Vertrekbepaling
Art. 62. — Nieuw naar oud
Een verbinding in de concordantietabel betekent niet dat beide bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Art. 62. — Meerdaadse samenloop
- Wetboek
- Nieuw Strafwetboek · Boek I
- Tekstversie
Officiële wetstekst
§ 1. Er is meerdaadse samenloop wanneer iemand schuldig wordt bevonden aan verscheidene misdrijven die ieder het gevolg zijn van een verschillend feit en die zijn gepleegd op een ogenblik waarop voor geen van deze feiten een veroordeling is tussengekomen die in kracht van gewijsde is getreden. § 2. Indien de rechter oordeelt dat de misdrijven die de samenloop uitmaken met een straf van niveau 7 of 8 moet worden bestraft, wordt alleen de zwaarste straf uitgesproken. De andere hoofdstraffen worden opgeslorpt door deze straf. De bijkomende straffen worden cumulatief opgelegd binnen de grenzen bepaald door de wet. § 3. In de andere gevallen wordt, wanneer de feiten gelijktijdig worden berecht, de hoofdstraf opgelegd binnen het zwaarste strafniveau. De hoofdstraf kan evenwel worden verhoogd naar een hoofdstraf van het onmiddellijk hoger niveau. Strafverhoging is niet mogelijk in de hypothese van strafniveau 6 of 1. Indien het toepasselijke strafniveau het niveau 1 is, kunnen de verscheidene hoofdstraffen cumulatief worden opgelegd. In geval van niet-gelijktijdige berechting houdt de laatst optredende feitenrechter rekening met de eerst uitgesproken straf. De straf die hij oplegt mag de zwaarste hoofdstraf binnen het huidig strafniveau niet te boven gaan. In geen geval mogen de eerst uitgesproken straf en de later uitgesproken straf samen de bovengrens zoals bepaald in de hypothese van gelijktijdige berechting te boven gaan. De bijkomende straffen worden cumulatief opgelegd binnen de grenzen bepaald door de wet. § 4. Wanneer de rechter bij wie een zaak laatst is aangebracht, uitspraak doet zonder kennis van de samenloop, vermindert de strafuitvoeringsrechtbank het straftotaal volgens de voorgaande regels.
Er is voor deze bepaling geen kandidaatrelatie gepubliceerd. Daaruit volgt geen inhoudelijke conclusie; juridische review blijft nodig.