Vertrekbepaling
Art. 206. — Nieuw naar oud
Een verbinding in de concordantietabel betekent niet dat beide bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Art. 206. — Vrouwelijke genitale verminking
- Wetboek
- Nieuw Strafwetboek · Boek II
- Tekstversie
Officiële wetstekst
Vrouwelijke genitale verminking is het opzettelijk op eender welke wijze verminken van de vrouwelijke genitaliën, met of zonder toestemming van het slachtoffer, alsook het vergemakkelijken of bevorderen hiervan. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
Kandidaatrelaties uit de officiële tabel
Kandidaat uit de officiële concordantietabelActuele artikelverwijzing
Art. 206.
Bepaling aan de andere zijdeArt. 409.
- Wetboek
- Oud Strafwetboek
- Tekstversie
Officiële wetstekst
<W 2000-11-28/35, art. 29, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> § 1. Hij die eender welke vorm van verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijk geslacht uitvoert, vergemakkelijkt of bevordert, met of zonder haar toestemming, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar. De poging wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar. [1 Met dezelfde straf wordt gestraft hij die aanzet tot eender welke vorm van verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijk geslacht of er, direct of indirect, schriftelijk of mondeling reclame voor maakt of doet maken, uitgeeft, verdeelt of verspreidt.]1 § 2. Indien de verminking uitgevoerd wordt op een minderjarige of met een winstoogmerk, is de straf opsluiting van vijf jaar tot zeven jaar. § 3. Indien de verminking een ongeneeslijk lijkende ziekte of een [2 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]2 heeft veroorzaakt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar. § 4. Wanneer de verminking zonder het oogmerk om te doden, toch de dood ten gevolge heeft, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar. § 5. Is de in § 1 bedoelde verminking op een minderjarige of een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, uitgevoerd door zijn vader, moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn, of door enige andere persoon die gezag heeft over de minderjarige of de onbekwame, of door een persoon die hen onder zijn bewaring heeft, of door een persoon die occasioneel of gewoonlijk samenwoont met het slachtoffer, dan wordt het minimum van de bij de §§ 1 tot 4 bepaalde straffen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting. [3 § 6. Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.]3 ---------- (1)<W 2014-05-05/07, art. 2, 105; Inwerkingtreding : 12-07-2014> (2)<W 2016-02-05/11, art. 24, 114; Inwerkingtreding : 29-02-2016> (3)<W 2024-01-18/06, art. 32, 157; Inwerkingtreding : 05-02-2024>
Bronverificatie (bronbestand, locator en hashes)
Referentie in parlementair ontwerp
DOC 55K3518/001
Open het officiële parlementaire documentSHA-256 van het bronbestand:
sha256:d2d33a869f4fed577ac2d5a5322e33ef1dffba6d5e2e48ecdddf8ca9c8284845Dit officiële parlementaire document levert kandidaatrelaties voor juridische review. De tabel bewijst niet dat bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Officiële tabelrij
CONCORDANTIETABEL; fysieke pagina 1195
Art. 206. Vrouwelijke genitale verminking || artikel 409, § 1, eerste lid, van het Strafwetboek
bron 0–95