Art. 56 — Dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap
§ 1. Wanneer de rechter van oordeel is dat hij een straf van niveau 1 of 2 moet uitspreken, kan hij de rechtspersoon veroordelen tot een dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap als hoofdstraf. De rechter kan een dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap slechts uitspreken indien de rechtspersoon, in persoon of via zijn advocaat, met kennis van zaken zijn instemming heeft gegeven. § 2. Het budget dat de veroordeelde rechtspersoon moet besteden aan de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap van niveau 2 moet hoger zijn dan 20.000 euro en bedraagt ten hoogste 360.000 euro. In geval van veroordeling tot een dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap van niveau 1, mag dat budget niet lager zijn dan 200 euro en bedraagt het ten hoogste 20.000 euro. De dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap mag uitsluitend worden verricht ten voordele van de openbare diensten van de Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, dan wel ten gunste van verenigingen zonder winstoogmerk of stichtingen met een sociaal, wetenschappelijk of cultureel oogmerk. De rechter bepaalt het budget dat de veroordeelde rechtspersoon moet besteden aan de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap en kan aanwijzingen geven betreffende de concrete inhoud en de uitvoeringsmodaliteiten ervan. De rechter legt, binnen de grenzen bepaald voor het misdrijf en door de wet, bij het uitspreken van een dienstverleningsstraf een vervangende geldboete op die kan worden toegepast indien de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap niet wordt uitgevoerd. § 3. Op de tenuitvoerlegging van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap wordt toegezien door de strafuitvoeringsrechtbank. § 4. Wanneer de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap geheel of gedeeltelijk niet wordt uitgevoerd, kan de strafuitvoeringsrechtbank, op vordering van het openbaar ministerie en na de veroordeelde gehoord te hebben, beslissen dat de vervangende geldboete of een deel ervan ten uitvoer zal worden gelegd, hierbij rekening houdende met het deel van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap dat de veroordeelde reeds heeft verricht.
Oud ↔ nieuw
Tegenhanger in het oude Strafwetboek
Voor dit artikel is nog geen verbinding met het oude Strafwetboek opgenomen. Zoek in het oude wetboek →
Feiten van vóór 1 september 2026?
Laat Pro onderbouwen welke strafwet de gunstigste is
U kiest de artikelen en de gecontroleerde feiten. Pro stelt de vergelijking oud/nieuw op met bronverwijzingen, een ronde tegenargumenten en een memo die u als PDF in uw dossier bewaart. U beoordeelt en beslist.
- Vergelijking oud/nieuw met bronpassages
- Gunstigste-strafwet-toets met tegenargumenten
- Memo als PDF
Nieuwe Pro Solo-abonnees: 14 dagen gratis. Kaart verplicht. Daarna € 49 per maand excl. btw. Gratis opzeggen vóór het einde van de proefperiode.
Bronverificatie (bronbestand, locator en hashes)
29 FEBRUARI 2024. - Wet tot invoering van boek I van het Strafwetboek
- Bronklasse
- Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
- Locator
- HTML · #list-title-3 > a:nth-child(624)
- Bronspan
- Tekst 0–2334 · bron 10–2344
- Bronbestand
sha256:c3784bc45be29f1cfa602f681384bc8986d33187dafc2b04bd819a47d33eeb75- Exact tekstfragment
sha256:1f12c9b412fbb48508ee512b3f66cb991cad02ea5df3571321e4366baee492d8
Brongebonden wettekst en hulpmiddel voor professionals; geen juridisch advies. Controleer steeds de authentieke bron.