Officiële bepaling

Art. 42.

Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot

Corpuszijde
Nieuw Strafwetboek · Boek I
Referentiedatum
Inhoudelijke status
Inhoudelijke review in afwachting
Operationele status
Inwerkingtredingsstatus te beoordelen

Behandeling onder vrijheidsberoving   § 1. Indien het misdrijf van die aard is dat een gevangenisstraf kan worden opgelegd, kan de rechter de beklaagde of de beschuldigde opleggen zich aan een geschikte behandeling te onderwerpen, indien hij aan een psychiatrische aandoening lijdt die niet dermate ernstig is dat die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet, maar waardoor hij een ernstig gevaar vormt voor andermans leven of integriteit.   Het misdrijf waarvoor de behandeling onder vrijheidsberoving wordt opgelegd, moet mede het gevolg zijn van de psychiatrische aandoening waaraan de beklaagde of de beschuldigde lijdt. Deze straf kan niet worden opgelegd indien andere, minder dwingende straffen of maatregelen kunnen worden opgelegd om de gepaste zorg te verlenen en de maatschappij te beschermen.   § 2. Alvorens de rechter beslist een behandeling onder vrijheidsberoving op te leggen, wint hij het gemotiveerd advies in van een deskundige, of van een gespecialiseerde dienst, door de Koning erkend bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.   Dit advies bevat een beschrijving van de aard van de eventuele psychiatrische aandoening waaraan de beklaagde of de beschuldigde lijdt, van het verband tussen de stoornissen en het misdrijf, evenals een voorstel betreffende de aard en de duur van de behandeling.   De beklaagde of de beschuldigde kan zich ook laten onderzoeken door een geneesheer naar zijn keuze en diens advies voorleggen. Deze geneesheer kan kennis nemen van het dossier van de beklaagde of de beschuldigde.   § 3. De behandeling onder vrijheidsberoving wordt, afhankelijk van het toepasselijke strafniveau, opgelegd voor een duur van ten minste zes maanden tot ten hoogste twintig jaar. De duur wordt berekend overeenkomstig hetgeen bepaald is in artikel 41, § 2, tweede tot vierde lid.   De rechter vermeldt in zijn beslissing de aard van de behandeling en de duur ervan, op basis van het gemotiveerd advies van de deskundige of van de gespecialiseerde instelling.   De rechter legt, binnen de grenzen bepaald voor het misdrijf en door de wet, een vervangende gevangenisstraf op die kan worden toegepast indien de behandeling onder vrijheidsberoving niet wordt uitgevoerd en waarvan de duur niet lager kan zijn dan die van de behandeling onder vrijheidsberoving.   Indien de strafuitvoeringsrechtbank oordeelt dat de toestand van de veroordeelde voldoende gestabiliseerd is zodat redelijkerwijze niet te vrezen valt dat betrokkene nieuwe ernstige misdrijven zou plegen en voldaan is aan de voorwaarden die overeenkomstig de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten gelden voor het toekennen van een voorwaardelijke invrijheidsstelling of een elektronisch toezicht voor een gevangenisstraf van een zelfde duur, beslist zij om voortijdig een einde te maken aan de behandeling onder vrijheidsberoving door hem een van deze modaliteiten toe te kennen.   Indien nog niet is voldaan aan de voorwaarden die overeenkomstig de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten gelden voor het toekennen van een voorwaardelijke invrijheidsstelling of een elektronisch toezicht voor een gevangenisstraf van een zelfde duur, beslist de strafuitvoeringsrechtbank of betrokkene wordt overgeplaatst naar een inrichting bedoeld in artikel 41, § 4, of, indien hierdoor de positieve effecten van de behandeling zouden worden tenietgedaan, hij in een instelling zoals vermeld in paragraaf 4 in detentie kan verblijven.   § 4. De behandeling onder vrijheidsberoving vindt plaats in een instelling aangewezen door de strafuitvoeringsrechtbank en de tenuitvoerlegging ervan wordt geregeld in de bepalingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten. Zij kan evenwel niet bevelen dat de uitvoering van de behandeling onder vrijheidsberoving moet plaatsvinden in een gevangenis.   § 5. Indien de veroordeelde in het kader van de uitvoering van de behandeling onder vrijheidsberoving te kennen geeft de opgelegde behandeling niet meer te willen volgen, indien hij de uitvoering van de behandeling onmogelijk maakt of de voorwaarden voor een goede uitvoering van de behandeling niet respecteert, kan de strafuitvoeringsrechtbank, op vordering van het openbaar ministerie en na de veroordeelde te hebben gehoord, beslissen dat de vervangende gevangenisstraf of een deel daarvan wordt uitgevoerd en dit rekening houdend met het deel van de behandeling onder vrijheidsberoving dat de veroordeelde reeds heeft ondergaan.

Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.

Officiële bron

  1. 29 FEBRUARI 2024. - Wet tot invoering van boek I van het Strafwetboek

    Bronklasse
    Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
    Locator
    HTML · #list-title-3 > a:nth-child(399)
    Bronspan
    Tekst 0–4904 · bron 10–4914
    Bronbestand
    sha256:c3784bc45be2…d33eeb75
    Exact tekstfragment
    sha256:b6febaa3ee7b…41ceaaad
    Open de officiële bron