Officiële bepaling
Art. 249.
Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot
- Corpuszijde
- Oud Strafwetboek
- Referentiedatum
- Inhoudelijke status
- Inhoudelijke review in afwachting
- Operationele status
- Officiële werkconsolidatie
<W 1999-02-10/39, art. 4, 023; Inwerkingtreding : 02-04-1999> § 1. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een arbiter betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf een gevangenisstraf [1 van een jaar tot vier jaar]1 en een geldboete van 100 [euro] tot 50 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> § 2. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een rechterassessor of een gezworene betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf een gevangenisstraf [1 van drie jaar tot vijf jaar]1 en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> § 3. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een rechter betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> ---------- (1)<W 2021-02-17/04, art. 26, 144; Inwerkingtreding : 24-02-2021>
Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.
Officiële bron
8 JUNI 1867. - STRAFWETBOEK.
- Bronklasse
- Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
- Locator
- HTML · #list-title-3 > a:nth-child(3690)
- Bronspan
- Tekst 0–2297 · bron 11–2308
- Bronbestand
sha256:10760819949a…b01f0504- Exact tekstfragment
sha256:c70339b5ee45…33192b5c