Art. 37ter

[1 § 1. Indien een feit van die aard is om gestraft te worden met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar, kan de rechter als hoofdstraf een straf onder elektronisch toezicht opleggen van dezelfde duur als de gevangenisstraf die hij anders zou opleggen en die van toepassing kan worden ingeval de straf onder elektronisch toezicht niet wordt uitgevoerd. Voor de bepaling van de duur van deze vervangende gevangenisstraf staat een dag van de opgelegde straf onder elektronisch toezicht gelijk aan een dag gevangenisstraf.    Een straf onder elektronisch toezicht bestaat uit de verplichting om gedurende een door de rechter overeenkomstig paragraaf 2 bepaalde termijn aanwezig te zijn op een bepaald adres, behoudens toegestane verplaatsingen of afwezigheden, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen om dit te controleren, en waaraan overeenkomstig paragraaf 5 voorwaarden worden gekoppeld.    De straf onder elektronisch toezicht mag niet worden uitgesproken voor de feiten die :    1° bedoeld zijn [2 in de artikelen 417/12 tot 417/22]2,    2° bedoeld zijn [2 in de artikelen 417/25 tot 417/41, 417/44 tot 417/47, 417/52 en 417/54]2, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen;    3° bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397.    § 2. De duur van de straf onder elektronisch toezicht bedraagt minstens een maand en ten hoogste een jaar. De strafrechter kan overeenkomstig artikel 85 rekening houden met verzachtende omstandigheden, zonder evenwel de duur van het elektronisch toezicht als autonome straf te bepalen op minder dan één maand.    De straf onder elektronisch toezicht moet een aanvang nemen binnen zes maanden na de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de overschrijding van deze termijn te wijten is aan de veroordeelde, beslist het openbaar ministerie ofwel tot verder uitstel van de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht ofwel tot uitvoering van de vervangende gevangenisstraf. Indien de overschrijding van deze termijn niet te wijten is aan de veroordeelde, moet de straf een aanvang nemen binnen zes maanden na de afloop van de eerste termijn, bij gebreke daarvan is de straf verjaard.    § 3. Met het oog op het opleggen van een straf onder elektronisch toezicht, kunnen respectievelijk het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter, de onderzoeksgerechten of de vonnisgerechten aan de bevoegde dienst voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht, hierna "de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht" genoemd, van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de inverdenkinggestelde, de beklaagde of de veroordeelde de opdracht geven een beknopt voorlichtingsrapport en/of een maatschappelijke enquête uit te voeren.    Dit rapport of dit onderzoek bevat alleen de pertinente elementen die van aard zijn de overheid die het verzoek tot de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht richtte in te lichten over de opportuniteit van de overwogen straf.    Iedere meerderjarige waarmee de beklaagde samenwoont wordt in het kader van deze maatschappelijke enquête gehoord in zijn opmerkingen. Het beknopt voorlichtingsrapport of het verslag van de maatschappelijke enquête wordt binnen de maand na de aanvraag aan het dossier toegevoegd.    § 4. Indien een straf onder elektronisch toezicht door de rechter wordt overwogen, door het openbaar ministerie wordt gevorderd of door de beklaagde wordt gevraagd, licht de rechter deze laatste vóór de sluiting van de debatten in over de draagwijdte van een dergelijke straf, de eventuele aanwijzingen over de concrete invulling die hij kan geven en de geïndividualiseerde voorwaarden die hij overeenkomstig paragraaf 5 kan opleggen en hoort hem in zijn opmerkingen. De rechter kan hierbij eveneens rekening houden met de belangen van de eventuele slachtoffers. De rechter kan de straf onder elektronisch toezicht slechts uitspreken als de beklaagde op de terechtzitting aanwezig is of vertegenwoordigd is en nadat hij, hetzij in persoon, hetzij via zijn raadsman, zijn instemming heeft gegeven. Iedere meerderjarige samenwonende van de beklaagde die in het kader van de maatschappelijke enquête niet is gehoord, of in het geval geen maatschappelijke enquête is verricht, kan door de rechter worden gehoord in zijn opmerkingen.    De rechter die weigert een door het openbaar ministerie gevorderde of door de beklaagde gevraagde straf onder elektronisch toezicht uit te spreken, moet zijn beslissing met redenen omkleden.    § 5. De rechter bepaalt de duur van de straf onder elektronisch toezicht en kan aanwijzingen geven omtrent de concrete invulling ervan.    Aan de straf onder elektronisch toezicht worden steeds de volgende algemene voorwaarden verbonden :    1° geen strafbare feiten plegen;    2° een vast adres hebben en, bij wijziging ervan, de nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan het openbaar ministerie en de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht;    3° gevolg geven aan de oproepingen van de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht en de concrete invulling bepaald door deze dienst naleven.    De rechter kan de veroordeelde bovendien aan geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden onderwerpen in het belang van het slachtoffer. Deze voorwaarden hebben betrekking op het verbod om op bepaalde plaatsen te komen of met het slachtoffer contact op te nemen en/of op diens vergoeding.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-07/15, art. 7, 110; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-05-2016, art. 7 gewijzigd bij W 2016-02-05/11, art. 44, 114>   (2)<W 2022-03-21/01, art. 86, 148; Inwerkingtreding : 01-06-2022>

Oud ↔ nieuw

Tegenhanger in het nieuwe Strafwetboek

Voor dit artikel is nog geen verbinding met het nieuwe Strafwetboek opgenomen. Zoek in nieuw Boek I → · Zoek in nieuw Boek II →

Feiten van vóór 1 september 2026?

Laat Pro onderbouwen welke strafwet de gunstigste is

U kiest de artikelen en de gecontroleerde feiten. Pro stelt de vergelijking oud/nieuw op met bronverwijzingen, een ronde tegenargumenten en een memo die u als PDF in uw dossier bewaart. U beoordeelt en beslist.

  • Vergelijking oud/nieuw met bronpassages
  • Gunstigste-strafwet-toets met tegenargumenten
  • Memo als PDF

Nieuwe Pro Solo-abonnees: 14 dagen gratis. Kaart verplicht. Daarna € 49 per maand excl. btw. Gratis opzeggen vóór het einde van de proefperiode.

14 dagen proberenBekijk wat Pro doetVergelijk abonnementen
Bronverificatie (bronbestand, locator en hashes)
  1. 8 JUNI 1867. - STRAFWETBOEK.

    Bronklasse
    Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
    Locator
    HTML · #list-title-3 > a:nth-child(579)
    Bronspan
    Tekst 0–5677 · bron 13–5690
    Bronbestand
    sha256:10760819949a041deea128fd87bd261bf7e6d77fe4f84bf84093f63bb01f0504
    Exact tekstfragment
    sha256:25cbb0afc3b25d97963652fb3598476487b79f2f91ba90805fcb77884d9d36b8
    Open de officiële bron

Brongebonden wettekst en hulpmiddel voor professionals; geen juridisch advies. Controleer steeds de authentieke bron.