Vertrekbepaling
Art. 30. — Oud naar nieuw
Een verbinding in de concordantietabel betekent niet dat beide bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Art. 30.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
Elke hechtenis, vóór het onherroepelijk worden van de veroordeling ondergaan ten gevolge van het misdrijf [1 , met uitzondering van de veroordeling tot een eenvoudige schuldigverklaring, wordt toegerekend op de duur van de nog lopende vrijheidsstraffen]1. (Iedere voorlopige plaatsingsmaatregel in een gesloten opvoedingsafdeling als bedoeld in artikel 52quater van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade of in de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, wordt onder dezelfde voorwaarde toegerekend op de duur van de vrijheidsstraffen waartoe de persoon, verwezen overeenkomstig artikel 57bis van de voornoemde wet van 8 april 1965, is veroordeeld.) <W 2006-05-15/35, art. 20, 056; Inwerkingtreding : 01-10-2007> ---------- (1)<W 2016-12-25/14, art. 31, 121; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
Er is voor deze bepaling geen kandidaatrelatie gepubliceerd. Daaruit volgt geen inhoudelijke conclusie; juridische review blijft nodig.