Art. 37septies

([1 oud art. 37quinquies vernummerd tot nieuw art. 37septies)]1) <Ingevoegd bij W 2002-04-17/33, art. 3; Inwerkingtreding : 07-05-2002> § 1. Wie overeenkomstig artikel 37ter tot een werkstraf is veroordeeld, wordt gevolgd door een justitieassistent van de Dienst justitiehuizen van (FOD Justitie) van het gerechtelijk arrondissement van zijn verblijfplaats. <W 2006-12-27/33, art. 36, 1°, 061; Inwerkingtreding : 07-01-2007>   Op de tenuitvoerlegging van de werkstraf wordt toegezien door de probatiecommissie van de verblijfplaats van de veroordeelde, waaraan de justitieassistent rapporteert.   § 2. Wanneer de rechterlijke beslissing waarbij de werkstraf wordt uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, bezorgt de griffier daarvan binnen vierentwintig uur een uitgifte aan de voorzitter van de bevoegde probatiecommissie, alsook aan de (bevoegde arrondissementele afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie), die onverwijld de in § 1 bedoelde justitieassistent aanwijst. [2 ...]2   (De territoriale bevoegdheid van de probatiecommissie wordt bepaald door de verblijfplaats van de veroordeelde op het ogenblik van het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis of arrest. Indien de betrokkene zijn verblijfplaats heeft buiten het grondgebied van het Rijk, is de territoriaal bevoegde probatiecommissie die van de plaats waar de veroordeling in eerste aanleg uitgesproken werd.   Indien de commissie het in uitzonderlijke gevallen voor een tot een werkstraf veroordeelde persoon, die daartoe een gemotiveerde aanvraag indient, aangewezen acht om de bevoegdheid over te dragen aan de probatiecommissie van zijn nieuwe verblijfplaats, neemt zij een gemotiveerde beslissing nadat die andere commissie binnen de twee maanden een eensluidend advies heeft uitgebracht. Voor een persoon zonder verblijfplaats in het Rijk kan volgens dezelfde procedure de bevoegdheid naar een andere probatiecommissie worden overgedragen, zonder dat het in dat geval de commissie van zijn nieuwe verblijfplaats moet zijn.) <W 2006-12-27/33, art. 36, 4°, 061; Inwerkingtreding : 07-01-2007>   § 3. De justitieassistent bepaalt na de veroordeelde gehoord te hebben en rekening houdend met zijn opmerkingen de concrete invulling van de straf, met naleving van de aanwijzingen bedoeld in artikel [3 37quinquies]3 , § 4, onder toezicht van de probatiecommissie die hierin te allen tijde, en eveneens met naleving van de aanwijzingen bedoeld in artikel [3 37quinquies]3 , § 4, preciseringen of wijzigingen kan aanbrengen, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de veroordeelde.   (De concrete invulling van de werkstraf wordt vastgelegd in een door de veroordeelde te ondertekenen overeenkomst waarvan de justitieassistent hem een kopie overhandigt. De justitieassistent deelt eveneens een kopie van de ondertekende overeenkomst mee aan de probatiecommissie binnen de drie werkdagen.) <W 2006-12-27/33, art. 36, 5°, 061; Inwerkingtreding : 07-01-2007>eestdagen niet inbegrepen.   § 4. Ingeval de werkstraf niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd, meldt de justitieassistent dit onverwijld aan de probatiecommissie. Meer dan tien dagen vóór de datum die werd vastgesteld om de zaak te behandelen, roept de commissie de veroordeelde bij aangetekende brief [2 of op een door de Koning te bepalen elektronische wijze]2 op en stelt zijn raadsman ervan in kennis. Het dossier van de commissie wordt gedurende vijf dagen ter beschikking gehouden van de veroordeelde en zijn raadsman.   De commissie, die zitting houdt zonder dat het openbaar ministerie daarbij aanwezig is, stelt [2 een]2 met redenen omkleed verslag op, met het oog op de toepassing van de vervangende straf.   (Het verslag wordt bij gewone brief ter kennis gebracht van de veroordeelde, het openbaar ministerie en de justitieassistent.) <W 2006-12-27/33, art. 36, 6°, 061; Inwerkingtreding : 07-01-2007>   In dit geval kan het openbaar ministerie beslissen de in de rechterlijke beslissing voorziene gevangenisstraf of geldboete uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de werkstraf die reeds door de veroordeelde is uitgevoerd.   ----------   (1)<W 2014-02-07/15, art. 9, 110; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-05-2016>   (2)<W 2014-04-10/80, art. 6, 111; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-05-2016 (zie W 2014-05-08/55, art. 6, gewijzigd zichzelf bij W 2015-11-23/02, art. 13)>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 66, 137; Inwerkingtreding : 03-06-2019>      ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-10/80, art. 7, 111; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-05-2016 (zie W 2014-05-08/55, art. 6, gewijzid zichzelf bij W 2015-11-23/02, art. 13)>

Oud ↔ nieuw

Tegenhanger in het nieuwe Strafwetboek

Voor dit artikel is nog geen verbinding met het nieuwe Strafwetboek opgenomen. Zoek in nieuw Boek I → · Zoek in nieuw Boek II →

Feiten van vóór 1 september 2026?

Laat Pro onderbouwen welke strafwet de gunstigste is

U kiest de artikelen en de gecontroleerde feiten. Pro stelt de vergelijking oud/nieuw op met bronverwijzingen, een ronde tegenargumenten en een memo die u als PDF in uw dossier bewaart. U beoordeelt en beslist.

  • Vergelijking oud/nieuw met bronpassages
  • Gunstigste-strafwet-toets met tegenargumenten
  • Memo als PDF

Nieuwe Pro Solo-abonnees: 14 dagen gratis. Kaart verplicht. Daarna € 49 per maand excl. btw. Gratis opzeggen vóór het einde van de proefperiode.

14 dagen proberenBekijk wat Pro doetVergelijk abonnementen
Bronverificatie (bronbestand, locator en hashes)
  1. 8 JUNI 1867. - STRAFWETBOEK.

    Bronklasse
    Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
    Locator
    HTML · #list-title-3 > a:nth-child(742)
    Bronspan
    Tekst 0–4714 · bron 17–4731
    Bronbestand
    sha256:10760819949a041deea128fd87bd261bf7e6d77fe4f84bf84093f63bb01f0504
    Exact tekstfragment
    sha256:50c9cdab08308ef16ecabb6f0af8ae4e60ee456dcb0e6413a630877870abea3f
    Open de officiële bron

Brongebonden wettekst en hulpmiddel voor professionals; geen juridisch advies. Controleer steeds de authentieke bron.