Officiële bepaling

Art. 136quinquies.

Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot

Corpuszijde
Oud Strafwetboek
Referentiedatum
Inhoudelijke status
Inhoudelijke review in afwachting
Operationele status
Officiële werkconsolidatie

<ingevoegd bij W 2003-08-05/32, art. 9; Inwerkingtreding : 07-08-2003> (NOTA : het laatste lid van artikel 136quinquies treedt in werking de dag van inwerkingtreding voor België van het Tweede Protocol inzake het Verdrag van 's-Gravenhage van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict, aangenomen te 's-Gravenhage op 26 maart 1999 ; zie W 2003-08-05/32, art. 29, § 2) De misdrijven bedoeld in de artikelen 136bis en 136ter worden gestraft met levenslange opsluiting.   De misdrijven bedoeld in artikel 136quater, § 1, 1°, 2°, 15°, 17°, 20° tot 24° en 26° tot 28°, worden gestraft met levenslange opsluiting.   De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 3°, 4°, 10°, 16°, 19°, 36° tot 38° en 40° [2 tot 43°]2, worden gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar. Zij worden gestraft met levenslange opsluiting als zij de dood van één of meer personen ten gevolge hebben gehad.   De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 12° tot 14° en 25°, worden gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar. Hetzelfde misdrijf, alsmede de misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 29° en 30°, worden gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar als zij hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een [1 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]1, hetzij het volledige verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge hebben gehad. Zij worden gestraft met levenslange opsluiting indien zij de dood van een of meer personen tengevolge hebben gehad.   De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 6° tot 9°, 11° en 31°, worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar. Wanneer de in het voorgaande lid bedoelde verzwarende omstandigheden aanwezig zijn, worden zij, naar gelang van het geval, gestraft met de daarin vastgestelde straffen.   De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 5° en 32° tot 35° worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, onder voorbehoud van de toepassing van strengere strafbepalingen houdende bestraffing van ernstige aanslagen op de menselijke waardigheid.   Het misdrijf bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 18°, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar. Het wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar indien het ernstige gevolgen voor de volksgezondheid ten gevolge heeft gehad.   Het misdrijf bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 39°, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.   Het misdrijf bedoeld in artikel 136quater, paragraaf 2, 1°, wordt gestraft met levenslange opsluiting.   De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 2° en 4°, worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, onder voorbehoud van de toepassing van strengere strafbepalingen houdende bestraffing van ernstige aanslagen op de menselijke waardigheid.   Het misdrijf bedoeld in 3° van dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar. Hetzelfde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar als het hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een [1 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]1, hetzij het volledige verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge heeft gehad. Het wordt gestraft met levenslange opsluiting indien het de dood van één of meer personen ten gevolge heeft gehad.   De misdrijven opgesomd in artikel 136quater, § 3, 1° tot 3°, worden gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 20, 114; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 73, 137; Inwerkingtreding : 03-06-2019>

Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.

Officiële bron

  1. 8 JUNI 1867. - STRAFWETBOEK.

    Bronklasse
    Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
    Locator
    HTML · #list-title-3 > a:nth-child(2346)
    Bronspan
    Tekst 0–3963 · bron 20–3983
    Bronbestand
    sha256:10760819949a…b01f0504
    Exact tekstfragment
    sha256:c48b29615c7f…3fce9d2f
    Open de officiële bron