 2008-12-23/33, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 30-12-2008>   3° De begeleider :   a) moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1, bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;   b) moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de (categorie B+E, [1 C1, C1+E, C of C+E]1 de leeftijd van 24 jaar hebben bereikt en op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie [1 D1, D1+E, D of D+E]1 de leeftijd van 27 jaar; <KB 2006-07-10/30, art. 14, 6°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   c) moet sedert ten minste zes jaar houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om het voertuig te besturen aan boord waarvan hij de kandidaat vergezelt. De bestuurder die overeenkomstig artikel 44, § 5 of artikel 45, enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden;   d) (mag niet vervallen zijn of mag gedurende de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen en moet voldaan hebben aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet werden opgelegd;) <KB 2004-07-15/34, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   e) (...) <KB 2004-07-15/34, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2004>   f) mag, behalve voor dezelfde kandidaat, niet op een ander voorlopig rijbewijs [1 ...]1 als begeleider vermeld geweest zijn binnen het jaar vóór de afgifte van het voorlopige rijbewijs.   Dit verbod is niet van toepassing :   - op zijn eigen kinderen of pleegkinderen of die van zijn [1 wettelijke partner]1;   - op de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie [1 C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E]1, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zijn ingeschreven als personeelsleden van dezelfde onderneming die haar bestuurders zelf opleidt, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat prestaties verrichten in een brandweerdienst bedoeld in de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming;   g) moet vooraan in het voertuig plaatsnemen.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 7, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2013-01-08/01, art. 17, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (3)<BVR 2015-07-10/11, art. 92, 047; Inwerkingtreding : 04-09-2015>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling II. - Voorlopig rijbewijs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 7.(Het voorlopige rijbewijs model 3 stemt overeen met het model van bijlage 2.) <KB 2006-07-10/30, art. 15, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   Het voorlopige rijbewijs wordt afgegeven :   1° aan de personen bedoeld in artikel 3, § 1, 1° en 3°, b) en c), door de burgemeester van de gemeente of door diens gemachtigde waar de aanvrager ingeschreven of vermeld is in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;   2° aan de personen bedoeld in artikel 3, § 1, 2° door de burgemeester [2 of diens gemachtigde, van de gemeente waar de Belgische onderwijsinstelling zich bevindt waar de aanvrager is ingeschreven]2;   3° aan de personen bedoeld in artikel 3, § 1, 3°, a), door de Minister van Buitenlandse Zaken of zijn gemachtigde;   4° [2 ...]2 <KB 2007-08-24/31, art. 4, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   Het voorlopige rijbewijs wordt uitgereikt tegen afgifte van een degelijk ingevulde aanvraag om een voorlopig rijbewijs en op vertoon van het bewijs dat voldaan is aan de voorwaarden voorgeschreven bij artikel 6, 1°, b), c), e), g) en 3°, f), tweede streepje.   Het model van de aanvraag om een voorlopig rijbewijs en van het attest voorgelegd door de kandidaat die artikel 6, 3°, f), tweede streepje inroept, wordt bepaald door de [1 Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer]1.   ----------   (1)<KB 2017-11-19/04, art. 3, 052; Inwerkingtreding : 11-12-2017>   (2)<KB 2019-01-11/15, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 15-03-2019>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling II. - Voorlopig rijbewijs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 8.§ 1. (Het voorlopig rijbewijs model 3 is twaalf maanden geldig.) <KB 2006-07-10/30, art. 16, 1°, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   De geldigheid van een voorlopig rijbewijs kan niet verlengd worden [5 ...]5.   § 2. [3 De overheid bedoeld in artikel 7 maakt het voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2, A, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E.    De overheid bedoeld in artikel 7 vermeldt de code 96 op het voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie B en afgegeven met het oog op de scholing voor het besturen van een samenstel met een maximale toegelaten massa van meer dan 3 500 kg en ten hoogste 4 250 kg, bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg.    De overheid bedoeld in artikel 7 vermeldt de code 78 op het voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A als deze code is vermeld op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.]3   § 3. Het voorlopige rijbewijs is slechts geldig voor het aanleren van het besturen van voertuigen van de categorie [2 ...]2 waarvoor het geldig verklaard is.   De voorwaarden en de beperkingen die voorkomen op de attesten bedoeld in artikel 41, § 4, 44, § 5 en 45 worden aangebracht op het voorlopige rijbewijs in de vorm van de codes bepaald in bijlage 7.   [3 Het voorlopig rijbewijs met de code 78 voor de categorie waarvoor het geldig is, is enkel geldig voor het besturen van voertuigen uitgerust met een automatische schakeling.]3   § 4. Ieder voorlopig rijbewijs dat is afgegeven hoewel niet was voldaan aan de voorwaarden die in deze afdeling [2 of in het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B]2 voor de afgifte ervan gesteld worden, is nietig.   In dat geval wordt het voorlopige rijbewijs aan de in artikel 7 vermelde overheid teruggegeven.   § 5. Het voorlopige rijbewijs verliest zijn geldigheid :   1° (wanneer niet meer voldaan is aan de in artikel 6 bepaalde afgiftevoorwaarden;) <KB 2002-09-05/35, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2002>   2° bij het verstrijken van de geldigheidstermijn van het document;   3° wanneer er een ander voorlopig rijbewijs wordt afgegeven, behalve wanneer een van de documenten geldig verklaard is voor de categorie [2 , A1, A2 of A]2;   4° als er een rijbewijs wordt afgegeven, geldig voor dezelfde categorie [2   ]2 van voertuigen als deze waarvoor het voorlopige rijbewijs geldig verklaard is.   Het voorlopige rijbewijs dat zijn geldigheid verloren heeft, wordt teruggegeven aan de overheid bedoeld in artikel 7.   § 6. In afwijking van de bepalingen van § 5, verliest het voorlopige rijbewijs evenwel zijn geldigheid niet :   1° als een van de op het voorlopige rijbewijs vermelde begeleiders niet langer één van de in artikel 6, 3° vermelde voorwaarden vervult. In dit geval, moet de kandidaat veranderen van begeleider overeenkomstig de bepalingen van § 7;   2° [4 ...]4   § 7. Een tweede begeleider, die voldoet aan de voorwaarden bepaald in het artikel 6, 3° mag door de overheid bedoeld in artikel 7 op het voorlopige rijbewijs vermeld worden hetzij op het ogenblik van de afgifte hetzij tijdens de scholing.   In geval van verandering van begeleider tijdens de scholing wordt een nieuw voorlopig rijbewijs afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 7; dit nieuwe document heeft dezelfde uiterste geldigheidsdatum als het oorspronkelijk voorlopige rijbewijs.   ----------   (1)<KB 2011-04-28/01, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (2)<KB 2011-04-28/01, art. 8, 034; Inwerkingtreding : 01-05-2013>   (3)<KB 2013-01-08/01, art. 18, 040; Inwerkingtreding : 18-01-2013>   (4)<KB 2013-04-03/13, art. 1, 041; Inwerkingtreding : 01-10-2013>   (5)<KB 2013-11-15/04, art. 4, 043; Inwerkingtreding : 01-10-2013>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling II. - Voorlopig rijbewijs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9. <KB 2006-07-10/30, art. 17, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006> De kandidaat van minder dan 24 jaar mag niet rijden van tweeëntwintig uur tot zes uur 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen   De houder van een voorlopige rijbewijs mag, naast de begeleider, vergezeld zijn van één andere persoon.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 10 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1998032331 / TITEL III. - Het rijbewijs / HOOFDSTUK II. - De scholing. / Afdeling III. - Leervergunning (Opgeheven) <KB 2006-07-10/30, art. 18, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10. (Opgeheven) <KB 2006-07-10/30, art. 18, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2006>
    Open officiële bron ↗