Officiële bepaling
Art. 85.
Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot
- Corpuszijde
- Nieuw Strafwetboek · Boek II
- Referentiedatum
- Inhoudelijke status
- Inhoudelijke review in afwachting
- Operationele status
- In werking op de referentiedatum
Oorlogsmisdaden van categorie 1 De oorlogsmisdaden van categorie 1 zijn: 1° de oorlogsmisdaden bedoeld in de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 en in het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, in de wetten en gebruiken die gelden in geval van gewapende conflicten, zoals omschreven in artikel 2 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, in artikel 1 van het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, alsook in artikel 8, § 2, f), van het Statuut van het Internationaal Strafhof, wanneer die opzettelijke misdaden door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan de personen en de goederen is gewaarborgd door voornoemde Verdragen, Protocollen, wetten en gewoonten: a) doodslag; b) foltering of andere onmenselijke behandeling, met inbegrip van biologische experimenten; c) opzettelijk richten van aanvallen op gebouwen, materieel, medische eenheden en transporten, alsmede op personeel dat overeenkomstig het internationaal recht gebruik maakt van de emblemen van het internationaal humanitair recht; d) opzettelijk richten van aanvallen op personeel, installaties, materieel, eenheden of voertuigen betrokken bij humanitaire opdrachten of vredesmissies overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, voor zover deze recht hebben op de bescherming die aan burgers of goederen van burgerlijke aard wordt verleend krachtens het internationaal recht inzake gewapende conflicten; e) opzettelijk aanvallen van de burgerbevolking of van individuele burgers die niet rechtstreeks deelnemen aan de vijandelijkheden; f) opzettelijk richten van aanvallen op plaatsen waar zieken en gewonden worden samengebracht, voor zover deze plaatsen geen militaire doelen zijn; g) opzettelijk richten van een aanval in de wetenschap dat een dergelijke aanval verliezen aan mensenlevens, verwondingen van burgers of schade aan goederen van burgerlijke aard zal veroorzaken of grote, langdurige en ernstige schade aan natuur en milieu zal aanrichten, die buitensporig is in verhouding tot het te verwachten concrete en rechtstreeks militaire voordeel, onverminderd het misdadig karakter van de aanval waarvan de schadelijke gevolgen, zelfs in evenredigheid tot het te verwachten militaire voordeel, onverenigbaar zouden zijn met de beginselen van het volkenrecht die voortvloeien uit de gevestigde gebruiken, de beginselen van menselijkheid en de eisen van het collectieve rechtsbewustzijn; h) uitvoeren van een aanval op werken of installaties die gevaarlijke krachten bevatten, in de wetenschap dat een dergelijke aanval verliezen aan mensenlevens, verwondingen van burgers of schade aan goederen van burgerlijke aard zal veroorzaken, die buitensporig is in verhouding tot het te verwachten concrete en rechtstreeks militaire voordeel, onverminderd het misdadig karakter van de aanval waarvan de schadelijke gevolgen, zelfs in evenredigheid tot het te verwachten militaire voordeel, onverenigbaar zouden zijn met de beginselen van het volkenrecht die voortvloeien uit de gevestigde gebruiken, de beginselen van menselijkheid en de eisen van het collectieve rechtsbewustzijn; i) aanvallen of bombarderen met wat voor middelen ook van gedemilitariseerde zones of van steden, dorpen, woningen of gebouwen, die niet worden verdedigd en geen militaire doelen zijn; j) aanvallen van een persoon in de wetenschap dat hij buiten gevecht verkeert, op voorwaarde dat zulks de dood of ernstig lichamelijk letsel ten gevolge heeft; k) op verraderlijke wijze doden of verwonden van personen die behoren tot de vijandige natie of het vijandige leger of van een vijandelijke strijder; l) verklaren dat geen kwartier zal worden verleend; 2° de ernstige schendingen van het gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, gepleegd in geval van een gewapend conflict zoals gedefinieerd in voornoemd artikel 3, bestaande uit inbreuken gericht tegen het leven en de lichamelijk integriteit inzonderheid alle vormen van doodslag, verminkingen, wrede behandeling en foltering, wanneer die opzettelijke schendingen door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan personen is gewaarborgd door die Verdragen. Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 8.
Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.
Officiële bron
29 FEBRUARI 2024. - Wet tot invoering van boek II van het Strafwetboek
- Bronklasse
- Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
- Locator
- HTML · #list-title-3 > a:nth-child(140)
- Bronspan
- Tekst 0–4366 · bron 10–4376
- Bronbestand
sha256:8d4560be4159…09cd7609- Exact tekstfragment
sha256:1280eed26747…89b9e1c8