Vertrekbepaling
Art. 41. — Nieuw naar oud
Een verbinding in de concordantietabel betekent niet dat beide bepalingen inhoudelijk gelijk zijn.
Art. 41. — Gevangenisstraf
- Wetboek
- Nieuw Strafwetboek · Boek I
- Tekstversie
Officiële wetstekst
§ 1. De gevangenisstraf bestaat uit de vrijheidsberoving van een persoon voor de termijn die de rechter bepaalt en overeenkomstig de door de wet bepaalde nadere regels. § 2. De gevangenisstraf als hoofdstraf wordt, afhankelijk van het toepasselijke strafniveau, opgelegd voor een duur van ten minste zes maanden tot ten hoogste levenslang. De duur van een dag gevangenisstraf is vierentwintig uren. De duur van een maand gevangenisstraf is dertig dagen. De duur van een jaar gevangenisstraf is driehonderdvijfenzestig dagen. § 3. Elke hechtenis, vóór het definitief worden van de veroordeling ondergaan ten gevolge van het misdrijf dat tot die veroordeling aanleiding geeft, wordt toegerekend op de duur van de nog uit te voeren gevangenisstraffen. Hetzelfde geldt voor iedere voorlopige plaatsingsmaatregel in een gesloten opvoedingsafdeling ten aanzien van een minderjarige die een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd. § 4. De tot een gevangenisstraf veroordeelden ondergaan hun straf in de door de Koning aangewezen inrichtingen.
Er is voor deze bepaling geen kandidaatrelatie gepubliceerd. Daaruit volgt geen inhoudelijke conclusie; juridische review blijft nodig.