Officiële bepaling
Art. 46.
Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot
- Corpuszijde
- Nieuw Strafwetboek · Boek I
- Referentiedatum
- Inhoudelijke status
- Inhoudelijke review in afwachting
- Operationele status
- Inwerkingtredingsstatus te beoordelen
Verlengde opvolging § 1. Indien de rechter een straf oplegt van niveau 3 of van een hoger niveau wegens een misdrijf dat een ernstige inbreuk heeft uitgemaakt op het leven, de fysieke, seksuele of psychische integriteit van het slachtoffer of een ernstig gevaar uitmaakte voor de openbare veiligheid kan hij een verlengde opvolging opleggen als bijkomende straf. Deze straf moet worden opgelegd indien de rechter de beklaagde of beschuldigde veroordeelt tot een straf van niveau 7 of 8 en de beklaagde of beschuldigde reeds eerder werd veroordeeld voor een misdrijf waarop de wet een straf van niveau 7 of 8 stelt. Deze straf moet eveneens worden opgelegd indien de rechter de beklaagde of beschuldigde veroordeelt tot een straf van niveau 4 of van een hoger niveau en de veroordeling, al dan niet in samenloop met andere misdrijven, is gebaseerd op een van de volgende misdrijven: 1° foltering met de dood tot gevolg bedoeld in artikel 118; 2° verkrachting van een minderjarige bedoeld in de artikelen 143, vijfde streepje, 144, vijfde streepje, en 145, vijfde streepje; 3° niet-consensuele seksuele handelingen met de dood tot gevolg bedoeld in artikel 139; 4° ontvoering met de dood tot gevolg bedoeld in artikel 225; 5° een terroristisch misdrijf bedoeld in artikel 371, in geval dit de dood heeft veroorzaakt. Alvorens de rechter beslist een verlengde opvolging op te leggen, wint hij het gemotiveerd advies in van een deskundige of van een gespecialiseerde dienst, door de Koning erkend bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Het advies bevat een beschrijving van de aard van de eventuele problematiek waarmee de beklaagde of de beschuldigde kampt en de mogelijkheden inzake begeleiding, behandeling of opvolging. In afwijking van het vijfde lid, is de rechter niet verplicht het bedoelde gemotiveerd advies in te winnen indien hij een verplicht verlengde opvolging oplegt. § 2. De verlengde opvolging bestaat uit de verplichting om, na afloop van de gevangenisstraf of behandeling onder vrijheidsberoving, voorwaarden na te leven voor een bepaalde duur. Deze voorwaarden zijn gericht op het aanpakken van de eventuele problematiek die heeft bijgedragen tot de veroordeling van de beklaagde of de beschuldigde en het vermijden van het plegen van nieuwe feiten. Indien de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet naleeft, indien hij de uitvoering van de verlengde opvolging onmogelijk maakt of indien de veroordeelde te kennen geeft niet bereid te zijn voorwaarden na te leven, kan hij worden opgesloten in een door de strafuitvoeringsrechtbank aangewezen instelling voor de duur van de verlengde opvolging. Deze instelling kan in geen geval een gevangenis zijn. § 3. De verlengde opvolging wordt opgelegd voor een duur van ten hoogste vijf jaar indien een straf wordt opgelegd van niveau 3, van ten hoogste tien jaar indien een straf wordt opgelegd van niveau 4 en van ten hoogste vijftien jaar indien een straf wordt opgelegd van niveau 5, 6, 7 of 8. Indien de verlengde opvolging verplicht wordt opgelegd overeenkomstig paragraaf 1, tweede of derde lid, bedraagt de minimale duur van de verlengde opvolging vijf jaar. Indien de strafuitvoeringsrechtbank op een van de gronden opgesomd in paragraaf 2, tweede lid, beslist dat de veroordeelde van zijn vrijheid moet worden beroofd en op dat moment reeds de termijn van de proeftijd voor voorwaardelijke invrijheidstelling of voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering die van toepassing zou zijn geweest indien geen verlengde opvolging tegen hem was uitgesproken is verstreken, houdt de strafuitvoeringsrechtbank bij het bepalen van de resterende duur van de verlengde opvolging rekening met de reeds doorlopen periode waarin voorwaarden werden nageleefd na het verstrijken van deze termijn. § 4. De verlengde opvolging kan enkel worden uitgevoerd indien de veroordeelde de opgelegde gevangenisstraf of behandeling onder vrijheidsberoving uitzit, zonder met succes de in artikel 71 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten bepaalde proeftijd te hebben doorlopen. § 5. Met het oog op de uitvoering van deze straf bepaalt de strafuitvoeringsrechtbank, na het horen van de veroordeelde, zes maanden voorafgaand aan de voorziene datum van strafeinde, de concrete voorwaarden waaraan de veroordeelde zich na de beëindiging van de gevangenisstraf of behandeling onder vrijheidsberoving dient te houden. Het openbaar ministerie stelt met het oog op deze zitting een dossier samen, met daarin een advies van de gevangenisdirecteur of de instellingsdirecteur en desgevallend van een deskundige bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, met betrekking tot de bij de veroordeelde aanwezige problematiek. De opgelegde voorwaarden omvatten de volgende algemene voorwaarden: 1° geen misdrijven plegen; 2° een vast adres hebben en bij wijziging ervan, het adres van zijn nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen die met de begeleiding is belast; 3° gevolg geven aan de oproepingen van de strafuitvoeringsrechtbank en, in voorkomend geval, aan die van de bevoegde dienst van de gemeenschappen die met de begeleiding is belast. De strafuitvoeringsrechtbank kan op elk moment de opgelegde voorwaarden geheel of ten dele opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de veroordeelde. Indien de strafuitvoeringsrechtbank van oordeel is dat de verlengde opvolging het gevaar op recidive afdoende ingeperkt heeft, beslist zij om voortijdig een einde te maken aan deze straf, zelfs indien de door de vonnisrechter bepaalde termijn nog niet is verstreken.
Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.
Officiële bron
29 FEBRUARI 2024. - Wet tot invoering van boek I van het Strafwetboek
- Bronklasse
- Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
- Locator
- HTML · #list-title-3 > a:nth-child(470)
- Bronspan
- Tekst 0–5927 · bron 10–5937
- Bronbestand
sha256:c3784bc45be2…d33eeb75- Exact tekstfragment
sha256:686d4c97addb…1fddff7c