Officiële bepaling
Art. 54.
Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot
- Corpuszijde
- Nieuw Strafwetboek · Boek I
- Referentiedatum
- Inhoudelijke status
- Inhoudelijke review in afwachting
- Operationele status
- In werking op de referentiedatum
Verruimde verbeurdverklaring § 1. De vermogensvoordelen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en de inkomsten uit de belegde voordelen die worden gevonden in het vermogen of in het bezit van een persoon, ook indien zij gelokaliseerd zijn buiten het Belgische grondgebied, kunnen op schriftelijke vordering van het openbaar ministerie verbeurdverklaard worden, of die persoon kan worden veroordeeld tot de betaling van een bedrag dat door de rechter wordt geraamd als zijnde overeenstemmend met de waarde van deze zaken indien de betrokkene schuldig werd bevonden: 1° ofwel aan een of meer misdrijven bedoeld: a) in de artikelen 151 tot 168, 170 tot 174; b) in de artikelen 258 tot 261, 290 en 291; c) in de artikelen 342 tot 346; d) in artikel 371, voor zover die misdrijven bestraft worden met een van de straffen van niveau 3 tot 8, en van dien aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren, in de artikelen 373 tot 375, voor zover dit misdrijf van dien aard is dat het financieel gewin kan opleveren, in de artikelen 376 tot 382, voor zover deze misdrijven van dien aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren, in artikel 383, voor zover dit misdrijf wordt bestraft met een van de straffen bedoeld in artikel 383, § 1, tweede en derde streepje, en van dien aard is dat het financieel gewin kan opleveren, en in de artikelen 384 tot 386, voor zover deze misdrijven van dien aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren; e) in de artikelen 407 tot 409; f) in de artikelen 427, 439 en 441; g) in artikel 487; h) in de artikelen 501 en 502, met uitzondering van de zaken die gedekt zijn door artikel 53, § 2, eerste lid, 1° ; i) in de artikelen 488, 524, 525, 527, 528 en 531 tot 533; j) in artikel 638; k) in artikel 2bis, § 1, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, voor zover de feiten betrekking hebben op de invoer, de uitvoer, de vervaardiging, de verkoop of het te koop stellen van de in dat artikel bedoelde middelen en stoffen, of in artikel 2bis, § 3, b), of in § 4, b); l) in artikel 2quater, eerste lid, 4°, van dezelfde wet; 2° ofwel aan strafbare feiten waarvan de ernst en de finaliteit de rechtbank toelaat te besluiten dat deze feiten werden gepleegd in het kader van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd. § 2. De verruimde verbeurdverklaring kan worden uitgesproken tegen de daders en deelnemers die werden veroordeeld wegens één of meerdere van de in dit artikel opgesomde misdrijven en onder de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden, wanneer de veroordeelde over een relevante periode verdere vermogensvoordelen heeft ontvangen terwijl er ernstige en concrete elementen zijn dat deze voordelen voortspruiten uit het misdrijf waarvoor hij werd veroordeeld of uit misdrijven die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aanleiding kunnen geven tot een economisch voordeel voor zover zij voorkomen in dezelfde rubriek, bepaald in paragraaf 1, als het misdrijf waarvoor de betrokkene is veroordeeld en de veroordeelde het tegendeel niet geloofwaardig maakt. § 3. Als relevante periode wordt aanzien de periode van vijf jaar die aanvangt bij het plegen van het eerste misdrijf dat is bewezen in hoofde van de veroordeelde, en die eindigt op de datum van de uitspraak van het vonnis. De ernstige en concrete elementen kunnen worden geput uit alle geloofwaardige elementen die op tegensprekelijke wijze aan de rechtbank zijn overgelegd. Het openbaar ministerie levert het bewijs van het bestaan van een verrijking die niet gerechtvaardigd is door een geoorloofde oorzaak over de relevante periode. Onder verrijking verstaat men de al dan niet tijdelijke vermeerdering van de middelen en de vermindering van de uitgaven die de veroordeelde heeft genoten en die niet gerechtvaardigd zijn door een geoorloofde oorzaak. De beklaagde of de beschuldigde kan de geoorloofde herkomst van die verrijking aannemelijk maken. § 4. De rechter vermindert, indien nodig, het bedrag van de vermogensvoordelen of de geldwaarde ervan teneinde de veroordeelde niet te onderwerpen aan een onredelijk zware straf. § 5. Iedere derde die beweert recht te hebben op de verbeurdverklaarde zaak, kan dit recht laten gelden binnen een termijn en volgens de nadere regels bepaald door de Koning. In dit verband kan hij de rechtmatige herkomst van de zaak aannemelijk maken. § 6. Behoudens toepassing van artikel 67, worden de verbeurdverklaarde zaken aan de Schatkist toegekend.
Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.
Officiële bron
29 FEBRUARI 2024. - Wet tot invoering van boek I van het Strafwetboek
- Bronklasse
- Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
- Locator
- HTML · #list-title-3 > a:nth-child(587)
- Bronspan
- Tekst 0–4675 · bron 10–4685
- Bronbestand
sha256:c3784bc45be2…d33eeb75- Exact tekstfragment
sha256:608532f8e4e2…40c3e45f