Officiële bepaling

Art. 47.

Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot

Corpuszijde
Nieuw Strafwetboek · Boek I
Referentiedatum
Inhoudelijke status
Inhoudelijke review in afwachting
Operationele status
In werking op de referentiedatum

Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten   De gehele of gedeeltelijke ontzetting heeft betrekking op de uitoefening van de volgende rechten:   1° het recht openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen of de titels en graden te voeren waarmee de betrokkene is bekleed;   2° het recht verkozen te worden;   3° het recht enig ereteken te dragen of enige adellijke titel te voeren;   4° het recht gezworene of deskundige te zijn, als instrumentair of attesterend getuige bij akten op te treden; het recht in rechte te getuigen, anders dan om enkel inlichtingen te geven;   5° het recht geroepen te worden tot het ambt van voogd, toeziend voogd of curator, behalve over de eigen kinderen, of om het ambt van gerechtelijk bewindvoerder over de goederen van een vermoedelijk afwezige of bewindvoerder van een persoon die krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek is beschermd uit te oefenen;   6° het recht wapens te dragen of enige activiteit met betrekking tot wapens uit te oefenen;   7° het recht te dienen in het leger.   In geval van veroordeling tot een straf van niveau 8 wordt de levenslange ontzetting uitgesproken van de rechten bedoeld in het eerste lid. De rechter kan daarnaast de ontzetting van het kiesrecht opleggen voor het leven of voor een periode van twintig tot ten hoogste dertig jaar.   In geval van veroordeling tot een straf van niveau 7, kan de rechter de veroordeelde geheel of ten dele ontzetten van de uitoefening van de rechten bedoeld in het eerste lid voor twintig jaar. De rechter kan daarnaast de ontzetting van het kiesrecht opleggen voor een zelfde periode.   In geval van veroordeling tot een straf van niveau 2 tot en met 6, kan de rechter de veroordeelde geheel of ten dele ontzetten van de uitoefening van de rechten bedoeld in het eerste lid voor vijf tot ten hoogste tien jaar.   De periode van de ontzetting, bij het vonnis of arrest van veroordeling bepaald, gaat in op de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf of de behandeling onder vrijheidsberoving wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling.   Indien daartoe grond bestaat, kan de strafuitvoeringsrechtbank beslissen een in kracht van gewijsde getreden veroordeling tot de ontzetting uit de rechten te wijzigen door de duur of de omvang van de ontzetting te verminderen, de ontzetting op te schorten of te beëindigen.

Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.

Officiële bron

  1. 29 FEBRUARI 2024. - Wet tot invoering van boek I van het Strafwetboek

    Bronklasse
    Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
    Locator
    HTML · #list-title-3 > a:nth-child(496)
    Bronspan
    Tekst 0–2618 · bron 10–2628
    Bronbestand
    sha256:c3784bc45be2…d33eeb75
    Exact tekstfragment
    sha256:71165e04cb24…8e65088a
    Open de officiële bron