Vertrekbepaling
Art. 391bis. — Oud naar nieuw
Een verbinding in de concordantietabel betekent niet dat beide bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Art. 391bis.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 05-07-1963, art. 1> Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro] of met een van die straffen alleen, onverminderd de toepassing van strengere straffen, indien daartoe grond bestaat, wordt gestraft hij die, na door een rechterlijke beslissing waartegen geen verzet of hoger beroep meer openstaat, te zijn veroordeeld om een uitkering tot onderhoud te betalen aan zijn echtgenoot, aan zijn bloedverwanten in de nederdalende of in de opgaande lijn, meer dan twee maanden vrijwillig in gebreke blijft de termijnen ervan te kwijten. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002> (Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, in de omstandigheden omschreven in het eerste lid, niet voldoet aan de verplichtingen bepaald in de artikelen 203bis, 206, 207, 301, 303, (...) 336 (en 353-14 van het Burgerlijk Wetboek) en in de artikelen 1288, 3° en 4°, (...) van het Gerechtelijk Wetboek.) <W 31-03-1987, art. 93> <W 2003-04-24/32, art. 6, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2005> <W 2007-04-27/00, art. 40, 1°, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2007> Dezelfde straffen zijn van toepassing op de echtgenoot die zich vrijwillig geheel of ten dele onttrekt aan de gevolgen van de machtiging door de rechter verleend krachtens (de artikelen 203ter, 221 en (301, § 11) van het Burgerlijk Wetboek en [3 1253ter/5 en 6]3, (...) van het Gerechtelijk Wetboek) wanneer tegen die machtiging geen verzet of hoger beroep meer openstaat. <W 31-03-1987, art. 93> <W 2007-04-27/00, art. 40, 2° en 3°, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2007> Hetzelfde geldt voor de echtgenoot die, na te zijn veroordeeld, hetzij tot een van de verplichtingen op de niet-nakoming waarvan door de eerste twee leden van dit artikel straf is gesteld, hetzij ingevolge (de artikelen 203ter, 221 en (301, § 11) van het Burgerlijk Wetboek en [3 1253ter/5 en 6]3, (...) van het Gerechtelijk Wetboek) zich vrijwillig ervan onthoudt de door de sociale wetgeving voorgeschreven formaliteiten te vervullen en zijn echtgenoot of zijn kinderen aldus berooft van de voordelen waarop zij aanspraak konden maken. <W 31-03-1987, art. 93> <W 2007-04-27/00, art. 40, 2 en 3°, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2007> [1 Dezelfde straffen zijn van toepassing op elke bloedverwant in de rechte nederdalende lijn die veroordeeld is tot onderhoudsplicht, en die vrijwillig nalaat de door de sociale wetgeving voorgeschreven formaliteiten te vervullen en aldus een bloedverwant in de opgaande lijn berooft van de voordelen waarop deze aanspraak kon maken.]1 (Dezelfde straffen gelden voor eenieder die het toezicht op de gezinsbijslag of andere sociale uitkeringen vrijwillig belemmert, door na te laten de nodige documenten te bezorgen aan de instellingen belast met de vereffening van die uitkeringen, door valse of onvolledige aangiften te doen, of door de bestemming te wijzigen die de persoon of de overheid, aangewezen overeenkomstig artikel 29 van (de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade), eraan gegeven heeft.) <L 2005-08-10/62, art. 2, 054 ; Inwerkingtreding : 02-09-2005> <W 2006-05-15/35, art. 21; 056; Inwerkingtreding : 16-10-2006> In geval van een tweede veroordeling wegens een van de in dit artikel omschreven misdrijven, gepleegd binnen een termijn van vijf jaar te rekenen van de eerste, kunnen de straffen worden verdubbeld. [2 In geval van een veroordeling wegens een van de in dit artikel omschreven misdrijven, kan de rechter eveneens het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig uitspreken overeenkomstig de artikelen 38 tot 41 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.]2 ---------- (1)<W 2011-11-26/19, art. 9, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012> (2)<W 2014-05-12/07, art. 12, 107; Inwerkingtreding : 01-08-2014> (3)<W 2013-07-30/23, art. 239, 108; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
Kandidaatrelaties uit de officiële tabel
Kandidaat uit de officiële concordantietabelActuele artikelverwijzing
Art. 676.
Art. 676 (vroeger art. 672).
Open de officiële nummeringsbronSHA-256 van het bronbestand:
sha256:af7fce545f537ab8ddbb3977af685c886acf3a9ad2cae0ca1b553d67f674127bDe tekst aangenomen door de plenaire vergadering is dezelfde als de tekst aangenomen in tweede lezing door de commissie (DOC 55 3518/011).
Open de officiële nummeringsbronSHA-256 van het bronbestand:
sha256:56b127631f716645ba475b187b0e1b837fa5a2a2c63c6b162efc3c13d6bf6c83 Bepaling aan de andere zijdeArt. 676. — Familieverlating
- Wetboek
- Nieuw Strafwetboek · Boek II
- Tekstversie
Officiële wetstekst
Familieverlating is het opzettelijk: 1° meer dan twee maanden in gebreke blijven de uitkering tot onderhoud te betalen aan zijn echtgenoot of aan zijn bloedverwanten in neerdalende of opgaande lijn, waartoe men werd veroordeeld door een rechterlijke beslissing waartegen geen verzet of hoger beroep meer open staat; 2° zich als echtgenoot onttrekken aan de gevolgen van de machtiging die door de rechter werd verleend krachtens de artikelen 203ter, 221 en 301, § 11, van het oud Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1253ter/5 en 6 van het Gerechtelijk Wetboek, wanneer tegen die machtiging geen verzet of hoger beroep meer openstaat; 3° meer dan twee maanden in gebreke zijn om te voldoen aan de verplichtingen van de artikelen 203bis, 206, 207, 301, 336 en 353-14 van het oud Burgerlijk Wetboek en in artikel 1288, eerste lid, 3° en 4°, van het Gerechtelijk Wetboek, de naleving waartoe men is veroordeeld door een rechterlijke beslissing waartegen geen verzet of hoger beroep meer open staat; 4° als echtgenoot nalaten de door de sociale wetgeving voorgeschreven formaliteiten te vervullen, na te zijn veroordeeld, hetzij tot een van de verplichtingen waarvan de niet-nakoming wordt bestraft in de bepalingen onder 1° en 3°, hetzij ingevolge de artikelen 203ter, 221 en 301, § 11, van het oud Burgerlijk Wetboek en 1253ter/5 en 6, van het Gerechtelijk Wetboek, en daardoor zijn echtgenoot of zijn kinderen berooft van de voordelen waarop zij aanspraak konden maken; 5° als bloedverwant in de rechte neerdalende lijn nalaten de door de sociale wetgeving voorgeschreven formaliteiten te vervullen, na te zijn veroordeeld tot onderhoudsplicht, en daardoor zijn bloedverwant in de opgaande lijn berooft van de voordelen waarop deze aanspraak kon maken; 6° belemmeren van het toezicht op de gezinsbijslag of andere sociale uitkeringen door na te laten de nodige documenten te bezorgen aan de instellingen belast met de vereffening van die uitkeringen door valse of onvolledige aangiften te doen, of door de bestemming te wijzingen die de daartoe aangewezen persoon of overheid eraan gegeven heeft. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.
Bronverificatie (bronbestand, locator en hashes)
Referentie in parlementair ontwerp
DOC 55K3518/001
Open het officiële parlementaire documentSHA-256 van het bronbestand:
sha256:d2d33a869f4fed577ac2d5a5322e33ef1dffba6d5e2e48ecdddf8ca9c8284845Dit officiële parlementaire document levert kandidaatrelaties voor juridische review. De tabel bewijst niet dat bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Officiële tabelrij
CONCORDANTIETABEL; fysieke pagina 1226
Art. 672. Familieverlating || artikel 391bis van het Strafwetboek
bron 0–65